Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Noorwegen (9): Tromsøya, eiland zonder strand

 

We varen stilaan naar het zuiden, tussen een wirwar van eilanden en diepe fjorden.

Er is een stop in Tromsøya. Het is een eiland zonder strand, maar dat is 

ook niet nodig, want het ligt nog circa 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel,

 dus zonnebaden is niet direct aan de orde.

Op de satellietfoto zit het onder de blauwe punaise.

 

 

 

Tromsø is de naam van de lokale stad, die voor een deel ook op het vasteland ligt.

 Het stadscentrum bevindt zich onder de blauwe punaise op volgende foto.

Vanuit deze stad vertrokken en vertrekken de meeste expedities naar de

 Noordpool en de Zuidpool.

Deze plaats ligt nagenoeg op 70° noorderbreedte, wat overeenkomt met de

 geografische breedte van Alaska en Siberië. Van eind november tot half januari

 heeft de stad te maken met de poolnacht, en het wordt dan nooit echt licht.

 

Tromsø is in het bezit van enkele merkwaardige records.

Het is de grootste stad van gans Scandinavië ten noorden van de poolcirkel,

en herbergt de meest noordelijke universiteit (gesticht in 1968), de meest

 noordelijke brouwerij en ook meest noordelijke kathedraal ter wereld.

De universiteit is vrij gespecialiseerd en omvat het Noorse Instituut voor

 Poolonderzoek en een instituut dat onderzoek naar het noorderlicht doet.

Aan de universiteit is een universitair ziekenhuis verbonden.

De stad leeft hoofdzakelijk van onderwijs en onderzoek, en de vangst en

export van vis en satelliettechnologie.

Tromsø is een dynamisch centrum, ingekapseld in een prachtig fjord- en

 berglandschap.

 

 

 

De tamelijk recent uitgebreide stad telt 63000 inwoners, waarvan ongeveer 50.000

 op het centrale eiland wonen. Met een oppervlakte van 2558 km²,

enerzijds gelegen op het Noorse vasteland, en daarenboven verspreid over

 meerdere eilanden, is de gemeente Tromsø een van de meest uitgestrekte

steden van Europa.

Na de oorlog groeide de stad snel. In 1960 verbond een brug Tromsø met

het vasteland.

De meer dan 1000 meter lange brug situeert zich op de foto hieronder,

direct rechts van de naamvermelding Tromsø.

Je kunt op de satellietbeelden zien dat het eiland ook nog verbonden is met

het vasteland (rechts) met een lange tunnel. Via een andere lange brug kan

je moeiteloos naar het eiland Kvaløya, aan de linkerkant. De Noren hebben

handig ingespeeld op de aanwezigheid  van de winning  petroleum op zee, en

een groot deel van de  inkomsten uitgegeven aan een fantastisch netwerk van 

bruggen en vooral tunnels over het ganse grondgebied. In Tromsø is sinds 1964

is het inwonersaantal verdubbeld, en op het eiland is ook een luchthaven gebouwd.

 

 

 

 

Met de kabelbaan kan men naar boven om te genieten van een prachtig panorama

 van de stad en de omgeving. Vanaf zeeniveau stijgt men direct naar een hoogte

 van 421 m, op de berg Storsteinen. Het panorama op de stad is fantastisch.

In de brug is in het midden een opening voorzien om supergrote schepen door te

 laten. Het witte driehoekje, net naast de brug aan de rechterkant, is de Arctische-

of IJszee kathedraal.

 

 

 

 

Boven op de toendraheuvel heb je een breed zicht op een reeks eilanden in

de buurt, die er een beetje wazig bijliggen, maar zorgen voor sfeervolle foto’s.

 

 

 

 

Honderd jaar geleden zag Tromsø er heel anders uit. Deze archieffoto toont ons

 een klassiek piepklein vissersdorpje, met een kerk en een verborgen haventje,

 midden in de prachtige natuur. Alleen enkele lokale vissers maakten de dienst uit.

Vandaag treft men in de stad meer dan honderd verschillende nationaliteiten aan.

Vooral dankzij de universiteit, die talloze uitwisselingsstudenten van over de hele

 wereld aantrekt.

Russen en Finnen zijn de belangrijkste minderheden (behalve andere

 Scandinaviërs).

 

 

 

Boven op de berg leeft nog een traditionele Lappenfamilie, en geen nep deze keer.

 De tenten zijn nog van het traditionele type, maar de materialen zijn aangepast,

en ze beschikken over gemotoriseerd vervoer.

 

 

 

 

Net als op andere plaatsen in de bergen staan overal piramiden van losse stenen,

 die wandelaars achterlaten als geluksbrenger. Dit is de laatste foto die ik hier kan

 nemen, want Greta is al tot de helft in het  Lappendrijfzand aan het verzinken,

en roept super dringend mijn hulp in voor een heldhaftige redding.

 

 

 

 

We hebben een jonge vrouwelijke Nederlandse gids ter onzer beschikking,

en een autocar om ons op het eiland rond te rijden. We bezoeken de univ,

het oude gezellige stadscentrum, en langs de kant van het vasteland gaan we een

 blik werpen, maar niet letterlijk, in de Arctic Cathedral.

 

 

 

 

Het is een prachtig maar eigenlijk sober gebouw, dat onmiddellijk alle aandacht

naar zich toe trekt als je er in de buurt komt. Ergens doet het me een beetje

denken aan het operagebouw van Sydney. Het moderne gebouw heeft

een glazen 35 meter hoge gevel, en werd in 1965 ingewijd.

 

 

 

 

Binnenin is er helemaal geen pracht en praal te zien, zoals wij

dat wel gewend zijn in de katholieke kathedralen. Alles is heel

minimalistisch, maar stijlvol opgebouwd. 

 

 

 

De structuur en lijnenspel van de orgelpijpen past perfect

bij de muren en de gewelven.

 

 

 

Aan de kant van het altaar staat een buitengewoon

gebrandschilderd glasraam. Het is 23 meter hoog

en heeft een oppervlakte van 140 m². Het bedekt de

gehele oostelijke wand van de kerk en weegt 140 ton.

 

 

 

 

We hebben een bijzonder goede gids, die het “warme” 

Nederland heeft ingeruild voor een vaste stek in Tromsø, 

en het hier best gezellig vindt.

Voor het laatste bezoek op het eiland brengt ze ons naar het 

Tromsø Museum. Dit staat onder meer in het teken van de Lappen.

In het begin van de twintigste eeuw is er een Noorwegisatie geweest van de

 Lappen, waarbij de taal en de cultuur moest verdwijnen, maar nu heeft men het

roer weer omgegooid. Een compleet overzicht van de (vorige) levenswijze en

 cultuur moet bewaard worden voor het Scandinavische nageslacht.

 

 

 

 

De Scandinavische bevolkingsgroep die bij ons bekend staat als Lappen, heet

 officieel “Saami”. Spreek uit sa-a-mi, zonder een letter “l” ergens in het midden.

Na een lange periode van verdrukking, laat deze groep zijn aanwezigheid opnieuw

 voelen. De meeste Samisch sprekende inwoners immigreerden naar Tromsø

 vanuit andere Samisch sprekende streken in het Noorden en Oosten van

 Scandinavië.

 

Het Tromsø Museum in het Volkspark houdt alle nuttige info bij over de

 natuurkundige en culturele geschiedenis van Noord-Noorwegen. Dat houdt ook in:

 uitgebreide informatie over het verleden en heden van de Saami.

Hier zie je de fameuze rode Lap, waar de stieren zo beducht voor zijn.

 

 

 

 

 

Dit is nog een ander huiselijk tafereel, met achteraan rechts een Lappenmand, en

 op de voorgrond een dronkenLap die niet meer recht geraakt. Links hangt een

 ketel aan een ketting. In Lapland krioelt het ook vandaag nog van de ketellappers.

 Senioren in onze streken kennen zeker nog de uitdrukking: “een Lap op de ketel

 zetten”. De ketel staat al klaar. Het is nu nog wachten op een Lap.

 

  

 

 

Deze transportabele Lappenwoning bevat de woonkamer, badkamer en

 slaapkamer(s). Enkel de keuken is buiten goed zichtbaar, onderaan rechts.

 

 

 

Lappen hebben geen koeien. De rendieren nemen die rol in de voedselketen over,

 maar tegelijk worden ze ook gebruikt als transportmiddel.

Vraag het maar aan de Kerstman.

 

 

 

In het museum worden ook tal van andere thema’s behandeld, zoals natuurbehoud,

 historische vondsten, religieuze aspecten enzovoort.

Teveel om op te noemen en te fotograferen.

 

 

 

 

Let nu goed op!

Op deze foto zie je rechts een gewone Lap, ditmaal in een houten tent.

De linker Lap daarentegen is een topLap.

Hoe ik dat weet? Hij werkt al met een laptop.

Ik vermoed zelfs dat de rechter Lap een zuipLap is, want hij houdt een verdachte

 container in zijn hand en hij zit daar zomaar doelloos te niksen met een warrige blik.

De linkse met zijn PC, is een uitgesproken laptop Lap.

Nochtans: het toetsenbord ziet er niet zo gesofisticeerd uit.

Hij gebruikt duidelijk nog geen top laptop.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 11:23 Stuur door Reageer op dit bericht

2 reacties op dit bericht

WILLY17 juni 2011 om 21:28

hallo

TOEVALLIG OP JE BLOG GERAAKT.
VORIG JAAR OOK GEDAAN CRUISE NOORDKAAP EN LOFOTEN EN TROMSO WAS PRACHTIG.
GELIJK JE ZEGT DE IJSKATEDRAAL DOET INDERDAAD AAN OPERA HOUS IN SYDNEY DENKEN WAAR WE VORIG JAAR OOK WAREN.
HET WAREN ONBZE LAATSTE TWEE REIZEN VORIG JAAR OP KORTE TIJD VOOR HET NOODLOT TOESLOEG HIER IN HASSELT
http://blog.seniorennet.be/melanoom
Groetjes
Christiane
marylou13 juni 2011 om 13:12

Het gaat terug beter met me en dan kan je meweer regelmatig verwachten op jullie blog

Ik heb me weer reuze geamuseerd op jullie blog..en ook weer een stukje wereldreis meegemaakt..heel tof

natuurfreek3ao5.jpg

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Noorwegen (8): ook de Lappen kunnen zappen

 

We vertrekken met de bus, en worden vriendelijk en uitvoerig

uitgewuifd door een lokale King Crab.

Deze enorme beesten horen hier eigenlijk niet thuis, en zijn geen

krabbetjes om zonder handschoenen aan te pakken..

Traditioneel werden ze door de Russen in hun natuurlijke biotoop

gekweekt in Kamchatka, dan gevierendeeld en in blik gewrongen

voor de export. Toevallig waren er enkele exemplaren door de mazen

van het Russische net geglipt, en een tocht langs de noordelijke

kusten begonnen. Ze zijn nu al een eindje in Noorwegen geraakt

tot groot plezier van de plaatselijke gastronomen.

 

 

 

Onderweg zien we rendieren lopen. Let wel, ze zijn niet wild. Het zijn de gewone

 huisdieren van de Lappen. De meeste exemplaren zijn al zo verstandig niet door

 de toendra te rennen, maar verkiezen het comfortabele asfalt. Er zijn een zestal

 rendieren die niet alleen kunnen rennen, maar ook kunnen vliegen.

Die mogen dan mee met de Kerstman op zijn jaarlijkse sleetocht naar het zuiden.

 

 

 

 

Dit is geen omgekeerdelappenmand, maar een Lappentent.

We rijden inderdaad door Lapland, dat zich uitstrekt over het noorden van

 Noorwegen, Zweden en Finland.

De Lappen zijn in principe nomaden, die hun rendierentrek volgen.

Links en rechts zijn er wat dissidenten onder de Lappen, die  ter plaatse blijven.

 

 

 

 

Zoals deze hier. Alle bussen stoppen op deze plaats, zodat de toeristen 

een paar autochtonen van dichtbij  kunnen bekijken,

en hun actuele kennis van het Laps  kunnen testen.

 

 

 

 

Op het ogenblik dat de meeste toeristen de plaat poetsen,

terug naar de bus, krijgt deze Lap een inkomend gesprek

op zijn smartphone. Mij heeft hij niet kunnen verschalken,

en hij weet het, want hij kijkt net in mijn richting.

Gelukkig zijn de Lappen eerder vredelievend, want omdat

ik hem ontmasker, zou hij evengoed kunnen reageren

als een stier op een rode Lap.

 

 

 

 

Hieronder staat dezelfde foto, maar uitvergroot.

Eigenlijk probeert hij de toeristen voor het Lapje te houden,

door zogezegde middeleeuwse toestanden uit te beelden.

Je kunt goed zien dat hij zijn mobieltje tracht te verbergen in zijn hand,

terwijl hij volop een conversatie voert.

Niets is wat het lijkt, ook niet bij de Lappen.

Eén ding heb ik weer bijgeleerd: de Lappen kunnen al zappen.

 

 

 

 

Natuurlijk is deze Lap met tent en rendier slechts een lokmiddeltje, om de toeristen

 dichterbij te brengen, want er is vooral het toeristenwinkeltje, waar mama Lap

  volop in het zonnetje, haar waren aan de man brengt.

Hier promoot ze het allernieuwste model iPod.

 

 

We rijden verder na dit intermezzo. De route naar de

Noordkaap toe is zeer bizar en geeft de impressie

van een rauw poolgebied. De tolweg E69 door de toendra,

is smal en kronkelend, en gaat langs diepe afgronden.

De donkere, gegroefde leisteenrots rijst tot 300 meter

hoogte op uit de Noordelijke IJszee.

 

 

Op dit moment is het nog zonnig, waarbij de zon al laag begint te staan.

We zijn er bijna, maar boven de ultieme Nordkaap in de verte beginnen

de wolken zich op te stapelen.

 

 

 

 

Nog slechts een vijftal kilometer scheiden ons van de kaap, en de mist wordt stilaan

 dikker. Dat voorspelt weinig goeds.

 

 

 

We komen uiteindelijk aan op de parking van de Noordkaap, en er staan al

 tientallen autobussen, verspreid in de mist.

Dit Tourist Centre is een attractie op zichzelf.

Ook diegenen die de middernachtzon niet te zien krijgen kunnen hier

gedurende een paar uren merkwaardige dingen zien en doen.

De Noordkaaphal is bijna volledig uitgehouwen in de rotsen.

Er zijn restaurants, reusachtige souvenirwinkels en een postkantoor.

Je kunt afdalen naar een groot raam dat een fantastisch uit zicht op zee biedt.

Je kunt hier ook persoonlijk lid worden van de Koninklijke Noordkaap Club.

Vanuit de grote hal kan men via reusachtige deuren naar het ultieme rotspunt.

 

Het is een vreemd verschijnsel, maar sommige mensen voelen zich voor het eerst

 van hun leven de behoefte hun persoonlijke stempel achter te laten.

Ze krassen op de meest onmogelijke plaatsen hun naam in een rots.

Zelfs koning Chullongkorn van Thailand, liet zich in 1907 verleiden tot deze vorm

van graffiti. Hij liet zijn naam vereeuwigen op een rots die nu in het Thaise paviljoen

 in de Noordkaaphal te zien is. Een substantieel aandeel van de daar te

 bewonderen objecten bestaat uit de attributen waarmee prinses Maha Chakri

 Sirindhorn het paviljoen ter herinnering aan haar grootvader opende.

Vandaag is het op de kaap nogal wazig geworden.

Als je naar buiten kijkt zie je slechts enkele tientallen meter ver.

 

 

 

 

In de rotsen is er ook een unieke kerk.

De kleuren zijn fantastisch. Hier zie je het altaar.

 

 

 

 

Hier staan stoelen voor de gelovigen.

Het lijkt alsof er elke seconde ijspegels van

het plafond gaan vallen.

 

 

 

 

In de hal hangt een paneel met foto’s over het

fenomeen van de middernachtzon.

De middernachtzon schijnt hier, op 71º 10’ 21,

van 14 mei tot 29 juli, wat overigens niet wil zeggen dat zij dan ook

werkelijk te zien is. Hier bij de overgang van de IJszee naar de warmere

Golfstroom vormen zich vaak mistbanken. Als het in Honningsvåg mistig is,

kan het op de Noordkaap stralend weer zijn en ook omgekeerd.

Volgens de statistiek ziet maximaal 10% van de bezoekers de bloedrode

 middernachtzon, die hier om 0.21 uur haar laagste stand bereikt.

Onze toestand is dus normaal, want wij zijn bij de 90% mistkijkers.

 

 

 

 

 

Ik ga even buiten om een foto te nemen van dit ultieme monument in Europa.

Ik heb in mijn leven nog nooit zo’n kou gehad, en dat komt door de mist

en de ijzige wind vanaf de pool. Mijn vest is prima koudebestendig,

maar ik mis een paar warme handschoenen.

 

 

 

 

Er zijn verscheidene monumenten, maar ik vind ze niet

allemaal. Voor ik bevroren terug naar binnen ga, zie ik er

nog één, dat herinnert aan het bezoek van Louis Philippe

van Orleans in 1795.

 

 

 

 

Als ik nu terug naar binnen kijk, zie ik de reflectie van het

hoofdmonument in de ramen.

 

Het ijzeren hekwerk langs de rand van de rots, dat je ook op de foto ziet,

moet verhinderen dat toeristen, verblind door de laagstaande zon omlaag storten.

Vandaag is dat zeker niet het geval.

 

 

 

 

Greta heeft verkozen van de polaire kou niet te trotseren, en studeert volop, 

zelfs na middernacht, in een wetenschappelijk werk in een hoekje van de bar.

 

 

 

 

Ikzelf moet even bekomen van de poolkoude, in het illustere gezelschap van de

 Noorse Koning Oscar II, de eerste echte VIP bezoeker en promotor van de Noordkaap.

 

 

 

 

Als we achteraf met de bus enkele kilometer uit de kust zijn, is het weer zonnig.

De Lappen zullen tevreden zijn.

 

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:24 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (7): aan de Noordkaap groeit zelfs geen raap

 

"Welkom" zegt deze eenmalig vriendelijke trol.

 

 

We lopen toch nog even rond in het vissersplaatsje Honningsvåg.

Er is geen fluit te zien, maar het dorp is verbazend fotogeniek,

en intussen schaven we onze kennis van het Noors nog wat bij.

 

Hier staan we voor het gebouw van de plaatselijke radio

Kystverket (Kustwereld). Het is waarschijnlijk de enige

radio die de inwoners kunnen ontvangen in deze regio.

 

 

 

Op de parking van het dorpje staat een autocar uit Spanje,

meer bepaald uit Asturië. Die zijn wel even uit de richting.

Ik herken de afkomst eerst aan het soort nummerplaat,

ons welbekend.

 

 

 

 

In het commercieel centrum, als ik dat zoal mag noemen,

zijn in een minuscuul winkeltje huiden en geweien te koop van rendieren.

 

 

 

In deze streek leven nauwelijks vogels.

Logisch eigenlijk, bij gebrek aan bomen.

De meest voorkomende soort zijn papegaaiduikers.

Dit groepje is mooi komen poseren voor de foto.

 

 

 

 

We hebben zelfs een winkel gevonden uitgebaat door een West-Vlaming.

Vertaling: in deze koopjestijd verkoopt hij de helft van zijn waren aan halve prijs.

 

 

 

 

Wat in dit onooglijke plaatsje van 4000 inwoners vooral opvalt, is het aantal kerken

of bidhuizen, zoals dit hier.

 

 

 

 

Zelfs de Bap- en andere tisten hebben hier hun eigen religieuze omgeving.

 

 

 

En dan is er ook ook nog het mooie hoofdkerkje, dat op een heuveltje ligt.

 

 

 

De verklaring is natuurlijk dat de meeste inwoners enkel bezig zijn met visvangst.

Terwijl de mannen op de woeste zee de glimmende waterbeesten bovenhalen

bidden de vrouwen om de heren heelhuids te laten terugkeren.

Voor de vissers die het overleven, en uiteindelijk met pensioen mogen, is er dan

 ook een ‘welvaartsstation voor vissers’, de gepensioneerdenclub zeg maar.

 

 

 

 

Dit is het standbeeld voor Harald, de eerste grote Noorse visser.

Nog vóór de Noren vissers waren, stonden ze bekend als Vikings.

Er waren toen nog niet veel supermarkten, en om hun winkelwaar

aan te schaffen  gingen de Vikings wat plunderen in de zuidelijke

landen (want verder naar het noorden was natuurlijk niets eetbaars).

Toen ze ook in onze streken alles hadden meegenomen,

zijn ze naar Amerika gegaan om daar wat te shoppen.

Iedereen weet dat ze Colombus 500 jaar vóór waren, maar ze konden

niet schrijven door hun altijd bevroren vingers, en er zijn dus nog geen

tastbare bewijzen gevonden.

 

Een van die Vikings, Harald van Honningsvåg, zag hoe Amerikaanse

beren in de bergrivieren de zalm in de vlucht pakten.

Hij kwam op het idee om dat ook met zeevis uit te proberen, en met succes.

We zien hem hier vereeuwigd met zijn eerste buit, in de vlucht gepakt!

Sindsdien hebben de Noorse Vikings zich volledig toegelegd

op de visvangst, en ze lieten de Zuiderse landen met rust.

 

 

 

 

Soms loopt er al eens iets mis met een visser.

Gelukkig hebben ze hier voor alles de nodige voorzieningen, zoals deze

combinatie van ‘bloemenwinkel & begrafenisbureau’.

Alles in één.

 

 

 

 

Even een blik op de haven om te zien of de Opera er nog ligt. Sinds vorige week

op dit schip alle toiletten overstroomden, op drift in de Baltische Zee,

en de passagiers zich moesten behelpen met plastic zakjes

die ze in zee wierpen, doet er al een nieuwe naamsafkorting

de ronde voor de Opera: Onze P*s Eerst ‘R Af!

 

  

 

 

Greetje met haar pijnlijke rug komt nu toch aan wal ook

een fris poolluchtje scheppen, en zelfs de trol is er blij om.

 

 

 

 

 

 

Ik had hier helemaal niet meer op gerekend, en van verbazing

valt mijn mond open, en ook die van het hondje aan mijn zij.

 

 

 

Soms zijn er wilde massabetogingen in Honningsvåg.

De tienduizenden demonstranten worden dan op afstand

gehouden door machtige waterkanonnen die van op zee

kunnen opereren.

 

 

 

Vanavond maken we ons gereed om naar de Noordkaap te gaan.

Haasten is er niet bij, want het blijft nu continu licht tot begin augustus.

 

  

 

 

We gaan dus nog eerst even naar de kade, waar we ons

MSC bootje terugvinden. Door de minder goede weerklank

die MSC onlangs in de media heeft gekregen, gaan er

trouwens stemmen op om de naam te veranderen in

Motorloze Stinkbak Company.

 

  

 

 

Om aan het schip te komen moeten we maar een kleine avstand afleggen.

 

 

 

De avstand naar de Nordkapp is iets langer, zo’n 35 km.

Daarvoor gaan we dan toch maar liever in een autocar stappen.

Onderweg komen we welgeteld één kruispunt tegen. De E69 is zelfs een tolweg!

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 22:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (6): in Honningsvåg is het altijd dag

 

In het noordelijkste stukje van noord-Noorwegen ligt een eilandje met een grillige vorm.

Op dat barre stukje is er een klein vissersplaatsje met de naam Honningsvåg.

In de foto hieronder van Google Maps is er (aan de rechterkant) een rode punaise

 “A” geprikt, waar het stadje zich bevindt.

De kwaliteit van de satellietbeelden op deze plaats is trouwens (nog) niet optimaal.

Het is de enige bewoonde plaats van het eiland. De Noordkaap is vandaar

 bereikbaar met busvervoer, via de lichtbruine weg naar het noorden.

De weg loopt uiteraard dood aan de Noordkaap.

Het stadje is wel via een weg verbonden met het “zuiden” via een onderzeese

 tunnel.

  

 

 

Om in Honningsvåg te geraken moet de MSC Opera een ganse omweg maken

 langs het noorden, voorbij de Noordkaap, die we kunnen zien vanaf het schip.

De Noordkaap is het meest noordelijke punt van Europa. De ontdekker van de

 Kaap is de Engelsman Richard Chanceller die in de 16de eeuw om de Kaap voer.

De Noordkaap ligt op 71° 10’ 21” en bestaat uit de steile noordelijke heling van

 Magerøy.

 

 

 

Het kustplaatsje, met bijna uitsluitend visserijactiviteiten komt nu in zicht.

De (korte) zomer is nu hier, en de zee is helderblauw.

Prachtig beeld is dit, vanuit de zee!

Hier is de hoofdplaats van het eilandje Magerøy (het Magere Eiland) en het is

 de poort naar de Noordkaap, die op 34 km van Honningsvåg verwijderd is.

Dit vissersplaatsje heeft ca. 4000 inwoners. Hier wordt de gevangen vis gezout,

 gedroogd, ingevroren en tot meel verwerkt.

 

 

 

  

Sinds koning Oscar II in 1873 de Kaap bezocht, is deze een echte trekpleister

 geworden. Oscar moest, als alle bezoekers in die tijd, de Kaap per boot naderen

 vanuit het noorden en een klim maken van 307 meter. De eerste souvenirwinkel

 verkocht hier dan ook “Noordkaap” wandelstokken op de kade waar de boten

 aanmeerden. Bovenop de Kaap werd de dorstige klimmer beloond met

 Noordkaap-water. Dat het duur betaalde vocht helemaal niet van de Noordkaap

 kwam, want op het hele eiland Magerøy was geen bron, zullen de meesten niet

 gemerkt hebben.

 

Een (onbemande?) loodsboot komt een handje toesteken.

Nu ja, ze mogen wel iets terugdoen voor 100 000 € liggeld per dag.

 

 

 

De Opera legt aan in het kleine haventje, terwijl de zon zich duidelijk manifesteert.

Ze zal trouwens niet ondergaan nu en de volgende dagen.

De Opera is hier nog in goede doen.

 

P.S. Tijdens het schrijven van dit stukje lees ik vandaag 16 mei 2011, in de krant

 dat de MSC Opera op drift geslagen is in de Baltische Zee:

 

Quote De Standaard: “64 Belgen zitten vast op gestrand cruiseschip”

 

Op de Baltische Zee dobberde het cruiseschip de MSC Opera gisteren

 rond met motorpech. Onder de 2.000 passagiers ook 64 Belgen.

‘De elektriciteit viel uit, het eten is koud en toiletten stromen over’,

 vertelt Nederlander Henk Kolleman.

‘Precies een dobberende beerput.’

 

Zeg nooit meer dat een cruise geen avontuur kan zijn.

 

 

 

Het cruiseschip is aangemeerd, en iedereen maakt zich op om aan land te gaan.

Behalve Greta, want die heeft serieuze rugpijn.

Ze moet naar de dokter voor twee injecties.

Ik zal dus voorlopig alleen moeten filmen en foto’s nemen.

 

 

 

 

Het dorpje wordt beschermd door een reeks houten balustrades,

die de winterse sneeuw moeten afstoppen.

  

 

 

 

Er liggen slechts twee boten van respectabele afmetingen in het haventje.

Deze hier heeft toch niet zoveel plaats nodig als de onze. Naast de aanlegsteigers

 voor de “groten” is er niet veel ruimte meer over voor de lokale “kleintjes”.

 

 

 

 

Vanuit de kajuit hebben we een mooi uitgestrekt zicht over de zee, de haven,

en de omringende eilanden.

 

 

 

 

De andere grote schuit is er een van de Noorse maatschappij Hurtigruten,

die continu zijn schepen laat pendelen langs de volledige Noorse kust.

Zowel vracht als passagiers worden continu vervoerd over het duizenden kilometer

 lange traject.

Het zijn hop-on hop-off boten, die je kunt nemen zoals een autobus bij ons.

 

 

 

 

Het haventje is een oase van rust.

Geen enkele visser of andere inwoner vertoont zich langs het heldere

diepblauwe water.

 

 

 

Kleurige bootjes liggen kriskras door elkaar, zonder enige levende ziel.

Het lijkt hier een ghost town uit de Far West.

 

 

 

Alles wat je hier ziet is gemaakt uit hout.

De Noren hebben waarschijnlijk geen baksteen in hun maag, zoals Belgen,

maar een boomstronk.

 

 

 

De huisjes zijn veelkleurig, en hebben kleine, meestal vierkante ramen,

om de koude buiten te houden in de donkere winter.

 

 

 

 

Sportieve toeristen komen hier zeker aan hun trekken, zowel op het land als op zee.

Voor ónder het zeeoppervlak heeft men voorlopig niets voorzien.

Misschien nogal frisse toestanden.

 

 

 

 

Het haventje heeft een grillige vorm, waarbij de houten havengebouwen vlak tegen

 of zelfs boven de zee staan. Er rond zijn er grasperken en onzichtbare bloemen.

Als je te voet de havenomtrek volledig wil verkennen, dan moet je niet bang zijn

van enkele extra hectometers.

 

 

 

De twee grote schepen liggen te blaken in een heerlijk zonnetje, met op de

 achtergrond de bergen, waarop de sneeuw nog niet volledig gesmolten is.

 

 

 

 

Op de voorgrond zie je een speeltuin, en enkele huisjes die elkaar proberen

op te warmen. Sommige van deze woningen ga je binnen via een tuinhuisje.

De reden hiervoor is me totaal onbekend, en er is geen kat om het aan te vragen.

 

Op de foto is duidelijk dat de Opera het grootste en hoogste gebouw

van het eiland is.

 

 

 

 

 

Zelfs aan een hotel is gedacht, en als je erheen wilt, dan kan je nu al

de coördinaten invullen in je GPS.

 

 

 

Om de toeristen te plezieren is er ook een Noordkaap museum.

Ook hier is geen Noorse kat te zien. Intussen begint mijn Noors op punt te komen.

 Wat schrijft men hier bijvoorbeeld?

 

“de Noordkaap, aan de buitenkant (ytterkant) van de wereld (verden)”.

Zo gemakkelijk dat Noors!

 

 

 

Volgende episode staat onder meer de trip naar de Noordkaap op het programma.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Cotignac

Momenteel ziijn we in het Zuidoosten van Frankrijk, in de Var.

We mochten blijven logeren bij vrienden, die in Cotignac wonen.

Het weer is prachtig, en vanavond is er een BBQ.

Ik krijg de eer om de aardappele te schillen en te snijden voor de frieten.

In Spanje hebben we gelogeerd in Valencia en in Roses.

Morgen vertrekken we en gaan we naar Nancy (de stad bedoel ik)

Groetjes

GroB

 

 

Geschreven door grob om 16:08 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (5): dwars door de poolcirkel

 

We verlaten de indrukwekkende Geiranger fjord, en we stevenen terug richting zee.

Eigenlijk hebben we de Noordzee voorlopig gehad en klieft het schip door de Noorse zee.

Het scheelt slechts een paar lettertjes, maar de omgeving is helemaal anders.

Neem nu maar de temperatuur, die met momenten fris uit de hoek komt.

Voorlopig is het gedaan met zonnebaden op de dekken.

 

 

 

 

De volgende bestemming is Honningsvåg. De afstand van Geiranger tot Honningsvåg

is rond de 800 zeemijlen. Dat betekent een ganse dag op zee.

Hieronder duidt een oranje punaise “A” de bestemming aan. Zoals je op de kaart

 kan zien ligt het plaatsje helemaal op het noordelijke topje van Europa.

Enkele centimeters naar rechts van de punaise ligt Moermansk, de strategische

 maritieme haven van het Russische leger.

Links in het midden ligt IJsland en de witte ijsmassa helemaal aan de linkerkant

is een stuk van Groenland. Als we hier ooit nog terugkomen is Groenland

 waarschijnlijk echt een groen land geworden door het afsmelten van de ijskap.

 

 

 

 

De MSC Opera heeft heel vandaag wat werk voor de boeg.

Ik krijg zelfs de indruk dat de schouw er scheef van gezakt is.

 

 

 

Op weg naar het noorden varen we heel de tijd langs de Lofoten eilanden,

een oneindig langgerekte sliert aan de oostkant van het schip.

 

 

 

Eén enkele gekke zeebonk denkt dat het zomer is, en trotseert blindelings

de forse zeewinden van op de achterplecht.

 

 

Vandaag hebben we de tijd om ons Noors wat aan te scherpen.

Het taaltje dat men spreekt in “Norge” is niet zo moeilijk.

Eerste voorbeeld: dit opschrift op een WC-deur.

Vertaling: ‘hoogste passagiersaantal 27’.

 

 

 

Of dit voorbeeld: ‘Hier is het rookvrij’. Eerst dacht ik nog dat het betekende

(en ik baseerde me op het logo): ‘hier heeft men gerookte friet’, maar dat was fout.

Vandaar dat ik het Noors maar heb opgegeven. Trouwens, er zijn zelfs minder

 Noren op de wereld dan Vlamingen. Ze mogen hun taal houden.

 

 

 

 

Terwijl de Lofoten aan de rechterkant blijven voorbijschuiven, zijn er intussen

een paar dingen gebeurd.

Ik heb een Nederlandstalige krant besteld, waarvan de artikels binnenkomen

via een satellietverbinding, en die dan op het schip wordt afgedrukt. Greta gaat

naar de WiFi-ruimte, maar haar internetverbinding wil niet lukken.

Waarschijnlijk is men te druk bezig met het binnenhalen van mijn krant.

Alles heeft zo zijn prioriteit.

 

 

 

 

Minder goed nieuws is dat Greta pijn krijgt in haar rug.

Waarschijnlijk door het manipuleren van een tegenstribbelende valies.

 

Sommige bergen op de Lofoten liggen er ijzig en ijzingwekkend bij.

Op de kustlijn zie je met moeite hier en daar enkele gegroepeerde vissershuisjes

 staan, een verzameling die men nauwelijks een dorpje kan noemen.

 

 

 

Op deze plaats ongeveer wordt via de intercom aangekondigd dat we de poolcirkel

 passeren. Een aantal mensen spurt na deze mededeling naar buiten, het dek op,

 waarschijnlijk om de poolcirkel te kunnen zien. Grappig natuurlijk.

 

 

 

 

Nog een aparte gebeurtenis: onze tafelgenoten Rik en Rita worden per ongeluk

(of per geluk) beschouwd als een pas gehuwd stel, Just Married, hoewel het

 gewoon papa en dochter is. Door deze administratieve vergissing werden ze

in hun kajuit vergast op een gepaste attentie: een reuze fruitkorf en een fles Cava.

 

 

 

 

 

Deze onverwachte Honeymooners verwelkomen ons op deze lekkernijen en

de fles bubbels, waardoor we op een van de achterdekken kunnen toosten

op de weergaloze doorbraak van de poolcirkel.

 

 

 

In de namiddag gaan we naar de medische dienst, waar Greta enkele injecties

 "krijgt" van een Servische dokter, tegen de rugpijn.

Zonder twijfel een paardenmiddel, want er moet nog een extra injectie bij om

maagpijn te voorkomen.

 

Achteraf zaten we met een klein raadsel toen de paperassen voor de

 ziekteverzekering moesten worden ingevuld: de eerste vraag was natuurlijk:

in welk land heeft het letsel zich voorgedaan?  Niet gemakkelijk, want we waren

in internationale wateren, toen de pijn zich eerst manifesteerde.

 

De rest van de namiddag blijven we lekker binnen.

 

 

 

 

’s Avonds is er een galadiner. Alle keukenpieten en –pietjes worden opgetrommeld,

  en mogen zich eens tonen aan de passagiers.

 

 

 

 

 

 

Ook de dozijnen kelners hebben hun zondagse pakje aan en staan er blijmoedig bij.

 

 

 

 

Het diner is grandioos en sluit af met een geflambeerde Omelet Sibérienne. 

Omelet Sibérienne is eveneens gekend onder de naam Baked Alaska, en is een

 ijsgerecht dat meestal als dessert wordt gegeten.

Het bestaat uit een met plakken cake bedekt stuk vanille-ijs, maar andere soorten

 ijs zijn ook mogelijk.

Daaromheen zit een dikke laag opgeklopt eiwit dat met rum (of een sterke likeur)

 wordt besprenkeld. Het gerecht wordt enkele minuten onder de grill gezet, 

totdat het eiwit een geelbruinachtig korstje heeft gekregen.

 

Soms, zoals hier, wordt rum gegoten in de halve schelp van een ei, die dan wordt

 geflambeerd bij het opdienen.

Hier en nu doet men bij het aanrukken van tientallen

 van deze brandende omeletten (voor de show)

alle lichten uit, wat een apocalyptisch effect heeft.

 

 

 

 

De laatste loodjes en cocktails wegen het zwaarst.

En een eeuwige vriendschap is geboren.

 

 

 

We gaan slapen als de zon ondergaat. De zon gaat hier en nu onder om 00.00 uur.

Ze komt terug te voorschijn om 02.40 uur, maar we hebben besloten van dan 

nog niet op te staan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (4): de sneeuwvanger van Geiranger

 

 

Geiranger is een ietsepietsie dorpje aan het einde van waarschijnlijk de mooiste fjord ter wereld.

Op de kaart hierbij zie je links onderaan Schotland, en helemaal onderaan 

het meest noordelijke deel van Denemarken, waar de Noordzee overvloeit

in de Baltische zee via het Kattegat.

De Geirangerfjord dringt héél diep het land in, op de  hoogte van de Far Oer eilanden (helemaal bovenaan links).

Geiranger ligt midden bovenaan onder de rode punaise ‘A’ op deze kaart.

 

 

 

 

De aankomst in Geiranger is voorzien om acht uur ’s morgens, maar (niet volgens mijn gewoonte) sta ik al op

om 6u30, als we de fameuze ‘Seven Sisters’  watervallen passeren.

In 2005 is deze Geirangerfjord toegevoegd aan Unesco’s werelderfgoed lijst.

 

 

 

 

Ik ben trouwens niet alleen om midden in de nacht op te staan.

Hoewel stilaan van geen nacht meer sprake is, want echt donker wordt het

niet meer. De diverse watervallen doen hun ding aan beide zijden van de fjord,

 maar dat kan je natuurlijk niet in één foto vatten. Men kan van op het schip de

 waterspetters voelen. Verbazend hoe een schip met een zo grote diepgang als dit,

 tamelijk vlot door zo een smalle doorgang kan manoeuvreren.

 

 

 

 

Om 8u15 nemen we het ontbijt, en intussen wordt aan de lokale autoriteiten de

 toestemming gevraagd om te ontschepen.

Er is geen kade voor cruiseschepen, dus gebeurt het ontschepen met de oranje

 reddingssloepen, de zogenaamde tenders.

We maken een uitstap met een autocar naar het hoogste punt vlak in de buurt,

maar wel op 1500 meter hoogte gelegen.

Onderweg is er nog een stop voorzien op 1030 meter boven de waterspiegel.

Hoewel we inwendig al goed gevuld zijn, krijgen we nog een extra ontbijt in deze

 blokhut, onder de vorm van koffie en cake.

 

 

 

 

Deze refuge deed al dienst in de jaren stillekes.

Getuigen zijn hierbij foto’s van een eeuw geleden, met auto’s uit de oude doos.

Let nu even goed op de achtergrond, met een bevroren meer en sneeuwplakken 

tegen de bergwanden, in een bepaald patroon.

 

 

 

 

Op deze actuele foto zie je, naast de allochtoon, hetzelfde meer met dezelfde

 ijsschotsen en nog altijd hetzelfde sneeuwpatroon tegen de bergflanken.

Heel merkwaardig!

 

 

 

 

Even verder en hoger staat een wagen met een panorama kijkende toerist,

die ook al lange tijd onderweg lijkt te zijn.

 

 

 

 

De weg slingert steil omhoog, en de bus neemt de ene haarspeldbocht na de

 andere, temidden van een spinnenweb van kleine rivieren, gevuld met water

en sneeuw.

We zijn al lang boven de boomgrens, en alleen wat schraal gras en mos kunnen

het hier nog met moeite uithouden.

 

 

 

 

De top van de berg Dalsnibba ligt op 1500 meter. Tot ieders verbazing ligt hier

een ultramoderne shop en andere punten van interesse.

Er is zelfs een muziekkiosk, waar elke zondagmorgen de fanfare van Geiranger

 Noorse volksliederen komt spelen.

 

 

 

 

Van hieruit hebben we een prachtig zicht op de omringende bergen en op de

plaats waar de fjord ten einde loopt. Het uitzicht is adembenemend en onvergetelijk. 

De waterlijn is in vogelvlucht op vrij korte afstand, en toch staan we op 1500 meter.

 

 

 

 

 

Het landschap is apocalyptisch en er staat een strakke wind. Overal liggen losse

 stenen en stukken rots, en het is een traditie dat op de bergtop elke bezoeker

een steen bovenop een andere plaatst. Kijk maar naar al die hoopjes stenen.

Ik sta hier met een sneeuwbal in mijn hand. Dat is zo lang geleden dat ik het me

niet meer kan herinneren. Waarschijnlijk was de laatste keer in de Sierra Nevada.

 

 

 

 

De toeristen die hier honderd jaar geleden waren, hebben de traditie van het

stenen leggen al ingezet.

Hier zie je trouwens een historisch document van hoe het allemaal begonnen is.

 

 

 

 

In de bus hebben we onze Italiaanse doorwinterde en doorzomerde gids(e) Diana,

 die exclusief met ons op de foto wil.

Zij verkiest hier elk jaar de ijskoude zomerwind te trotseren, liever dan van lasagne

te smullen bij haar zuiderse mama. Elk wat wils natuurlijk.

 

 

 

 

Na het stillen van onze visuele honger rijden we terug naar beneden, waar we

nog een stop maken op een plaats die al een stuk warmer en comfortabeler is.

Intussen liggen er al vier cruiseschepen in de baai van Geiranger.

Ze zijn stuk voor stuk veruit de hoogste gebouwen in en rond het dorp.

 

 

 

 

 

Van Seniorennet zijn er ongeveer een 120-tal deelnemers aan de cruise.

De Photoshop groep is vertegenwoordigd door drie leden, die je hier samen ziet.

Het is niet de kwantiteit die telt, maar de kwantiteit natuurlijk.

 

 

 

 

Beneden in het dorp zijn enkele aangename shops, waar Greta een trol bedankt

die voor haar de deur open houdt.

 

 

 

 

In een van de winkels loopt nog een authentieke Noorse

Viking rond. Hij ziet er al bij al niet al te gevaarlijk uit.

 

 

 

 

Iedereen die van boord was wordt langzamerhand opgehaald

door de oranje tenderboten. Wijzelf nemen de laatste boot en zien de andere

schuiten intussen achter elkaar in een rijtje naar de Opera varen.

 

 

 

 

Iedereen is waarschijnlijk aan boord, en we verlaten Geiranger, met op de

 achtergrond de bergtop waar we kortgeleden nog boven stonden.

 

 

 

 

We hebben nu een lang stuk (letterlijk) voor de boeg, recht naar het uiterste

 noorden.

Intussen genieten we nadrukkelijk van de natuur, als we niet in een bar zitten.

 

Dit hier is slechts een kleine selectie van foto’s. Wens je er meer te zien, klik dan:

 

 

En scroll naar beneden naar “Reizen en vakantie”>Europa>Noorwegen.

Klik op “Galerij” en je ziet al de foto’s die je wilt.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (3): Bergen in volle zon

 

 

De terugkeer uit Marokko heeft nog wel een paar dagen in de oude benen gezeten.

Het vraagt wel wat inspanning om nu ook mentaal terug te keren naar een totaal

 andere wereld, helemaal in het noorden.

 

Bergen, Noorwegen.

Om zeven uur ’s morgens komt de stad in zicht, na een zachte en aangename

 vaart door de ‘Korsfjorden’.

De stad ligt in een inham van deze oneindig lange fjord, waar het cruiseschip

heel rustig de tijd neemt om tussen de reusachtig hoge bergwanden te navigeren.

De Opera legt aan in de niet te grote haven, slechts op enkele stappen

van het centrum.

Na het ontbijt staan we klaar om te ontschepen, en het weer is uiterst aangenaam.

We gaan aan land in deze oude Hanzestad, waar de gebouwen herinneren

aan een geslaagd commercieel verleden.

Ook vandaag ziet het er helemaal niet slecht uit.

Een van de eerste gebouwen waar we langs gaan

is een middeleeuwse toren.

P.S. Jammer genoeg moet ik zeer zwaar selecteren in

het aantal foto’s. Anders wordt het verhaal te lang,

en Seniorennet kan maar 20 foto’s per keer aan.

 

 

 

 

 

Met dit prachtweer plannen we een tocht naar de dichtst bijzijnde berg.

Wat kan je beter doen in een plaats met de naam Bergen?

Eén van de bergen waaraan de stad zijn naam dankt is de Fløyen. Van hieruit

is er een goed uitzicht over de stad. Om op de top te komen kan je gebruik maken

 van een kabeltram, de ‘Fløibanen’.

Heel populair, is deze uitstap, ook bij de autochtonen.

Te voet omhoog kan ook, maar is wel vermoeiend, en de zeer steile,

bijna loodrechte kabeltram is een attractie op zichzelf.

 

 

 

 

Het is een enkelspoor, met maar één rijtuig. Vandaar dat je een beetje geduld

moet hebben, vooraleer je kunt opstijgen. De derde persoon van links hoopt

dat het wat vooruitgaat. En het gaat beter vooruit dan verwacht.

 

 

 

 

Het gebouw binnen is weinig anders dan een perron, bestaande uit

een aantal trappen.

De kabeltram komt zoemend aangereden of –geschoven,

in een zee van licht en probeert of de remmen nog werken,

wat wel aangeraden is.

 

 

 

 

Boven op de berg is een hele infrastructuur uitgebouwd:

speeltuin, wandelpaden in het bos, uitzichthoeken, terrassen,

winkeltjes en Greta neemt hier haar eerste trol bij de neus.

 

 

 

 

Bergen is heel verzorgd en goed gestructureerd.

Het is verspreid over zeven bergen (de syv fjell) en ligt dichtbij ongelooflijke

 fjorden. Bergen is de tweede grootste stad van Noorwegen, en een

(volgens Noorse normen) uitbundige studentenstad.

Hier citeer ik wel een Noorse tekstbron.

Nu ja, als een Noor twee woorden na elkaar zegt dan wordt hij daar al beschouwd

 als verschrikkelijk uitbundig…

 

Bergen telt 250 000 inwoners, maar het lijkt veel kleiner en intiemer dan het is.

Op de foto aan de linkerkant ligt een meer, met een fontein middenin.

De naam van deze plas is ‘Lille-Lungegardvann’. Het enige Noorse woord

dat ik ken is ‘lille’, wat klein betekent, waarschijnlijk afgeleid van het Engelse Little.

 Of omgekeerd, want de Noren waren duizend jaar geleden al op bezoek in

 Engeland, en ook bij ons trouwens.

 

 

 

 

Vanaf onze hoge standplaats zien we de MSC Opera liggen, met ernaast

nog een kleintje. De tijd en de portemonnee tikt hier genadeloos, want een

 ligplaatsje voor een cruiseschip komt in Noorwegen ongeveer op 100 000 €/dag.

 

 

 

 

Een heerlijk zonnetje doet ons deugd op deze hoogte.

In de verte liggen een aantal eilanden, met elkaar verbonden door bruggen

of tunnels.

De stad is een populair beginpunt voor vakantiegangers die de Noorse fjorden,

 bergen en gletsjers willen zien. Deze stad is het zuidelijke begin- en eindpunt

van de Hurtigruten, een scheepsroute voor goederen- en passagiersverkeer

langs de Noorse westkust.

De Hurtigruten schepen gaan we nog herhaaldelijk te zien krijgen onderweg,

op weg naar en van het noorden.

 

 

 

 

De Bergense kabeltram is splinternieuw, en van de vorige versie hebben ze

een van de tandwieltjes vergeten mee te nemen.

 

 

 

 

Boven kan je verschillende richtingen uit. Je hebt hier niet alleen de Fløybaan, 

maar ook de Fløysletten. Waarschijnlijk huizen ze in de Brushytten, de boshutten.

 Zoiets spreekt me wel aan, maar ik mag er niet naartoe van Greta.

 

 

 

 

De terugweg naar beneden is even steil. De kabeltram is een stijf rijtuig,

met slechts één compartiment. Dat wil zeggen dat de helling helemaal perfect

onder dezelfde hoek moet aangelegd zijn, anders ga je de oneffenheden

serieus voelen. Maar alles verloopt naadloos. De Noren kunnen het.

 

 

 

 

De Fløibanen wensen ons een fijne dag verder.

 

 

 

 

Vanwege de gunstige ligging van de haven was Bergen in de middeleeuwen

een belangrijke link van de Hanzesteden, een groepering van Europese

en Baltische steden die een handelsovereenkomst afsloten.

Er is dan ook een museum voor deze vroegere Hanseatic League (dat we niet

 bezoeken).

Bergen werd volgens de overlevering in 1070 gesticht door koning Olav Kyrre,

 nadat hij de kerrie had uitgevonden.

Tot 1299 was het de hoofdstad van Noorwegen. Tegen het einde van de 13e eeuw

 werd het een van de belangrijkste Hanzesteden.

 

 

 

 

Bryggen, het havenkwartier is het gezicht van bergen.

In Bergen vind je veel cultuur en een inspirerende mix van oude en nieuwe

 architectuur.

Deze wijk is opgenomen op de Wereld erfgoed lijst van de Unesco.

In 2000 was Bergen culturele hoofdstad van Europa.

 

 

 

 

 

Er heerst een gezellige drukte, zonder vervelende toeristische overrompeling.

À propos: Bergen staat bekend om zijn hevige regenval (gemiddeld 2250 mm

per jaar). De stad viert jaarlijks in oktober het Regenfestival, met een regenjas-

en parapluparade. De vele parapluautomaten die overal in de stad te vinden zijn,

 zijn hier beslist geen overbodige luxe. Gelukkig zijn we in juni…

 

 

 

 

Kantoor- en andere gebouwen hebben een eenvoudige structuur, met kleine,

 vierkante ramen. Waarschijnlijk heeft het (winter)klimaat hiermee te maken.

 

 

 

 

Kuierend door de straten komen we Rik tegen, onze coole tafelgenoot voor

een week.

De straten zijn geplaveid met kasseien, en de banken hebben een armsteun 

in het midden. Noren vertonen dus toch (minieme) afwijkingen.

 

 

 

De gebouwen zijn kleurig en netjes onderhouden

In eigen land of in Spanje kan je zonder verpinken op elk terras een fris schuimend

 pintje drinken.

In Noorwegen kan dat ook, maar als de rekening komt, vraagt men of je gaat

 betalen met een debet- of creditkaart, of door het afstaan van een nier.

Echt goedkoop is alcohol hier niet.

 

 

 

 

Als de beurzen leeg zijn, gaan we maar terug naar het schip, waar Greta duidelijk

 veel plezier aan beleeft.

Maar dat is wel vóór de niet malse check-in door de Security.

We mogen zelfs geen foto’s nemen van de check-in ruimte en de (Oost-Europese?)

 Security agenten, met hun zwarte maatpakken, donkere zonnebrillen en

 oorplugjes met gekrulde kabeltjes.

 

 

 

 

’s Avonds nemen we afscheid van Bergen onder een wolkenloze hemel.

Slechts 135 zeemijlen scheiden ons van Geiranger

 

 

 

  

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (2): naar Bergen en de dwergen

 

 

De dwergen van Noorwegen zijn eigenlijk trollen, maar daarover later meer.

Intussen deinen we een volledige dag over de Noordzee, aan boord van de MSC

 Opera, recht naar het noorden. Links van ons ligt Engeland en Schotland,

en aan de rechterkant is Denemarken de dichtste buur.

Een cruise tast natuurlijk altijd de kusten af, maar het voordeel van Noorwegen

in dit geval zijn de fjorden. Want hoewel Bergen, onze eerste bestemming,

eigenlijk diep in het land ligt, kan het cruiseschip er toch geraken via de diepe

 Noorse zoetwatergeulen.

Bergen ligt exact op de kaart, waar de punaise steekt.

 

 

 

 

Vandaag nemen we rustig de tijd om het schip te verkennen.

De lengte is ongeveer 250 meter. De maximale capaciteit aan passagiers ligt

rond de tweeduizend, verdeeld over een totaal van 856 cabines.

Er zijn natuurlijk binnen- en buitencabines en suites. Wij logeren in een buitencabine

 op het Norma dek. Er zijn negen dekken toegankelijk voor de passagiers. 

Op het allerhoogste dek, het zonnedek of minigolfdek sta je vlakbij de schouw(en),

 langs waar de CO2 in de atmosfeer wordt gepompt.

 

 

 

 

Het is zonnig, warm en alles is relaxed.

Zelfs Greta neemt nu een boek ter hand op een van de terrassen.

We genieten van het zalige weer en van de lectuur.

Het leven van een zeebonk kan aangenaam zijn.

 

 

 

Bijna alle passagiers, zelfs de meest luidruchtige Italianen, komen tot rust en

gaan geleidelijk over tot de horizontale houding. Slechts enkelen blijven koppig

naar de onveranderlijke zee kijken, waarschijnlijk in de hoop om een blik op te

 vangen van een walvis of een monster van Loch Ness, of misschien een Titanic ijsberg?

 

 

 

 

Te lang in de zon is natuurlijk ook weer ongezond. Na de lunch gaan we wat

 excursies boeken en op hetzelfde dek wat genieten in de ‘Piazza di Spagna’.

 

 

 

Hier zijn we in een ruimte met wat boetiekjes, en uitgebreide zitplaatsen met bar,

 waar live muziek wordt gespeeld.

Momenteel zijn twee Hongaarse muzikanten Amerikaanse evergreens

aan het brengen.

 

 

 

Na het drankje gaan we een wandeltoer doen langs enkele buitendekken.

De zee blijft blauw en de hemel ook. Meer moet dat niet zijn.

 

 

 

Vanavond zijn de passagiers uitgenodigd op de ‘Captain’s Cocktail’.

We worden persoonlijk welkom geheten door kapitein Giuseppe Galano,

en we mogen met hem op de foto.

Maar voor de foto zet hij zelfs zijn pet niet op. Foei.

Dan mag hij ook niet op mijn foto’s.

 

 

 

 

Voor het diner is voor de passagiers een vaste plaats voorzien.

Voor ons is het een tafel van vier die we mogen delen met de sympathieke

Rik en Rita, vader en dochter uit Brabant. We zullen samen veel lol hebben.

 

 

 

 

Na het diner worden we verwacht in het Teatro dell’Opera, waar alle officieren

en gestelde lichamen van het schip worden voorgesteld.

Dit heeft allemaal niet veel zin natuurlijk, maar the show must go on.

 

 

 

Hierna worden we nog (figuurlijk) vergast op de Gala Magic Show,

met de lokale artiesten. Nicole en Hugo zijn niet te zien nochtans.

 

 

 

Tot slot proeven we nog van een frisse cocktail, meer bepaald een Margarita

en een Melon Ball. Morgenvroeg komen we aan in Bergen, na een lange tocht

door een fjord.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 16:23 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: varkentje op stokjes

 

 

Af en toe een kleine barbecue, of nog beter een tepan yaki, moet kunnen.

Met die laatste heb je geen noemenswaardig onderhoud.

 

Dé Spaanse viervoeter bij uitstek is natuurlijk het varken, voor de Serrano hammen.

Om een echte koe te zien grazen, moet je hier al een eindje weg afleggen. Stieren

 daarentegen worden (voorlopig nog) volop gekweekt, maar voor andere doelen.

 

In Japan zijn er dan weer niet zoveel varkens, en in de huidige omstandigheden,

 spijtig genoeg, ineens nog veel minder waarschijnlijk. Gelukkig zijn er toch enkele

 Japanse (radioactieve?) exemplaren kunnen ontsnappen via hogere sferen.

 

 

 

 

Kleingesneden varkensvleesjes zullen we aan een puntige pin rijgen, en als sausje

 gaat een krachtige aioli ons wat extra smaak geven.

De meesten kennen natuurlijk aioli van smaak, maar ik ga toch enkele mensen

 verblijden met wat meer informatie, hoop ik.

Het woord aioli komt oorspronkelijk uit het Catalaans (uit het noorden dus van 
Spanje)
, en is een samentrekking van de woorden voor look en olie (all i oli).

Het woord is via het Frans in het Nederlands terechtgekomen en wordt vaak ook 
(foutief)
met een trema geschreven: aïoli. Dit is de Franse spelling.

Aioli is nu overal verspreid, en is zelfs populair geworden bij de Engelsen. Incredible.

 

Want Engelsen zijn nogal terughoudend, wat continentaal eten betreft.

Het bewijs wordt hierbij zelfs gegeven: een Engels recept met kabeljauw en aioli.

Terloops: aioli past uitstekend bij kabeljauw, schelvis, dorade enzovoort.

 

 

 

 

De oorspronkelijke Catalaanse naam doet me denken aan de tennismatch die ik

 vorige zondag zag op TV in het kader van de Davis Cup tussen België en Spanje.

In Charleroi speelde Olivier Rochus een enkelwedstrijd tegen Rafael Nadal.

Het publiek schreeuwde heel de tijd uitzinnig: ‘Allez Oli!!!!’ om Oli(vier) te steunen.

Nadal, een echte Catalaan uit Mallorca, zal zich afgevraagd hebben waarom

die Belgische supporters heel de tijd de naam van deze saus scandeerden.

 

Aioli is een eenvoudig te bereiden looksaus, die veel gebruikt wordt in Spanje

en elders aan de Middellandse Zee. De saus wordt in het zuiden onder andere

 geserveerd bij salades, koud vlees, vis, pastasalades en als tapa met brood.

 

 

 

 

 

 

Hierbij dan het klassieke (maar niet Catalaanse) aioli recept.

 

 

 

Recept Aioli

Ingrediënten

 

Bereidingswijze

 

  • De lookteentjes uitpersen of fijnmaken, de eierdooier toevoegen met een snuf zout.
  • Al klutsend met een garde of een vork druppelsgewijs de olijfolie toevoegen met een paar druppels citroensap naar smaak.

 

Je kunt aioli op drie manieren bekomen: je koopt een pot in de supermarkt, ofwel 
start je van het begin, volgens het recept hierbij.
Ofwel start je van een bestaande
 mayonaise, waar de lookteentjes en desgewenst
 wat mosterd wordt aan toegevoegd.
  Ikzelf heb gekozen voor de laatste methode.

De bereiding van Catalaanse all i oli verschilt van het hierbij vermelde recept.
Een eierdooier wordt niet toegevoegd omdat er dan sprake is van een
lookmayonaise,
 en niet langer van een looksaus.
Het gebruik van een eidooier is een toegeving aan de toeristen.

Door toevoeging van meer olijfolie wordt de saus vloeibaarder en minder
uitgesproken van smaak. Ieder zijn ding dus.

Maar eerst terug naar de varkensspiesjes.

Rustig aan beginnen is meestal een goed motto.

 

 

 

 

Naast het varkentje zijn er ook nog tomaten, paprika’s en sjalotten.

 

 

 

 

De rest van het recept Bob’s varkensspiesen met aioli vind je hier:

 

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

400g varkensvlees, gemarineerd

maak de paprika’s schoon, verwijder steel en zaad

olijfolie

snijd ze in stukjes van 3 op 3 cm

BBQ kruiden

pel de sjalotten, snijd ze in twee

1 kleine groene, en 1 rode paprika

zet sjalotten en pepers 4’ in de microwave op lage stand

versgemalen zwarte peper en zout

doe de sjalotten nog een minuut extra

4 sjalotten, 4 kleine stevige tomaten

maak spiesen van vlees, tomaten, paprika’s, sjalotten

verse tijm en rozemarijn, voor de geur

olie de brochettes licht met een takje rozemarijn

3 geperste looktenen (voor de aioli)

kruid naar eigen smaak

 

rooster de spitjes op de grill of tepan yaki

 

laat tijm en rozemarijn mee grillen voor de geur

TIP: lekker met aïoli

 

gegrilde tomaten zijn lekker hierbij

geserveerd met heerlijke pimientos de Padron

 

 

 

 

De tepan yaki wordt voorverwarmd. De bodem krijgt een laagje olijfolie,

 aangebracht met een takje rozemarijn uit eigen kweek.

 

 

 

Als de brochettes zijn afgewerkt, mogen ze kennis

maken met de bakplaat.

 

 

 

 

Geregeld draaien van de spiesen zorgt ervoor dat alles homogeen gaar wordt.

Neem nooit ronde spiesen, want dan draait wat erop steekt mee rond!

Afgeplatte zijn de boodschap. Heb je er toch enkel ronde, steek dan twee spiesen

 door elk stuk vlees en groente op twee centimeter van elkaar.

Zo kan je ze toch draaien.

 

 

 

 

Een apart gegrild tomaatje, gevuld met wat look bijvoorbeeld mag er ook bij.

Je kunt ze nog wat bijvullen met paneermeel en/of basilicum(pasta).

 

De maxibrochettes proberen op het bord te geraken, maar ze zijn iets te lang.

 

  

 

 

Serveren met een schep aioli en het kan niet meer stuk!

Superlekker met overheerlijke groene ‘Pimientos de Padron’

uit het dorpje Padron in het Noordwesten van Spanje.

 

 

Jammy jammy.

 

Bereid in Spanje als variante op een recept van ‘Eten van grill en barbecue’, pag. 42.

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (1): starten in Dover

 

Al dikwijls hebben we met onze eigen (zweet)voeten gestaan op het meest

 zuidelijke punt van Europa. Dat is natuurlijk, zoals vele toeristen weten,

aan de voet van de vuurtoren in Maspalomas, Gran Canaria.

Waarom eens niet het meest noordelijke toegankelijk punt van Europa gaan 

bekijken?

Na enig aardrijkskundig zoekwerk blijkt dat de Noordkaap te zijn in Noorwegen.

De beste periode is eind juni/begin juli, omdat het dan niet te koud is, en ter plaatse

 de zon niet ondergaat. Wie absoluut het noorderlicht zou willen zien, kan daar enkel

 in de winter terecht. Wijzelf zien dat niet zo zitten, en geven in die periode dan toch

 maar liever de voorkeur aan Spaanse zon.

 

 

 

 

Op 25 juni 2010 vertrekken we dan, naar het (heel) hoge noorden.

Opstaan om zes uur ’s morgens is heel lang geleden, en mijn oogleden wegen

 zwaar.

Onze vrienden Luc en Gina brengen ons met de wagen naar het station van Brugge.

 

Bij de reisorganisatie MSC kunnen ze niet goed tellen (Italiaanse firma).

Voor de bus, die al onderweg is vanuit Limburg, en al een paar stops heeft gehad,

 zijn er vier personen en tien valiezen teveel aan.

Een MSC vertegenwoordiger is niet aanwezig, in strijd met de afspraken. 

De chauffeur heeft zelfs geen passagierslijst gekregen.

Fysiek kunnen wij beiden nog in de autocar.

Aan de zijkant van de bus is een slaapcompartiment voor een tweede chauffeur.

Onze bagage wordt daar ingepropt, boven op een matras.

Vier personen blijven staan, en wachten op een andere autocar, die intussen een 

alternatieve route volgt.

De weg wordt door onze chauffeur vervolgd naar Calais, welbekend (vooral door

 illegalen) voor zijn overtochten naar Engeland. 

Op de reusachtige parking houden we een kleine break.

 

 

 

 

Na een kort bezoek aan de Engelse douane, te voet binnen en terug buiten, 

kan de autocar de boot op.

We varen met de maatschappij “Seafrance”, die vorige week toevallig de kranten

 haalde, wegens failliet…

Hopelijk heeft niemand van de (boze) bemanning hier vandaag de plug

 uitgetrokken.

 

 

 

 

 

Het is hier een continu gaan en komen van ferry’s, van een viertal maatschappijen.

Hier eentje van P&O die gaat aanmeren.

 

 

 

 

Het is zonnig weer, maar niet op zee.

Als we de haven van Calais verlaten, worden de gebouwen 

onmiddellijk in een mist gehuld, maar eens in Dover 

klaart de hemel helemaal op.

 

 

 

 

Het cruiseschip is de MSC Opera. Elk dek heeft de naam

van een of andere opera.

Wij zitten en liggen in een kajuit op dek 9, het “Norma” dek, 

met twee aparte bedden.

Aan boord worden we onmiddellijk verpakt als kerstgeschenk, 

met strikjes en al... Grapje natuurlijk.

We moeten vanzelfsprekend vóór de afvaart de wettelijk 

bepaalde reddingsoefeningen uitvoeren.

 

 

 

 

 

Allemaal op een hoopje door elkaar, onder toezicht van een blondje.

 

 

 

De veiligheidsmaatregelen zijn enigszins anders dan in een vliegtuig.

Onthou vooral dit: het belangrijkste voor je redding, bij het zinken van het schip,

is dat je je hoorapparaat in je rechterhand neemt, en dat verbindt met de luidspreker

 op je borst.

In je linkerhand neem je een geschilde wortel, die als ontbijt dient, voor als je in het

 zeewater bent beland.

 

 

 

Het is al een tijdje geleden nog dat ik in Dover was.

Het doet goed om de skyline nog eens te mogen bekijken, vooral in dit heerlijke

 weertje.

Ook de andere passagiers hebben hun kerstverpakking afgeworpen en genieten

 volop.

 

 

 

 

De sfeer is ontspannen en op het bovenste dek kan iedereen met volle teugen

de Engelse lucht inademen. Het grootste deel van de passagiers zijn Italianen.

 

Van Seniorennet zijn er ook ruim honderd passagiers meevarend, wij inbegrepen.

Het is zo geregeld dat deze groep samen zit in één restaurant, waar geen Italianen 

in de buurt zijn, om de decibels wat te beperken.

 

 

 

Een klassiek plaatje is dit natuurlijk: de witte klippen van Dover en een drietal

 ferry’s, samen gezellig op de foto.

 

 

 

 

 

De sfeer is nu totaal relaxed, en de grootste heethoofden koelen 

zichzelf al af in de zwembaden, nog voor de afvaart.

Aan de buitenkant van dit bovenste dek is rondom een 

breed wandelpad, dat ook gebruikt wordt om te joggen.

 

 

 

 

 

Beneden aan de witte klippen staan de eerste (of laatste) huizen

van Dover.

De benedenverdiepingen worden meestal ingenomen door winkels,

banken en restaurants.

Gelukkig zitten we op een veilige afstand en hebbenwe daar geen last van.

 

 

 

 

 

In de haven staat er een leuk vuurtorentje overeind, 

aan het einde van de pier, waar je als voetganger naartoe kan.

Achter het raampje boven kan je een glimp opvangen 

van een ook al klein vuurtorenwachtertje.

 

 

 

 

  

Aan de andere kant van de haven ligt nog een cruiseschip, 

toch wel enkele maatjes kleiner dan de Opera.

Het vervelende van een (weliswaar ultrakort) verblijf in Engeland is dat het daar

nog altijd een uur vroeger is. We komen net op tijd te weten dat in het officieel

 gedrukt programma alles in Engelse tijd staat.

Uren van diner, showprogramma’s enzovoort zorgen voor verwarring aan boord.

 

 

 

 

 

Het kasteel van Dover torent boven de zomerse bomen uit, en doet me sterk

 denken aan de Londense Tower.

 

 

 

 

Tijd om uit te varen. Met een stevige claxonstoot geeft de stuurman van de Opera 

het teken. We varen de haven uit, en genieten een laatste maal van de witte klippen.

 

 

 

De Opera zet definitief koers naar Noorwegen.

Om niet verloren te varen worden we tot Zuid Noorwegen begeleid door een loods 

van de Dover Pilot Harbour Patrol, die de weg kent en de flitspalen weet staan.

 

 

 

 

Anderhalve dag op zee nu, met alle naalden van het kompas op 12 uur.

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Spelen in de zandbak

 

 

Toen we nog jong en pril waren speelden we allen graag in de zandbak.

Iedereen weet dat het leven een kringloop is en dat uiteindelijk alles terugkomt.

Vandaar de onweerstaanbare drang van de Vlaamse vrienden van de costa

om  zich een ganse dag, te verenigen aan, in en rond een ruime bak met zand.

 

Door wat vroeger ellebogenwerk heette, en nu veel geleerder “lobbying” wordt

 genoemd, kunnen we daarvoor terecht in de Camping ‘Marbella Playa’ in Marbesa.

Vooral de dames laten zich van hun beste zijde zien, sommigen al voorzien van een 

‘aperitif maison’.

 

 

 

We gaan niet zomaar in het zand spelen. Er staat een competitie op het

 programma, die een ganse dag zal duren, waarbij de bollen gezwind zullen rollen.

 

 

 

Vóór het uitpakken van de bollen past het natuurlijk om een natje en een droogje

 in de keel aan te brengen.

Het ‘aperitif maison’ is hier een populair drankje, en het is straf ook.

Het wordt zoals altijd bereid door Rose, standvastig winterbewoner

van de camping.

 

 

 

Wanneer alle keelgaten gevuld zijn met het eerste vocht,

geeft Voorzitter Frans Kegels het officiële startschot 

voor de plechtige Bolympische Spelen.

Drie-twee-één en KNAL!!

 

 

 

De ploegen zijn geloot en de titanenstrijd kan beginnen, op drie petanquebanen

 tegelijk. Achter de omheining komen ook stilaan de supporters te voorschijn.

 Sommigen hangen als hooligans in de draad, maar de Bolympische spelers 

laten zich niet snel afleiden.

 

 

 

Voor sommigen is het de eerste kennismaking met deze sport, en deze personen

 begeven zich wat onwennig over het terrein.

Het reglement is toch niet voor iedereen even duidelijk.

Eén speelster (niet blond!) tracht zelfs het doelballetje (de ‘cochonnet’) te gaan

 raken met een kop koffie in plaats van met een metalen bol.

Het is hier duidelijk te zien dat ze (terecht) wordt teruggefloten door de

 medespeelsters.

 

 

 

De Voorzitter doet vergeefse pogingen om te trachten het aantal bollen te tellen

die in deze situatie op de grond liggen. Je voelt en ziet de opperste concentratie.

Vergeefse moeite Frans! Het zijn er al zes, maar er komen er nog bij.

 

 

 

Niet tegenstaande een beperkte wiskundige kennis, deinst de Voorzitter er niet

 voor terug om zijn handen (en knieën) vuil te maken in de zandbak.

Hier bewijst hij dat hij perfect de afstand kan meten tussen twee bollen, 

handig gebruik makend van een doordeweekse doorweekte schoenveter.

 

 

 

De organisatie heeft alles voorzien, zelfs een werkman van de gemeente

om regelmatig de zandbak schoon te vegen.

 

 

 

Hier zie je de Spaanse zandveger in volle actie, het zand ophopend 

in een aantal hoeken en kanten. Achteraf blijkt de borstel volledig 

afgesleten, en twee personen worden als vermist opgegeven.

Waarschijnlijk weggeveegd en bedolven onder een zandophoping.

 

 

 

Intussen gaat de spionkop achter het speelveld geweldig te keer.

De gespannen zenuwen komen acuut tot uitbarsting.

De adrenaline bereikt zijn hoogste peil en staat op het punt te exploderen.

 

 

 

Slechts één supporter onthoudt zich van hooligangedrag.

Er wordt wel over gewaakt dat Fifi niet op de speelvelden komt.

Een onbewaakte hond in de zandbak zou kunnen leiden tot toestanden met bollen,

en dus handen, waarvan de smeuigheid iets te groot is.

 

 

 

Na de eerste rondes van het kampioenschap is het tijd om de spieren wat rust

te gunnen, en plaats te nemen aan tafel. Bij het kampioenschap van vorig jaar

 hadden we een lekkere lunch in dit restaurant van de camping.

Hoewel het resto “Le Gourmet” heet, en uitgebaat wordt door een Belg uit Bouillon,

 kan ik er kort over zijn: wat op mijn bord kwam was niet het beste dat ik deze week

 mocht eten. Ik kan me natuurlijk niet uitspreken over de andere

 keuzemogelijkheden, want die heb ik niet geproefd.

Binnenkort gaan we terug voor de volgende sessie van het kampioenschap,

en de kwaliteit van de lunch zal opnieuw beter zijn, naar verluidt.

Er zal eerst een (communautaire) bemiddelaar of verduidelijker worden op

 afgestuurd, heb ik gehoord in de wandelgangen van de camping.

 

 

 

Terwijl we wachten op de volgende gang worden we vergast (maar niet letterlijk)

op een (kort) zingende kelner. Voor elke noot die hij zingt drinkt hij eerst 

telkens een vol glas witte wijn om zijn keel te smeren.

 

 

 

 

 

 

 

Na de lunch hebben enkele vrienden last van de maag,

zoals Robert hier. In de achtergrond kan zijn vrouw Denise

gelukkig terecht bij Rose, de all-round-camping-vrouw.

Ze tovert onmiddellijk een dubbele Dafalgan uit haar apotekersdoos.

 

Het slachtoffer is niet meer in staat om verder aan de competitie deel te nemen.

Enkele uren later pas wordt hij teruggevonden, in de bar aan de tapkast,

omringd door enkele lege glazen whisky.

Vandaag mocht ik gelukkig vernemen dat zijn maag opnieuw aan de beterhand is.

 

 

 

 

Het spel wordt intussen keihard voortgezet door de overlevenden.

Alle dames zetten allemaal hun beste beentjes, struikjes en bollen voor.

The show must go on.

 

 

 

Uiteindelijk blijven er twee koppels over om de Grande Finale te betwisten.

Het reglement voorziet dat je of een snor of een baard moet hebben om

de finale te mogen spelen. De keuze is dan sowieso al beperkt tot vier spelers.

Ik wordt uitgeloot om met Roch te spelen, de man van Rose, grote

 campingorganisator en thuisspeler, in de eigen zandbak.

Hij weet elk zandkorreltje liggen.

 

 

 

 

 

Mee hierdoor slepen we de overwinning in de wacht. Hier zie je de toestand na

het ultieme winstpunt. Enige twijfel neemt even bezit van de verliezers,

maar secretaris en tevens medeorganisator Lieven ziet dat het goed is,

zelfs met de handen in de zakken.

De kogel is nu volledig door de kerk en de bol is door de camping.

 

 

 

 

De grote proclamatie en prijsuitdeling verloopt heel vlot, eens het zware rekenwerk 

achter de rug. Iedereen die nog aanwezig is (het is al zeven uur ’s avonds) ontvangt 

een vochtige prijs, verpakt in glas.

 

 

 

 

Tot slot krijgen we nog een goede raad van de restaurantuitbater!

 

 

 

Waarschijnlijk bedoelt hij “the end of the world”. 

Die fout had je niet gezien hé!

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: straffe blik naar het Oosten

 

Moet je nu “kerrie” zeggen, of “curry”?

Het is heel eenvoudig. Met kerrie(poeder) maakt men een curry(gerecht).

 

Engelsen zijn ook al eeuwen vertrouwd met verschillende soorten curries, wegens

 hun koloniale traditie in India. Je kunt stellen dat voor Engelsen (en anderen)

 curries dezelfde betekenis hebben als stoofpotjes voor ons.

Een curry is altijd gebaseerd op Indische kruiden.

 

 

 

De samenstelling van het gekende gele kerriepoeder varieert sterk.

Alleszins moeten er de volgende specerijen in verwerkt zijn: 

In varianten van kerrie kunnen dan nog de volgende ingrediënten toegepast worden: 

anijs, foelie, kaneel, cayennepeper (of andere scherpe pepersoorten),

fenegriek, nootmuskaat, zwart mosterdzaad, maanzaad, venkel.

Gerechten met kerrie zijn oorspronkelijk afkomstig uit India, waar de nodige

 specerijen alle dagen opnieuw weer gemalen worden tussen twee stenen.

Dit malen en mengen behoort tot de oudste historische tradities in India.

 

 

Toch kan de kerrie, zoals die nu gemaakt wordt, met een meer of minder grote 

hoeveelheid rode hete peper, pas gecreëerd zijn na de ontdekking van Amerika

 door de Spanjaarden. De rode capsicum peper komt van daar.

In sommige streken zoals Bombay (= Mumbai)  en Madras, maakt men het

 mengsel extra scherp door er veel rode peper aan toe te voegen.

In het noorden van India is het mengsel wat zachter.

Een Bombays kerriemengsel wordt open-mond-kerrie genoemd, omdat

men naar adem moet happen bij het nuttigen ervan. Hoe heter het klimaat,

des te groter de behoefte aan sterke specerijen, omdat die niet alleen de

 spijsvertering stimuleren en daardoor de kans op darminfecties verkleinen,

maar ook om het transpireren te bevorderen wat verkoeling geeft.

Spanjaarden eten meer pikante stuff dan Noren natuurlijk.

In de loop der tijden zijn er vele, zoniet ontelbare, soorten kerrie bedacht

vanuit India. Om een klein beetje orde te scheppen in de chaos is kerrie

 opgedeeld in: Mild, Curry, Madras, Vindaloo, Phall. Telkens is elke stap

 iets scherper dan de vorige. Vindaloo en Phall zijn voor ons Westerlingen

niet echt aan te raden gezien de scherpe smaak!

Naast de zeer gekende gele kerrie is in Thailand en India ook rode kerrie

 in gebruik. De rode kleur in deze kerrie is afkomstig van rode pepers.

Omdat de kwaliteit van de kerriepoeders in de kleine glazen potjes zoals wij

 die kennen, niet te vergelijken is met echte kerriemengsels, worden er nu ook

 veel kerriepasta’s verkocht in supermarkten. Deze pasta’s komen qua smaak

veel dichter in de buurt van de traditionele bereidingen. Aan te bevelen in plaats

van poeder!

Kerriepoeder moet eerst gefruit worden in vetstof voordat het zijn volledig aroma

 kan afgeven. Bij de bereiding van een verse "curry" wordt ook meestal ui, knoflook

 en gember gebruikt. Als afwerking voegt men limoensap toe en yoghurt.

Toevoeging van kokosmelk, een heel goede gewoonte, komt uit Maleisië en

 Indonesië. De "curry" krijgt er een echt exotische tintje door en de kokosmelk

 verzacht ook de smaak.

 

 

 

Het receptje dat ik bereid met kerriepoeder vermeldt ook “beurre manié”.

Dat klinkt heel ingewikkeld en moeilijk, maar het is de eenvoud zelf:

meng gelijke hoeveelheden  boter en bloem goed door elkaar, en het is klaar.

 

Het is de eerste keer ooit dat ik dit maak. Het heeft voor mij hetzelfde effect als voor

 Mozes die op de berg de stenen tafelen met de Tien Geboden ontvingt, midden in

 een bliksemflits. Alles wordt verblindend wit licht rond het mirakel!!

 

 

 

Bekomen van deze grote emotie komt de chef terug met de voeten op de grond,

en met de handen rond de beurre manié.

 

 

 

De rest van het recept van kerrievlees met champignons vind je hier:

 

ingrediënten voor 4

bereiding

600g varkensvlees (hespengebraad)

het vlees in kleine plakjes of reepjes snijden

2 el bloem

bloem vermengen met pezo, kerrie en look

pezo, ev. andere kruiden

het gesneden vlees met dit mengsel bestrooien

3 tl kerrie

de sjalotjes fijnhakken en in heet vet licht fruiten

2 lookteentjes, fijngesneden

het vlees in de pan doen en de stukjes aanbraden (in 2 maal)

2 sjalotten

doe dit op heet vuur, en onder voortdurend roeren

2 el olijfolie

met de witte wijn blussen en de boeljon erbij gieten

1 glas witte wijn

dit alles 15’ zachtjes laten koken met het deksel op de pan

¼ l vleesboeljon

intussen bloemboter bereiden (beurre manié)*

(20g boter en evenveel bloem)*

de geknede beurre manié (of instant roux) erdoor roeren

1/8 l room

doe dit beetje bij beetje en voorzichtig roeren met een spatel

 

de saus op smaak afmaken met kruiden

250g champignons

tot slot de room er door roeren

 

het kerrievlees opdienen met rijst of pasta

 

aan te raden met (gegrilde) champignons

 

 

Het eindresultaat ziet er Oosters uit, vooral met de gekookte rijst er bij.

 

 

 

Nauwelijks staat het “gele gevaar” op de tafel of Greta wil alles proeven.

Gelukkig voor de kok is het een meevaller.

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 149.

 

Geschreven door grob om 17:48 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (4): El Parque Natural de Albufera

 

Als je naar Valencia rijdt langs de A7, zie je tientallen kilometers ervoor en erna

 niets anders dan bomen met citrusvruchten: sinaasappels, citroenen, mandarijnen,

 pomelo’s, clementines, limoenen, pompelmoezen enzovoort.

Valencia is ook gekend voor de Paella Valenciana, maar daar kom ik later op.

Ik kan u verzekeren dat het plaatselijk een stevige traditie inhoudt, zie foto hierbij.

 

 

 

 

De streek is heel rijk aan water, wat toelaat die miljoenen citrusbomen te irrigeren.

Het gebied grenst aan de Middellandse zee, maar er is zoveel zoet water

 voorradig, dat men al zeer vroeg hiervan gebruik maakte om massaal rijst

te kweken.

Slechts enkele kilometers ten zuiden van het Calatrava-complex zit je in een

andere wereld: rijstvelden zover je kunt zien.

Het is een van de grootste zoetwaterbekkens van Spanje. Elke winter wordt een

 massa water aangevoerd vanuit de Turia rivier, die Valencia bespoelt.

Het beschermde park is 20 000 ha groot, en is nog maar een fractie van vroeger.

 

 

 

 

In het rustige, slaperige dorpje El Palmar heb je toegang

tot het watergebied  La Albufera.

Niet te verwarren met Albufeira in de Algarve (Portugal), 

waar evenveel discoteken zijn, als hier reigers.

Het dorpje is heel eenvoudig te bereiken, met de wagen 

of het openbaar vervoer.

 

 

 

 

In El Palmar zijn enkele kanalen gegraven, 

die verbinding maken met de zee.

Langs die kanalen liggen de eenvoudige bootjes 

van de vissers.

 

 

 

Stilaan, en niet fanatiek, wordt hier een infrastructuur

uitgebouwd om inkomsten te verwerven uit het (water)toerisme.

Sommige vissers beginnen hun bootjes te gebruiken om in het gunstige

seizoen toeristen rond te varen op het meer.

 

 

 

 

Wij worden zelf benaderd door ene Luis, die een bootje heeft, en actief

naar klanten zoekt. Normaal gaan de toeristen in een iets grotere boot met

zijn twintig het meer op voor 4€ per kop. Voor die prijs mag ook het lijf mee.

Luis stelt ons voor om voor 20€ een privé-tocht te doen, met hem als gids.

Dat is maar een eurotje meer, en het garandeert een privé-rondvaart.

Het is trouwens op dit uur nog te vroeg voor de grotere boot.

In Spanje komt alles wat later op gang natuurlijk.

 

 

 

We moeten nog even wachten, want Luis moet zijn boot nog uit zijn slaap halen.

 

 

 

Even later kunnen we vertrekken, en Luis stuurt het Perello-kanaal op,

weg van de zee.

Onderweg passeren we regelmatig vissers, die ons vriendelijk toewuiven.

 

 

 

 

Waar het kanaal uitmondt in het meer, zijn visgronden, waar paling wordt gevangen.

Deze vis, de anguila, is wel dunner dan de Belgische variant.

 

 

 

De vis wordt gevangen in fuiken, en alles is heel kleinschalig. Er is in het verleden

al zoveel oppervlakte van dit gebied ingepalmd voor andere bestemmingen, dat

 de status van nationaal park nu toch garandeert dat er niet meer aan gemorreld

 wordt, en alles blijft zoals het is.

 

 

 

 

Er is een uitgebreid vogelleven in het park, zowel met residentiële vleugelaars,

 zoals reigers en ooievaars, als trekvogels.

De vertegenwoordigers van deze laatste groep kunnen hier in alle rust hun buikje

vol eten in de rijstvelden en rond het meer.

Ongeveer 250 verschillende vogelsoorten zijn al officieel geteld door het

ornithologisch centrum. Soms verblijven er 100 000 vogels tegelijk in het park.

 

 

 

 

Als we het kanaal verlaten hebben, stuurt Luis zijn boot het meer op.

De diepte van de plas varieert van één meter tot 2,5 meter.

 

 

 

 

Op sommige plaatsen staan rijen huisjes langs de oever, de zogenaamde

 barracas.

Aan het einde van de Reconquista (de herovering van Spanje op de Moren)

 hadden de verslagen moslims twee keuzes. Ofwel moesten ze zich bekeren,

ofwel moesten ze het land uit.

Toen was het wel eenvoudiger en drastischer dan vandaag.

Diegenen die wilden blijven, werden enkel nog getolereerd in de meest barre

 streken, zoals de Alpujarras in de Sierra Nevada, of hier in deze toen desolate

 moerassige streek.

Als je goed kijkt, dan zie je op de nok van elk dak een kruisje staan. Dat toonde aan

 dat het huis werd bewoond door moslims die (zogezegd) bekeerd waren.

 

 

 

Na een tocht over het meer varen we terug door het kanaal op weg naar de

 aanlegsteiger.

Luis heeft ons nu al zijn anecdotes verteld gedurende de 45’ op het meer.

 

 

 

 

Dit is weer een heel prettige ervaring die achter 

de rug is, onder de ideale omstandigheden.

Bedankt weergoden, bedankt Luis.

 

 

En de pret is nog niet over. El Palmar staat er voor bekend 

dat men er de beste paella’s van Spanje serveert. 

Het is trouwens de geboorteplaats van dit befaamde gerecht.

We informeren Luis dat we hier graag paella willen eten.

Hij wil ons begeleiden naar het beste paella resto 

van El Palmar, waar een vriend van hem chef is.

Vlak in de buurt van het resto neemt hij nog een foto 

aan een lokale barraca.

De daken van deze historische woningen zijn natuurlijk van riet, 

want daar heeft men genoeg van, en het was vroeger dus

de goedkoopste oplossing voor de arme bevolking.

 

 

 

 

We belanden in een typisch Spaans restaurant, waar alle muren bedekt zijn met 

azulejos, kleurige tegels die de rol overnemen van schilderijen,

maar wel beter afwasbaar.

Op deze azulejo staat bijvoorbeeld een antieke “trilladora” afgebeeld.

Dat is een bescheiden fabriekje, waar de rijstkorrel wordt gescheiden van de

 omhullende pel. Tegenwoordig gebeurt dat via elektrische motoren, maar vroeger

 ging dat met de hand via een draaikruk.

 

 

 

Het is bijna vanzelfsprekend dat de paella hier is ontstaan. Honderden jaren

 geleden hadden de plaatselijke bewoners niet veel om tussen de lippen te steken.

Altijd rijst natuurlijk, maar wat als garnituur?

De meesten hielden kippen voor het vlees en de eieren.

Daarenboven zaten er nogal wat eenden op het meer.

Ook heel lekker, als je ze kunt pakken.

In de duinen van de Albufarra zaten de konijnen rustig het duingras op te knabbelen.

En dan nog de slakken met hoofddeksel. Zelfs makkelijker te vangen dan konijnen.

Dat werden dan de hoofdingrediënten voor de Paella Campesina, de enige echte

 originele boerenpaella.

Echte Paella Valenciana wordt in een grote pan boven houtvuur klaargemaakt

 alleen dus met volgende ingrediënten: rijst, kip, konijn, eend, slakken (baguettes),

 jonge sperziebonen, tomaten, olie, zout, saffraan, rood paprikapoeder en water.

 

Op onze foto kan je inderdaad al deze ingrediënten terugvinden.

Opdracht: zoek de slakken.

Als voorgerecht nemen we paling, dan paella voor vier en dan nog een stuk taart.

Van de paella hebben Greta en ikzelf bereidwillig de lokale slakken afgestaan

aan onze vrienden. Je moet iets over hebben voor de vriendschap.

De meeste paella’s in Spaanse restaurants zijn “toeristenpaella’s” : slakken worden

 (voor het uitzicht) meestal vervangen door gamba’s, en eend of konijn kan al eens

 ontbreken.

Vandaag is het rustig in El Palmar, maar in het weekend komt half Valencia (derde

 stad van Spanje) hier paella eten.

 

 

 

 

Na de heerlijke lunch maken we nog een wandelstop in El Saler (zie kaartje

 bovenaan).

Parkings zijn uitgebreid, veelvuldig aanwezig, en netjes aangelegd.

 

 

 

Alle stranden zijn kraaknet, en worden vooral gebruikt door Spaanse

 vakantiegangers.

Internationaal toerisme staat nog in zijn kinderschoenen in Valencia.

Dat is wel aan het veranderen door Calatrava, door het Formule 1 circuit

en door de nieuwe jachthaven, gebouwd voor de start van de America’s Cup.

 

We kuieren helemaal rond een groot zoetwatermeer dat door een lange duinenrij

 van de Middellandse Zee gescheiden wordt.

De dames zijn niet meer te houden en gaan zelfs tot aan het strand en de zee.

Het is hier een prachtige streek.

We gaan een volgende keer zeker nog in Valencia verblijven.

We’ll be back.

En dan nu naar Marbella.

 

 

 

Ik had nog meer foto's, maar Seniorennet knipt af op 20 stuks.

Misschien verbetert dat nog wel.

 

 

Klik eens op deze link van Greta:

http://fotoalbum.seniorennet.be/gaviota-album

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Boeuf Miroton, uit de streek van Lyon

 

Iedereen die al ooit gekookt heeft kent vanzelfsprekend deze goudkleurige bollen.

 

 

 

Vandaag ga ik ze inbouwen in een Boeuf Miroton, een gerecht uit de streek

van Lyon, een streek in Frankrijk waar elke lekkerbek likkebaardend verblijft

of doortrekt.

 

Deze sympathieke bollen hebben misschien wel een paar geheimpjes die ik

graag even in het daglicht wil brengen.

De ultrakorte naam ui (ook wel ajuin genoemd in Zuid-Nederland en Vlaanderen, 

en siepel in Noord-Nederland) vertegenwoordigt een plant uit de lookfamilie.

 

De ui is een bolgewas en is verwant aan prei, bieslook en look.

Deze gewassen slaan voedsel op in een bol die de winter in de grond overleeft.

 Daardoor kunnen ze in de lente snel boven de aarde komen en bloemen vormen 

en zich voortplanten. Bolgewassen bevatten daarenboven veel suiker,

waardoor ze niet snel doodvriezen en lang zonder voedsel kunnen.

Uit geschriften van 3000 v.Chr. blijkt dat de ui voor het eerst in delen van Azië

werd verbouwd. Vanuit India is de ui naar Griekenland en Egypte gebracht.

De piramidebouwers kregen uien als rantsoen.Uien werden ook in graftombes 

gelegd voor in het volgende leven. Ze waren tegelijkertijd voedsel en medicijn

 tijdens de reis naar het hiernamaals. Ook zou de schil door de structuur gezien

 worden als een symbool van eeuwigheid.

Uien werden ook door Grieken en Romeinen gebruikt.

Uien hebben een sterke smaak en geur, die verminderen bij verhitting.

Ze hebben een papierachtig buitenste vel over een gelaagde kern.

Ze worden wereldwijd gebruikt in de keuken, en bestaan in allerlei 

vormen en kleuren.

 

De gele ui wordt bij ons het meest geteeld, heeft een 

goudgele huid, voelt stevig aan en is van binnen wit.

Het is de klassieker die onder koks zeer populair is 

om mee te koken, te stoven of te bakken.

 

 

 

Onderaan in het midden op de foto hangt de Franse ui,

platter dan de gele.

Hij is ook iets fijner van smaak, en gaat al naar de sjalot.

Rechts zie je de witte ui, die we veel gebruiken in Spanje: 

heel zoet en lekker, maar hij wordt vlug rot.

De rode ui, helemaal links, wordt meestal gebruikt in salades,

héél fijn gesneden in ringen of duxelle.

Uien zijn niet alleen een groente, maar ook een smaakmaker.

Meestal worden hier Spaanse uien voor gebruikt, omdat die 

een hoger drogestofgehalte hebben.

In de boeddhistische keuken worden uien vermeden, vanwege 

de geur en de vermeende lustopwekkende werking.

In de Aziatische keuken vind je hem dus minder.

 

Hoe Spaanse uien er uit zien, kan je hier bekijken op de foto.

Het zijn de kolossen onder de ajuinen.

Ze zijn perfect kogelrond en de diameter is tussen de acht 

en de negen centimeter (heb ik net gemeten).

In de Supermarkt zitten ze hier altijd in een netje van vier op een rij.

Joost of José mogen weten waarom.

 

 

 

De meeste exemplaren hebben een scherpe smaak en geur

die onze ogen bij het snijden ervan zelfs tot tranenproductie aanzet.

Bij het doorsnijden van de cellen in de ui met een keukenmes 

worden er zwavelgassen gevormd.

Wanneer dit gas in contact komt met de ogen vormt het 

met het oogvocht een zwavelzuurverbinding,

dat de zenuweinden in het oog irriteert. Hierdoor gaan de ogen tranen.

TIP: het tranen is te voorkomen door ze in de koelkast te bewaren, of door

 

ze onder water te schillen (wat me persoonlijk niet zo praktisch lijkt).

Een lekker voor- of tussengerechtje zijn gepaneerde en gebakken uienringen,

 gemaakt van Spaanse ajuinen (omdat het grote exemplaren moeten zijn).

 

 

Terug in de keuken en naar een lap rundvlees.

Ik ga dus een “Boef Miroton” maken, met “Lyonnaise saus”.

Hier is het schitterende recept voor 2 personen, uit een oud kookboek:

 

 

 

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g rundvlees (platte bil, rumsteak)

kook het vlees in water (altijd 1 kg = 1 uur)

2 uien

houd de boeljon bij voor de Lyonnaise saus of voor soep

20g boter of olijfolie

snijd alle uien in plakken, laat ze in het vet glazig worden

paneermeel

verwarm de oven voor op 200°

2 el gehakte verse peterselie

leg de helft van de uien in een platte vuurvaste schotel

1 el gesmolten boter

snijd het warme rundvlees in plakken van 1,5 cm dik

 

verdeel het over de uien in de ovenschotel

Lyonnaise saus:

strooi er het paneermeel en 2/3 van de peterselie over

2 uien

giet de gesmolten boter erover

30g boter (of olijfolie)

zet het nog 10’ in de oven, eventueel met grill

1 el maïzena

giet er de Lyon saus over en dien op

1 glas wijn

 

1 glas water

Lyonnaise saus:

1 schepje vaste of ¼ l kalfsboeljon

laat de rest van de uien glazig worden in de boter of olie

(of boeljon van het gekookte vlees)

doe de wijn en de boeljon erbij en breng dit aan de kook

pezo

doe er de maïzena (express) bij onder voortdurend roeren

citroensap

als de saus is ingedikt, breng op smaak met pezo en citroen

 

 

 

lekker met gekookte peterselieaardappelen (1/3 peterselie)

 

 

Wat zou er in deze pot kunnen zitten?

 

 

 

Volgens de vermeldingen in het kookboek heb ik dit receptje al eens bereid in

 1975, 1989, 2003 en misschien nog wel eens. Je kunt hier zien dat ik de

 kookboekrecepten bewerk, om te komen tot iets dat iedereen foutloos kan

 gebruiken. Grijp je kans.

 

 

 

De beginnende kok is aan het denken wat er toch nog fout kan lopen.

 

 

 

Bij de afgewerkte Boeuf Miroton horen nog wat (diepvries)groenten en

 gepersilleerde aardappelen.

Een fles rode Jacobs Creek zal alles vlot naar binnen spoelen.

 

 

 

De Miroton is geen boeufje om zonder handschoenen aan te pakken.

 

 

 

Het beestje is tot op de tafel geraakt, en het mag nu wat uitblazen…

 

 

 

…maar niet vooraleer het overgoten is met de overheerlijke Lyonnaisesaus.

 

 

 

De overgebleven uien kijken er met verstomming naar.

Hun beurt komt nog wel.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 115.

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (3): van Calatrava naar Carmen

 

 

De volgende dag in Valencia blijven we eerst nog even 

in de buurt van Calatrava.

 

 

 

Een paleis dat nog niet volledig is afgewerkt, is het gebouw 

van de opera en de andere kunsten, gewijd aan en genoemd 

naar koningin Sofia.

Hoewel de constructie een aantal gelijkenissen vertoont met 

het kapsel van koningin Fabiola is er dat verschil: het laatste 

is al wel enige tijd definitief afgewerkt en gebetonneerd.

Als je nauwkeurig kijkt, merk je een vijftal acrobaten 

hun werk doen aan de zijkant en bovenkant van 

het impressionante gebouw.

 

 

 

Aan het Calatrava-complex is ook een dierenpark verbonden, met uitsluitend 

vliegende en zwemmende fauna. Iets met vier poten mag hier niet binnen.

Hier zitten we bij een afdeling zeekoeien. Ik denk dat er in Spanje

meer zeekoeien te vinden zijn dan gewone koeien.

Ofwel is er ergens een koeienstreek die we nog niet gevonden hebben.

 

 

 

 

Het aquarium van Valencia is het grootste van Europa. Je kunt het vergelijken met

 Sea World in San Diego. Ook enkele buitenmaten van vissen drijven hier rond.

Wat je hier ziet is geen paddenstoel of een ontplofte binnenband van een

 vrachtwagen, maar wel degelijk een vis, van ongeveer anderhalve meter lengte.

Alleen te bakken in een speciale XXL paellapan.

Niet echt moeders mooiste, maar misschien wel lekker.

 

 

 

In de tentoonstellingsruimte liggen een hoop fossiele haaientanden, van een 

reusachtig kaliber. De grootste zou je kunnen gebruiken als gevaarsdriehoek.

 

 

 

Hier lopen we onder de eigenaar van zo een stel. Wel griezelig.

 

 

 

Er zitten massa’s haaien in de aquaria. Zoals in Sea World kan je 

er onderdoor lopen door glazen gangen.

Hier heb je er eentje in profiel, op zoek naar een hapje.

 

 

 

 

De grootste van allemaal heeft uiteindelijk

zijn hapje gevonden.

 

 

 

 

Het loopt tegen de middag, en we stillen de honger in het plaatselijke restaurant

 “Madriles”. Een toeristenval, zonder meer. Nooit doen.

In de namiddag gaan we het vogelpark bezoeken.

Bij het verlaten van het restaurant zien we een witte Calatravabol,

die dienst doet als een spectaculaire volière.

 

 

 

Midden in een waterplas zitten twee aalscholvers te nestelen.

Zelfs in oktober worden de eitjes uitgebroed.

 

 

 

Binnen in de witte bol zitten tientallen soorten vogels door elkaar.

Hier komen een lepelaar en twee rode, mij onbekende vogels, in close up.

 

 

 

In de witte bol, waarvan je bovenaan de driehoekige steunelementen ziet,

worden vogelvriendelijke biotopen nagebootst.

 

 

 

De gevederde vrienden, die geen natte poten willen, of die het operagebouw 

willen bestuderen, vliegen omhoog en nemen plaats op boomtakken.

 

 

 

 

Na het bezoek aan de dieren, gaan we met een taxi naar de oude stad,

opnieuw tussen de mensen.

Het uitgekozen doel is de wijk El Carmen, het historische centrum.

Waar een lege muur is, wordt die gebruikt door artistiek verantwoorde graffiti.

Helemaal wat anders dan de vunzige boel die je vaak in Belgische steden ziet.

 

 

 

 

Zelfs Kamagurka heeft hier uitstekend muurwerk gepresteerd,

waarbij hij knipogend zijn vriendin een poepje laat ruiken.

 

 

 

Schouder aan schouder zitten twee bekende personen in de warme herfstavond 

elkaar in evenwicht te houden, onder toezicht van twee bruingebakken puti’s.

 

 

 

Het lijkt er nu rustig en vredevol aan toe te gaan in het centrum van Valencia, maar

 niets is minder waar. Probleem nr. 1: terwijl we met de taxi rondrijden merken we

 dat er links en rechts enkele autofiles gevormd worden. De taxichauffeur informeert

 ons dat er een betoging aan de gang is. Even later vermeldt hij terloops het tweede

 verkeersprobleem: vanavond is er toevallig de voetbalwedstrijd Valencia -

 Barcelona, twee toonaangevende clubs in de eerste divisie van Spanje.

En als je weet, wat voetbal in Spanje betekent, kan je je wel voorstellen dat het

 verkeer niet honderd percent op rolletjes loopt.

 

 

  

Uiteindelijk komen we door de praktische stratenkennis van de chauffeur toch in het

 centrum van de derde stad van Spanje.

De plaza de la Reina is een gezellig plein, met de juiste sfeer voor een herfstavond.

 

 

 

De Plaza de la Virgen is dan nog sfeervoller. We drinken een “Agua de Valencia”,

 met zicht op de kathedraal. Agua de Valencia is Cava met een geutje vers geperst

  sinaasappelsap, waar ze in Valencia genoeg van hebben.

 

 

 

Door een tijdelijk effect aan ons fototoestel kunnen we op dit plein de echte sfeer

 niet weergeven. Er zijn een aantal echtparen, net gehuwd, met de dames in het wit.

Allemaal nog maagd, daarom komen ze natuurlijk naar de Plaza de la Virgen,

 waarbij elk paar zijn eigen gevolg bij zich heeft van fotografen, videofilmers,

met complete uitrusting.

Ik heb een foto te pakken gekregen van mijn vriend Fernando Vanhoeke,

met slechts twee van die paren, maar er zijn er zeker twintig. Ze lopen mekaar voor

 de voeten. Onvergetelijke sfeer is dit. We genieten op het terras met onze Agua.

 

 

En vermits Seniorennet momenteel niet meer dan 20 foto’s laat opladen,

kan ik er maar beter mee ophouden.

Volgende keer gaan we naar het natuurpark Albufera.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Californische droom, groeiend aan een boom

 

 

Vorig gerecht was een “koolvis op Russische wijze”.

Het kookboek dat ik daarvoor gebruikte stamt trouwens nog uit de communistisch 

Stalinistische periode.

Om de politieke stabiliteit in de wereld een beetje in evenwicht te houden,

voel ik me verplicht om ook, en snel, een gerecht te produceren uit de

 kapitalistische wereld.

 

Mijn keuze is gevallen op “kip op Californische manier”.

Californië is in de eerste plaats het summum van het kapitalisme.

Op zichzelf is/was deze USA-staat de achtste economische grootmacht

in de wereld!

Filmacteur Arnold Schwarzenegger, een lang geleden aangespoelde Oostenrijker,

is er nu al een heel aantal jaren de gouverneur, met dank aan de filmstudio’s.

 

Gevolg: Californië is nu virtueel failliet.

Maar ja, Arnie is toch de Terminator voor iets.

Hij moet toch ook in de gouverneurszetel zijn naam waar maken zeker.

Voor hemzelf is er niets aan de hand.

Hij kan gewoonterug naar de Hollywoodfilm, en mits een pondje plaasterig

 oplapwerk en een dikke dosis make-up mogen we binnenkort

“Terminator 4” verwachten.

 

 

 

 

Zoveel koolvissen ze in Rusland hebben, zoveel perziken vind je in Californie, en ze

 zijn wel gemakkelijker te vangen. Meestal worden ze gevangen gezet in een blik.

 Jammer dat je de perzik bloem nooit te zien krijgt, want die is prachtig (zie boven). 

De populaire ronde vrucht met veel vrouwelijke vormen kent natuurlijk iedereen.

Ze bevat een harde houten pit net als de abrikoos, de pruim en de kers.

Technisch zijn dit alle steenvruchten.

De perzik is “zelf fertiel”, wat zoveel wil zeggen als dat ze zichzelf kan bevruchten.

 Daar zie je nog maar eens hoe mensen toch wel heel beperkt zijn in hun

 mogelijkheden.

 

 

 

De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Iran en de omgeving van de

 Middellandse Zee, zoals de meeste lekkere dingen.

De naam perzik betekent Perzisch (Prunus persica). Perziken komen

 oorspronkelijk uit China, maar zijn via Perzië (nu Iran) in Europa terecht gekomen.

 De moeilijk eetbare stenen in het midden van het fruit heeft de Iranezen ertoe

 aangezet om het stenigen (van meestal vrouwelijke slachtoffers) op punt te krijgen.

De schil voelt een beetje pluizig of wollig aan. Soms, als ik een perzik aanraak,

krijg ik een rilling over mijn rug, maar dat zal aan mij liggen. Vers moet ik ze niet.

Een vorm zonder deze pluizige schil heet nectarine. Behalve de schil bestaat

 er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen 

kruising tussen een perzik en een pruim, zoals soms wordt verondersteld.

 Hieronder zie je duidelijk de groeifasen van een nectarine, van knop tot volwaardig 

stuk fruit.

  

  

Binnen de rassen wordt wel onderscheid gemaakt naar de kleur van het vruchtvlees:

 wit, geel of rood. Veel witvlezige rassen staan er om bekend dat ze beter smaken

 dan de geelvlezigen, maar een nadeel is dat ze slechter tegen transport kunnen.

Tenzij de witte perzikjes heel traag vervoerd worden, zoals op deze foto van 1939.

De foto is zó oud dat er zelfs geen copyright meer op zit. Goed voor mij.

 

 

 

Terug naar de keuken en naar de kip en de perziken.

Ik ga dus een “kip op Californische wijze” van maken.

Hier is het schitterende recept, uit een versleten kookboek:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 kipfilets

de kip bestrooien aan beide kanten met pezo

pezo

de filets door de bloem wentelen en het teveel er af kloppen

bloem

in de olie de stukjes kip aan alle kanten aanbraden

olijfolie

suiker door de azijn roeren, nootmuskaat en chilipeper toevoegen

1 el suiker

met het grootste deel van het perziksap tot ¼ l vloeistof maken

1 tl wijnazijn

de geschilde wortel in heel dunne plakjes snijden

1 tl hot chilipeper

verdeel de wortelschijfjes over de bodem van een niet-kleefpan

mespunt nootmuskaat

leg de stukjes kip daarop

1 blik perziken op sap (+-250g)

kook het braadvet van de kip op met de rest van het perziksap

1 dikke winterwortel

blijf hierin roeren en giet het vocht dan over de kip

nogal veel rozemarijnblaadjes

doe ook de gekruide azijn en de rozemarijnblaadjes hierop

 

dik de saus eventueel wat met maïzena express

 

zet het deksel op de pan en laat 15’ op een zacht vuur staan

 

laat de laatste 10’ de in partjes gesneden perziken meestoven

 

neem 5’ voor het einde het deksel er af

 

 

 

lekker met aardappelpuree en een gemengde salade

 

 

 

 

 

 

Een winterwortel vinden kan met dit weer geen probleem zijn.

 

De bebloemde kipfilets laten zich keurig aanbraden,

zonder veel weerwerk.

 

 

 

Het resultaat oogt bijzonder lekker, met slechts enkele eenvoudige ingrediënten.

De kippetjes liggen op een heerlijk zacht bedje te genieten.

 

 

 

Een potje aardappelpuree, en een gemengde salade doen me de traditionele

 kwijlsappen in de mond komen.

 

 

 

Op het bord ermee, en het feest kan weer beginnen. Smullie smullie!!

 

 

 

Een lekker flesje uit Californie erbij van een Shiraz druifje,

en de wereld kan niet meer stuk.

 

 

 

“Hasta la vista, baby.”

“I’ll Be back.” A.S.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 88.

Groetjes uit Marbella.

 

Geschreven door grob om 22:42 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (2): de futuristische wereld van Calatrava

 

 

De tweede dag in Valencia besteden we veel tijd aan kunst en wetenschap, 

maar tegelijk met een knipoog.

Slechts twee huizenblokken scheiden ons van het Parque de Sciencias y Artes.

Het bevindt zich tussen het einde van de groene Turia rechts, en het formule 1

 circuit.

Eigenlijk ligt het dus in de vroegere monding van de Turia rivier.

 

 

 

Dit enorm ruime gebouwencomplex is het fabuleuze ontwerp van de nieuwe Gaudi:

 Santiago Calatrava, door vakmensen beschouwd als één van de nog levende

grootste architecten van de wereld.

Hij werd in 1951 in Valencia geboren.

Calatrava's werk is uniek en sterk gericht op de natuur. Naast architect is hij ook

 beeldhouwer en ingenieur. Met zijn kennis over architectuur, beeldende kunst en

 constructieleer kan hij de meest ongewone en creatieve vormen ontwerpen.

Bij elk ontwerp combineert hij originaliteit in de vormgeving met technisch vernuft.

Hier zie je een deel van zijn gebouwenpark in Valencia. Verbluffend om te zien.

 

 

 

Hier is hetzelfde beeld, genomen van de andere kant.

Op de achtergrond is het hoge gebouw voorzien als paleis van de kunst, 

maar tijdens ons verblijf was dit nog niet volledig afgewerkt.

Calatrava is een van de interessantste pioniers binnen de moderne architectuur.

Hij haalt inspiratie uit natuurlijke en menselijke vormen, die hij samenbrengt 

tot een stijlvol geheel met behulp van zorgvuldig uitgekozen materialen.

Zijn stijl is uniek, symbolisch en overal ter wereld gemakkelijk herkenbaar.

Het gebouw rechts doet denken aan een skelet van een dinosaurus of een walvis.

 

 

 

 

Een ander gebouw, waarvan je hier de

achterkant ziet lijkt op een parabolische serre,

maar dan een zonder glas.

 

 

 

Veel constructies van Calatrava zijn open, vandaar dat hij ook enorm veel 

spectaculaire bruggen ontworpen heeft.

Als je via de voorkant van de constructie binnengaat, maakt het een enorme indruk.

De mensjes vergaan tot mieren.

 

 

 

Bekende werken van Calatrava zijn onder meer:

 

  • Place Galleria, Toronto, Canada (1987-1992)
  • De communicatietoren bij het Olympische stadion in Barcelona (1989-1992)
  • Het station van Alameda, Valencia, Spanje (1991-1995)
  • De Allamillo-brug, gebouwd voor de wereldtentoonselling in Sevilla in 1992
  • El Auditorio de Tenerife, Tenerife, Canarische Eilanden (1991-2003)
  • voetgangersbrug Campo de Volantín, Bilbao, Spanje (1994-1997)
  • De wolkenkrabber Turning Torso in Malmo, Zweden (in aanbouw)
  • Milwaukee Art Museum in Wisconsin, Amerika (1994-2001)
  • Manrique Bridge, Murcia, Spanje (1996-1998)
  • Het Olympische stadion in Athene, voor de Olympische Spelen van 2004
  • De opera van Valencia: Palau de les Arts (in aanbouw)
  • Ciudad de las Artes y las Ciencias, Valencia, Spanje (1991-2006),
  • waarvan je hieronder nog een andere foto ziet

 

Ook werkt Santiago Calatrava momenteel aan het nieuwe station van het 

World Trade Center in New York.

Het ontwerp wordt gemaakt van wit staal, kenmerkend voor deze architect,

en symboliseert een vogel die uit een kinderhand vliegt.

Ground Zero krijgt een ondergronds station met een glazen dak en daarboven

spectaculaire vleugels van glas en staal, dertig meter hoog.

Het ontwerp draagt onmiskenbaar de hand van Calatrava. Elk jaar op elf september

zal het dak openen om de aanslagen van september 2001 te herdenken.

 

 

 

Calatrava maakt gebruik van zijn aangeboren bouwkundige kennis om de

 technische constructie van een gebouw deel te laten uitmaken van het ontwerp.

Typisch zijn de lange lijnen, het gebruik van witte materialen en veel glas en licht.

 

 

 

De “Cala” toont nogmaals zijn buitengewone talent om aan de buitenkant

van een gebouw te laten zien wat zich binnenin bevindt.

Dit hier is het planetarium, of L'Hemisfèric.

 

Calatrava haalde de inspiratie voor dit gebouw uit een oog, aangezien het gebouw

 de ogen dient te openen van iedereen die er binnengaat. De enorme koepel,

 waarin het planetarium en de IMAX-bioscoop liggen, is voorzien van stangen van

 aluminium ter versteviging, maar ook ter versiering om het geheel op een oog te

 laten lijken. Het oog kan zelfs mechanisch geopend worden.

Binnenin L'Hemisfèric vindt men de modernste technologie voor de voorstellingen

 van IMAX, het planetarium en lasershows

De voorstelling die we bijwonen gaat over doodgewone sardientjes, maar op het

 reusachtige scherm dat de binnenkant bedekt geeft dat een enorm effect.

 

 

 

Ook gebruikt hij vaak het element water in zijn werken, zoals overvloedig bij

de Ciudad de las Artes y las Ciencias in Valencia, en bij zijn vele bruggen.

De weerspiegelingen van de bouwwerken in het water zorgen voor een mysterieuze

 uitstraling, en de weerspiegelingen zijn bedoeld als een deel van het kunstwerk.

 

 

 

Het ene gebouw is al ongelooflijker dan het andere.

Ook in België kan je trouwens een heel recente Calatrava bewonderen, met name 

het nieuwe spoorwegstation van Luik, met een prijskaartje van 300 miljoen Euro!!

Wie betaalt dit?

En zelfs daar komen de treinen niet op tijd…

 

 

 

Vanuit welke hoek je ook kijkt, altijd ontdek je 

nieuwe fantastische structuren.

 

 

 

Dit is het reusachtige paleis van de wetenschappen, waar we enkele uren

 doorbrengen, om te kijken, maar ook om te DOEN.

 

 

 

Een van de blikvangers (ook letterlijk) is een waarheidsgetrouw model van het ISS,

 het International Space Station.

De bewoners daar hebben stilaan een plannetje nodig om hun weg terug te vinden.

 

 

 

De reusachtige slinger van Foucault en nog een massa andere wetenschappelijke

 proeven kan je bekijken of zelf doen. Hier blazen we even uit in een rustig hoekje

 om te bekomen van alle merkwaardigheden.

 

 

 

Luc heeft nog genoeg energie om de strijd aan te gaan 

met een verticale klimmuur, en tegelijk nog oog te hebben

 voor de pers.

 

 

 

Hier verdiepen we ons grondig in een experiment uit de fysica.

Deze kleine blokjes moeten we zodanig leggen dat er een stabiele boog ontstaat,

 die alle klompjes stevig bij elkaar houdt, zonder lijm of nagels, of wat dan ook.

 Proberen maar. Gelukkig hebben we onze bril in de buurt.

 

 

 

We passen na zwaar hersenwerk de blokjes goed tegen elkaar, en zelfs in

de juiste volgorde.

Dan plaatsen we het bord voorzichtig vertikaal.

De parabolische boog blijft perfect staan.

Als Calatrava dat kan, dan kunnen wij dat ook. 

 

 

De groene partij is ook vertegenwoordigd door een grote fan.

Volgens de traditie is een groene jongen altijd vredelievend en lief voor iedereen.

Tot iemand hem onverwacht op een gevoelige plaats raakt. Dan wordt het El Hulko.

 

 

 

Greta op haar beurt doet een gewaagde polonaise 

met een rode Alien.

 

 

En vermits Seniorennet momenteel niet meer dan 20 foto’s

laat opladen, kan ik er maar beter mee ophouden.

Volgende keer gaan we naar het natuurpark Albufera.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: druipende vis à la Pollack

 

 

 

Wie kent deze waterige knaap? Niemand? Het is een koolvis.

 

Vanwaar hij zijn naam heeft is ook voor mij een volkomen raadsel.

Voor zover ik weet heeft hij niets te maken met de groenten, en zeker niet 

met de kleine zwarte klompjes die je kunnen verwarmen in koude winters.

 

De koolvis (Pollachius) is een vis uit de familie van schelvissen en kabeljauwen, 

die vooral voorkomt in het hoge noorden van de Atlantische Oceaan.

Hoewel je volgens de foto zou denken dat het maar een soort sardientje is,

Wordt de koolvis gemiddeld 60 cm en kan een lengte bereiken van 130 cm.

Hij kan maximaal 25 jaar oud worden en tot 32 kg zwaar zijn.

De gemiddelde koolvis weegt toch zeven tot acht kilo, wat al een serieuze hap is.

 

Koolvis komt voor aan de Europese kusten van de Golf van Biskaje

tot Groenland, IJsland, Nova Zembla, de Witte Zee en de noordelijke Noordzee.

 Aan boord wordt de koolvis onmiddellijk na de vangst schoongemaakt,

gefileerd en verpakt.

Door de nabijheid van de goede visgronden is hij in Rusland heel populair.
 

 

 

De koolvis is voor de beroepsvisserij van groot belang, want hij wordt massaal

 industrieel verwerkt tot o.a. vissticks.

Vaste aanvoertijden kent de koolvis niet. Hij is het hele jaar door verkrijgbaar

in de vorm van diepvriesfilets. Je kan hem ook soms in zijn geheel kopen.

Om te zien of de vis vers is, let u best op de ogen.

Deze moeten helder zijn en een beetje bol staan.

Wanneer het gaat om een verse filet, mag er geen vocht vrijkomen wanneer u

 zachtjes op de vis duwt. U vindt koolvis meestal in de handel in diepgevroren vorm.

 

De Engelse naam van de koolvis is “pollack”.

Naast de vis “pollack” bestaat er natuurlijk nog een andere: Jackson Pollack,

wijlen de omstreden Amerikaanse kunstschilder.

Hieronder op de foto zie je ze samen. Jackson heeft, naar aanleiding van een

 artikel in Time magazine voor de rest van zijn korte leven de bijnaam gekregen

Jack the Dripper. (Jaak de Druiper zouden wij zeggen).

Zeker niet te verwarren met Jack the Ripper.

Deze laatste was een Engelsman, en geen familie trouwens.

 

En nu komt het: toen hij nog werkloos en straatarm was, moest Jackson

van zijn vrouw helpen in de keuken.

Hij moest regelmatig de vis bedruipen, die in de oven zat.

Logisch, want het grote gevaar van een vis in de oven is, dat hij onvermijdelijk gaat

 uitdrogen. Het ligt voor de hand dat het een pollack was, die de oven bevolkte.

Van toen af aan is hij ook spontaan zijn schilderijen beginnen bedruipen, zoals

te zien op de foto. Jack the Dripper had het gat in de markt gevonden!

Hij legde zijn canvassen plat op de grond, en bedroop ze van op afstand met verf.

Iedereen stond perplex van dit idee!

 

 

 

Je bent voor of tegen deze kunstenaar, maar bedenk wel dat het duurste schilderij

 ooit verhandeld eentje is van deze JP!

Het doek “No 5.” uit 1948 is in november 2006 verkocht voor 140 miljoen dollar!!

Het meesterwerk “De Kindermoord in Bethlehem” van de hand van onze Pieter 

Paul Rubens staat slechts op de twaalfde plaats, met een schamele 76 miljoen.

 

Wil je de duurste geveilde schilderijen ooit eens bekijken, dat kan je via:

 http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_duurst_geveilde_schilderijen.


Terug naar de keuken en naar de andere soort pollack.

Ik ga er een “koolvisfilet op Russische wijze” van maken.

Ook zal ik veel moeite doen om de vis regelmatig te bedruipen, maar toch

vrees ik dat het me niet gaat helpen om onbetaalbare schilderijen te maken.

Hier is toch maar het recept:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

400g visfilets  (koolvishaasje)

de visfilets met pezo bestrooien aan beide kanten

pezo

haal ze door de bloem en schud overtollige bloem er af

bloem

bak de vis in de hete olie aan beide kanten bruin

olijfolie

snijd de schoongemaakte paddenstoelen in plakken

200g champignons

laat ze smoren in dezelfde pan als de vis

boter

kook de aardappelen in de microwave in 6 à 7 ‘

300g vastkokende aardappelen

snij ze dan in reepjes van ongeveer een halve cm dik

2 hardgekookte eieren

verwarm de oven voor op 200°

20 cl zure room

snijd de hardgekookte eieren in dunne plakjes

geraspte kaas (bijv. Emmenthal)

wrijf een ovenvaste schaal in met boter

 

schik de gebakken vis op de bodem

 

bedek met paddenstoelen, eischijfjes en aardappelreepjes

 

meng de zure room met een wat bloem in een kommetje

 

schep dit zorgvuldig over de inhoud van de schaal

 

strooi geraspte kaas er over, en wat kleine stukjes boter

 

zet de schaal 20’ in de oven, met 5’ grill op het einde

 

dien op in de schotel; strooi er wat peterselie over

 

 

Na 25’ komt de schotel glunderend uit de oven.

Goed bedropen trouwens.

 

 

 

Het lijkt een beetje op een schilderij van Pollack,

maar ook weer niet te veel.

De geldelijke waarde van mijn product is niet zo groot,

maar het is wel beter verteerbaar.

 

 

 

Er horen nog wat druiperige groenten bij, die lauwwarm mogen zijn.

Je zou kunnen de volgende combinatie nemen:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

200g sperzieboontjes

blancheer de boontjes 5’ in een ruime pan met kokend water

200g knolselder, in reepjes

blancheer ook de selder met citroen

sap van een citroen

(ofwel: maak hem zacht in de microwave)

pezo

laat de groenten uitlekken en enigszins afkoelen

 

doe de groenten in een slakom

dressing: 2 el olijfolie

verhit de olie in een pan en bak de ui glazig, blus met citroensap

1 rode ui, in reepjes

giet de warme dressing over de groenten

1 el citroen- of limoensap

en schep alles voorzichtig door elkaar

 

 

 

variant: vervang de boontjes door gesneden rode paprika

 

(op die manier heb ik het nu bereid)

 

 

Ik vind het uitzicht voldoende Pollackiaans door elkaar gemengd,

zodat de vis tevreden gaat zijn met zijn gezelschap.

 

 

 

 

Een smakelijk flesje Artes del Sur uit Argentinië 

komt nog wat in de weg lopen, maar kan niet beletten 

dat al het vorige op de tafel komt en stiekem verdwijnt 

in de lonkende keelgaten van de bewoners van dit pand.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 80.

 

 

Geschreven door grob om 23:50 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (1): flaneren door de Turia

 

We vertrekken in Playa d’Aro aan de Costa Brava rond de warme middag, 

met twee wagens pal zuidwaarts naar Valencia, met de zon van voor.

In l’Hospitalet, langs de Middellandse zee stoppen we voor een lunch langs de

 autoweg.

We doen het rustig aan, want reizen is pas goed als je het langzaam doet.

 

Valencia is de derde stad van Spanje en heeft lange tijd in de schaduw gestaan

van het meer trendy Barcelona. Dat is inmiddels verleden tijd, zeker sinds de

 nakende voltooiing van het futuristische Ciudad de las Artes y las Ciencias

(Stad van Kunst en Wetenschap).

Hopelijk duurt het niet meer zo lang als de Sagrada Familia in Barcelona,

waar men al honderd jaar aan werkt.

 

Valencia staat natuurlijk bekend om haar sinaasappels, paella en parelwitte

 stranden, maar het is zoveel meer. De architectuur in het bijzonder is

 adembenemend en toont veel sporen van Moorse en Mudéjar bouwstijl.

Net ten zuiden van de stad ligt het prachtige natuurgebied Albufera.

En niet te vergeten: elk jaar vertrekt hier begin december de stoomboot

naar het Noorden, met een beroemde passagier: Sinterklaas.

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan men stellen, dat dit de enige

 persoon is die van Spanje naar België reist in de winter.

Het is ook maar heel tijdelijk natuurlijk.

 

Zoals Barcelona zijn Ramblas heeft, heeft Valencia zijn Turia.

Ik denk trouwens dat langzaamaan Valencia Barcelona zal overtroeven 

als bestemming voor een city trip.

Wat is de nog niet zo bekende Turia eigenlijk?

Je kunt het duidelijk zien op de luchtfoto hieronder.

Het is de (bijna) droge bedding van de (voormalige) rivier Turia, 

die dwars door het centrum van Valencia gaat.

 

Na een zware overstroming in oktober 1957, die grote schade aanrichtte in

 Valencia en vele mensenleven kostte, werd besloten de rivier om te leggen

naar de rand van de stad.

Ex-dictator Franco wilde in het oude rivierbed een autosnelweg of een spoorweg

 aanleggen, maar een burgerbeweging leidde er uiteindelijk in de jaren 80 toe

dat het gebied een groene bestemming kreeg.

In plaats van zware trafiek kreeg men een schitterende groene long dwars

door de stad. 

 

 

 

 

Deze Jardines del Turia beslaan een oppervlakte van 110 hectare, en hebben

 een lengte van ongeveer 9 kilometer. Deze groene long dient als ontmoetingsplek

 en recreatiegebied en wordt veelvuldig gebruikt door joggers, fietsers en

 wandelaars.

Het park herbergt vele plantsoenen, sportterreinen voor voetbal en tennis, fonteinen,

 een botanische tuin, speelpleinen voor kinderen, zowel langs de 'oevers'

als in het park zelf.

 

Er zijn geregeld muziekuitvoeringen en andere culturele manifestaties,

soms heeft een circus er zijn tenten opgeslagen, of wordt er kermis gehouden.

Het is er altijd druk, maar minder dan op de Ramblas natuurlijk, en het is

de centrale ontmoetingsplaats voor alle Valencianen.

Naar verluidt is er zelfs tweemaal per jaar een optreden van Will Turia.

 

In Valencia kan je zelfs een fietstocht maken met (Nederlands sprekende) gids

die ook door de Turia gaat.

Op de kaart hierboven is het groene deel uiteraard de oude rivierbedding.

Van de ‘nieuwe’ rivier zie je nog een stukje gans links onderaan in het hoekje.

Hij is dus omgeleid naar de andere kant van de stad.

Waar de vroegere rivier de Middellandse zee bereikte is nu de commerciële en de

 jachthaven uitgebouwd. Het bruine lijntje, dat voor een deel rond de jachthaven

 gaat, (bovenste plas) en een stuk de oude bedding volgt, is het Formule 1 circuit

 van Spanje. Vanuit de plas helemaal onderaan rechts vertrekt elk jaar de oude man

 met de witte baard en de Zwarte Piet met de stoomboot naar het noorden.

 

Het middeleeuwse stadscentrum van Valencia ligt in de ‘elleboog’ van de Turia.

De oude bedding wordt op meerdere plaatsen nog altijd gedwarst door 

de oorspronkelijke rivierbruggen, de ene nog mooier dan de andere.

Hier kijk je richting zee, met op de achtergrond een van de architectonische parels 

van superarchitect Calatrava.

Je kunt via een video met de helicopter over de Turia vliegen, met de volgende link:

www.culturia.org/.  Klik op "Real Flight" onderaan en download.

 

 

 

 

 

 

Tussen de bruggen in zijn de verschillende stukken van het park ontworpen door

 verschillende architecten. Grote speeltuin, sportvelden, grote water partijen,

 romaans aandoende tuinen. Wat een mooi effect geeft dat om er door te wandelen.

 

 

 

 

Sommige delen zien er heel natuurlijk uit, en andere dan weer

 prachtig aangelegd.

 

 

 

 

Met deze wetenschap op zak hebben we een boeking gedaan in hotel Abba

 Acteon, vooral gebaseerd op de gunstige locatie: vier sterren, dicht tegen de Turia,

 en slechts twee blokken verwijderd van de van de Ciudad de las Artes y las

 Ciencias, maar dat is voor morgen.

Voorlopig, na de check in, wandelen we door de Turia, richting centrum.

 

 

 

Het weer is uistekend in de vooravond, 

het water is koel, en de bruggen zijn laag.

 

 

 

 

Onze vrienden Danny en Luc testen met succes

de hoogte van een brug. Dwergen, smurfen en kabouters 

moeten de rechterkant van het voetpad nemen.

 

 

 

 

’s Avonds worden de fonteinen individueel verlicht, 

maar voorlopig hoeft het niet voor ons.

 

 

 

 

Sommige bruggen zijn wat hoger dan andere,

en kunnen dan dienst doen als klimmuur.

 

 

 

De Policia Local houdt onopvallend ook een oogje in het zeil

op de achtergrond, met de fiets of te paard.

  

 

 

Spontane muziek- en danssessies zijn er ook.

Hier overlegt men welk nummer men gaat doen.

 

 

 

De artiesten treden vooral op onder de bruggen, 

om de klank beter vast te kunnen houden.

 

 

 

Sommigen gaan lekker uit de bol. Sfeer gegarandeerd.

 

 

 

 

De Turia is nooit volledig weg. Hier en daar 

loopt hij in smalle kanaaltjes, op andere plaatsen 

heeft hij een natuurlijk uitzicht.

 

 

 

 

Eigenaardige of eigenzinnige sculpturen 

zijn verspreid over het parcours.

 

 

 

Na de lange wandeling wordt het tijd om de verbruikte energie 

opnieuw aan te vullen, en gaan we in het oude centrum 

op zoek naar een geschikt restaurant.

Het probleem is dat vóór 21 uur niets open is. Om kwart over negen gaan we 

(als eersten) binnen in restaurant taverne l’ Alberreda, een echt Spaans resto.

 

 

 

We doen ons tegoed aan tapas en andere lokale specialiteiten.

En, wanneer we de zaak verlaten, staan er buiten twee obers op ons te wachten

die ons extra vertroetelen met twee keukenschorten van de zaak.

Ik denk er met veel genoegen aan terug. 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten