uiten
een schreeuw uit mijn hart
laat zich vaak begrijpen als smart
een glimlach daarentegen
laat mijn last lichter wegen
echter een traan is zondermeer
met veel gevoelens begaan
uiteneen schreeuw uit mijn hart
laat zich vaak begrijpen als smart
een glimlach daarentegen
laat mijn last lichter wegen
echter een traan is zondermeer
met veel gevoelens begaan
heimwee naar morgenals in de ochtend de sluier verdwijnt
van een verte uit lang verleden tijden
en ik weer word aangelijnd
in het zicht van een bloeiende weide
zullen zeker paden worden geslecht
met verwilderde struiken aan weerszijde
wordt ongetwijfeld de tederheid weer echt
die de angst mij zo lang doet vermijden
niemand kan nog nieuwe sloten graven
weet het zeker, morgen, dan zie ik het leven
het zal mij voeden, de oorspronkelijke dorst laven
ik ga alles in een nieuw perspectief verweven
mijn lieveheersbeestje
jij met je zwarte stipjes
en je vleugeltjes als rode jas
je pootjes als tedere lipjes
mijn vriendje, toen je bij me was
ik had je gepakt uit de lucht
met grassprietjes in een doosje gedaan
vanmorgen slaakte ik een zucht
je was stilletjes van mij heengegaan
het meisje van hedenzij komt, om de hoek, en hoopvol
kijkend naar het beeld van morgen
het meisje van de blije verwachting
nog in de ziel van de engel geborgen
vol van licht en sprakeloze achting
wat zou ik haar toch willen troosten
wanneer de dag haar allengs zal overvallen
en ware schaduwen zullen oogsten
ik zou trachten haar te beschermen
tegen onvermijdbare nachtelijke wallen
in haar zie ik het plezier
van dansen in het natte gras
of nog tevreden zijn met
onbeantwoorde vragen
ik zal bij jou, meisje van heden,
immer blijven zoeken naar
het paradijselijk verleden
dat je zeker in je hartje
altijd mee zult blijven dragen
fietswielraak de spaken in het wiel niet met vlakke hand
ook al lijken ze, op snelheid, de snaren van een harp
soms hoort men het ruisen als de wind hen vangt
zie naar het draaien van een cirkel met rubber omrand
en weet dat ze voorwaarts rechtsom zullen draaien
evenwel lijkt het onbegrijpelijk voor het verstand
dat de steunende sprieten achterwaarts waaien
zoals bekend ontbreekt nimmer het ventiel
vroeger opgebouwd uit een staaf met slangetje
het verstoort enigszins de schoonheid van het wiel
maar blijft door zijn omvang in een onbenullig rangetje
in vogelvluchtin vogelvlucht, dus onbegaan
met mijn aanwezig verlangen
vlucht zij weg van mijn tederheid
ze laat zich niet in mijn ziel vangen
en worden mijn woorden allengs verzwegen
dwingende gedachten gaan op de loop
terwijl het mogelijke messcherp wordt ingesnoerd
ik word door mijn eigen verwachting gevloerd
het zijn zo van die momenten
waarvan men zegt, deze lente
draagt geen vruchten
daarom zal ik zelf naar de winter vluchten
flutslaat u dit maar over
het dient geen enkel nut
het gaat niet over liefde
of de vermaledijde dood
en zeker niet over de
bekende bodemloze put
laat staan andermans nood
kortom: het is flut
oud zeereen paar flitsen
vormen de leegte
van morgen
ik had het diep
verborgen
je kent dat wel,
ooit als verloren
aan het daglicht
onttrokken
mijn gevoelens zouden
vervreemden
opdat alleen het verleden
mij zou lokken
als het licht spoorthet licht spoort traag naar binnen
wil het zwart ongevraagd verdrijven
hoeft zich geen moment te bezinnen
het wil de ruimte vergroten en beklijven
eerst nog gepaard gaand
met botsende schaduwen als
ongewenste vreemdelingen op zijn weg
doch gulzig zoals het immer is
vreet het de nacht naar binnen
opslaand binnen zijn alomvattende heg
snoer hem de mondsnoer hem de mond
roept men van verre
hij is het niet waard
behandel hem als een hond
of schiet hem naar de sterren
gebruik je macht
om te onderdrukken
en sluit je geweten stevig af
met gezag zal het niet lukken
kortwiek hem als straf
eerst was hij welkom
werd luidkeels toegejuicht
echter het weer draaide
het volk morde:
ontneem hem zijn woorden
en zowaar, het gebeurde
hij werd wederom afgetuigd
niet bij machteik verhaal over een plek vanbinnen,
waar men zegt, zij dan, die het weten
het paradijs is te vinden van weelderig
beminnen met een schoonheid,
onvoorstelbaar breed uitgemeten
ik open schroom mijn deuren,
bekleed met een dikke huid
begeef me op het pad in de
voorgeschreven richting
doch bij iedere stap vermeerdert zich
een wenend geluid, het blijkt mijn ziel
schreeuwend om enige verlichting
overmand door mededogen
wil ik bij haar geraken, strek mijn armen
oprecht teder ver vooruit,
zou niets liever dan over haar willen waken;
ik kan het niet,
er is te veel pijn die haar omsluit
als de dood
aan hem die ik ben
Zadkine aan de Rotte

zwarte spreeuwen
weinigzeggend
slaapverwekkendkuierend is de gang
door mijn welriekende gaard
overeenkomstig mijn vaak
toegedachte luie aard
ik heb mij aan
wat komt dat komt
overgeven en het vreemde
als verzuurd vruchtwater
tijdig afgedreven
bij een boterbloem
verscholen in het gras
sluit ik de ogen en
hoor al een vroeg gezoem
hier zet ik me neer
en word zeker, als vanzelf,
in een dutje gezogen
Arabisch: les 1
een zachte landingik ga voorwaarts, de linkervoet eerst
kan ook de rechter zijn, 't is om het even
een schrede die men voorziet en beheerst
en traag een afdruk in het steengruis ververst
zoals de dode even de adem mocht beleven
het spoor naar de laatste toekomst wordt getrokken
in de stoet vergezeld van verstilde zwarte kraaien
zij kennen de mimiek van een afscheid het best
weten de doden over het veld te zaaien
en ons vaardig naar de gapende aarde te lokken
terwijl de touwen langzaam worden gevierd
en de vaart naar de hemel onbetwistbaar lijkt
ofwel het sterfelijke zeker voor het eeuwige wijkt
wordt het notenhout, na de landing, met zand ontsierd
symfonie van de windwaar de toon van je zuchtende adem
binnenschrijdt en zijn verwachting vindt
in een meeslepend zuigend decorum
ik zal met je zweven op dromerige stromen
het zijn de verweven sliertige draden
die ons dragen en immer nader komen
nimmer zal één ons met donkerte beladen
al zijn het stormen of buien met tranen
dan wel licht met schichtig vuur vermengd
ik hoef hen niet tot een speelse symfonie te manen
ze zijn reeds lang met het eeuwige aangelengd
blaas mijn lief in de oren van de wind
waar reeds lang het geringe wordt bemind
geen woord zou er kunnen verdwalen
het gevoel kan het immers in eenvoud vertalen