Naar de inhoud

J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

seniorennet.beseniorennet.be

overbrugging

 

 

het is al lang geleden
je zou haast zeggen
in een gedachteloos verleden
dat ik naar jou schreef

ze waren koud, die korte zinnen
gekrast met aangelengde inkt
ik heb het nabij zijn gemeden
kruiste de degens vanbinnen
heb zodoende de eigenliefde verlinkt

leve de republiek schreeuwde ik
tegen het laatste kladblokvelletje
van goor uitziend papier
bekend van de toiletrollen tint

een kleverige band dat resteerde;
een tweehonderd bladzijden oorlelletje
waarvan ik er honderdachtennegentig
heb afgescheurd met ongeschreven gedichten
met de onzalige doch veelzeggende titel;
waarom heb ik mezelf nooit bemind

zo, het laatste vel is nu gevuld
met dwarrelende gedachten
ik stuur ze naar je op
in de hoop dat ze het lange wachten
enigszins kunnen verzachten

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Luciano Pavarotti (1935-2007)

hij was
de grote meester
schuilde in
een omvangrijke harnas
van menselijk genot

deelde zijn hoge C
met passie en elan
was op roem van mij,
van zijn publiek verzot

geen tenor heeft mij
zo diep geroerd,
mijn vezels doen trillen

en de ziel met herkenning gevoerd
gelijk de Schepper het zou willen


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

achter haar vlakke hand


achter haar vlakke hand;
een collectie slanke vingers
met veel zilver gespalkt
in diverse lagen en dikten

bedekt zij haar mond;
zachte zwoele lippen
als wachters van een
vurig gespierde tongenlont

wordt er een lach verborgen
vanwege mijn verfijnde grappen
of bedekt zij de verveling
om niet uit een ander, afwijzend,
vaatje te hoeven tappen

en mij niet wenst te tergen
als ik haar, mateloos verblind,
mijn zuigende ogen schenk
onkundig mijn passie achter
zwijgzaamheid te verbergen
opdat ik mijn zucht
slechts in speeksel drenk

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 22:00

in het woud van morgen



raap de bladeren, mijn zoon
in het woud van morgen
ze vertellen van wat is geweest
maar vooral wat komt
en dragen de vergankelijkheid,
het sterven,
doch ook de nerven
van wijsheid die bevrijdt
 
buig, mijn zoon
voor de aarde in bloei
vertraag je pas
bij het voelen
van het zachte mos
denk daarbij
aan de mensen
die onevenredig woelen
 
kijk naar de bomen
met scherpe en brede toppen
zij tonen de hoogte,
groeien naar de lucht
om bij tijd en wijle in te dromen
als de rust je wilt stoppen,
zodat je even mag bekomen
 
 
 
 
 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

vrijen in den vreemde

 

vredig vrijuit vrijen in den vreemde
met een vrijvrouw zonder enige scrupule
is hangen aan gekleurde ballonnen
of zweven in wilgenbomen van chocolade

het is zuigen aan slagroom met aardbeien
ongeremd, verblind en onbezonnen
alhoewel het naast zo'n schone neervlijen
reeds het ervaren is van genade
eer ik werkelijk ben begonnen

ach, wat kan ik zo fijn fantaseren
over onbekende grenzen heen
het is veilig drijven op de wolken
en de liefde op topniveau vereren

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 23:10

ongeschreven gedichten

verderop in de straat zijn er vestingen
al vroeg in de avond met rolluiken gedicht
ik heb niet de indruk dat er veel is te halen
nooit heeft men daar dieven zich zien verdringen
of dat er binnenshuis kwalijke daden worden verricht

daarentegen zet ik de deuren wijd open
dat wil zeggen aan de achterkant
kan men vrijelijk naar binnenlopen
tenminste als de houten poort
niet met sloten zou zijn bemand

voorgevels zijn voor mij gezichten
met glazige vierkante ogen
ik kijk graag bij iedereen naar binnen
het lijken strofes van ongeschreven gedichten

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 10:21

blinde vlekken

 

 

een sta in de weg, ben ik
ook terwijl ik langdurig zit
op de juiste momenten ja knik
en eindeloos tot de Schepper bid

hoe is dat zo gekomen
daar ik toch goed van zins ben
de werkelijkheid onderscheid van dromen,
verderf en schoonheid door en door ken

het is als kleurloze verf op een palet
op het doek verwerkt tot blinde vlekken
waar ik de gehele oppervlakte heb besmet
niet in staat zijnde daaruit inzicht op te wekken


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de laatste strofe

 

 

 

een laatste strofe
draagt het gewicht
van bovenstaande
vaak een open eind
of er wordt, ten slotte,  

iets van de sluier opgelicht

maar als het doek
gaandeweg gesloten blijft
dan wel de tekst niet beklijft
ziet u dan uit naar de laatste zin
en geraakt u met de verwachting
in een onvermijdelijke onmin

bij mijn eerste woorden had u
eigenlijk kunnen stoppen
terwijl u nu, onbevredigd,
op een zinloze uitweiding stuit
ik kan derhalve uw gedachten raden
zij drukken zondermeer verveling uit

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

als ik niet kijk

 

ze staart naar mijn ogen
aldoor
als ik niet kijk

glimlacht een heel verhaal
gaat op in de verbeelding
die opnieuw geboren lijkt

wat tekent mijn mond
die blijkbaar
een verleden verraadt

zij aait de hond
die haar achterlaat
met een lege schoot
en keert in haar wereld terug

hij die zij verwacht
is vroegtijdig uitgeloot

de pijn kromt weer haar rug

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:01

als het doorzicht kwijnt

 

 

spanen hangen langs de boot
een stroom drijft me voort
ik weet niet naar waar

van het vreemde hier
in het uiteinde van
een afgehakte loot
naar het onbekende daar

ik heb weet van de verlamde passie
de opgesloten sier
alsof een eeuwigdurende zielenstaar
mij voortduwt in het zand van de woestijn,
wellicht een onvermijdelijk levensgebaar

de zon weerkaatst op schaduwen
van gedoofde vuren in een geblakerd bos
momenten met gelijmd kluwen
geen draad te pakken, geen uiteinde los

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

korstgenot

 

langzaam schraap ik
de roodbruine korsten
van mijn bezeerde arm;
het is peuteren met pijn

negeer het lijfelijk alarm
niet dat ik zomaar
naar bloed zou dorsten
het geeft een aanhoudende kick
en dat is dwangmatig fijn

voorzichtig gaat mijn nagel
langs de rand van gestold vocht
op zoek naar reeds blootgelegen huid

maar bij de onverwijlde afwezigheid
van een loszittende rand
duw ik tegen de ondoorzichtige ruit
hier ervaar ik de pijn waarnaar
mijn zucht wordt toe geleid

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

het ongekende

 

benoemen is
een vruchtloos verpozen
in het ongekende
immense heelal

toch ontkom ik niet
aan het erkennen
dat ik me doorgaans
gedragen voel

er niet meer voor
weg kan rennen
dan wel kan zeggen
wat ik er eigenlijk
mee bedoel

of dat ik deze
gewaarwording,
zomaar,
zelf heb uitgekozen


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

liedje van het ventje

 

ik ben voor de stilte gezwicht
en heb volgens mijn aard
zo min mogelijk uitgericht

refrein:

hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje

de lucht is dan toch opgeklaard
opdat u zeker niet gaat gissen
of anderszins ten onder gaat

refrein:

hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje


waarom mijn woorden missen
die de ziel zo kunnen raken
wilde jullie geenszins buitensluiten
of alsmaar zuchten doen slaken

refrein:

boemerdeboem boemerdeboem
hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 19:13

goddeloze boeien

 

 

als slechts de buitenkant telt
zal genegenheid niet gedijen
wanneer jij van anderen vertelt
als enige maatstaf van leven
val ik telkens terug op de keien
word ik in de hoek gedreven

niets blijft echt van mij over
een ziel zonder mond
of die boom zonder lover
een niets
iets
de gedoofde lont

het brandend water
kan dan niet meer vloeien
misschien veel later
als je eenmaal bevrijd geraakt
uit die goddeloze boeien

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:19

zuigend slib

 

 

een geblakerd plafond,
wanden met verscheurd behang,
een totaal leeggeroofd huis

dat negatief doordrenkt mijn gedachten
gepaard aan een duistere dodenzang
jij raakte in toenemende mate,
beklonken met een stalen gezicht,
de loodzware deuren van een sluis

waar wij eerst nog kolkten van genot
en naar elkaar werden toe gezogen,
zakkend in de diepte van
onwaarschijnlijk geluk

zo hemels gezind
kon niets meer stuk
wat waren wij op elkaar verzot,
ik heb je zo bemind

het water steeg mij tot de lippen
je vertelde van die ander
waaraan ik niet kon tippen

verwoestend bonkten je blikken
op restanten van begrip
allengs kon ik alleen nog maar stikken
weggegooid, verdwijnen in zuigend slib


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:18

Meer van J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

↑ Terug naar de berichten