flut
slaat u dit maar over
het dient geen enkel nut
het gaat niet over liefde
of de vermaledijde dood
en zeker niet over de
bekende bodemloze put
laat staan andermans nood
kortom: het is flut
flutslaat u dit maar over
het dient geen enkel nut
het gaat niet over liefde
of de vermaledijde dood
en zeker niet over de
bekende bodemloze put
laat staan andermans nood
kortom: het is flut
oud zeereen paar flitsen
vormen de leegte
van morgen
ik had het diep
verborgen
je kent dat wel,
ooit als verloren
aan het daglicht
onttrokken
mijn gevoelens zouden
vervreemden
opdat alleen het verleden
mij zou lokken
als het licht spoorthet licht spoort traag naar binnen
wil het zwart ongevraagd verdrijven
hoeft zich geen moment te bezinnen
het wil de ruimte vergroten en beklijven
eerst nog gepaard gaand
met botsende schaduwen als
ongewenste vreemdelingen op zijn weg
doch gulzig zoals het immer is
vreet het de nacht naar binnen
opslaand binnen zijn alomvattende heg
snoer hem de mondsnoer hem de mond
roept men van verre
hij is het niet waard
behandel hem als een hond
of schiet hem naar de sterren
gebruik je macht
om te onderdrukken
en sluit je geweten stevig af
met gezag zal het niet lukken
kortwiek hem als straf
eerst was hij welkom
werd luidkeels toegejuicht
echter het weer draaide
het volk morde:
ontneem hem zijn woorden
en zowaar, het gebeurde
hij werd wederom afgetuigd
niet bij machteik verhaal over een plek vanbinnen,
waar men zegt, zij dan, die het weten
het paradijs is te vinden van weelderig
beminnen met een schoonheid,
onvoorstelbaar breed uitgemeten
ik open schroom mijn deuren,
bekleed met een dikke huid
begeef me op het pad in de
voorgeschreven richting
doch bij iedere stap vermeerdert zich
een wenend geluid, het blijkt mijn ziel
schreeuwend om enige verlichting
overmand door mededogen
wil ik bij haar geraken, strek mijn armen
oprecht teder ver vooruit,
zou niets liever dan over haar willen waken;
ik kan het niet,
er is te veel pijn die haar omsluit
als de dood
aan hem die ik ben
Zadkine aan de Rotte

zwarte spreeuwen
weinigzeggend
slaapverwekkendkuierend is de gang
door mijn welriekende gaard
overeenkomstig mijn vaak
toegedachte luie aard
ik heb mij aan
wat komt dat komt
overgeven en het vreemde
als verzuurd vruchtwater
tijdig afgedreven
bij een boterbloem
verscholen in het gras
sluit ik de ogen en
hoor al een vroeg gezoem
hier zet ik me neer
en word zeker, als vanzelf,
in een dutje gezogen
Arabisch: les 1
een zachte landingik ga voorwaarts, de linkervoet eerst
kan ook de rechter zijn, 't is om het even
een schrede die men voorziet en beheerst
en traag een afdruk in het steengruis ververst
zoals de dode even de adem mocht beleven
het spoor naar de laatste toekomst wordt getrokken
in de stoet vergezeld van verstilde zwarte kraaien
zij kennen de mimiek van een afscheid het best
weten de doden over het veld te zaaien
en ons vaardig naar de gapende aarde te lokken
terwijl de touwen langzaam worden gevierd
en de vaart naar de hemel onbetwistbaar lijkt
ofwel het sterfelijke zeker voor het eeuwige wijkt
wordt het notenhout, na de landing, met zand ontsierd
symfonie van de windwaar de toon van je zuchtende adem
binnenschrijdt en zijn verwachting vindt
in een meeslepend zuigend decorum
ik zal met je zweven op dromerige stromen
het zijn de verweven sliertige draden
die ons dragen en immer nader komen
nimmer zal één ons met donkerte beladen
al zijn het stormen of buien met tranen
dan wel licht met schichtig vuur vermengd
ik hoef hen niet tot een speelse symfonie te manen
ze zijn reeds lang met het eeuwige aangelengd
blaas mijn lief in de oren van de wind
waar reeds lang het geringe wordt bemind
geen woord zou er kunnen verdwalen
het gevoel kan het immers in eenvoud vertalen
ode aan mijzelf
ik kan mijzelf
aan u niet onthouden
soms schep ik een verduisterd einde
opgaand in niets van al het zijnde
een leegte bekroond met cum laude
maar als ik dan zie hoe u
zonder mij in barre koude moet leven
pak ik het plankje met brie,
smeer mij uit
en door nederige liefde gedreven
speel ik tevens op een valse kinderfluit
ik amuseer de schare
kan mijzelf een brok gezonde
arrogantie niet onthouden
immers hoe kan ik baren
mijn grootsheid verklaren
als de bescheidenheid zonder loods
de haven uit zou varen
zeg nu zelf, dat is toch de dood
aan je zijde scharen
daarom, ik strek mijn dikke nek
nog eens flink naar u uit
wat zou u nou moeten beginnen
als ik wegzak in de drek
verjaardag
zachte huidin het landschap
van de zachte huid
ontwaart voor mij
nieuw leven
de bast van de
oude blauwe eik
opent zich als
een jonge maagd
om zonlicht smachtend
te verweven
met een roep die
om bevruchting vraagt
en doet niet anders
dan wordt opgedragen
door de ringen van zijn
bestaand verleden
maar zich ook opent
voor geleedpotigen
die parend naar
de toekomst vragen
gewichtloos
luisterende luchten
ik wilde de volheid bezitten
een leegte ontvluchten met
zoveel donkere muren
en mijn armen doen strekken
naar luisterende luchten
om de vullende verwachting
blindelings op te wekken
die tot in eeuwigheid zou duren
verdwaasd trek ik me op
langs dode takken
de handen geschuurd
nu vol met blaren
zocht de eenzaamheid te bedaren
die al bij aanvang van het leven
voor mij bleek ingehuurd
the day after (paaszaterdag)