Naar de inhoud

J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

seniorennet.beseniorennet.be

de laatste strofe

 

 

 

een laatste strofe
draagt het gewicht
van bovenstaande
vaak een open eind
of er wordt, ten slotte,  

iets van de sluier opgelicht

maar als het doek
gaandeweg gesloten blijft
dan wel de tekst niet beklijft
ziet u dan uit naar de laatste zin
en geraakt u met de verwachting
in een onvermijdelijke onmin

bij mijn eerste woorden had u
eigenlijk kunnen stoppen
terwijl u nu, onbevredigd,
op een zinloze uitweiding stuit
ik kan derhalve uw gedachten raden
zij drukken zondermeer verveling uit

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

als ik niet kijk

 

ze staart naar mijn ogen
aldoor
als ik niet kijk

glimlacht een heel verhaal
gaat op in de verbeelding
die opnieuw geboren lijkt

wat tekent mijn mond
die blijkbaar
een verleden verraadt

zij aait de hond
die haar achterlaat
met een lege schoot
en keert in haar wereld terug

hij die zij verwacht
is vroegtijdig uitgeloot

de pijn kromt weer haar rug

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:01

als het doorzicht kwijnt

 

 

spanen hangen langs de boot
een stroom drijft me voort
ik weet niet naar waar

van het vreemde hier
in het uiteinde van
een afgehakte loot
naar het onbekende daar

ik heb weet van de verlamde passie
de opgesloten sier
alsof een eeuwigdurende zielenstaar
mij voortduwt in het zand van de woestijn,
wellicht een onvermijdelijk levensgebaar

de zon weerkaatst op schaduwen
van gedoofde vuren in een geblakerd bos
momenten met gelijmd kluwen
geen draad te pakken, geen uiteinde los

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

korstgenot

 

langzaam schraap ik
de roodbruine korsten
van mijn bezeerde arm;
het is peuteren met pijn

negeer het lijfelijk alarm
niet dat ik zomaar
naar bloed zou dorsten
het geeft een aanhoudende kick
en dat is dwangmatig fijn

voorzichtig gaat mijn nagel
langs de rand van gestold vocht
op zoek naar reeds blootgelegen huid

maar bij de onverwijlde afwezigheid
van een loszittende rand
duw ik tegen de ondoorzichtige ruit
hier ervaar ik de pijn waarnaar
mijn zucht wordt toe geleid

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

het ongekende

 

benoemen is
een vruchtloos verpozen
in het ongekende
immense heelal

toch ontkom ik niet
aan het erkennen
dat ik me doorgaans
gedragen voel

er niet meer voor
weg kan rennen
dan wel kan zeggen
wat ik er eigenlijk
mee bedoel

of dat ik deze
gewaarwording,
zomaar,
zelf heb uitgekozen


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

liedje van het ventje

 

ik ben voor de stilte gezwicht
en heb volgens mijn aard
zo min mogelijk uitgericht

refrein:

hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje

de lucht is dan toch opgeklaard
opdat u zeker niet gaat gissen
of anderszins ten onder gaat

refrein:

hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje


waarom mijn woorden missen
die de ziel zo kunnen raken
wilde jullie geenszins buitensluiten
of alsmaar zuchten doen slaken

refrein:

boemerdeboem boemerdeboem
hij is weer trug hij is weer trug
dat kleine grijze ventje
gooi maar letters op zijn bord
hij maakt een dichie voor een centje

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 19:13

goddeloze boeien

 

 

als slechts de buitenkant telt
zal genegenheid niet gedijen
wanneer jij van anderen vertelt
als enige maatstaf van leven
val ik telkens terug op de keien
word ik in de hoek gedreven

niets blijft echt van mij over
een ziel zonder mond
of die boom zonder lover
een niets
iets
de gedoofde lont

het brandend water
kan dan niet meer vloeien
misschien veel later
als je eenmaal bevrijd geraakt
uit die goddeloze boeien

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:19

zuigend slib

 

 

een geblakerd plafond,
wanden met verscheurd behang,
een totaal leeggeroofd huis

dat negatief doordrenkt mijn gedachten
gepaard aan een duistere dodenzang
jij raakte in toenemende mate,
beklonken met een stalen gezicht,
de loodzware deuren van een sluis

waar wij eerst nog kolkten van genot
en naar elkaar werden toe gezogen,
zakkend in de diepte van
onwaarschijnlijk geluk

zo hemels gezind
kon niets meer stuk
wat waren wij op elkaar verzot,
ik heb je zo bemind

het water steeg mij tot de lippen
je vertelde van die ander
waaraan ik niet kon tippen

verwoestend bonkten je blikken
op restanten van begrip
allengs kon ik alleen nog maar stikken
weggegooid, verdwijnen in zuigend slib


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 15:18

in goede dagen

 

 

ik heb je lief mijn medemens
vooral in goede dagen
mijn gemoed is dan opgewekt,
kan zoveel geven

ik hoef niets te vragen

als een tegenwind mij overvalt,
mij tegen de aarde knalt
houd ik mezelf voor
door jou en jou te worden gedragen

ik hoef dan niets te vragen

vragen, vragen
durf ik me er wel aan te wagen,
aan die onzekerheid
in mijn diepere lagen
kan beter jou behagen

ik hoef dan niets te vragen

zo ontkom ik ook aan een dankjewel
stel dat ik dat zou zeggen
even mijn kwetsbaarheid blootleggen
dan moet ik nog dieper naar
mijn eigenwaarde dreggen

ja, ik heb je lief
in goede dagen

ik hoef dan niets te vragen


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

ik heb een hekel aan u

 

vandaag zaag ik niet door
heb er de fut niet voor
niet dat ik me eraan stoor
als ik enige onvrede hoor

er ging ook niets teloor
brak geen boor of
heb een dichtgeslibd oor
nee, mijn gedachten zijn goor

en dan moet men zwijgen
geen ellenlange rijmpjes rijgen
over zuchten, laat staan hijgen
daar ga ik uw ziel niet mee bedreigen

mijn bijdrage is derhalve kort
zogezegd een ongevuld bord
waar een varken niet voor knort

o ja, dat kan ik nog wel vertellen
zonder mijn geweten te kwellen

ik heb een hekel aan u
klinkt misschien wat cru

het moest er even uit
in de hoop dat u er zich niet aan stuit


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

wat komt dat komt

 

 

de pas ontloken zomer
kent al een weelderige bladertooi
als een overrijpe puber
te vroeg volwassen
nu al aangrijpbaar mooi

het doet mij even verwarren
dit ritme van de natuur
zal het lover nu eerder vallen
heeft de koude dag nog rust
voor een vredig openhaardvuur?

och, ik mijmer maar wat,
turend achter een raam
en het water al dagen spoelt

wil eigenlijk niet weten
hoe zo'n vroege ouderdom voelt
ben ook niet wezenlijk
met de toekomst begaan

wat komt dat komt, zo wordt gezegd
verpakt in een verbeelde droom
in die zin ben ik niet overjarig
gelijk de verwachting naar morgen
die evenzo in de jeugd is gelegd

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

redder van de nacht

 

zuig mij in je armen
redder van de nacht
vertraag het doodse malen
over het vermaledijde aardse dwalen

zing met mij over jeugdige frêle velden
die glooien in de einder van mijn dromen
zij zoeken warmte met liefde te omzomen
zodat engelen de tederen maken tot helden

zuig mij in je armen
redder van de nacht
vertraag het doodse malen
over het vermaledijde aardse dwalen

ik zweef met open ogen en vragende handen
op het immer lengende lover van lichte luchten
luisterend naar de slepende zoete stille zuchten
die eenmaal in mijn hart een
vlammend vuur doen ontbranden

zuig mij in je armen
redder van de nacht
vertraag het doodse malen
over het vermaledijde aardse dwalen;
bij jou vertoeven is zo innig en zacht

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 12:24

muren van weleer

 

ja, het is vaak lopen op sprokkelhout
eer ik het klinket nader, nabij de hoek
diep achter in de verwilderde tuin
het hangt al jaren scheef
aangedaan door de tand des tijds


juist daar ervaar ik de pracht
van het komen en gaan
van gaan en komen
ik ben daar zacht
soms in dromen


ook als ik met het heden ben begaan
zoals nu
hier sta ik dan, of liever leun
tegen muren van weleer
om de toekomst te verslaan


 

 

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 21:26

des weders grillen

 

twee planken, twee meter lang,
op rughoogte en verticaal
twee doorgebogen, op konthoogte, horizontaal
gehecht zonder notie aan twee stukken beton
dragen mij in de passerende zon

ik was maar even gaan zitten
kan wel op haar gaan zitten vitten
het leidt deze keer toch niet tot zomerse hitte
ze komt wanneer het wordt voorspeld
en dat is deze week, in aantal, op één hand geteld

het vocht dringt door mijn kleding heen
langzaam trekt het omhoog
het "genieten" kent derhalve twee kanten
zoals het ervaren van natte billen
en het stijgen van een kleffe warmte
het moment toont beide zijden des weders grillen

het moet gezegd, allengs begin ik te rillen
u voelt de bui al hangen, een naderend onheil
ik begin door het optrekkend vocht te verkillen
de stemming zakt naar een dienovereenkomstig peil

 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 21:24

dodenmars

 

bam bam bammerde bam
daar ga ik dan
bam bam

ik lig
in de mars der doden
bam bammerde bam klik klikkerde klik
luiden de trommels
van treurende boden
zij slaan op de hik hikkerde hik hik

ik hoor het schoffelen als valse violen
snaar slof snaar snaar
de juiste tred om achter doden te dolen
het blijft een hopeloos gebaar
slof slof slofferder slof
sprakeloos dof

rom rom rommerde rom
mijn doel lijkt bereikt
de symfonie der tranen
wordt allengs ingezet

morbide in g kleine terts
ik moet me in de hemel wanen
roept the last poster trompet
pet pepettt

de touwen hebben met één enkele
echoënde paukenslag
mij op de klei gezet
dam dam dm dm dm mm


 


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Meer van J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

↑ Terug naar de berichten