als het doorzicht kwijnt
spanen hangen langs de boot
een stroom drijft me voort
ik weet niet naar waar
van het vreemde hier
in het uiteinde van
een afgehakte loot
naar het onbekende daar
ik heb weet van de verlamde passie
de opgesloten sier
alsof een eeuwigdurende zielenstaar
mij voortduwt in het zand van de woestijn,
wellicht een onvermijdelijk levensgebaar
de zon weerkaatst op schaduwen
van gedoofde vuren in een geblakerd bos
momenten met gelijmd kluwen
geen draad te pakken, geen uiteinde los

