Maandag 9 april 2007
gewichtloos
de vrucht
van mijn zucht
is niet te meten
evenmin
de kracht van
reukloze scheten
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00
gewichtloos
luisterende luchten
ik wilde de volheid bezitten
een leegte ontvluchten met
zoveel donkere muren
en mijn armen doen strekken
naar luisterende luchten
om de vullende verwachting
blindelings op te wekken
die tot in eeuwigheid zou duren
verdwaasd trek ik me op
langs dode takken
de handen geschuurd
nu vol met blaren
zocht de eenzaamheid te bedaren
die al bij aanvang van het leven
voor mij bleek ingehuurd
the day after (paaszaterdag)
goede vrijdag
ik heb je lief
in de woestijnals ik roep hoor jij mij niet
het zijn jouw vroegste oren
waarin ik blijkbaar
dode klanken schiet
wat kan ik nog zeggen
als ik niet in het heden
kleuren kan schilderen
dan raak ik toch verloren
of wordt mijn tong
van woorden afgesneden
schoonheid dreigt
bij voorbaat te verwilderen
troost
aai me
foto
meervoud
de engel des eenvouds| nog vroeg en wel bij de schemerende dageraad verscheen aan mij de engel des eenvouds het was wel heel onverwacht en gestuurd zonder enig voorafgaand beraad dat toonden zijn woorden aan geheel op eigen houtje heeft hij aan mij een bezoek gebracht gij, Julius, zo sprak hij met eerbied zijt een toonbeeld van ijdelheid nog nimmer dat ik de hemel verliet voor een mens die daar zo aan lijdt blindheid voor eigen kunne, overschatting van uw wezen minstens het vagevuur ligt in uw verschiet alhoewel een enkele reis naar de hel in het spoorboekje reeds is te lezen waarde vrind er is nog hoop zei hij met gedempte stem luister goed naar mijn raad houdt uw schroom opnieuw ten doop al is het maar voor even er is dan nog een goede kans dat wij samen plezier beleven ik zit namelijk met mijn bescheidenheid in de knoop |
hakenkruizen (minisonnet)in een groen dorpje op het Brabantse land heeft de duisternis weer toegeslagen Jezus kwam om elkaar te verdragen maar hakenkruizen maakten hem daar tot schand satans kwaad is moeilijk uit te roeien; zinloze gedachten blijven vloeien |
dreaming dance| mijn vingers missen het strelend raken ogen staren ver van mij weg zoekend naar jouw tranen geen woord verlaat mijn mond want al wat ik zeg zweeft door stervende eikenlanen of draait slechts in mijn nabijheid rond daarom stuur ik je een wens; i am still here in a dreaming dance |
bevroren tranener zijn van die momenten dan splijt een oud gevoel zich van mijn nieuwe lente als oude zuigende wortels schraal, zo gevoelloos koel een onbegrepen negatief verbeeldt in grijs en zwart-wit hoe de ziel werd verscheurd nimmer zal die herinnering alsnog in zorgende liefde worden ontwikkeld laat staan in een zomers boeket worden gekleurd ook al wordt men gedragen door het hoogste goed van onmisbare mensen de wederkerende scheut van plotse eenzaamheid heeft niets te wensen de pijn wordt eerst verzacht als men wederom heeft ervaren hoe het gevoel ooit is verkracht |
groeiend blauwin mijn ochtendrijk ben ik alleen zo mooi alleen donker is nog het gordijn naar het licht maar toch geluiden van mijn kippen of nabije hond kleuren de bevalling van de dag dit is rust na slapen stilte balanceren tussen zwart en wit nog niets moet zo luister ik nog in mijzelve zie langzaam de contouren van de geboorte het beeld van de dagelijkse schepping omrand met groeiend blauw |
het schaduwrijkik schep deze letters in de schaduw van mijn hand het licht spreidt zich rond schokkende contouren van linker naar rechterkant als vreemde figuren veroveren zij het papier geven dimensie aan mijn woorden of leggen zij de werkelijkheid in de luren die mijn pen behoorde |
hemelse orgelpijpen| achter het klavier zing ik mijn poëzie de vingers schrijven ongerijmde strofen langzaam, vaak kort maar immer om in mijn ritme te blijven ik bespeel mijn ziel laat vibratie komen en zweef ver weg naar hemelse orgelpijpen waar klanken knokken om het hoogste goed terwijl de linker vijf weer naar het aardse wil grijpen het spel van toon met ongeschreven woorden ondersteund door onbestemde keelgeluiden schept al doende een gedicht met harmonieuze akkoorden niets beter dan dit kan mijn stemming duiden |
luchten| vandaag een dag van rechte lijnen ik zie voorwaarts met oogkleppen die mijn kijkers in een strakke blik laten schijnen mijn gedachten beperken zich tot een en een is drie dat u mij nu zult verachten is iets dat ik thans niet zie mijn beeld van u is ook vrij saai u bent een oen zo duidelijk, kant en klaar nee , mijnerzijds, heden, geen enkel gedraai daarbij bent u een van die vrouwen die van de privé of libelle een zondags kleurloos hoedje vouwen of een man van een ding tegelijk slechts oog voor werk of ronde bal dan heb ik het nog niet over seks ik vind u gewoon een zure kwal deze helderheid geeft ruimte aan mijn gemoed ik raad aan dat u bij tijd en wijle het ook eens doet |
verstild grafals het omhullend hout langzaam zakt en de gedachten ver reiken voel ik de onoverbrugbare afstand zo dichtbij ook al raak ik, naast mij, jou en jou het is slechts een zwevend daar zijn een speelfilm zonder titel flitsend zonder beeld als het zand de holle klank bezingt en de echo in de gegraven diepte stervend verzinkt denk ik het was goed na het In Pacem spreekt de zwarte hoed |
een gang naar binnenschuifelend peins ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw elders nog plooiend naar de dalende zon vormt de hemelse weg naar Latijnse klanken de hoge bogen met eeuwigheid gevuld laten de stilte zingen over alles dat de mens niet weet een gang naar binnen |