slaapverwekkend
kuierend is de gang
door mijn welriekende gaard
overeenkomstig mijn vaak
toegedachte luie aard
ik heb mij aan
wat komt dat komt
overgeven en het vreemde
als verzuurd vruchtwater
tijdig afgedreven
bij een boterbloem
verscholen in het gras
sluit ik de ogen en
hoor al een vroeg gezoem
hier zet ik me neer
en word zeker, als vanzelf,
in een dutje gezogen


