Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Aan de (water)bak in Cotignac

 
 

 
 
 
Cadaqués ligt in Spanje, volop in Dalì gebied. Dat was de laatste reisstop.
Vanaf daar rijden we uiteraard door Frankrijk voor de laatste tussendoortjes
naar België.
Deze keer gaan we uitzonderlijk niet noordwest, maar eens de grens over,
voorbij Perpignan en Narbonne, kiezen we resoluut voor het oosten,
de Provence kant.
We brengen een paar dagen door bij lang niet geziene vrienden, in de Var.
Via de autoweg rijden we voorbij enkele ons wel bekende plaatsen, zoals
Montpellier, Arles, Aix, Aigues-Mortes, de Camargue, kortom de diepe Provence.
Onze vrienden wonen in een klein stadje, Cotignac, een half uur rijden
van de autoweg, in de heuvels, op enkele honderden meter hoogte.
Zoals gewoonlijk moeten we zoekwerk doen om het adres te vinden,
maar dat is normaal in de Franse dorpjeslabyrinten.
Dit gezegd zijnde, na enkele tandenknarsingen en troebele gsm-gesprekken
met de vrienden, komen we uiteindelijk terecht in het domein van Luc en Lut.

 


 
 
 
 
 
 
Een beetje Provençaals uitrusten mag nu, zoals God in Frankrijk.
De dames kunnen wat bijkeuvelen, terwijl Luc en ik bijvoorbeeld een toertje
maken met de hond, of de problemen van de wereldpolitiek oplossen.
Lut stelt de tweede dag ook voor een “klein” wandelingetje te maken in de
omgeving van het dorp, met als bijkomende tip: “Je moet niks speciaals
aan je voeten doen”.
“Mon œil” zeggen ze in Frankrijk, als het niet helemaal klopt.
Het uitstapje houdt ons enkele uren bezig, maar de dames zijn in een goed humeur.
 
 
 
Laat ze dus maar hun gangetje gaan.

 
 
 
Er is wel wat leuks te beleven in Cotignac. Er loopt een bergrivier vlak in de buurt,
met enkele scherpe stroomversnellingen.
 
 
 
Niet direct zwemwater is dit, tenzij voor forellen en zalmen.
 
 

 
Een heerlijk fris meer is ontstaan aan de voet van deze
uit de kluiten gewassen waterval. We zitten aan de Cassolle
rivier (de casserolle bevindt zich een beetje verder, maar
er is minder water in).
 

 
We wandelen ook een stuk door de hoofdstraat van het dorp.
Typisch Zuidfrans natuurlijk, met de onontbeerlijke platanen.
Greta heeft al dadelijk zin om te gaan Petanquen, en ze stáát er op, dat
haar fameuze kampioen-Petanque-arm mee op de foto komt.
Kwestie van beroemd te worden.
 

 
Wie in een Frans dorp aan een verfrissing denkt, associeert dat onmiddellijk met
een fontein. In tegenstelling tot Spanje zijn de meeste drankgelegenheden
gesloten, als je ze nodig hebt. Een handvol water uit de Cassolle smaakt ook
natuurlijk als je echt met een droge keel rondloopt.
 

 
 
Dit is een merkwaardig gebouw. Eerst dacht ik aan het
stadhuis van Cotignac, maar als ik een kruis zie op de top,
moet het wel een kerk zijn.
Het is nog geen moskee, voorlopig.
 

 
 
De fonteinen en pittoreske drinkbakken klateren hier maar
in het rond. Typisch voor Zuid-Europese steden.
In België vind je dit nauwelijks.
Maar de alcoholische drinkbakken zijn daar dan wel meer open.
 

 
 
Vele huizen zijn stokoud, maar worden (zeker aan de
buitenkant) heel pittoresk en aantrekkelijk gehouden,
door de kleuren, de houten luikjes, de beplantingen.
Dat vormt natuurlijk een van de charmes van Zuid-Frankrijk.
 

 
 
Een middeleeuwse woning en een theater uit de Romeinse
tijd mag natuurlijk niet ontbreken in een dorp dat zichzelf respecteert. En het toneel
wordt vandaag nog gebruikt ook. Het podium is aan de linkerkant, buiten het beeld.
 

 
Het decor boven het theater is ook heel merkwaardig.
De bergwand lijkt wel gemaakt van gesmolten stenen.
De reden om het theater net hier te plaatsen zal wel geen toeval zijn.
De omringende flanken konden waarschijnlijk dienst doen als ondersteuning
voor de stemmen van de acteurs.
 

 
 
En hier is dan toch de top van de kerk. Het kruis is van op deze hoogte
beter te zien.
De beiaard wordt gevormd door één enkele klok.
Een flodderstructuur van smeedijzer vervolledigt de merkwaardige
torentop, en lijkt gemonteerd op een soort kasserol.
 

 
 
Van op de heuvel hebben we zicht over een deel van het dorp,
met zijn typische zuiderse daken, en over de valleien en
de landschappen in de omtrek.
 

 
 
In de steile bergwand doemt iets op wat op een huis lijkt.
Komt daar opeens een mannelijke figuur naar buiten kijken, door een open gat.
Is dit een late middeleeuwer?
Het zou ook een bakker kunnen zijn, met zijn witte hoed.
Via een katrolletje trekt hij allerlei dingen naar boven.
 

 
 
 
Maar hij staat er alleen voor. Dus moet hij telkens de (waarschijnlijk steile) trappen
af naar beneden, om de dingen aan een haak te bevestigen. We vragen hem dan
maar wat hij doet. Het blijkt een kunstenaar te zijn, die bezig is met een atelier
in te richten.
Prompt vraagt hij ons om een verfpot aan zijn haak te hangen.
 

 
 
De tweede dag zorgt Luc voor een stevige barbecue.
Dat is gewoonlijk mannenwerk, maar voor Luc is dit
een makkie. Hij is gewoon de huiskok.
 
 
 
Als dessert komt mijn favoriete spijs op de tafel:
Crème Catalane. Home made.
Dat kan je alleen maar zelf maken als je een goede brander hebt.
En die is aanwezig. De vlammen swingen de kasserol uit.
 

 
 
Als het oppervlak gecarameliseerd is, kan de pret beginnen.
Als ik ooit in de hemel kom ‘wat lang niet zeker is), en ik
kan dan à la carte eten, verkies ik dit gerecht, boven
rijstepap met gouden lepeltjes.
 

 
 
Het afscheid is gekomen en genomen, en de volgende dag zetten we
rustig onze weg verder. We rijden noordwaarts en verblijven nog een nacht
in het Time Hotel, tussen Langres en Toul. Mooi, nieuw, klein familiehotelletje.
 

 
 
De terugkomst in Knokke-Heist doet niet veel tussentijdse veranderingen
vermoeden. Het stadhuis staat er nog, en dat is het belangrijkste.
En de vlaggen wapperen de zomer tegemoet.
 
 
 
Vandaag bereiden we ons al voor op de terugkeer naar het zuiden van Spanje.
Morgen 8 oktober gaan we nog een dag naar Gent, waar Seniorennet de
“Dag van de Medewerkers” organiseert.
Naast de voorstelling van de nieuwe/toekomstige projecten van SeniorenNet,
zal er deze maal ook formeel tijd zijn om de bestaande problemen (met blogs, enz.)
op te lossen.
Ik kijk al uit naar de resultaten. Als er ook een oplossing komt voor mijn problemen,
dan mag je natuurlijk in de nabije toekomst de verdere avonturen nalezen.
 
Geschreven door grob om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Chambolle25 oktober 2011 om 22:23

Aan de waterbak

Altijd leuk om te lezen.
Ik kijk al nieuwsgierig uit naar het volgend reisverslag:van het regenachtige België naar het zonnige zuiden. En een receptje mag er ook altijd bij...:-)).
Vele groetjes
Chambolle/Nicole
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1

 

Subtitel: een ezel stoot zich tweemaal aan dezelfde varkenslap!

 

Het is al enkele dagen geleden dat ik nog een artikeltje plaatste op mijn blog.

En dat komt omdat we naar jaarlijkse traditie deze week vier dagen zijn

gaan fietsen in Limburg.

En het is zelfs nog langer geleden dat ik een zelfgemaakt gerechtje

heb gepresenteerd.

Dus nu zijn we weer zo ver. Vandaag is het iets waarin laurier zit.

Dit is een van de meest gebruikte keukenkruiden, maar wat weet je ervan?

 

Welnu, al meer dan drieduizend jaar worden de bladeren gebruikt voor soepen

en stoverijen. Laurier is vooral afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied,

uit landen als Turkije, Irak en Iran. In België/Nederland wordt laurier gekweekt

als kuipplant omdat de plant niet volledig winterhard is. Men kan hem dan in

de winter even naar een beschermde plek verplaatsen. Toch zal laurier een matige

Belgische winter wel overleven (tot -5°), zeker aan de kust, en als er genoeg

beschutting is.

In Spanje hebben we hem zelf staan op het terras. Ik kocht twee jaar geleden

zo’n onooglijk klein potje op de markt, en vorige winter heb ik de stam moeten

knippen, want het plantje had zich ontwikkeld tot een struik van een meter hoog.

Zoveel laurier eten we nu ook weer niet.

 

In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning.

De overwinnaar op de Olympische Spelen mocht zich mee tooien met een krans.

De term laureaat is een overblijfsel van dit symbool. Er zijn nu nog een

aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, zoals "op zijn lauweren

rusten" en "gelauwerd zijn".  

 

 

 

 

Laurierbladeren zijn afkomstig van de laurierboom of -struik.

De (giftige) laurierkers of paplaurier, die veel als haag wordt

gebruikt, is geen familie.

 

Laurierbladeren zijn ongeveer 5 cm lang en worden (meestal gedroogd)

gebruikt in stoofpotjes en groentesoepen, waarbij de laurier langere tijd moet

meestoven om de smaak tot zijn recht te laten komen. In sauzen, ingelegde

komkommer en augurken, zuurkool, konijn en rijstschotels kan men laurier

ook niet meer weg denken. Met visgerechten vormt hij een perfect geheel.

Laurierbladeren bezitten een aroma dat bij heel veel spijzen past; zelden wordt

een gerecht door laurierbladeren bedorven. Het is een gezond, aromatisch,

bitter kruid, dat de vertering helpt.

Het bekende kruid is meestal eveneens te vinden in fonds, terrines en marinades.

 

 

Laurierblaadjes kunnen zowel vers als gedroogd gebruikt worden.

Gedroogde bladeren smaken minder bitter dan verse, verse zijn wel aromatischer.

Ze mogen meekoken, hoe langer de blaadjes koken des te kruidiger de smaak.

Gewoonlijk vermeldt men in de recepten: “de laurierbladeren verwijderen vóór

het opdienen”. De reden is dat het blad niet kan opgegeten worden, want het

blijft hard. Het is niet zo dat het blad schadelijk zou kunnen zijn voor consumptie,

maar niemand krijgt graag een harde slabber in zijn bord en mond.

 

Laurier maakt ook deel uit van het klassieke “bouquet garni” (kruidentuiltje)

= 2 takjes peterselie,1 takje tijm en 1 laurierblad. Vooral gebruikt in de

Belgisch/Franse keuken.

 

TIP: Laurier geeft zijn smaak pas vrij als het een tijd heeft meegetrokken en is

daarom bij uitstek geschikt voor soepen en stoofpotten.

 

 

 

 

Nota Benen: ik ga nu verder met deze tekst in het hotel Ter Elst, want we moeten

twee dagen in de buurt van Antwerpen zijn. Sorry dat het zolang duurt,

en bovendien kan ik hier de weblog niet uploaden naar Seniorennet.

De Wifi werkt niet, ofwel ben ik nog niet goed wakker. Dit even tussen ().

 

Waarom deze eigenaardige titel van dit stukje? Tot mijn eigen grote verbazing

had ik dit gerecht al eens bereid, meer bepaald in Spanje, in maart 2010.

En het staat zelfs op mijn blog, zonder dat ik het wist.

In elk geval begin ik met het commieswerk, maar dat is heel beperkt, zoals je

kunt zien op de foto.

Na het aanbakken, krijgt het vlees het gezelschap van de appeltjes en

de lekkere geuren kunnen zich beginnen ontwikkelen.

 

 

 

 

Deze foto (van de hand van Greta) doet me denken aan de “Drie Kleine Biggetjes”,

die gevangen zaten bij de Grote Boze Wolf. De wolf ging regelmatig kijken of

de buikjes van de biggetjes al dik genoeg waren…

Greta kan soms schalks uit de hoek komen.

 

 

 

 

De naam van dit recept luidt officieel: “in cider gestoofde varkensmedaillon

met appels”. De reden waarom dit recept in deze tijd van het jaar op zijn best is,

is de beschikbaarheid van dagvers geplukte Jonagold appels uit ons eigen Limburg.

Veel beter dan de bewaarappels op andere momenten van het jaar!

 

 

Recept maart 2010 (Spanje):

 

ingrediënten voor 3

bereiding

1 el olijfolie

indien varkenshaasje: snij in stukken van 2 cm dik

600g varkensmedaillon of -haas

bestrooi met pezo aan beide kanten

1 grote ui, fijngesneden

bruin het vlees aan beide kanten, zet apart

2 el cider- of witte wijn azijn

bind het bouquet garni samen met keukentouw

15 cl Sidra of cider

fruit de ui in de pan, en voeg daarna toe:

20cl appelsap

de azijn, cider, appelsap en bouquet garni

1 bouquet garni (tijm, laurier, peterselie)

leg het vlees weer in de pan, doe er nog wat pezo op

2 appels

sluit de pan af en breng aan de kook

1 el citroensap

schil en ontpit de appels, snij ze in schijven (1cm)

een scheut room (+/-30% vet)

als het kookpunt bereikt is, zet het vuur laag

pezo

voeg de appels toe, laat enkele minuten verder garen

garnituur: krulpeterselie

haal het vlees uit de pan, en de appels als ze mals zijn

 

houd vlees en appels warm, laat het kookvocht inkoken

 

op hoog vuur en zonder deksel, tot een stroperige saus

 

dik, indien nodig, aan met wat maïzena express

 

verwijder het bouquet garni

 

voeg de room toe en laat 2’ doorkoken, al roerend

 

leg de appels op borden en vlees er bovenop

 

overgiet met de saus en garneer met peterselie

 

 

Nog een merkwaardig iets: In Spanje heb ik porties gemaakt voor drie personen,

en nu dit gelijkaardig recept in België voor vier. Begrijp ik zelf niet goed.

En we zijn maar met ons twee om het op te eten!

Nochtans is er ook goed nieuws!

Mocht er onder de lezers iemand zijn die toevallig moet koken voor zeven personen,

dan is het heel gemakkelijk: maak de twee gerechten en klaar is Kees!

 

 

 

Recept juni 2011 (België):

 

ingrediënten voor 4

bereiding

olijfolie

ontpit de appels, schil ze en snijd ze in schijven

varkensmedaillon of mignonette

verwarm de olie in een bakpan, doe pezo op het vlees

1 ui, fijngesneden

bruin de medaillons aan alle kanten, zet het vlees apart

2 el ciderazijn

fruit de ui in de pan, tot de stukjes glazig en mals zijn

15 cl cider

voeg toe: cider, appelsap, ciderazijn en tijm,

25 cl appelsap

leg het vlees weer in de pan, voeg pezo toe aan het vocht

2 takjes verse tijm

breng de inhoud van de pan aan de kook, verlaag dan het vuur

2 appels (Jonagold, Golden…)

laat 5’ sudderen en voeg de appelschijven toe, sluit de pan

3 el (soja)room

laat 5’ verder garen, haal vlees en appels uit de pan, zet apart

platte peterselie als garnituur

laat het kookvocht inkoken op hoog vuur en zonder deksel

eventueel wat maïzena express

laat koken tot een stroperige vloeistof, verwijder de tijm

pezo

indien nodig, voeg wat maïzena express toe om in te dikken

 

voeg de room toe en laat kort doorkoken

 

verwarm het vlees en de appels nog even in de saus

   
Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1 (deel 2)

Ik moet toch wel volledig van de kaart geweest zijn, want voor vier porties voorzie

ik in België slechts drie stukken vlees.

Waarschijnlijk had ik voor de vierde portie een vegetariër in mijn hoofd.

Nog een gekookt aardappeltje en we zijn er.

 

Hoe dan ook, het resultaat is geslaagd, en is uiteindelijk op tafel beland.

Ik had nog toevallig één lokaal flesje cider uit Normandië, en dat maakt het af.

Zowel het gerecht als mijn tekst.

 

Eindelijk. Deze week zijn we voor de negende keer met Olaba(*) vier dagen

gaan fietsen. Daarna zijn Greta en ikzelf gaan kijken en luisteren naar “Aida”,

prachtige musical van Elton John en Tim Rice, in Knokke.

Dan zijn we twee dagen in Antwerpen geweest, en brachten onder andere

een halve dag door in het stijlvolle MAS (Museum Aan de Stroom).

Gisteren avond waren we aanwezig met de familie in de Antwerpse

Stadsschouwburg, bij de vertoning van het klank- en beeldspektakel

“We will Rock you” met Queen muziek en superbe technische hoogstandjes.

En vandaag heb ik eindelijk mijn blogje kunnen updaten, in stukjes en brokjes. Oef!

Twee dagen rust nu.

Bereid in België als variante op een recept van Carrefour: Slim Koken

(*) Olaba: Organisation de loisirs agréables & blabla amical

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Stappen door Gent, rond de Vleestent

 

 

Beste lezer, wil me excuseren voor de vertraging van dit vervolgstukje, maar er zijn

 technische problemen geweest met mijn blog. Zo is o.m. de volledige rechterkolom

een tijdlang verdwenen.

Het probleem is voorlopig (?) opgelost, na verwijderen van sommige teksten

en foto’s, onder het toeziende en helpende oog van “Redpoppy”, blogmaster.

 

Mochten er nog bloggers problemen zien opduiken op hun weblog, neem dan

 contact met redpoppy. Vanaf vandaag is ze bij mij genoteerd als “Pretpoppy”.

 

TIP: ga nog eens kijken naar de Photoshop dag in Antwerpen in 2010!!

Ga daarvoor in de rechterkolom naar Zoeken in blog en tik “Schelde” en

 “Zoeken”.

 

Nu terug naar Gent.

In het centrum van een grote stad met veel water is er altijd veel beweging.

Zo ook aan de Graslei in Gent, een populaire plek in de stad.

 

 

 

 

Deze omgeving heeft heel wat te bieden. Kijk hieronder maar naar het bord dat

 langs de kade neergepoot is. Je kunt zelf je creativiteit  de vrije loop laten,

en verschillende dingen van het (gratis) aanbod combineren. Afhankelijk van je

 leeftijd weliswaar. Probeer maar eens een paar combinaties uit.

Het zwerfaval zou ik letterlijk en figuurlijk ter zijde laten.

Wat de “relaxen” precies inhoudt, mag Joost weten.

Maar die kon er vandaag niet bij zijn. Hij heeft zijn trein gemist.

We kunnen het hem dus niet vragen.

 

 

 

 

En toch! Geen vijftig meter verder vinden we misschien al 

een hint en een aanzet om het bord beter te begrijpen.

Een aantal omschreven elementen van het bord zie je te voorschijn 

komen op deze poster. De Gentse blondjes staan trouwens bekend voor

hun godvruchtigheid, en deze uitspraak komt dus niet als een verrassing.

 

P.S. Wat me nu wel verrast is dat mij linkerhand mee midden op de foto staat,

met een bijna onbedwingbare neiging om het been van het blondje te ontharen.

 

 

 

 

Als je met Limburgse jongedames op pad bent, kan je de gekste dingen zien.

Zoals met deze twee hier, die een heldhaftige ridder gevonden hebben,

en lieftallig in het “floschke” (van het zwaard) knijpen.

“Floschke” is” embrasse” voor de Nederlanders.

 

 

 

 

 

Vanaf nu worden al onze zintuigen onderweg continu

geconfronteerd met elementen die de eetlust opwekken.

Neem nu deze puntzak met goudgele krokant gebakken frieten.

Hij is waarschijnlijk groot genoeg voor de ganse bende, 

maar wij hebben afspraak in het Vleeshuis voor de lunch.

 

 

 

 

Het restaurant van het Groot Vleeshuis voert terecht

promotie voor streekproducten.

De lunch is voortreffelijk, en zo proef ik als voorgerechtje een heerlijk slaatje 

met Ganda ham (die hier ten overvloede aan de eikenhouten zoldering hangt).

 

De pièce-de résistance is Gentse Waterzooi met een touch van kerrie,

en om de laatste gaatjes te vullen, zijn er Mattentaarten uit Geeraardsbergen.

 

Als je foto’s wil zien van lekker eten, kijk dan niet hier, maar naar de tientallen

 gerechten die ook in deze blog zelf zijn bereid, gefotografeerd,

en door de slokdarm gepasseerd.

 

 

 

 

Tussen de gerechten door worden de senioren aangenaam verrast met gepaste

 achtergrondmuziek. Het stilaan traditionele en sprankelende muzikale duo 

zorgen weer voor een hoogstaand optreden.

Oldies but Goldies!

 

 

 

 

Na de heerlijke streeklunch zetten we terug een stapje in

de Gentse buitenwereld.

Wat is er Gentser dan het Gravensteen? Het is de enige

 overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen.

Al in de 9de eeuw zou de Graaf van Vlaanderen de eerste versterkingen 

hebben laten oprichten als verdediging tegen de invallen van de Noormannen.

Weinigen onder onze Senioren zullen zich dit nog herinneren.

 

 

 

 

In Gent is voldoende water aanwezig om rustig op te dobberen.

Wat is er aangenamer dan verpozen op een waterterrasje tijdens de hete (☻)

 Belgische zomer?

 

 

 

 

Dit prachtige kunstwerk, met zijn sobere maar doordringend en non-conformistisch,

 minimalistisch lijnenspel is gemakkelijk te vinden naast de St-Baafs kathedraal.

Volgens het etiket staat het bekend onder de naam “De Opengepelde Banaan”.

Nee toch! Achteraf zie ik aan het Sint Pietersstation nog ongeveer 

tweehonderd maal een kopie van ditzelfde kunstwerk!

Wist ik veel dat het meestal gebruikt wordt als fietsrek.

 

 

 

 

 

Van een totaal ander kaliber is dit stuk metaal.

Is het een brandblusapparaat? Is het de verrekijker van Gulliver?

Ook weer niet. Het is de Dulle Griet. In de buurt van de Vrijdagmarkt, 

op het Groot Kanonplein staat deze monumentale gietijzeren bombarde.

Oorspronkelijk had het al deze rode kleur, en het werd daarom destijds de 

”groten rooden duyvele” genoemd. De kolos werd gemaakt in 1431, en werd

in 1578 gebruikt in de strijd tegen de Spanjaarden. Met weinig succes overigens.

 Het projectiel vloog slechts enkele centimeters ver, en ligt er nu nog. Zie foto.

 

 

 

 

 

Op de Groentenmarkt is een merkwaardig winkeltje. Boven de ingang kan je onder

 meer  lezen “Mostaardfabriek”.

Hier wordt de wereldbekende mosterd gemaakt van Tierenteyn!

Men stelt zich soms de vraag waar Abraham de mosterd haalde.

Het antwoord is: hier.

 

 

 

 

Het pand en de fabriek dateren al van 1818. Het “gele goud” wordt nog altijd

 volgens hetzelfde recept gemaakt. Oorspronkelijk werd alles manueel gedaan,

en na verloop van tijd werd het productieproces “geautomatiseerd” met een

 stoommachine. Zelfs nu nog kan men de exclusieve mosterd kopen geschept

 vanuit een houten kuip met een grote houten lepel.

 

Alle grote chefs uit de klassenrestaurants van over de hele wereld kopen hun

 mosterd bij Tierenteyn. Ik heb natuurlijk ook een bokaaltje gekocht, en binnenkort

 kunnen jullie hier genieten van receptjes, gemaakt met de allerbeste mosterd.

 

 

 

 

De Toverfluit van Mozart krijgt tegenwoordig behoorlijk concurrentie van Merlijns

 Toverfruit. Je kunt het zelfs zowel lekker warm als ijskoud drinken.

En het fruit is zelfs biologisch! Sterk is dat.

 

 

 

 

Maar alles kan beter!

Bakkerij Imschoot staat hier met zijn beste neuzen.

Die zijn pas biologisch! Zelfs Pinoccio prijst hier de andere neuzen aan.

Voor degenen die het niet zouden kennen: het is mauve tot bruinachtig snoepgoed,

 in de vorm van een kegeltje.

Ze zijn in hoge mate  verslavend, en ze liggen hier vooraan in het snoepkraam.

 

In Antwerpen gaan ze door het leven als “cuberdons”. Je kunt ze eens googelen,

 maar je kunt ze ook opeten, en dat heeft de voorkeur. Ik ken zelfs iemand uit de

 Sennet Photoshop sfeer uit Antwerpen (nickname is L…S), die in Gent zijn

 cuberdons komt halen.

“Ze moeten een ietsje bruin zien, dat zijn de beste”, pleegt hij te zeggen.

 

 

 

 

Om de graffiti spuiters onder controle te houden is er in Gent door het stadsbestuur

 een (smalle) straat voorbestemd om over de ganse lengte bespoten te worden.

Hier zie je zo een artistieke spuiter aan het werk.

 

 

 

 

 

Er zijn een massa werken te zien, zoals deze kleurige

toekan bijvoorbeeld. Doordat de ruimte beperkt is, kan je

om de week teruggaan en nieuwe dingen zien.

 

 

 

 

Gent komt inderdaad met bepaalde initiatieven soms

origineel uit de hoek. Zo hebben ze ook weer dit unieke

verkeersbord. De straat waar dit bord hangt is enkel

toegankelijk voor nieuwssamengestelde gezinnen,

met in totaal ten minste twee kinderen.

De volwassenen die de straat willen gebruiken, moeten

een handje geven, de kinderen moeten een jongetje en

een meisje zijn, en het meisje moet twee vlechtjes in het haar.

Mocht je als buitenstaander naar Gent willen, let goed

op de verkeersborden!

 

 

 

In de late namiddag worden we overvallen door een korte,

maar fikse regenbui. In de bootjes hebben ze het water

ook liever uitsluitend aan de onderkant.

 

Niemand beseft op dit moment welke gevolgen het

doortrekken van dit slechte weer front zal hebben voor

Pukkelpop, waar vandaag nog een aantal doden zullen vallen.

 

 

 

 

Wanneer we de dag besluiten, en terug naar het station

gaan, blijkt dat er heel wat vertraging zit op het treinverkeer.

Ook onze directe trein van Gent Naar Knokke heeft een pak vertraging, omdat hij

 van Tongeren komt, en door Limburg rijdt, waar de tragedie zich heeft voorgedaan.

 Wij kunnen de vorige stoptrein nog nemen, maar voor een aantal mensen, vooral

uit Nederland en Limburg, zal het wellicht al bijna nacht zijn, als ze weer thuiskomen.

 

 

 

 

 

.

Geschreven door grob om 23:50 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Senioren heerlijk verwend in Gent

 

Naar goede jaarlijkse gewoonte verzamelt de harde kern van de Photoshoppers 

op een of andere interessante plek. De bedoeling is elkaar nog eens te zien

en (tot op zekere hoogte) te voelen, foto’s te nemen, te lunchen en kortom, 

er een leuke uitstap van te maken. Photoshop Day is 18 augustus.

Vorig jaar waren we in Antwerpen, voordien in Blankenberge, en nu in Gent.

 

We starten met een koffietje in het Groot Vleeshuis op de Groentemarkt.

Dit historische pand heeft zijn naam niet gestolen. Het herinnert aan de

 middeleeuwse functie van overdekte markt voor de verkoop van vlees.

Nu het vleeshuis door de provincie is ingericht als promotiecentrum voor

Oost-Vlaamse streekproducten, doet het pand zijn naam weer eer aan.

Deze locatie leent zich gemakkelijk voor dit evenement met een grote

groep deelnemers.

Er is vandaag met de 85 Photoshoppers in Gent trouwens

een pak groot vlees voorhanden.

Aan de ingang weten we al dat we juist zitten. Op de poster

staan enkele logo’s die ons niet helemaal onbekend zijn.

 

 

 

 

 

Het weer is (voorlopig) goed, de koffie smaakt, de sfeer

is opperbest. De ongeveer 50 leden van wat ik noem

de “bikkelharde” kern hebben mekaar onlangs al gezien

in Brugge en in Neerpelt, maar voor de “gewone” harde

kern is het laatste fysisch contact al een jaar geleden.

Genoeg nieuws om te vertellen dus.

En om wat te kletsen.

De meeste deelnemers zijn vrouwen, waar ik helemaal

niets mee wil bedoelen, wel in tegendeel.

 

 

 

 

Na de koffie gaan we terug de frisse Gentse lucht in,

en is iedereen volledig klaar, opgewarmd en afgekoeld voor het stadsbezoek.

 

 

 

 

Een superenthousiaste gids (uit de Photoshop entourage uiteraard) die de buurt

als zijn broekzak kent, maakt de Photoshoppers zo mogelijk nóg slimmer,

aan de hand van weetjes en pikante anekdotes uit heden, verleden en toekomst.

 

 

 

 

Natuurlijk worden er massa’s foto’s geschoten in deze fotogenieke buurt.

Iedereen in de groep heeft zijn toestel in aanslag, en zoekt naar dé foto van Gent.

Alle soorten toestellen worden boven gehaald. Van het eenvoudige Lumix

 apparaatje, zoals het mijne, tot de meest geavanceerde knotsen van camera’s.

Alle modellen passeren de revue. De fotografen staan op scherp.

 

 

 

 

Gent heeft veel te bieden aan de bezoeker. En als je niet weet waar naartoe,

maak dan je keuze via goed uit de kluiten gewassen wegwijzers en borden.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. Je kan te voet rond, of je stapt in een boot bijvoorbeeld.

 

 

 

Het belfort van Gent staat er hoog en eenzaam bij. Geen Londense Big Ben,

maar toch een Small Bennetje. Het is nu kwart over elf,

er is dus nog geen haast bij voor de lunch.

 

 

 

 

Wie er óók heel eenzaam bij staat, is dit arme lammetje.

Waarschijnlijk heeft dit beestje toch wel trek in een stevige

graslunch. Van stenen kan je niet eten.

 

 

 

 

Gelukkig is de redding nabij. We zijn vlakbij de Graslei,

enkel toegankelijk voor echte graseters.

Menselijke personen mogen hier niet door. Ze moeten

naar links en zijn verplicht een andere weg te nemen.

 

 

 

 

Via die andere weg komen we aan een waterloop.

Op een van de reddingsboeien aan de kant heeft

Teleonthaal een sterke boodschap achtergelaten.

 

 

 

 

Al in de middeleeuwen dachten de Gentse vrouwen

geconcentreerd na over de grote vraagstukken des levens.

“Alles went, behalve een vent”, komt uit Gent.

 

 

 

 

Degenen die zich niet te voet of met een bootje willen verplaatsen,

kunnen opteren voor tram, bus of achter een edele viervoeter aanzitten.

 

 

 

 

Sportieve Photoshoppers blijven natuurlijk liever met beide voeten op de grond.

 

 

 

 

Gent in al zijn pracht met de drie torens op een rij. Het lijkt wel alsof ik hier

een promotieactie aan het doen ben voor de Gentse dienst van toerisme!

Niets is minder waar natuurlijk, maar het is toch fantastisch om dit te kunnen

 bekijken.

 

 

 

 

Het lijkt hier wel een decor voor een middeleeuws steekspel voor stoere ridders

en frêle jonkvrouwen. Keizer Karel is hier ergens geboren in het jaar 1500.

Grappig dat men in Spanje denkt dat het een Spanjaard is. Ik geef hem geen

 ongelijk dat hij naar daar is gaan wonen.

Hij ging daar door het leven onder de naam Don Carlos.

 

 

 

 

Nog een van die stoere ridders is de heldhaftige heilige ridder Sint Joris, met

zijn onafscheidelijke vuurspuwende draak. Persoonlijk vind ik de draak eerder een

 uit de kluiten gewassen leguaan.

Ik heb (in Hollywood films) al groter draken zien rondlopen.

 

 

 

 

Overdag stelen ze de show in een gezellig onderonsje

draak-steken en riddertje-happen, maar ’s avonds gelden

andere prioriteiten.

Gentenaars staan al sinds de middeleeuwen bekend als

gewiekste ambachtslieden en handelaars.

Dus wordt tegen het uur van het diner de draak ingeschakeld

 om met zijn vurige adem op een BBQ allerlei vlees en vis

te grillen. Wegens de hoge temperaturen loopt het personeel

er dan ook eerder licht gekleed bij.

 

 

 

 

Aan bootjes geen gebrek. Op dit ogenblik zijn er geen wolken

te zien en alles is vredig, maar dat zal nog veranderen.

 

 

 

 

De echte Photoshop sfeer zit er bij sommigen al goed in, ofwel denken ze al aan

de lunch met Oost-Vlaamse specialiteiten die ons opwacht in het Vleeshuis.

 

 

 

Wordt vervolgd.

 

Geschreven door grob om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

No more stress in Cadaqués

 

 

Rosas (Roses voor de Catalanen) is een kuststad aan de Costa Brava,

in de noordelijke provincie Gerona. Het ligt op 40 km van de Franse grens en

160 km noordoost van Barcelona. Met de Cap de Creus in het noorden vormt

de golf van Rosas een 15 kilometer lange bocht met een uitgestrekt mooi strand.

Al in de 8ste eeuw vóór Christus werd de plaats door de Grieken gesticht en is

als zodanig vernoemd naar de Grieken uit Rhodos, die zich hier als eersten

in dit mooie gebied hebben gevestigd.

 

 

 

 

 

We hadden een kamer geboekt in het charmehotel Carmen.

Dit logies is moeilijker te vinden dan eerst gedacht, vooral door de vele

smalle eenrichtingsstraten in het oude centrum.

Eerst vragen we de weg aan een gevelschilder, die zolang uitleg geeft tot

zijn verfborstel uitgedroogd is. We volgen wel zijn  aangeduide richting, en rijden

wat rondjes, tot we het kantoor zien van de Policia Local.

Daar ga ik het binnen vragen aan een “jong poepeke”.

 

 Naar verluidt plakt het hotel pal aan de achterkant van het politiegebouw,

of omgekeerd. “Ga maar eens te voet kijken”, zegt ze.

Ik replikeer: “Ja, maar we mogen hier niet parkeren…” (in het Spaans, want

anders verstaat ze het niet).

“No problema”, is het antwoord. We laten de wagen (de linkse) dan maar staan.

 

 

 

.

De kamer is klein, maar perfect ingericht. We zitten op de vierde verdieping,

en hebben een terras met ligzetels, dat groter is dan de kamer.

Nu het nog licht is, gaan we de benen strekken aan de dijk

en in de smalle, gezellige winkelstraatjes van Rosas, met

een rustpauze in een bar aan de Paseo Maritimo. 

 

 

 

 

Bergen merenguetaart die zich opstapelen in de etalage

van een bakker doen er ons aan denken dat we nog iets moeten happen

voor het avondmaal.

 

 

 

We proberen het typische Spaans restaurant “La Cala (de baai) in het

oude centrum van Rosas.

Een entrecote voor Greta en een vis voor mij, gespoeld door een fles

Cune Crianza maken dat de grootste honger (en dorst) tot het verleden behoort.

 Voor mij heeft deze dag nog iets extra in petto. Ik ben helemaal geen dessertman,

 maar ik maak graag één uitzondering: Crème Catalane.

Of Crème Brulée. Let er op dat ik dit lekkere ding bewust met Hoofdletter schrijf!

Waar kan je het beter eten dan in Catalonië? Als ik nu die foto weer bekijk,

moet ik me haasten om mijn klavier te beschermen met een dunne laag plastic,

 tegen de kwijl.

 

 

 

 

Als je de Google satellietfoto bekijkt, zie je Rosas liggen onderaan links.

De havenpieren zijn goed zichtbaar. De zonsondergangen in Rosas zijn zeer mooi,

 door de uitzonderlijke ligging op het westen.

Dat levert de fraaiste kleuren op en deze overgieten de bergen landinwaarts.

Cadaqués ligt aan de rechterkant in een prachtige baai, bij de rode punaise.

Tussen Rosas en Cadaqués bedraagt de afstand ongeveer twintig kilometer,

en de weg is smal en slingerend, maar met veel natuur en mooi.

 

 

 

 

Het stadje Cadaqués (rechts in het purper) wordt omsloten door een natuurpark,

 met hoogtes tot boven de zeshonderd meter.

Cadaqués is een mooie oude vissersplaats in de provincie Girona, regio Catalonië

 in het uiterste noordoosten van Spanje. Het plaatsje is gelegen aan de Costa Brava 

en situeert zich in het zuiden van het Natuurpark Cap de Creus,

dat ongeveer 10 kilometer tot in zee uitloopt en dat het karakteristieke landschap

 van de Costa Brava duidelijk weergeeft.

 

De inwoners van het kleine dorpje leven voornamelijk van het toerisme en

de visserij. Cadaqués krijgt veelal de titel van mooiste dorp van de Costa Brava

en verdient dit ook. Het plaatsje wordt gekenmerkt door smalle

straatjes met allemaal witte huisjes, niet te veel toeristen,

en het bekende kerkje, dat het dorp domineert.

 

 

 

 

Indien je met de wagen naar Cadaqués komt, dan is het

handig om weten dat er een gemeentelijke parking is aan de rand het dorp.

Ook niet meer dan dat.

We parkeren de wagen op de ruime parkingplaats, en dalen af naar het centrum

tot op de dijk, waar mooie gevels staan te pronken. Langs de dijk staan rijhuizen

 met prachtige, schilderachtige gevels.

De plaats heeft geen mooie eigen stranden.

 

 

 

 

Maar dat wordt goedgemaakt door andere troeven. Zelfs een heuse Casino trekt

de aandacht. Het stadje telt slechts een drieduizendtal inwoners, maar het Casino

 zal waarschijnlijk voor anderen bestemd zijn.

 

 

 

 

Vanaf de dijk heeft men een mooi zicht op het strand en de baai.

Een soort Yucca bomen bakenen de dijk af.

 

 

 

 

Slimme bewoners hebben hier hun privé-haventje, dicht bij huis.

Even een visje vangen voor de BBQ, en weer terug.

 

 

 

 

 

Talrijke kunstenaars en intellectuelen hadden honderd jaar

geleden een band met Cadaqués: Picasso, Klein, Chagall, Max Ernst, Federico

 Garcia Lorca, Salvador Dalí en Joan Miró waren hier thuis en deden inspiratie op..

 

 

 

 

En dit is toch wel speciaal. Als ze dit in New York hadden, zou de stad

absoluut beter verlicht zijn. Waarschijnlijk zat een van de inwonende

kunstenaars er voor iets tussen.

 

 

 

 

Sommige gebouwen zijn heel fraai, en goed bewaard

gebleven. Gereed om vast te leggen op een  canvas.

 

 

 

 

 

Er is een fraai zicht op het kerkje en een deel van de huisjes

vanaf de andere kant van de baai. Schilders konden hier volop hun inspiratie

op botvieren.

 

 

 

 

 

Zelfs de winkeltjes zijn geïnspireerd door de beroemde inwoners van een eeuw geleden.

Men vindt hier zelfs een mierenmutant met acht in plaats van zes poten.

Ook die worden visueel vastgelegd voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

 

Hier is nog zo een mogelijke inspiratiebron voor kunstenaars.

Greta zit al klaar tegen dat de eerste langs komt met verf en borstel.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 21:58 4 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

problemen met uploaden

Van het vorig stukje is het onmogelijk gebleken het laatste gedeelte

 up te loaden naar Seniorennet. 

Het betreft tekst en een viertal foto's.

Ik heb het vier maal geprobeerd sinds gisteren namiddag.

Het uploaden vraagt telkens een heel pak (apen)werk.

Er zijn duidelijk ergens technische problemen, buiten mijn wil. 

Hierdoor verliezen mijn gerechtje en bijhorigheden natuurlijk

veel van hun waarde. Sorry.

Indien het niet opgelost is tegen einde van deze week,

overweeg ik om definitief te stoppen. Er zijn grenzen.

 

Geschreven door grob om 18:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Zonder geharrewar naar Alfafar

 

 

De drang is er weer. Het is mei, en alle vogeltjes, althans de wijfjes, leggen een ei.

Maar je mag niet alles geloven wat ze zeggen, en zeker niet wat in de krant staat.

Elk jaar gaan we dus terug naar de bakermat om dat ei-leggen te controleren.

 

De dag dat we van Spanje met de wagen terugrijden naar België, is ontspannend.

De stress van het inpakken, en de afscheidskussen met de vrienden zijn volledig

 voorbij. Het laatste "we gaan toch nog eens samen eten hé" is achter de rug.

 

Deze rustige dag, deinend over de Autovia, gaat ons nu tot Valencia brengen.

We vertrekken volledig relax rond 9 uur. Op de kilometerteller staat 50050 km.

Rond 10 uur doen we een stop langs de autoweg voor een licht ontbijt.

We hebben 100 km gebold en een ‘tostada’ met verse tomatenpulp, besprenkeld

 met wat olijfolie en wat pezo gaat gemakkelijk naar binnen.

Zeker als de koffie zo lekker is als hier. Van dit soort eetstops zijn er tientallen,

en deze is niet beter of slechter dan de andere.

Ik noteer: Hotel restaurant “Rosario”, behoorlijke ontbijtstop.

 

 

 

 

Een uur of zo later rijden we langs de Sierra Nevada. De hoogste pas waarover

we rijden, ligt op ongeveer 1400 meter.

De omgeving van de Sierra heeft het lentegevoel te pakken, niettegenstaande

de hoogte.

 

 

 

 

Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat de Sierra Nevada nog flink onder de sneeuw zit.

De hoogste top ligt of staat ongeveer op 3400 meter, en tot begin mei kan men

hier skiën.

 

 

 

 

We tanken net voor de stad Lorca. Gelukkig zijn we hier geen tien dagen later,

want dat is het moment van een hevige aardbeving, met ernstige schade.

De kerktoren stort neer pal naast een reporter.

Deze gril van de natuur kost ook het leven aan een dozijn mensen.

 

Rond Elche kiezen we voor de autoweg naar Valencia, via het binnenland.

De kustweg via Alicante en Benidorm is mooier, maar het is een tolweg,

en Autopista, en hij is wat langer in afstand.

 

Langs deze rustige autoweg zitten we echt in het Spaanse toeristarme binnenland,

 en we rijden regelmatig langs kastelen van middeleeuwse krijgsheren.

Ook de Moren hebben hier letterlijk hun steentje bijgedragen om alle kastelen

op de heuvels te krijgen.

 

 

 

 

Stilaan worden de oude constructies gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Zoals hier met het kasteel Monfort.

 

 

 

 

Voor de grotere kastelen, zoals het volgende, zal er niet veel Spaanse euro’s

meer overblijven vrees ik. Misschien kunnen ze wel een aantal kastelen verkopen,

 en ze exporteren naar het Midden Oosten of China, waar er nog geld zat is.

Let op, dit is niet zo idioot. De Engelsen hadden al het voorbeeld gegeven met

de London Bridge, die nu ergens in een verloren woestijn staat, in Arizona.

 

 

 

 

 

Na een comfortabele rit komen we aan in Alfafar, een deelgemeente van Valencia.

Alfafar is niet te verwarren met ‘farfalla’, want dat is pasta, om te eten dus.

Zeg ook nooit ‘Alfalfa’, want dat zijn ontkiemde zaden van de Luzerneplant.

Misschien komt er ooit eens iemand op het idee een recept te maken met farfalla

 én alfalfa in combinatie. Ik vind wel dat het dan moet genuttigd worden in Alfafar.

 

Valencia is de derde stad van Spanje, na Madrid en Barcelona.

De stad is enorm groot, maar zeer ruim en rustgevend. Ons hotel heet ‘Albufera’,

en ligt in het commerciële centrum ‘Albufera’. Waarschijnlijk geen toeval.

 

Vorig jaar verbleven we in hetzelfde aparthotel.

Een groot salon, keuken met goed werkende koelkast, waar we nog enkel dingen

 insteken, slaapkamer en badkamer met UV lampen, voor een prijsje. Aanbevolen.

Het is een goed adresje, want het ligt binnenin een commercieel centrum.

Greta is op zoek naar nieuwe tennispantoffels, en ze vind het ideale paar in

een reusachtige outlet winkel, hier ter plaatse.

 

 

 

 

Deze plaza is vrij groot, en alle soorten winkels zijn present.

In het centrale deel van het nieuwe complex ligt een kruispunt met fontein.

De reden dat het hier ‘Albufera’ heet is niet toevalligl.

Niet ver hiervandaan ligt het fantastische natuurpark met dezelfde naam.

Enkele tijd geleden hadden we daar een origineel bezoek met een paar vrienden.

Interessante info kan je vinden elders op deze blog.

 

Klik aan de rechterzijkant op “01-2011”. Het is op de blog gezet op 26-01-11.

Of ga naar “Zoeken in blog”, eveneens rechterzijkant blog en tik “Albufera”.

Geweldig interessant bezoek was dat! Ook gastronomisch.

 

 

 

 

We gaan (heel) stilletjes  in de richting van het uitstekende restaurant

van vorig jaar, want daar lusten we nóg pap van.

Onderweg komen we langs een shopping mall, die vorig jaar nog niet op punt stond.

De ingang doet er ons aan denken dat de nationale kleuren van Spanje rood

en geel zijn. Het is er duidelijk aan te zien.

 

 

 

 

We belanden vrijwel onmiddellijk op een kleurrijk binnenplein met twee

 verdiepingen winkels, en daarboven nog een verdieping bestemd

 voor amusement, met bioscopen en ander plezier.

 

 

 

 

Bij het ontwerp kwam duidelijk veel ijzerwerk kijken, en met de kleurige decoratie

is het hier best gezellig, en tegelijk een beetje artistiek van inslag.

Het heeft een lichte Calatrava-toets, waarvan de bekendste en authentieke

stukken op minder dan 10 km  afstand staan.

(in blog zie: “Valencia” bij de zoekfunctie)

 

 

 

Als je het van op iets verdere afstand bekijkt, vallen de witte parasols beter op.

Een terrasje op de juiste plaats, op het goede moment. Dat doet er ons aan

denken dat we toch wel recht hebben op een beetje vloeibaar genot, na de lange

rit van 660 km.

 

 

 

 

Bij mij slaat het dorstgevoel ineens toe. Greta heeft altijd dorst. Even bestellen…

 

 

 

 

En wat wordt het? “Dos…hm hm…cervezas por favor!”

Groot, en stevig gekoeld.

 

 

 

 

Het aperitiefje hebben we gehad. We stappen op en nu gaan we voor het

echte werk naar het Italiaanse restaurant “Gino’s”. We gaan vanavond niet

te laat slapen, om morgen vroeg lekker fris uit de veren te wippen (zeker Greta).

 

 

 

 

Het is 20 uur, en we zijn moederziel alleen in het restaurant.

(als we later doorgaan, om 21u30, zit het vol. Duidelijk Spaanse uren)

 

Laten we, in afwachting van de plat-de-résistance een kleinigheidje binnenwerken,

 onder de vorm van tapa’s. Scuzi, in het Italiaans zijn dat “antipasti”.

Eén schotel voor twee personen volstaat ruimschoots. Zoals men in Spanje

pleegt te zeggen: “para compartir”. Het zijn acht verschillende tapa’s.

 

 

 

 

Rechtzetting: het wáren er acht. Terwijl ik mijn fototoestel even afstel, is er al eentje

 verdwenen. Ik weet niet hoe het van de tafel is gevallen.

 

 

 

 

Het hoofdgerecht is weer subliem: ik neem een “lasagne funghi”, maar hij is

zo lekker dat ik er zelfs niet aan denk van een plaatje te nemen. Dan maar

het nagerecht op het fotootje, een citroensorbet met Bulgaarse yoghurt.

En een fles Rioja om goed te slapen.

 

 

 

 

Wanneer we voldaan terug naar het hotel wandelen is het voetpad waar we

over moeten, afgesloten door de Policia Local met roodwitte linten.

De reden zie je hier: wat zou dit kunnen zijn? Quizvraag, multiple choice.

Nieuw soort paddenstoel? Een opgesteven koeienvlaai? De pruik van Helmut Lotti?

Het is alleen maar een tijdelijk bijennest, met bijen die onderweg zijn, zoals wij.

En morgen gaan we naar Roses, een bekend kustplaatsje in Catalonië.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:29 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: over konijnen en hazen

 

 

 

 

Een konijn kan een hazenlip hebben, maar een haas heeft nooit

 een konijnenlip.

Nu we dat weten kunnen we er aan beginnen.

 

De potten hebben bijna geen zin meer om warm te worden,

en de pollepels vertonen beginnende tekenen van roest.

De kruiden zijn in staking.

 

Ze voelen zich neerslachtig, nu ze al zo lang niet meer aan bod zijn gekomen.

En sommige van mijn gewaardeerde lezers willen ook weer de kwijl over hun

 (hazen)lippen voelen stromen, en daarom gaan we vandaag resoluut de keuken in.

Samen met een konijn, of toch een deel ervan.

Ik ga vandaag niet proberen een wit konijn uit een hoed te laten komen, maar een

 bruin konijn uit de pot, gesmoord zelfs. Met kleurige smaakvolle zuiderse paprika’s.

 

 

 

 

Konijnen en hazen zijn merkwaardige viervoeters, die op elkaar lijken.

Toch zijn er enkele essentiële verschillen die de meeste lezers (nog) niet weten….

Bijvoorbeeld: een van de meest gekende specialiteiten van een konijn is pijpen

 graven, en holen. Een haas heeft daar helemaal geen zin in.

Wat je hieronder ziet is een wild konijn. Tamme konijnen kunnen allerlei fantasierijke

 kleuren vertonen, maar het wilde exemplaar is gekend voor zijn lichtbruine vacht.

 

Een veelgemaakte vergissing is dat konijnen knaagdieren zijn, dit is NIET het geval.

 Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee

 snijtanden terwijl haasachtigen er vier hebben.

Historisch kwam het konijn enkel voor in Spanje en Portugal. Spanje heeft trouwens

 zijn naam te danken aan het konijn. Toen de Phoeniciërs rond de 11e eeuw vóór

 Christus Spanje bereikten, troffen ze daar massa’s konijnen aan (die onmiddellijk

 het hazenpad kozen natuurlijk).

 

Omdat de dieren erg leken op de voor hen beter bekende klipdassen,

gaven ze de streek de naam 'i-saphan-im', het land der klipdassen.

Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot 'Hispania'.

 

De Romeinen verspreidden en domesticeerden het dier in het grootste deel

van het Romeinse Rijk. Eerst werd het beestje gehouden voor het vlees en de vacht,

 later ook als gezelschapsdier.

De Romeinen hielden het konijn in parkjes met hoge muren.

 

 

 

 

 

 

 

Oppervlakkig lijkt een haas veel op een konijn, maar hij is groter, en heeft in

 verhouding grotere oren met zwarte punten op het einde, en langere ledematen.

Hierdoor kan hij mooi rechtop zitten. Als een konijn wegloopt, kun je de witte

 onderkant van de staart zien wippen. Bij de haas is enkel de bovenkant van de

 staart wit maar aangezien ze hun staart omlaag houden tijdens het lopen kun je

 enkel de donkere onderkant zien.

Ook beweegt een haas zich meer met sprongen voort dan een konijn.

De haas kwam oorspronkelijk voor in een omvangrijk deel van Europa,

met uitzondering van het grootste gedeelte van Spanje. Geen hazen te vinden

in het zuiden van Spanje, terwijl de konijnen oorspronkelijk van Spanje komen!

Mijn receptjes van hazenrug kan ik in Spanje verscheuren.

Goed ook, want ik kan dat toch niet bereiden.

 

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief,

 maar op warme zomerdagen is hij ook later op de ochtend en vroeger

op de avond al bij de pinken. Ik zou zelf een prima haas kunnen zijn!

Omdat hij geen hol heeft (excuseer even de uitdrukking), moet hij geweldig

op zijn hoede zijn voor loerend gevaar.

Zijn slaapje is zo licht, dat hij door ieder geluid of trilling van de bodem wordt

 gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten.

Een hazenslaapje dus.

Op de foto kan je ook al zien dat het een alert knaapje is.

 

 

 

 

Voorlopig kan ik geen hazenslaapje doen, want de groenten worden nu ongeduldig.

Een mix van kleurige paprika’s zullen de malse konijnenbillen alle eer aandoen.

 

 

 

 

Met de billen bloot kan zomaar niet, en een geurig laagje zal bescherming bieden

 tegen de warmte. Dat is de eerste stap voor het “gesmoord konijn met paprika”.

Aan de ingrediënten kan je overduidelijk zien dat het een mediterraan gerecht is.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g konijn in stukken

maak een mengsel van bloem, specerijen, kruiden en pezo

bloem

haal de stukken konijn hier zorgvuldig doorheen

harissa

verhit olie in een kleefpan en bak het beest aan alle kanten bruin

1 tl dijonmosterd

leg het konijn op een bord, en fruit in de pan 5’ de ui en de paprika

1 tl paprikapoeder (de la Vera)

voeg de tomaten, boeljon toe en breng aan de kook

2 lookteentjes

maak de saus op smaak af, met eventueel wat tabasco of peper

½ tl gedroogde dille

doe het konijn weer in de pan en schep de saus er over

pezo

smoor het konijn op een zacht vuur, 50 à 60’ tot het volledig gaar is

olijfolie

voeg de laatste 10’ de wijn toe

1 kleine ui in dunne ringen

 

½ kleine groene paprika

 

½ kleine gele paprika

 

½ kleine rode paprika

 

1 blik tomaten van 400g

 

1tl laurierpoeder

 

1 glaasje droge witte wijn

 

blokje kippenboeljon

 

 

 

Het vlees en de saus worden dus eerst afzonderlijk bereid, in dezefde pan.

Heel gemakkelijk en snel.

 

 

 

 

Het konijn mag nu bij de saus in de pan, en we gaan het vocht erover scheppen.

 

 

 

 

Terwijl het konijn zalig ligt te smoren, heb ik een uurtje de tijd om nog wat meer

 merkwaardige verschijnselen te lezen over konijnen en hazen.

Een eerste ding is, dat de tanden van een konijn altijd blijven groeien.

Dat zou ik voor mezelf ook wel willen. Een gekend probleem bij de tamme

konijnen is zelfs het bestaan van“olifantentanden”.

Het omgekeerde, een olifant met “konijnentanden”, is nog niet waargenomen.

 

Wat ik dan weer een minpunt vind aan een konijn is dat het zijn eigen uitwerpselen

 opeet. Echt waar, dit fenomeen heeft zelfs een Latijnse naam: coprofagie.

Gelukkig dat ik dit pas lees als het beest bijna gaar is.

Anders had ik wel tweemaal nagedacht, vooraleer deze bereiding te beginnen.

Het gesudderde beest is nu klaar voor consumptie, maar het schijnt dat een paar

 lookteentjes de mogelijke smaak van zelfverorberde keutels sterk maskeert.

 

Gelukkig zit dat al in het gerecht verwerkt.

De uitvinder van dit recept had zeker weet van dit keutelprobleem

en heeft het aroma en de smaak al aangepast.

 

 

 

 

De foto in het kookboek van dit gerecht ziet er zó uit.

 

 

 

En mijn gerechtje heeft een iets andere kleur, maar ik denk dat het verschil niet

 zozeer ligt in het kookresultaat, maar in de kwaliteit van de camera en de fotograaf.

Hoe dan ook, het is zeer lekker.

 

 

 

 

Ter afronding: in mijn woonplaats, Knokke-Heist, ter hoogte van het Zwin,

staat dit diertje opgesteld. De volksmond noemt het ‘het vliegende konijn’,

of nóg volkser in het plaatselijke dialect: 'het vliegend keun’.

Volgens mijn onbescheiden mening zien we hier een haas.

 

 

Maar wie ben ik?

Mijn naam is haas.

 

 

Bereid in België als variante op een recept van ‘Koken voor Twee’, pag.68.

 

 

Geschreven door grob om 18:06 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Een goede Schans behoeft geen krans

 

 

Voor de allerlaatste keer trekken we de stapschoenen aan, om even de Zaansche

 Schans te doorgronden. De naam klinkt stokoud, en alles hier is het ook.

Deze vreemde naam is ontleend aan de schans die de plaatselijke gouverneur, 

 in dienst van Willem van Oranje, in 1574 liet bouwen om zo de Spaanse troepen

 tegen te houden.

 

De Zaanse Schans behoort tot de stad Zaandam, en ligt aan de Zaan,

pal tegenover Zaandijk en naast de Julianabrug. Het is een bekende openlucht

attractie met jaarlijks ongeveer 900.000 bezoekers. Het loont zeer de moeite om

 daar eens een dag door te brengen, als je in de buurt van Amsterdam komt.

In de buurt liggen nog een aantal landelijke dorpen, met soms wel grappige namen: 

Assendelft, Koog aan de Zaan, Krommenie, West-Knollendam, Westzaan,

 Wormerveer en Zaandijk (hoofdplaats).

De Schans is een vrij groot complex, waar je vrij kan in rondwandelen. 

Een maquette aan de ingang geeft een overzicht.

 

 

 

 

 

 

 

De eurootjes die men vergaart uit toegangstickets voor parking, sommige musea

 en molens, worden opnieuw geïnvesteerd in het onderhoud van alle houten

 constructies die je op deze plaats kan bekijken en beleven.

We hebben niet de ganse dag, en maken dus een keuze.

Vermits we in Nederland zijn, lijkt het ons aangewezen om de plaatselijke

 klompenmakerij eens van dichtbij te bekijken.

Wooden Shoes for Dummies wordt het.

De kaasmakerij, tingieterij, distilleermuseum, kuiperij enzovoort is

voor de volgende keer.

 

 

 

 

 

Nederlanders maken al eeuwen klompen.

Waarom deze houten schoenen ontstaan zijn weet ik niet, maar hier zie je enkele

 voorbeelden van de antieke exemplaren, in hout natuurlijk, maar meestal met

 een lederen band om de voet goed vast te houden.

 

 

 

 

In de loop der tijden ontstonden er zelfs heel kunstzinnige exemplaren, met hier een

 paar voorbeelden. Deze hier hebben wat Oosterse invloeden, en in het midden

is er eentje met een vogelkop.

Dit waren natuurlijk klompen voor speciale gelegenheden.

 

 

 

 

 

Dit paartje hier is bedoeld voor export naar Japan.

Men is momenteel hardstikke bezig om klompen te ontwerpen, waarmee je 

op tsunamigolven kunt blijven boven drijven.

De zogenaamde TSK’s, ofte de Tsunami Surf Kickers.

 

 

 

 

Dit zijn de porklompen, met een lange scherpe punt vooraan, waarmee je iemand

efficiënt kan aanporren. Ook bekend onder de afkorting AAK, de Agressieve

 Aanporrings Klomp.

 

 

 

 

Tot de sportieve klompen behoren de RSW, de Roller Skate Woodies.

 

 

 

 

De gestroomlijnde sprint klomp, de zogezegde GSK, helpt houterige atleten

nieuwe persoonlijke records te vestigen.

 

 

 

 

Krijg je stippen over je lijf, draag dan gedurende vier dagen dag en nacht 

de MMK, de Medische Mazel Klomp, en deze houten

jongen slorpt als het ware al je stippen op.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. De BWO, de Bonte Wandelstok

Omkeerklomp, houdt je recht tijdens je meest vermoeiende uitstappen.

De BWO zelf staat niet recht, en is de enige die ondersteboven gebruikt wordt.

 

 

 

 

Zelfs een model op statief is voorhanden, niet te harden! Beter gekend als de KMK,

 de Kitscherige Molen Klomp. Deze kan je op je kast plaatsen, al dan niet binnenin

 voorzien van een vetplant, een Lievevrouwenbeeldje of ook te gebruiken als

 containertje  voor potloden, pennen en andere kantoorartikelen.

Je kunt hem desgewenst ook aan je voet zetten zoals een klassieke klomp,

maar als je ernstige valpartijen wil voorkomen, combineer hem dan met een BWO.

 

 

 

 

Deze man toont tot in het kleinste detail hoe (vroeger) klompen werden vervaardigd.

Elke dag gebruikt hij zijn reeks machines voor aanmaak van de houten schoenen.

 

 

 

 

En het resultaat is, dat er honderden tegen de muur hangen, en allemaal te koop.

 

 

 

 

De klassieke klomp heeft zelfs de perfecte vorm om te functioneren als ligbad!

Of als reddingsboot, na het stijgen van de oceanen door de klimaatveranderingen.

 

 

 

 

We hebben geluk vandaag! Het Klompenvrouwtje kruist ons pad.

Normaal mag je dan drie wensen doen,

maar vandaag heeft ze een dagje vrij.

 

 

 

 

Er staan zoveel verschillende molens in

deze omgeving, dat het onmogelijk wordt om ze

allemaal te tonen.

Je kunt ze beter rustig bekijken, als je wil, op deze websites:

 

www.zaanseschans.nl/

 

www.leukeuitjes.nl/zaanseschans.html

 

www.cheesefarms.com/nl/catharina/de-zaanse-schans/

 

De laatste website is die van kaasmakerij Willig, die ook hier een vaste stek heeft,

 en waaraan we eerder een bezoek brachten.

 

Er staat hier wel een grappig Zaansch minimolentje. Het staat niet op de

 achtergrond, zoals je misschien zou denken.

Ik sta er pal naast, en ben bijna even groot.

 

 

 

 

De Zaansche Schans is ook een aantal typische huisjes rijk, die er allemaal

 ongeveer uitzien zoals deze. Aan de overkant van de rivier ligt Zaandijk,

met ook weer gelijkaardige schattige houten huisjes.

 

 

 

 

Hier heb je een zicht op enkele van de molens, in een oneindige rij langs de rivier.

 

 

 

 

Dit is nogal een speciale, vind ik. Het is “De Gekroonde Poelenburg”,

een houtzaag-paltrokmolen. Niet meer voor dummies natuurlijk.

Hij heeft de voor een paltrokmolen typerende open achterkant,

zeggen de specialisten.

 

Om andere molens en de omgeving eens rustig te kunnen bekijken,

klik even op de link van dit herfstig Youtube filmpje:

 

www.youtube.com/watch?v=uhEYOLDov80

 

 

 

En hiermee eindigt onze uitstap naar Noorwegen.

Nu komt even wat tijd vrij om wat potten en pannen boven te halen.

Is dát lang geleden!

Tot binnenkort dan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 18:04 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Het ei valt niet ver van de kip*, en…

 

… het IJ ligt niet ver van het schip.

Dat is dan een dubbel doordenkertje (zie verder).

 

Dit stukje tekst gaat (nog) niet over een nieuw uitgetest eierenrecept,

maar (nog altijd) wel over de eindfase van het boottochtje naar Noorwegen.

 

*citaat van Roger Wastijn, mij verder onbekend, maar toch hoop ik dat hij dit leest.

 

Na het definitief verlaten van de Noorse wateren zetten we koers naar Amsterdam,

 altijd een leuke plaats om te verblijven. We pikken nog een schitterende

 zonsondergang mee, vanaf de boeg van de Opera.

 

 

 

Deze reddingsboei zullen we hopelijk ook niet meer nodig hebben.

 

 

 

In afwachting van de aankomst in Nederland probeer ik nog wat Euro’s te

 sprokkelen, maar de bollen willen niet voor mij rollen. 

Misschien is er teveel deining op zee, en rollen ze langs één kant.

 

 

 

 

Dan maar liever een spannend boek lezen in een malse zetel met een muziekje

op de achtergrond en een fris glas bier, in een of andere lounge. Het kan slechter.

 

 

 

 

Uiteindelijk komen we aan in Amsterdam. Het schip meert aan (op de foto) 

helemaal bovenaan rechts, naast het vierkante blokje.

Hier liggen we vlakbij de binnenstad, met alle grachtengordels binnen bereik.

 

 

 

Op de foto, genomen vanaf de Opera, is dat dan aan het grote stenen gebouw

 helemaal rechts in het midden van de foto.

 

 

 

Het schip ligt dus niet te ver van het IJ, tegen het “Muziekgebouw aan ’t IJ”.

 

 

 

 

 

Hoog tijd om de mastodont te verlaten en wat kan je beter doen, dan Amsterdam

te verkennen vanaf het water in een platte schuit?

Voor wie het nog niet gedaan heeft: het is en het blijft een aanrader.

Dertig jaar geleden heb ik hetzelfde al eens gedaan en er is intussen

hier niet veel aan veranderd. Aan mij wel daarentegen. 

 

 

 

 

Op vele plaatsen staan de statige herenhuizen nog altijd recht.

Wel zie je meer wagens dan toen, wat het stadsbeeld niet verfraait natuurlijk.

 

 

 

 

In de echte binnenstad drijven nog altijd massa’s woonboten, waarvan bij

sommigen de tuin groter is dan de woning: tuinboten als het ware.

 

 

 

We varen onder ontelbare bruggen, sommige wel breed genoeg, andere heel krap

 om het bootje er te kunnen doorwringen. Boven het water en de bruggen speelt zich

 intussen een andere wereld af.

 

 

 

Een kiekje van de prachtige Westertoren, met zijn voetjes bijna tot

in het water, mag zeker niet ontbreken.

 

 

 

Aan de kant zijn er heel wat gebouwen opgesmukt,

en de gezelligheid straalt er zo af. 

 

 

 

Er liggen natuurlijk ook grote hoeveelheden woonboten

met terras, voorzien van parasol en straatverlichting en al de andere poespas.

 

 

 

Als je in de buurt van Amsterdam komt, moet je niet alleen gaan varen

op de grachten, maar natuurlijk ook op zoek gaan naar de andere Hollandse

 typische dingen. Tulpen staan nu niet in bloei, wat blijft er dus over?

Kaas natuurlijk!

Met z’n allen met de bus op naar Edam en omstreken, de smakelijke bollen gaan

 bekijken en proeven!

We bezoeken de kaasmakerij Willig, de grote naam in de streek.

Het familiale bedrijf ligt achter het authentieke woonhuis.

 

 

 

De moederkoe “Bella”, waarmee alles begonnen is, is nu op rust gesteld,

en mag in de voortuin wat stoeien en ravotten. Bekijk even de ogen van dat beest.

Kom op zeg, zo worden je ogen pas als je een overdosis epo op hebt!

Een renner die zo in de Tour de France rondloopt, moet zelfs niet meer gaan

 plassen. Die mag zonder meer zijn valies nemen en naar huis gaan.

 

 

 

 

We gaan geen pellicule meer vuilmaken aan kaastroggen of gistingsprocessen.

Veel interessanter wordt het als we mogen poseren met

de enige echte Willige kaasvrouw, in voltooid ornaat.

 

 

 

Dit lijkt een doorsnee, niet doorgesneden Willige Hollandse kaasbol, maar in

werkelijkheid is het de achterkant van een tankwagen, al of niet gevuld met melk.

 

 

 

 

Als we terug in Amsterdam komen ligt het schip er gelukkig nog, maar niet

lang meer. Er hebben zich intussen al een paar woonbootjes definitief

tegenaan gevleid aan de zijkant. Die Hollanders zijn er wel snel bij.

Geen plaatsje blijft onbenut voor de Amsterdamse woonboten.

 

 

De zijbootjes worden met zachte hand even tot zinken gebracht,

en we verlaten definitief de haven van Amsterdam.

Nederlanders houden ontzettend veel van pontjes.

Hier zie je er twee, die onophoudelijk de rivier kruisen in de twee richtingen.

In België, zeker in Antwerpen, houdt men meer van bruggen, maar men

bouwt ze nooit. Misschien is dit een idee?

 

 

 

Voor het laatste deel van deze trip heb ik nog iets apart gehouden: een

 doordringend bezoek aan de Zaansche Schans, ook weer in de buurt van

 Amsterdam. Zeker de moeite waard, en dat is voor de volgende maal!

 Come and see next week!

 

Geschreven door grob om 16:51 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (11): op de A in Ǻlesund staat een rare punt

 

Ǻlesund, Norge. Ik weet niet hoe je die Ǻ moet uitspreken, of hoe ze daar is

 terechtgekomen, maar het zal me een worst wezen. Soms wordt de naam van de

 stad ook Aalesund geschreven. Ook vreemd. Feit is dat het een prachtige stad is,

 waar het cruiseschip probleemloos kan aanmeren vlak tegen het langgerekte

 centrum.

 

Op het wapenschild van de stad staat een vissersboot, die sterk doet denken aan

 een drakar of snek van de Vikings.

De vissen, afgebeeld onder de boot, wijzen er op dat hier een en ander om vis

 draait.

 

 

 

De stad situeert zich op een smalle strook, temidden van een wirwar van eilanden,

 schaars bevolkt, maar toch allemaal verbonden door bruggen en/of tunnels.

 

 

 

De havengeul is helemaal natuurlijk, en gaat diep in het eiland. Hierdoor kunnen 

de privé-bootjes aanmeren tot in het centrum van de stad. Cruiseschepen mogen

 aanleggen aan de zuidkant van het eiland, zoals te zien op de foto.

 

 

 

 

Je komt hier beter weg met een bootje dan met een auto, en deze foto illustreert dit

 onmiddellijk. De stad is gebouwd op de rand van de zee.

 

 

 

Een briesende ouwe motorboot, bemand door een macho, vertrekt naar het ruime

 sop en laat een spoor van opspattend schuim achter.

 

 

 

Even verder staat een bruingebrand meisje naast haar luxewagen.

De Noordkaap is hier blijkbaar al veraf.

 

 

 

Het lijkt wel (maar is het niet) een fotosessie, met de bruine speedboot al een eind

 op zee, en ook andere boten die dezelfde weg op gaan.

 

 

 

 

Deze vuurtoren, genoemd Molia Fyr, is hotelkamer 47 van hotel Brosundet,

waar je ook in 46 “normale” kamers kunt boeken.

En, als je me niet gelooft, kan je eens klikken op de volgende link: 

 

http://www.unusualhotelsoftheworld.com/MoljaLighthouse 

 

Het interieur van de hotelkamer is volledig rond en slechts drie meter in diameter.

De kamer omvat een slaapkamer boven en een badkamer beneden.

Het interieur is ontworpen door Snohetta, het meest bekende Noorse

 architectenbureau, dat ook het Ground Zero Museum mag ontwerpen in New York.

 Dat is wel iets ruimer.

Deze aparte kamer wordt bijna uitsluitend gereserveerd door pas gehuwden,

om de eerste huwelijksnacht door te brengen. Privacy verzekerd.

Mocht je ook eens willen reserveren, reken dan op een 550 € per nacht, taksen,

 parking, enzovoort niet inbegrepen. (zie de website). 

 

 

 

 

In de havengeul ligt het vol met kleurrijke bootjes.

Flanerende toeschouwers maken het straatbeeld compleet.

 

 

 

Links ligt een witte reddingsboot (voornamelijk bedoeld voor bruidegoms,

die mogelijk ’s nachts uit de vuurtoren springen), en aan de rechterkant zie je

een oranje loodsboot.

Het gebouwtje tussenin is een bushokje, maar dan voor boten.

Van hier kan je inschepen met het openbaar vervoer naar een reeks naburige

 eilanden. Anders dan bij ons.

 

 

 

 

We wandelen verder in de havengeul tussen antieke en ultramoderne boten.

Links is het Brosundet Gastehus, met 46 traditionele kamers, het moederhotel

van de vuurtoren.

 

 

 

De havengeul eindigt aan een brug, met een mooi uitzicht op de omgeving.

 

 

 

 

Alesund wordt door velen beschouwd als de mooiste stad van Noorwegen,

door zijn aparte ligging en de vele mooie gebouwen, in harmonie met elkaar.

 

 

 

 

 

Daar waar een brug beide stadsdelen verbindt, ligt een gezellig pleintje,

met zitbanken en iemand die haringen staat te pellen, veronderstel ik.

In de stad wonen ongeveer 40000 Noren. Sinds 1848 heeft Alesund stadsrechten. 

De volgende 50 jaar groeide de bevolking aan van 1200 naar 10000 zielen.

 

 

 

 

De aanwezigheid na 1860 van enorme scholen kabeljauw verklaart mede deze

 bevolkingsexplosie. De stad ontwikkelde zich tot een van de grootste 

vissershavens van Noorwegen en tot belangrijkste exporthaven van stokvis.

In 1904 zijn alle (houten) huizen verwoest door een brand.

Dat speelde zich af in de tijd van de Art Nouveau/Jugendstil.

De stad is dan helemaal in die stijl heropgebouwd.

Vandaar de unieke eenheid in bouwstijl.

 

 

 

 

Naast de al vermelde tragische gebeurtenis in Alesund 

is er nog een andere.

Het is vandaag de dag dat naar jaarlijkse gewoonte

bij mijn persoonlijke teller eentje wordt bijgezet.

Twee zessen aan elkaar is het verdict. Met mijn beperkte 

fysieke mogelijkheden kan ik voor de foto slechts één 

enkele zes aanduiden. Je kunt het resultaat trouwens al 

aan mij zien: mijn bovenste stuk is nog in orde, maar

door de hoge leeftijd zitten mijn benen al in de krimp.

Elk jaar vanaf nu meet ik één centimeter minder, 

hebben ze me gezegd.

 

 

 

 

Waarschijnlijk ga ik eindigen zoals een trol, met superkorte 

beentjes. Zoals deze hier.

Hopelijk worden mijn oren niet zo groot!

 

 

 

De wolken pakken zich samen boven Alesund.

Tijd om op te stappen.

De toeter van het schip laat zich nog eens horen, en weg zijn we.

 

 

 

 

Dit moet meteen het afscheid zijn van Noorwegen, maar als troost  wacht ons nog

 een stevig dessert: Amsterdam en omgeving.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (10): trip tot in Giske, met Søske en zonder Wiske

 

 We varen een eind verder naar het zuiden, tussen alweer een wirwar van eilanden

 en diepe fjorden, tot in Alesund.

 Een brede baai geeft toegang tot de binnenhaven en de stad.

 Voorlopig is het weer nogal zwaar bewolkt, maar daar komt verandering in.

 

 Alesund is de grootste vissershaven van Noorwegen. De stad is gebouwd op het

 schiereiland Yksnøya en ligt ook nog verspreid over enkel andere eilanden.

 Maar daar komen we op terug, want dadelijk na het ontschepen  is al een uitstap

 voorzien met een autocar naar enkele eilandjes in de buurt.

 

 

 

 

Op de satellietfoto zit de stad met 40000 inwoners onder de rode punaise. 

We bollen eerst naar een eiland in het noorden, met de welluidende naam Valderøy.

Klinkt als een naam van een romantisch kasteel in een VTM soap.

Dank zij de petrodollars, of liever de petrokronen  van Noorwegen, is alles met alles

 verbonden door een supermodern netwerk van onderzeese tunnels en/of bruggen.

Vanuit Valderøy kan men dus nog verder op vier wielen naar het noorden via een

 brug tot op het eiland Vigra (geen tikfout!).

Daar gaan we veiligheidshalve niet naartoe, maar wel later naar het eiland Giske,

 verbonden met Valderøy door twee stevig uit de kluiten gewassen bruggen.

 

 

 

 

We vertrekken dus vanuit Alesund en de bus duikt een smalle, maar splinternieuwe

 tunnel in.

Op de wegmarkering van de foto staat een kleine, maar ernstige schreiffout,

maar dat kan iedereen overkomen.

De meeste onderzeese tunnels in Noorwegen hebben maar één enkel rijvak,

om de uitgaven te beperken waarschijnlijk. Nochtans is dit niet onlogisch:

 uiteindelijk is er in deze tunnels héél weinig verkeer, en onderweg zijn er in de

 tunnel zelf uitwijkplaatsen op vaste afstanden.

Wie in de tunnel de lichten ziet verschijnen van een tegenligger, wijkt uit en stopt

 even aan de eerste nis aan de rechterkant,  en men laat de andere automobilist

 eerst voorbijrijden. 

 

 

 

 

Valderøy is vrijwel plat. Het enige gebouw dat enigszins uitsteekt,

is de plaatselijke vuurtoren. De toren is, op het topje na, volledig

opgetrokken uit hout. Beneden rechts is er een museumpje

en een winkeltje, maar dat laten we nu beter links liggen.

 

 

 

 

Als eerste van de groep beklimmen wij de steile trappen

tussen de verschillende verdiepingen met planken vloeren, waar wat

oude rommel en gereedschap staat.

Greta, sportief als ze is, bereikt als eerste de top en mag de metalen deur openen

om te genieten van het prachtig zicht.

 

 

 

 

Het oogsten is net gebeurd, en het resultaat is verpakt in plastic balen.

In Noorwegen noemt men deze witte producten 'tractoreieren 'of ook 'trollendrollen'.

 

 

 

 

Vlak in de buurt van de vuurtoren ligt een zandstrand, maar pootjebaders

of andere zonnekloppers behoren niet tot de aanwezigen.

 

 

 

 

Schitterend weer vandaag, en de vuurtoren werpt zijn schaduw vooruit.

In de schaduw van de kop zie je ongetwijfeld een aantal rode stippen.

 

 

 

 

Het is een kunstwerk, met als titel “Running Canoes”.

Een merkwaardig stuk is het, want elke avond worden

de kunststoelen binnen genomen, en ’s morgens

opnieuw in een andere volgorde buiten gezet.

Elke dag staat er dus in feite een ander kunstwerk.

Het is te koop.

 

 

 

 

Het is trouwens een van de weinige kunstwerken

met praktisch nut, want je kunt het ook gebruiken om te genieten

van het heerlijke landschap.

 

 

 

 

 Ook onze gids Søske, doet hier zijn dagelijkse turnoefeningen, omringd door het

 prachtige landschap. Ofwel tuurt hij de zee af, op zoek naar een glimp van Wiske.

 Wie zal het weten?

 

 

 

 

Intussen tracht ik een beetje orde te scheppen in de wirwar van tractoreieren.

Het bollen met de trollendrollen lukt me niet ten volle.

 

 

 

 

Tijd nu om over te steken naar het eiland Giske. We rijden van rechts naar links

over een brug, een eiland, en nog een brug. Giske is een eilandje, waar wat

aan landbouw gedaan wordt. Dat kan je goed zien op deze satellietfoto.

 

 

 

 

Noorwegen is het land van de boten. Bijna elke Noor heeft een boot(je).

Ook op dit eiland zijn er meer bootjes dan wagens.

Niettegenstaande de zeer kleine lokale populatie zie je op de satellietfoto toch

twee jachthavens aan de zuid- en oostkant van het eiland.

 

 

 

 

Hoewel zeer klein in aantal beschikken de Giskenaren over een merkwaardig

 kerkje, het “Giske Kyrkje”. Voor degenen die hier een communietje willen vieren,

 of een andere religieuze bezigheid willen uitvoeren, laat ik meteen het

 telefoonnummer achter.

 

 

 

  

Het kerkje, van een of andere protestantse strekking, is best gezellig.

Binnen worden we vergast door de plaatselijke gids, die vanaf de preekstoel

al de merkwaardigheden van Giske ontrafelt en onthult.

 

 

  

Helemaal rondom de kerk ontplooit zich het kerkhof, of is het dé kerkhof?

Nog een weetje, voor ik het vergeet. Nu we rond rijden op deze en andere eilandjes,

 maakt Søske er ons op attent, dat alle Noorse (houten) huizen vooraan wit zijn

 geschilderd en achteraan rood, of een andere kleur.

 Verklaring: witte verf was duurder dan rode, en iedereen wil een welstellende

 indruk maken op de voorbijgangers.

 

 

 

 

Nog een merkwaardig iets. Als je de namen leest op de grafzerken

van Giske kom je tot de vreemde conclusie dat de naam

van ten minste de helft van de bewoners luidt: 'Giske'.

Raar maar waar.

 

 

 

 

 

 Voor onze gids is deze bezigheid slechts een seizoensjob.

 In de winter doet hij totaal andere dingen. Dat omvat onder meer:

 rendieren verzorgen, sponsors zoeken voor geschenken, reisplannen ontwikkelen.

 Op 24 december rijdt hij de ganse nacht rond in de rendierenslee en met zijn

 roodwitte muts, om geschenkjes te bezorgen aan de brave kindjes.

 

 

 

 

 

Een andere merkwaardigheid op het Noorse platteland: veel daken zijn bedekt

met aarde. Na een tijd begint daar dan het onkruid welig op te tieren.

Hoe geraakt men daar van af? Men zet een geit op het dak.

Op deze foto is het nog niet gelukt. De geit nam een dag vrijaf.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 15:53 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (9): Tromsøya, eiland zonder strand

 

We varen stilaan naar het zuiden, tussen een wirwar van eilanden en diepe fjorden.

Er is een stop in Tromsøya. Het is een eiland zonder strand, maar dat is 

ook niet nodig, want het ligt nog circa 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel,

 dus zonnebaden is niet direct aan de orde.

Op de satellietfoto zit het onder de blauwe punaise.

 

 

 

Tromsø is de naam van de lokale stad, die voor een deel ook op het vasteland ligt.

 Het stadscentrum bevindt zich onder de blauwe punaise op volgende foto.

Vanuit deze stad vertrokken en vertrekken de meeste expedities naar de

 Noordpool en de Zuidpool.

Deze plaats ligt nagenoeg op 70° noorderbreedte, wat overeenkomt met de

 geografische breedte van Alaska en Siberië. Van eind november tot half januari

 heeft de stad te maken met de poolnacht, en het wordt dan nooit echt licht.

 

Tromsø is in het bezit van enkele merkwaardige records.

Het is de grootste stad van gans Scandinavië ten noorden van de poolcirkel,

en herbergt de meest noordelijke universiteit (gesticht in 1968), de meest

 noordelijke brouwerij en ook meest noordelijke kathedraal ter wereld.

De universiteit is vrij gespecialiseerd en omvat het Noorse Instituut voor

 Poolonderzoek en een instituut dat onderzoek naar het noorderlicht doet.

Aan de universiteit is een universitair ziekenhuis verbonden.

De stad leeft hoofdzakelijk van onderwijs en onderzoek, en de vangst en

export van vis en satelliettechnologie.

Tromsø is een dynamisch centrum, ingekapseld in een prachtig fjord- en

 berglandschap.

 

 

 

De tamelijk recent uitgebreide stad telt 63000 inwoners, waarvan ongeveer 50.000

 op het centrale eiland wonen. Met een oppervlakte van 2558 km²,

enerzijds gelegen op het Noorse vasteland, en daarenboven verspreid over

 meerdere eilanden, is de gemeente Tromsø een van de meest uitgestrekte

steden van Europa.

Na de oorlog groeide de stad snel. In 1960 verbond een brug Tromsø met

het vasteland.

De meer dan 1000 meter lange brug situeert zich op de foto hieronder,

direct rechts van de naamvermelding Tromsø.

Je kunt op de satellietbeelden zien dat het eiland ook nog verbonden is met

het vasteland (rechts) met een lange tunnel. Via een andere lange brug kan

je moeiteloos naar het eiland Kvaløya, aan de linkerkant. De Noren hebben

handig ingespeeld op de aanwezigheid  van de winning  petroleum op zee, en

een groot deel van de  inkomsten uitgegeven aan een fantastisch netwerk van 

bruggen en vooral tunnels over het ganse grondgebied. In Tromsø is sinds 1964

is het inwonersaantal verdubbeld, en op het eiland is ook een luchthaven gebouwd.

 

 

 

 

Met de kabelbaan kan men naar boven om te genieten van een prachtig panorama

 van de stad en de omgeving. Vanaf zeeniveau stijgt men direct naar een hoogte

 van 421 m, op de berg Storsteinen. Het panorama op de stad is fantastisch.

In de brug is in het midden een opening voorzien om supergrote schepen door te

 laten. Het witte driehoekje, net naast de brug aan de rechterkant, is de Arctische-

of IJszee kathedraal.

 

 

 

 

Boven op de toendraheuvel heb je een breed zicht op een reeks eilanden in

de buurt, die er een beetje wazig bijliggen, maar zorgen voor sfeervolle foto’s.

 

 

 

 

Honderd jaar geleden zag Tromsø er heel anders uit. Deze archieffoto toont ons

 een klassiek piepklein vissersdorpje, met een kerk en een verborgen haventje,

 midden in de prachtige natuur. Alleen enkele lokale vissers maakten de dienst uit.

Vandaag treft men in de stad meer dan honderd verschillende nationaliteiten aan.

Vooral dankzij de universiteit, die talloze uitwisselingsstudenten van over de hele

 wereld aantrekt.

Russen en Finnen zijn de belangrijkste minderheden (behalve andere

 Scandinaviërs).

 

 

 

Boven op de berg leeft nog een traditionele Lappenfamilie, en geen nep deze keer.

 De tenten zijn nog van het traditionele type, maar de materialen zijn aangepast,

en ze beschikken over gemotoriseerd vervoer.

 

 

 

 

Net als op andere plaatsen in de bergen staan overal piramiden van losse stenen,

 die wandelaars achterlaten als geluksbrenger. Dit is de laatste foto die ik hier kan

 nemen, want Greta is al tot de helft in het  Lappendrijfzand aan het verzinken,

en roept super dringend mijn hulp in voor een heldhaftige redding.

 

 

 

 

We hebben een jonge vrouwelijke Nederlandse gids ter onzer beschikking,

en een autocar om ons op het eiland rond te rijden. We bezoeken de univ,

het oude gezellige stadscentrum, en langs de kant van het vasteland gaan we een

 blik werpen, maar niet letterlijk, in de Arctic Cathedral.

 

 

 

 

Het is een prachtig maar eigenlijk sober gebouw, dat onmiddellijk alle aandacht

naar zich toe trekt als je er in de buurt komt. Ergens doet het me een beetje

denken aan het operagebouw van Sydney. Het moderne gebouw heeft

een glazen 35 meter hoge gevel, en werd in 1965 ingewijd.

 

 

 

 

Binnenin is er helemaal geen pracht en praal te zien, zoals wij

dat wel gewend zijn in de katholieke kathedralen. Alles is heel

minimalistisch, maar stijlvol opgebouwd. 

 

 

 

De structuur en lijnenspel van de orgelpijpen past perfect

bij de muren en de gewelven.

 

 

 

Aan de kant van het altaar staat een buitengewoon

gebrandschilderd glasraam. Het is 23 meter hoog

en heeft een oppervlakte van 140 m². Het bedekt de

gehele oostelijke wand van de kerk en weegt 140 ton.

 

 

 

 

We hebben een bijzonder goede gids, die het “warme” 

Nederland heeft ingeruild voor een vaste stek in Tromsø, 

en het hier best gezellig vindt.

Voor het laatste bezoek op het eiland brengt ze ons naar het 

Tromsø Museum. Dit staat onder meer in het teken van de Lappen.

In het begin van de twintigste eeuw is er een Noorwegisatie geweest van de

 Lappen, waarbij de taal en de cultuur moest verdwijnen, maar nu heeft men het

roer weer omgegooid. Een compleet overzicht van de (vorige) levenswijze en

 cultuur moet bewaard worden voor het Scandinavische nageslacht.

 

 

 

 

De Scandinavische bevolkingsgroep die bij ons bekend staat als Lappen, heet

 officieel “Saami”. Spreek uit sa-a-mi, zonder een letter “l” ergens in het midden.

Na een lange periode van verdrukking, laat deze groep zijn aanwezigheid opnieuw

 voelen. De meeste Samisch sprekende inwoners immigreerden naar Tromsø

 vanuit andere Samisch sprekende streken in het Noorden en Oosten van

 Scandinavië.

 

Het Tromsø Museum in het Volkspark houdt alle nuttige info bij over de

 natuurkundige en culturele geschiedenis van Noord-Noorwegen. Dat houdt ook in:

 uitgebreide informatie over het verleden en heden van de Saami.

Hier zie je de fameuze rode Lap, waar de stieren zo beducht voor zijn.

 

 

 

 

 

Dit is nog een ander huiselijk tafereel, met achteraan rechts een Lappenmand, en

 op de voorgrond een dronkenLap die niet meer recht geraakt. Links hangt een

 ketel aan een ketting. In Lapland krioelt het ook vandaag nog van de ketellappers.

 Senioren in onze streken kennen zeker nog de uitdrukking: “een Lap op de ketel

 zetten”. De ketel staat al klaar. Het is nu nog wachten op een Lap.

 

  

 

 

Deze transportabele Lappenwoning bevat de woonkamer, badkamer en

 slaapkamer(s). Enkel de keuken is buiten goed zichtbaar, onderaan rechts.

 

 

 

Lappen hebben geen koeien. De rendieren nemen die rol in de voedselketen over,

 maar tegelijk worden ze ook gebruikt als transportmiddel.

Vraag het maar aan de Kerstman.

 

 

 

In het museum worden ook tal van andere thema’s behandeld, zoals natuurbehoud,

 historische vondsten, religieuze aspecten enzovoort.

Teveel om op te noemen en te fotograferen.

 

 

 

 

Let nu goed op!

Op deze foto zie je rechts een gewone Lap, ditmaal in een houten tent.

De linker Lap daarentegen is een topLap.

Hoe ik dat weet? Hij werkt al met een laptop.

Ik vermoed zelfs dat de rechter Lap een zuipLap is, want hij houdt een verdachte

 container in zijn hand en hij zit daar zomaar doelloos te niksen met een warrige blik.

De linkse met zijn PC, is een uitgesproken laptop Lap.

Nochtans: het toetsenbord ziet er niet zo gesofisticeerd uit.

Hij gebruikt duidelijk nog geen top laptop.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 11:23 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (8): ook de Lappen kunnen zappen

 

We vertrekken met de bus, en worden vriendelijk en uitvoerig

uitgewuifd door een lokale King Crab.

Deze enorme beesten horen hier eigenlijk niet thuis, en zijn geen

krabbetjes om zonder handschoenen aan te pakken..

Traditioneel werden ze door de Russen in hun natuurlijke biotoop

gekweekt in Kamchatka, dan gevierendeeld en in blik gewrongen

voor de export. Toevallig waren er enkele exemplaren door de mazen

van het Russische net geglipt, en een tocht langs de noordelijke

kusten begonnen. Ze zijn nu al een eindje in Noorwegen geraakt

tot groot plezier van de plaatselijke gastronomen.

 

 

 

Onderweg zien we rendieren lopen. Let wel, ze zijn niet wild. Het zijn de gewone

 huisdieren van de Lappen. De meeste exemplaren zijn al zo verstandig niet door

 de toendra te rennen, maar verkiezen het comfortabele asfalt. Er zijn een zestal

 rendieren die niet alleen kunnen rennen, maar ook kunnen vliegen.

Die mogen dan mee met de Kerstman op zijn jaarlijkse sleetocht naar het zuiden.

 

 

 

 

Dit is geen omgekeerdelappenmand, maar een Lappentent.

We rijden inderdaad door Lapland, dat zich uitstrekt over het noorden van

 Noorwegen, Zweden en Finland.

De Lappen zijn in principe nomaden, die hun rendierentrek volgen.

Links en rechts zijn er wat dissidenten onder de Lappen, die  ter plaatse blijven.

 

 

 

 

Zoals deze hier. Alle bussen stoppen op deze plaats, zodat de toeristen 

een paar autochtonen van dichtbij  kunnen bekijken,

en hun actuele kennis van het Laps  kunnen testen.

 

 

 

 

Op het ogenblik dat de meeste toeristen de plaat poetsen,

terug naar de bus, krijgt deze Lap een inkomend gesprek

op zijn smartphone. Mij heeft hij niet kunnen verschalken,

en hij weet het, want hij kijkt net in mijn richting.

Gelukkig zijn de Lappen eerder vredelievend, want omdat

ik hem ontmasker, zou hij evengoed kunnen reageren

als een stier op een rode Lap.

 

 

 

 

Hieronder staat dezelfde foto, maar uitvergroot.

Eigenlijk probeert hij de toeristen voor het Lapje te houden,

door zogezegde middeleeuwse toestanden uit te beelden.

Je kunt goed zien dat hij zijn mobieltje tracht te verbergen in zijn hand,

terwijl hij volop een conversatie voert.

Niets is wat het lijkt, ook niet bij de Lappen.

Eén ding heb ik weer bijgeleerd: de Lappen kunnen al zappen.

 

 

 

 

Natuurlijk is deze Lap met tent en rendier slechts een lokmiddeltje, om de toeristen

 dichterbij te brengen, want er is vooral het toeristenwinkeltje, waar mama Lap

  volop in het zonnetje, haar waren aan de man brengt.

Hier promoot ze het allernieuwste model iPod.

 

 

We rijden verder na dit intermezzo. De route naar de

Noordkaap toe is zeer bizar en geeft de impressie

van een rauw poolgebied. De tolweg E69 door de toendra,

is smal en kronkelend, en gaat langs diepe afgronden.

De donkere, gegroefde leisteenrots rijst tot 300 meter

hoogte op uit de Noordelijke IJszee.

 

 

Op dit moment is het nog zonnig, waarbij de zon al laag begint te staan.

We zijn er bijna, maar boven de ultieme Nordkaap in de verte beginnen

de wolken zich op te stapelen.

 

 

 

 

Nog slechts een vijftal kilometer scheiden ons van de kaap, en de mist wordt stilaan

 dikker. Dat voorspelt weinig goeds.

 

 

 

We komen uiteindelijk aan op de parking van de Noordkaap, en er staan al

 tientallen autobussen, verspreid in de mist.

Dit Tourist Centre is een attractie op zichzelf.

Ook diegenen die de middernachtzon niet te zien krijgen kunnen hier

gedurende een paar uren merkwaardige dingen zien en doen.

De Noordkaaphal is bijna volledig uitgehouwen in de rotsen.

Er zijn restaurants, reusachtige souvenirwinkels en een postkantoor.

Je kunt afdalen naar een groot raam dat een fantastisch uit zicht op zee biedt.

Je kunt hier ook persoonlijk lid worden van de Koninklijke Noordkaap Club.

Vanuit de grote hal kan men via reusachtige deuren naar het ultieme rotspunt.

 

Het is een vreemd verschijnsel, maar sommige mensen voelen zich voor het eerst

 van hun leven de behoefte hun persoonlijke stempel achter te laten.

Ze krassen op de meest onmogelijke plaatsen hun naam in een rots.

Zelfs koning Chullongkorn van Thailand, liet zich in 1907 verleiden tot deze vorm

van graffiti. Hij liet zijn naam vereeuwigen op een rots die nu in het Thaise paviljoen

 in de Noordkaaphal te zien is. Een substantieel aandeel van de daar te

 bewonderen objecten bestaat uit de attributen waarmee prinses Maha Chakri

 Sirindhorn het paviljoen ter herinnering aan haar grootvader opende.

Vandaag is het op de kaap nogal wazig geworden.

Als je naar buiten kijkt zie je slechts enkele tientallen meter ver.

 

 

 

 

In de rotsen is er ook een unieke kerk.

De kleuren zijn fantastisch. Hier zie je het altaar.

 

 

 

 

Hier staan stoelen voor de gelovigen.

Het lijkt alsof er elke seconde ijspegels van

het plafond gaan vallen.

 

 

 

 

In de hal hangt een paneel met foto’s over het

fenomeen van de middernachtzon.

De middernachtzon schijnt hier, op 71º 10’ 21,

van 14 mei tot 29 juli, wat overigens niet wil zeggen dat zij dan ook

werkelijk te zien is. Hier bij de overgang van de IJszee naar de warmere

Golfstroom vormen zich vaak mistbanken. Als het in Honningsvåg mistig is,

kan het op de Noordkaap stralend weer zijn en ook omgekeerd.

Volgens de statistiek ziet maximaal 10% van de bezoekers de bloedrode

 middernachtzon, die hier om 0.21 uur haar laagste stand bereikt.

Onze toestand is dus normaal, want wij zijn bij de 90% mistkijkers.

 

 

 

 

 

Ik ga even buiten om een foto te nemen van dit ultieme monument in Europa.

Ik heb in mijn leven nog nooit zo’n kou gehad, en dat komt door de mist

en de ijzige wind vanaf de pool. Mijn vest is prima koudebestendig,

maar ik mis een paar warme handschoenen.

 

 

 

 

Er zijn verscheidene monumenten, maar ik vind ze niet

allemaal. Voor ik bevroren terug naar binnen ga, zie ik er

nog één, dat herinnert aan het bezoek van Louis Philippe

van Orleans in 1795.

 

 

 

 

Als ik nu terug naar binnen kijk, zie ik de reflectie van het

hoofdmonument in de ramen.

 

Het ijzeren hekwerk langs de rand van de rots, dat je ook op de foto ziet,

moet verhinderen dat toeristen, verblind door de laagstaande zon omlaag storten.

Vandaag is dat zeker niet het geval.

 

 

 

 

Greta heeft verkozen van de polaire kou niet te trotseren, en studeert volop, 

zelfs na middernacht, in een wetenschappelijk werk in een hoekje van de bar.

 

 

 

 

Ikzelf moet even bekomen van de poolkoude, in het illustere gezelschap van de

 Noorse Koning Oscar II, de eerste echte VIP bezoeker en promotor van de Noordkaap.

 

 

 

 

Als we achteraf met de bus enkele kilometer uit de kust zijn, is het weer zonnig.

De Lappen zullen tevreden zijn.

 

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:24 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (7): aan de Noordkaap groeit zelfs geen raap

 

"Welkom" zegt deze eenmalig vriendelijke trol.

 

 

We lopen toch nog even rond in het vissersplaatsje Honningsvåg.

Er is geen fluit te zien, maar het dorp is verbazend fotogeniek,

en intussen schaven we onze kennis van het Noors nog wat bij.

 

Hier staan we voor het gebouw van de plaatselijke radio

Kystverket (Kustwereld). Het is waarschijnlijk de enige

radio die de inwoners kunnen ontvangen in deze regio.

 

 

 

Op de parking van het dorpje staat een autocar uit Spanje,

meer bepaald uit Asturië. Die zijn wel even uit de richting.

Ik herken de afkomst eerst aan het soort nummerplaat,

ons welbekend.

 

 

 

 

In het commercieel centrum, als ik dat zoal mag noemen,

zijn in een minuscuul winkeltje huiden en geweien te koop van rendieren.

 

 

 

In deze streek leven nauwelijks vogels.

Logisch eigenlijk, bij gebrek aan bomen.

De meest voorkomende soort zijn papegaaiduikers.

Dit groepje is mooi komen poseren voor de foto.

 

 

 

 

We hebben zelfs een winkel gevonden uitgebaat door een West-Vlaming.

Vertaling: in deze koopjestijd verkoopt hij de helft van zijn waren aan halve prijs.

 

 

 

 

Wat in dit onooglijke plaatsje van 4000 inwoners vooral opvalt, is het aantal kerken

of bidhuizen, zoals dit hier.

 

 

 

 

Zelfs de Bap- en andere tisten hebben hier hun eigen religieuze omgeving.

 

 

 

En dan is er ook ook nog het mooie hoofdkerkje, dat op een heuveltje ligt.

 

 

 

De verklaring is natuurlijk dat de meeste inwoners enkel bezig zijn met visvangst.

Terwijl de mannen op de woeste zee de glimmende waterbeesten bovenhalen

bidden de vrouwen om de heren heelhuids te laten terugkeren.

Voor de vissers die het overleven, en uiteindelijk met pensioen mogen, is er dan

 ook een ‘welvaartsstation voor vissers’, de gepensioneerdenclub zeg maar.

 

 

 

 

Dit is het standbeeld voor Harald, de eerste grote Noorse visser.

Nog vóór de Noren vissers waren, stonden ze bekend als Vikings.

Er waren toen nog niet veel supermarkten, en om hun winkelwaar

aan te schaffen  gingen de Vikings wat plunderen in de zuidelijke

landen (want verder naar het noorden was natuurlijk niets eetbaars).

Toen ze ook in onze streken alles hadden meegenomen,

zijn ze naar Amerika gegaan om daar wat te shoppen.

Iedereen weet dat ze Colombus 500 jaar vóór waren, maar ze konden

niet schrijven door hun altijd bevroren vingers, en er zijn dus nog geen

tastbare bewijzen gevonden.

 

Een van die Vikings, Harald van Honningsvåg, zag hoe Amerikaanse

beren in de bergrivieren de zalm in de vlucht pakten.

Hij kwam op het idee om dat ook met zeevis uit te proberen, en met succes.

We zien hem hier vereeuwigd met zijn eerste buit, in de vlucht gepakt!

Sindsdien hebben de Noorse Vikings zich volledig toegelegd

op de visvangst, en ze lieten de Zuiderse landen met rust.

 

 

 

 

Soms loopt er al eens iets mis met een visser.

Gelukkig hebben ze hier voor alles de nodige voorzieningen, zoals deze

combinatie van ‘bloemenwinkel & begrafenisbureau’.

Alles in één.

 

 

 

 

Even een blik op de haven om te zien of de Opera er nog ligt. Sinds vorige week

op dit schip alle toiletten overstroomden, op drift in de Baltische Zee,

en de passagiers zich moesten behelpen met plastic zakjes

die ze in zee wierpen, doet er al een nieuwe naamsafkorting

de ronde voor de Opera: Onze P*s Eerst ‘R Af!

 

  

 

 

Greetje met haar pijnlijke rug komt nu toch aan wal ook

een fris poolluchtje scheppen, en zelfs de trol is er blij om.

 

 

 

 

 

 

Ik had hier helemaal niet meer op gerekend, en van verbazing

valt mijn mond open, en ook die van het hondje aan mijn zij.

 

 

 

Soms zijn er wilde massabetogingen in Honningsvåg.

De tienduizenden demonstranten worden dan op afstand

gehouden door machtige waterkanonnen die van op zee

kunnen opereren.

 

 

 

Vanavond maken we ons gereed om naar de Noordkaap te gaan.

Haasten is er niet bij, want het blijft nu continu licht tot begin augustus.

 

  

 

 

We gaan dus nog eerst even naar de kade, waar we ons

MSC bootje terugvinden. Door de minder goede weerklank

die MSC onlangs in de media heeft gekregen, gaan er

trouwens stemmen op om de naam te veranderen in

Motorloze Stinkbak Company.

 

  

 

 

Om aan het schip te komen moeten we maar een kleine avstand afleggen.

 

 

 

De avstand naar de Nordkapp is iets langer, zo’n 35 km.

Daarvoor gaan we dan toch maar liever in een autocar stappen.

Onderweg komen we welgeteld één kruispunt tegen. De E69 is zelfs een tolweg!

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 22:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (6): in Honningsvåg is het altijd dag

 

In het noordelijkste stukje van noord-Noorwegen ligt een eilandje met een grillige vorm.

Op dat barre stukje is er een klein vissersplaatsje met de naam Honningsvåg.

In de foto hieronder van Google Maps is er (aan de rechterkant) een rode punaise

 “A” geprikt, waar het stadje zich bevindt.

De kwaliteit van de satellietbeelden op deze plaats is trouwens (nog) niet optimaal.

Het is de enige bewoonde plaats van het eiland. De Noordkaap is vandaar

 bereikbaar met busvervoer, via de lichtbruine weg naar het noorden.

De weg loopt uiteraard dood aan de Noordkaap.

Het stadje is wel via een weg verbonden met het “zuiden” via een onderzeese

 tunnel.

  

 

 

Om in Honningsvåg te geraken moet de MSC Opera een ganse omweg maken

 langs het noorden, voorbij de Noordkaap, die we kunnen zien vanaf het schip.

De Noordkaap is het meest noordelijke punt van Europa. De ontdekker van de

 Kaap is de Engelsman Richard Chanceller die in de 16de eeuw om de Kaap voer.

De Noordkaap ligt op 71° 10’ 21” en bestaat uit de steile noordelijke heling van

 Magerøy.

 

 

 

Het kustplaatsje, met bijna uitsluitend visserijactiviteiten komt nu in zicht.

De (korte) zomer is nu hier, en de zee is helderblauw.

Prachtig beeld is dit, vanuit de zee!

Hier is de hoofdplaats van het eilandje Magerøy (het Magere Eiland) en het is

 de poort naar de Noordkaap, die op 34 km van Honningsvåg verwijderd is.

Dit vissersplaatsje heeft ca. 4000 inwoners. Hier wordt de gevangen vis gezout,

 gedroogd, ingevroren en tot meel verwerkt.

 

 

 

  

Sinds koning Oscar II in 1873 de Kaap bezocht, is deze een echte trekpleister

 geworden. Oscar moest, als alle bezoekers in die tijd, de Kaap per boot naderen

 vanuit het noorden en een klim maken van 307 meter. De eerste souvenirwinkel

 verkocht hier dan ook “Noordkaap” wandelstokken op de kade waar de boten

 aanmeerden. Bovenop de Kaap werd de dorstige klimmer beloond met

 Noordkaap-water. Dat het duur betaalde vocht helemaal niet van de Noordkaap

 kwam, want op het hele eiland Magerøy was geen bron, zullen de meesten niet

 gemerkt hebben.

 

Een (onbemande?) loodsboot komt een handje toesteken.

Nu ja, ze mogen wel iets terugdoen voor 100 000 € liggeld per dag.

 

 

 

De Opera legt aan in het kleine haventje, terwijl de zon zich duidelijk manifesteert.

Ze zal trouwens niet ondergaan nu en de volgende dagen.

De Opera is hier nog in goede doen.

 

P.S. Tijdens het schrijven van dit stukje lees ik vandaag 16 mei 2011, in de krant

 dat de MSC Opera op drift geslagen is in de Baltische Zee:

 

Quote De Standaard: “64 Belgen zitten vast op gestrand cruiseschip”

 

Op de Baltische Zee dobberde het cruiseschip de MSC Opera gisteren

 rond met motorpech. Onder de 2.000 passagiers ook 64 Belgen.

‘De elektriciteit viel uit, het eten is koud en toiletten stromen over’,

 vertelt Nederlander Henk Kolleman.

‘Precies een dobberende beerput.’

 

Zeg nooit meer dat een cruise geen avontuur kan zijn.

 

 

 

Het cruiseschip is aangemeerd, en iedereen maakt zich op om aan land te gaan.

Behalve Greta, want die heeft serieuze rugpijn.

Ze moet naar de dokter voor twee injecties.

Ik zal dus voorlopig alleen moeten filmen en foto’s nemen.

 

 

 

 

Het dorpje wordt beschermd door een reeks houten balustrades,

die de winterse sneeuw moeten afstoppen.

  

 

 

 

Er liggen slechts twee boten van respectabele afmetingen in het haventje.

Deze hier heeft toch niet zoveel plaats nodig als de onze. Naast de aanlegsteigers

 voor de “groten” is er niet veel ruimte meer over voor de lokale “kleintjes”.

 

 

 

 

Vanuit de kajuit hebben we een mooi uitgestrekt zicht over de zee, de haven,

en de omringende eilanden.

 

 

 

 

De andere grote schuit is er een van de Noorse maatschappij Hurtigruten,

die continu zijn schepen laat pendelen langs de volledige Noorse kust.

Zowel vracht als passagiers worden continu vervoerd over het duizenden kilometer

 lange traject.

Het zijn hop-on hop-off boten, die je kunt nemen zoals een autobus bij ons.

 

 

 

 

Het haventje is een oase van rust.

Geen enkele visser of andere inwoner vertoont zich langs het heldere

diepblauwe water.

 

 

 

Kleurige bootjes liggen kriskras door elkaar, zonder enige levende ziel.

Het lijkt hier een ghost town uit de Far West.

 

 

 

Alles wat je hier ziet is gemaakt uit hout.

De Noren hebben waarschijnlijk geen baksteen in hun maag, zoals Belgen,

maar een boomstronk.

 

 

 

De huisjes zijn veelkleurig, en hebben kleine, meestal vierkante ramen,

om de koude buiten te houden in de donkere winter.

 

 

 

 

Sportieve toeristen komen hier zeker aan hun trekken, zowel op het land als op zee.

Voor ónder het zeeoppervlak heeft men voorlopig niets voorzien.

Misschien nogal frisse toestanden.

 

 

 

 

Het haventje heeft een grillige vorm, waarbij de houten havengebouwen vlak tegen

 of zelfs boven de zee staan. Er rond zijn er grasperken en onzichtbare bloemen.

Als je te voet de havenomtrek volledig wil verkennen, dan moet je niet bang zijn

van enkele extra hectometers.

 

 

 

De twee grote schepen liggen te blaken in een heerlijk zonnetje, met op de

 achtergrond de bergen, waarop de sneeuw nog niet volledig gesmolten is.

 

 

 

 

Op de voorgrond zie je een speeltuin, en enkele huisjes die elkaar proberen

op te warmen. Sommige van deze woningen ga je binnen via een tuinhuisje.

De reden hiervoor is me totaal onbekend, en er is geen kat om het aan te vragen.

 

Op de foto is duidelijk dat de Opera het grootste en hoogste gebouw

van het eiland is.

 

 

 

 

 

Zelfs aan een hotel is gedacht, en als je erheen wilt, dan kan je nu al

de coördinaten invullen in je GPS.

 

 

 

Om de toeristen te plezieren is er ook een Noordkaap museum.

Ook hier is geen Noorse kat te zien. Intussen begint mijn Noors op punt te komen.

 Wat schrijft men hier bijvoorbeeld?

 

“de Noordkaap, aan de buitenkant (ytterkant) van de wereld (verden)”.

Zo gemakkelijk dat Noors!

 

 

 

Volgende episode staat onder meer de trip naar de Noordkaap op het programma.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Cotignac

Momenteel ziijn we in het Zuidoosten van Frankrijk, in de Var.

We mochten blijven logeren bij vrienden, die in Cotignac wonen.

Het weer is prachtig, en vanavond is er een BBQ.

Ik krijg de eer om de aardappele te schillen en te snijden voor de frieten.

In Spanje hebben we gelogeerd in Valencia en in Roses.

Morgen vertrekken we en gaan we naar Nancy (de stad bedoel ik)

Groetjes

GroB

 

 

Geschreven door grob om 16:08 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (5): dwars door de poolcirkel

 

We verlaten de indrukwekkende Geiranger fjord, en we stevenen terug richting zee.

Eigenlijk hebben we de Noordzee voorlopig gehad en klieft het schip door de Noorse zee.

Het scheelt slechts een paar lettertjes, maar de omgeving is helemaal anders.

Neem nu maar de temperatuur, die met momenten fris uit de hoek komt.

Voorlopig is het gedaan met zonnebaden op de dekken.

 

 

 

 

De volgende bestemming is Honningsvåg. De afstand van Geiranger tot Honningsvåg

is rond de 800 zeemijlen. Dat betekent een ganse dag op zee.

Hieronder duidt een oranje punaise “A” de bestemming aan. Zoals je op de kaart

 kan zien ligt het plaatsje helemaal op het noordelijke topje van Europa.

Enkele centimeters naar rechts van de punaise ligt Moermansk, de strategische

 maritieme haven van het Russische leger.

Links in het midden ligt IJsland en de witte ijsmassa helemaal aan de linkerkant

is een stuk van Groenland. Als we hier ooit nog terugkomen is Groenland

 waarschijnlijk echt een groen land geworden door het afsmelten van de ijskap.

 

 

 

 

De MSC Opera heeft heel vandaag wat werk voor de boeg.

Ik krijg zelfs de indruk dat de schouw er scheef van gezakt is.

 

 

 

Op weg naar het noorden varen we heel de tijd langs de Lofoten eilanden,

een oneindig langgerekte sliert aan de oostkant van het schip.

 

 

 

Eén enkele gekke zeebonk denkt dat het zomer is, en trotseert blindelings

de forse zeewinden van op de achterplecht.

 

 

Vandaag hebben we de tijd om ons Noors wat aan te scherpen.

Het taaltje dat men spreekt in “Norge” is niet zo moeilijk.

Eerste voorbeeld: dit opschrift op een WC-deur.

Vertaling: ‘hoogste passagiersaantal 27’.

 

 

 

Of dit voorbeeld: ‘Hier is het rookvrij’. Eerst dacht ik nog dat het betekende

(en ik baseerde me op het logo): ‘hier heeft men gerookte friet’, maar dat was fout.

Vandaar dat ik het Noors maar heb opgegeven. Trouwens, er zijn zelfs minder

 Noren op de wereld dan Vlamingen. Ze mogen hun taal houden.

 

 

 

 

Terwijl de Lofoten aan de rechterkant blijven voorbijschuiven, zijn er intussen

een paar dingen gebeurd.

Ik heb een Nederlandstalige krant besteld, waarvan de artikels binnenkomen

via een satellietverbinding, en die dan op het schip wordt afgedrukt. Greta gaat

naar de WiFi-ruimte, maar haar internetverbinding wil niet lukken.

Waarschijnlijk is men te druk bezig met het binnenhalen van mijn krant.

Alles heeft zo zijn prioriteit.

 

 

 

 

Minder goed nieuws is dat Greta pijn krijgt in haar rug.

Waarschijnlijk door het manipuleren van een tegenstribbelende valies.

 

Sommige bergen op de Lofoten liggen er ijzig en ijzingwekkend bij.

Op de kustlijn zie je met moeite hier en daar enkele gegroepeerde vissershuisjes

 staan, een verzameling die men nauwelijks een dorpje kan noemen.

 

 

 

Op deze plaats ongeveer wordt via de intercom aangekondigd dat we de poolcirkel

 passeren. Een aantal mensen spurt na deze mededeling naar buiten, het dek op,

 waarschijnlijk om de poolcirkel te kunnen zien. Grappig natuurlijk.

 

 

 

 

Nog een aparte gebeurtenis: onze tafelgenoten Rik en Rita worden per ongeluk

(of per geluk) beschouwd als een pas gehuwd stel, Just Married, hoewel het

 gewoon papa en dochter is. Door deze administratieve vergissing werden ze

in hun kajuit vergast op een gepaste attentie: een reuze fruitkorf en een fles Cava.

 

 

 

 

 

Deze onverwachte Honeymooners verwelkomen ons op deze lekkernijen en

de fles bubbels, waardoor we op een van de achterdekken kunnen toosten

op de weergaloze doorbraak van de poolcirkel.

 

 

 

In de namiddag gaan we naar de medische dienst, waar Greta enkele injecties

 "krijgt" van een Servische dokter, tegen de rugpijn.

Zonder twijfel een paardenmiddel, want er moet nog een extra injectie bij om

maagpijn te voorkomen.

 

Achteraf zaten we met een klein raadsel toen de paperassen voor de

 ziekteverzekering moesten worden ingevuld: de eerste vraag was natuurlijk:

in welk land heeft het letsel zich voorgedaan?  Niet gemakkelijk, want we waren

in internationale wateren, toen de pijn zich eerst manifesteerde.

 

De rest van de namiddag blijven we lekker binnen.

 

 

 

 

’s Avonds is er een galadiner. Alle keukenpieten en –pietjes worden opgetrommeld,

  en mogen zich eens tonen aan de passagiers.

 

 

 

 

 

 

Ook de dozijnen kelners hebben hun zondagse pakje aan en staan er blijmoedig bij.

 

 

 

 

Het diner is grandioos en sluit af met een geflambeerde Omelet Sibérienne. 

Omelet Sibérienne is eveneens gekend onder de naam Baked Alaska, en is een

 ijsgerecht dat meestal als dessert wordt gegeten.

Het bestaat uit een met plakken cake bedekt stuk vanille-ijs, maar andere soorten

 ijs zijn ook mogelijk.

Daaromheen zit een dikke laag opgeklopt eiwit dat met rum (of een sterke likeur)

 wordt besprenkeld. Het gerecht wordt enkele minuten onder de grill gezet, 

totdat het eiwit een geelbruinachtig korstje heeft gekregen.

 

Soms, zoals hier, wordt rum gegoten in de halve schelp van een ei, die dan wordt

 geflambeerd bij het opdienen.

Hier en nu doet men bij het aanrukken van tientallen

 van deze brandende omeletten (voor de show)

alle lichten uit, wat een apocalyptisch effect heeft.

 

 

 

 

De laatste loodjes en cocktails wegen het zwaarst.

En een eeuwige vriendschap is geboren.

 

 

 

We gaan slapen als de zon ondergaat. De zon gaat hier en nu onder om 00.00 uur.

Ze komt terug te voorschijn om 02.40 uur, maar we hebben besloten van dan 

nog niet op te staan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (4): de sneeuwvanger van Geiranger

 

 

Geiranger is een ietsepietsie dorpje aan het einde van waarschijnlijk de mooiste fjord ter wereld.

Op de kaart hierbij zie je links onderaan Schotland, en helemaal onderaan 

het meest noordelijke deel van Denemarken, waar de Noordzee overvloeit

in de Baltische zee via het Kattegat.

De Geirangerfjord dringt héél diep het land in, op de  hoogte van de Far Oer eilanden (helemaal bovenaan links).

Geiranger ligt midden bovenaan onder de rode punaise ‘A’ op deze kaart.

 

 

 

 

De aankomst in Geiranger is voorzien om acht uur ’s morgens, maar (niet volgens mijn gewoonte) sta ik al op

om 6u30, als we de fameuze ‘Seven Sisters’  watervallen passeren.

In 2005 is deze Geirangerfjord toegevoegd aan Unesco’s werelderfgoed lijst.

 

 

 

 

Ik ben trouwens niet alleen om midden in de nacht op te staan.

Hoewel stilaan van geen nacht meer sprake is, want echt donker wordt het

niet meer. De diverse watervallen doen hun ding aan beide zijden van de fjord,

 maar dat kan je natuurlijk niet in één foto vatten. Men kan van op het schip de

 waterspetters voelen. Verbazend hoe een schip met een zo grote diepgang als dit,

 tamelijk vlot door zo een smalle doorgang kan manoeuvreren.

 

 

 

 

Om 8u15 nemen we het ontbijt, en intussen wordt aan de lokale autoriteiten de

 toestemming gevraagd om te ontschepen.

Er is geen kade voor cruiseschepen, dus gebeurt het ontschepen met de oranje

 reddingssloepen, de zogenaamde tenders.

We maken een uitstap met een autocar naar het hoogste punt vlak in de buurt,

maar wel op 1500 meter hoogte gelegen.

Onderweg is er nog een stop voorzien op 1030 meter boven de waterspiegel.

Hoewel we inwendig al goed gevuld zijn, krijgen we nog een extra ontbijt in deze

 blokhut, onder de vorm van koffie en cake.

 

 

 

 

Deze refuge deed al dienst in de jaren stillekes.

Getuigen zijn hierbij foto’s van een eeuw geleden, met auto’s uit de oude doos.

Let nu even goed op de achtergrond, met een bevroren meer en sneeuwplakken 

tegen de bergwanden, in een bepaald patroon.

 

 

 

 

Op deze actuele foto zie je, naast de allochtoon, hetzelfde meer met dezelfde

 ijsschotsen en nog altijd hetzelfde sneeuwpatroon tegen de bergflanken.

Heel merkwaardig!

 

 

 

 

Even verder en hoger staat een wagen met een panorama kijkende toerist,

die ook al lange tijd onderweg lijkt te zijn.

 

 

 

 

De weg slingert steil omhoog, en de bus neemt de ene haarspeldbocht na de

 andere, temidden van een spinnenweb van kleine rivieren, gevuld met water

en sneeuw.

We zijn al lang boven de boomgrens, en alleen wat schraal gras en mos kunnen

het hier nog met moeite uithouden.

 

 

 

 

De top van de berg Dalsnibba ligt op 1500 meter. Tot ieders verbazing ligt hier

een ultramoderne shop en andere punten van interesse.

Er is zelfs een muziekkiosk, waar elke zondagmorgen de fanfare van Geiranger

 Noorse volksliederen komt spelen.

 

 

 

 

Van hieruit hebben we een prachtig zicht op de omringende bergen en op de

plaats waar de fjord ten einde loopt. Het uitzicht is adembenemend en onvergetelijk. 

De waterlijn is in vogelvlucht op vrij korte afstand, en toch staan we op 1500 meter.

 

 

 

 

 

Het landschap is apocalyptisch en er staat een strakke wind. Overal liggen losse

 stenen en stukken rots, en het is een traditie dat op de bergtop elke bezoeker

een steen bovenop een andere plaatst. Kijk maar naar al die hoopjes stenen.

Ik sta hier met een sneeuwbal in mijn hand. Dat is zo lang geleden dat ik het me

niet meer kan herinneren. Waarschijnlijk was de laatste keer in de Sierra Nevada.

 

 

 

 

De toeristen die hier honderd jaar geleden waren, hebben de traditie van het

stenen leggen al ingezet.

Hier zie je trouwens een historisch document van hoe het allemaal begonnen is.

 

 

 

 

In de bus hebben we onze Italiaanse doorwinterde en doorzomerde gids(e) Diana,

 die exclusief met ons op de foto wil.

Zij verkiest hier elk jaar de ijskoude zomerwind te trotseren, liever dan van lasagne

te smullen bij haar zuiderse mama. Elk wat wils natuurlijk.

 

 

 

 

Na het stillen van onze visuele honger rijden we terug naar beneden, waar we

nog een stop maken op een plaats die al een stuk warmer en comfortabeler is.

Intussen liggen er al vier cruiseschepen in de baai van Geiranger.

Ze zijn stuk voor stuk veruit de hoogste gebouwen in en rond het dorp.

 

 

 

 

 

Van Seniorennet zijn er ongeveer een 120-tal deelnemers aan de cruise.

De Photoshop groep is vertegenwoordigd door drie leden, die je hier samen ziet.

Het is niet de kwantiteit die telt, maar de kwantiteit natuurlijk.

 

 

 

 

Beneden in het dorp zijn enkele aangename shops, waar Greta een trol bedankt

die voor haar de deur open houdt.

 

 

 

 

In een van de winkels loopt nog een authentieke Noorse

Viking rond. Hij ziet er al bij al niet al te gevaarlijk uit.

 

 

 

 

Iedereen die van boord was wordt langzamerhand opgehaald

door de oranje tenderboten. Wijzelf nemen de laatste boot en zien de andere

schuiten intussen achter elkaar in een rijtje naar de Opera varen.

 

 

 

 

Iedereen is waarschijnlijk aan boord, en we verlaten Geiranger, met op de

 achtergrond de bergtop waar we kortgeleden nog boven stonden.

 

 

 

 

We hebben nu een lang stuk (letterlijk) voor de boeg, recht naar het uiterste

 noorden.

Intussen genieten we nadrukkelijk van de natuur, als we niet in een bar zitten.

 

Dit hier is slechts een kleine selectie van foto’s. Wens je er meer te zien, klik dan:

 

 

En scroll naar beneden naar “Reizen en vakantie”>Europa>Noorwegen.

Klik op “Galerij” en je ziet al de foto’s die je wilt.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten