Naar de inhoud

J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

seniorennet.beseniorennet.be

het licht van de dood

 

 

ik leef dicht bij de dood,
zo dichter eigen,
verkeer niet echt in nood
of word beheerst
door ander dreigen

maar zeg nu eerlijk
wat is morgen
en schijnt er zo begeerlijk
aan dat wat toekomst heet
weet men zich daarin geborgen

voegt zich nog inzicht toe
immers het zijn oude dagen
die als nieuw worden beloofd
maar waarvan men gister reeds
de ervaring heeft beleefd
al eeuwen gedragen
vaak door de rede gekloofd

bezondig ik me nu aan een gebod
dat dwingt tot hopen
misken ik het uitgestippeld lot
dat ook mij doet nopen

vast te klampen aan de lopende band
met een tedere liefde voor ogen
of de lusten van een ver verwijderd strand
waar de hemel wordt voorgelogen

het licht van het leven
toont zich op zijn best
daar waar in duisternis
de aardse dorst niet wordt gelest
of waar het zicht
haast eeuwig wordt uitgetest

aan het graf van een geliefde
schreeuwt het licht om lucht
daar giert door alles het gemis
in de niet te beantwoorden vraag
wat is er dat rest;
wil ik nog wel aanschuiven
aan een uitgebreide dis

ik leef dicht bij de dood.
zo dichter eigen,
verkeer niet echt in nood
of word beheerst door ander dreigen


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:06

een hedendaagse sprong

 

 

ik mijd de dag
als bomen de lucht bekleden
enkel met kale takken

die snijden dan
door luchtige dromen
en doen vooruitzichten
wezenloos knakken

ik mijd de nacht
als bij volle maan
alles helder schijnt

maar de zon
achter de einder
is geslacht
en in de oceaan
verdwijnt

ik mijd de dag en de nacht
een etmaal lang
spring over het heden heen
het scheelt een helse vracht

van ontwaken, ademen en slikken
van praten en kijken
het is slapen
in het nooitgedacht

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:05

ach liefje wat blief je

 

 

regeren is begeren of macht vereren
het is in ieder geval beweren
het gepeupel naar het goede te leiden

de bedachte stilstand of achteruitgang
weten om te keren
tot vooruitgang en minder lijden
en het bevredigen van de eigen achterban

mijn broek is versleten, mijn moeder dood
wie naait er nu een nog stuk aan
nee, we gooien het verscheurde in de goot
en lopen door de neonetalagelampenlaan

wie stopt er nog sokken in een tijd
van twee auto's voor de deur
wie stopt er met mokken
als we verdwalen in onze voorkeur

ach liefje wat blief je
een geparfumeerd briefje
of een speels geriefje,
mijn harte diefje

ik verf het behang maar wit
hoef dan geen kleur te bekennen
en met mijn stembiljet sta ik in het gelid
of kniel ik voor de Heilige Beeltenis en bid;
waarom maakt u van zwart niet wit
om aan het levensgrijs te wennen

al die toekomstplannen zijn dromen
uit vervlogen tijden
ze schijnen nooit uit te komen
het moorden is immers ook niet te mijden

ik zie naar buiten
mijn punto voor de deur
een tuintje achter
in de wc een toegankelijke geur

ook het beeldscherm der democratie
staat iedere avond aan
iedere file of stagnatie
het weer en de soap
gaat met ons leven op de loop

koetje boe, roept de ge-es-em
oh, ben jij het alweer
op je onnozel getetter zit geen rem
maar aan mijn hand ontbreekt
in de supermarkt een veer

regeren is vooruitzien
door de bril van morgen
gebouwd op luchtvervuilende angsten
en vijanden overal verborgen

ik hark mijn tuintje maar aan
dat doe ik twee keer per jaar
ben dan heel sociaal begaan
als ik naar mijn buren staar

en zo teren wij op een maakbaar leven
mondiaal door wolven voortgedreven
mijn denken staat op de automatische piloot
ik voel maar niet verder dan de regionale krant
en lees als eerste het adverteren over de dood

dit is een gebed zonder end
een hersenspoelend gedicht
dat bent u niet van mij gewend
ik was immers altijd meer of minder
theatraal en doelgericht
of soms dolend op poëzie gericht




(een onbeduidend gedicht ten behoeve van ene verveling ende kritiek)

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:04

het einde der tijden

 

 

de poort staat open


het einde der tijden heeft zich aangediend
wilde je er even op attenderen
of ik of jij het nu wel hebben verdiend
binnenkort moeten we vroeg uit de veren

de poort staat open

ik kreeg een sms van boven
de zaak is in gereedheid gebracht
ze konden het niet echt 100% beloven
maar aan ieders plaats blijkt gedacht

de poort staat open

vrees niet zo luidde mede de boodschap
hoe je je ooit in het stoffelijk gedroeg
ons fileprobleem vinden ze daar een grap
spraakverwarring gooit men er over de boeg

de poort staat open

aan geloof wordt niet meer gedaan
daar heeft men te veel van ons geleerd
elkaar omwille van de Heer verslaan
is te aards gebleken
de vredige stilte wordt vooral vereerd

de poort staat open

in de hemel vertoeven
blijkt een plek voor reünisten
de ganse dag zielen voorbij zien zoeven
zelfs is er een bijeenkomst voor vermisten

de poort staat open

over het uitzicht valt niets te klagen
vanonder de oude wereld in de smog
daarnaast wordt door engelen
ook nog de hel voor bevlekten gedragen
maar dit blijkt in het aanschijn
van de eeuwige herkenning
een herinnering aan een achterhaald bedrog

de poort staat open

eten en drinken is een onbekend begrip
even als slapen en werken
mens erger je nieten
is een bezigheid met stip
en lachen om die wij waren
komt te samen in het zwarte pieten

de poort staat open

hoe lang het allemaal gaat duren
werd niet meegedeeld
oneindig in de hemel kuren
wordt gemeten langs de menselijke maat
met nadruk werd gezegd
"er wordt niet verveeld"
dat is toch een opluchting
waarbij alles valt of staat

de poort staat open

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:03

achterblijven

 

 

met de laatste trein
is ook mijn ziel vertrokken

ik riep nog en wuifde
voelde vocht
in de ogen

mijn arm was kort
de hand te klein
om naar de verte te grijpen
of haar terug te lokken

ik hoorde, heimelijk,
de duivel juichen

wat kan leegte,
zo ingesloten,
eindeloos ver lijken
mij nog verder
in de winter doen zuigen

slechts een
innerlijk sterven
of misschien wel
door in het leven
onder te duiken

hoop ik
met mijzelf
in het reine te komen

en openen zich
ik weet het zeker
als vanzelve,
de nu nog gesloten luiken


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:01

als het inzicht kwijnt

 

 

je zit in jouw eigen stoel
hij ruikt nog naar de flat
een eiken fauteuil
met een verleden gevoel

er was ook een ander
maar al jaren onbezet
de beweende leegte
nog wel in een lijstje gezet

de wereld in jezelf
verliest steeds meer
ook het gezicht van weleer
je vraagt naar de onbekende weg
ontelbare malen, keer op keer

over van binnen naar buiten
heerst een vreemd getal
tussen beeldscherm en ruiten
groei je in het laatste verval


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:00

er ontbreekt iets

 

 

er ontbreekt iets
zo moet ik schuchter erkennen
het is één van de drie knopen

die mijn winterjas doet sluiten
en word daarvan gewaar als ik kijk
in spiegelende etalage ruiten

voel me ongemakkelijk,
heb geen vervanger
of naaigerei bij de hand,

vermijd namelijk graag zo'n
ongepast nakend gebaar,
ik ben toch geen
pedofiele handlanger
of walletjes klant

en plaats daarom de hand
voor het onbedekte gat
mijn gemis zit namelijk
ter hoogte van de navel

ik ben niet gewend
zo te staren
en hou zo iets het liefst
ook onder tafel

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 08:00

catwalk

 

 

met wiegende
uitstekende heupen
tracht de mannequin
sierlijk geprogrammeerd
over de gestoffeerde
landingsbaan te lopen

terwijl de voyeurs,
zoals ik,
zich vergapen
aan de anorectische libelle
voorzien van in vel verpakte
ronde knopen

vanuit een smile
gepleisterd op twee konen
ziet zij mij glazig aan

zij draagt een modieuze dweil
waaronder haar licht
belegen botten wonen

die wel op hoge hakken,
het moet gezegd,
gedecideerd
voorwaarts gaan

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 07:59

die nogtegaele

 

 

in diese struukgewasse
naobie braome ende netelgroei
soekt die griesbruune foggel
siene plecke ende raopt klien biestkes
fur siene keinders in die nestebaole
ut foer um tu lefe ende um selfe
ientloos tu singe fur ons allemaole

og, miene gotteku
dies beeske skreewt dun leegte fol
rolt geluuje deur miene siele
icke kenne nie mer dencke
an swarte ende slegte saoke
veur effe worrik opgeligt
deur himmelse klaengcke
um so ofer miene tu waoke

um miene icke fur effe tu sterckere
as die piene von ene verlaotene
gelieke ene skerpmes miene lief
deur sniet ende opsluut
in ene kelderkerckere

hore doch daor in't lofboske
ene nogtegaole singe
hie fult die stille naor ferre gebiet
ut is geliek dunne onsichbaore Got
maor tone in't kliene die kragte
van siene groote lievesgebot

ghie nimt ene wonder waor
die hie uut losse hant
oewe harte trille doet
ut is siene snaovel diene
sulcks op gewoone aortse wiese oet


(iegene taole)


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 07:58

Meer van J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

↑ Terug naar de berichten