Naar de inhoud

J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

akke.beakke.be

Archief

een zachte landing

 

 

ik ga voorwaarts, de linkervoet eerst
kan ook de rechter zijn, 't is om het even
een schrede die men voorziet en beheerst
en traag een afdruk in het steengruis ververst
zoals de dode even de adem mocht beleven

het spoor naar de laatste toekomst wordt getrokken
in de stoet vergezeld van verstilde zwarte kraaien
zij kennen de mimiek van een afscheid het best
weten de doden over het veld te zaaien
en ons vaardig naar de gapende aarde te lokken

terwijl de touwen langzaam worden gevierd
en de vaart naar de hemel onbetwistbaar lijkt
ofwel het sterfelijke zeker voor het eeuwige wijkt
wordt het notenhout, na de landing, met zand ontsierd


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

symfonie van de wind


 
blaas mijn lief in de oren van de wind

waar de toon van je zuchtende adem

binnenschrijdt en zijn verwachting vindt

in een meeslepend zuigend decorum 

 

ik zal met je zweven op dromerige stromen

het zijn de verweven sliertige draden

die ons dragen en immer nader komen

nimmer zal één ons met donkerte beladen

 

al zijn het stormen of buien met tranen

dan wel licht met schichtig vuur vermengd

ik hoef hen niet tot een speelse symfonie te manen

ze zijn reeds lang met het eeuwige aangelengd

 

blaas mijn lief in de oren van de wind

waar reeds lang het geringe wordt bemind

geen woord zou er kunnen verdwalen

het gevoel kan het immers in eenvoud vertalen

 
 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

ode aan mijzelf





ik kan mijzelf
aan u niet onthouden
soms schep ik een verduisterd einde
opgaand in niets van al het zijnde
een leegte bekroond met cum laude

maar als ik dan zie hoe u
zonder mij in barre koude moet leven
pak ik het plankje met brie,
smeer mij uit
en door nederige liefde gedreven
speel ik tevens op een valse kinderfluit

ik amuseer de schare
kan mijzelf een brok gezonde
arrogantie niet onthouden
immers hoe kan ik baren
mijn grootsheid verklaren
als de bescheidenheid zonder loods
de haven uit zou varen

zeg nu zelf, dat is toch de dood
aan je zijde scharen
daarom, ik strek mijn dikke nek
nog eens flink naar u uit
wat zou u nou moeten beginnen
als ik wegzak in de drek

 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:19

verjaardag



hallo broer, hoe gaat het met jou
het was toch gister dat je verjaarde
ik ging elders naar het toilet
daar hing geen kalender
waar jouw naam was opgezet
 
hoe oud ben je nu geworden
ja, ik vraag dat elk jaar
zou niet graag willen
dat je een foutief ingeschatte leeftijd
ziet als een ongeïnteresseerd gebaar
 
had je nog visite deze keer
of koos je zoals gewoon
de drukte buiten de deur
je gaat het liefst aan die dag voorbij
en na zoveel jaren
wordt het toch een sleur
 
met mij gaat het goed
zo zijn eigen gangetje
soms nog bij de kinderen
wat stoeien met een behangetje
en het roken wil ik nog
altijd minderen
 
nou broer, nog een fijne avond
het was weer goed van je te horen
immers we blijven familie
mooi, dat we elkaar niet uit het oog
zijn verloren






 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:18

zachte huid

 

in het landschap
van de zachte huid
ontwaart voor mij
nieuw leven

de bast van de
oude blauwe eik
opent zich als
een jonge maagd
om zonlicht smachtend
te verweven
met een roep die
om bevruchting vraagt

en doet niet anders
dan wordt opgedragen
door de ringen van zijn
bestaand verleden

maar zich ook opent
voor geleedpotigen
die parend naar
de toekomst vragen







Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 12:33

luisterende luchten



ik wilde de volheid bezitten
een leegte ontvluchten met
zoveel donkere muren
en mijn armen doen strekken
naar luisterende luchten
om de vullende verwachting
blindelings op te wekken
die tot in eeuwigheid zou duren


verdwaasd trek ik me op
langs dode takken
de handen geschuurd
nu vol met blaren
zocht de eenzaamheid te bedaren
die al bij aanvang van het leven
voor mij bleek ingehuurd

Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 13:43

ik heb je lief

telkens als ik je zie,
weerspiegeld
in mijn ogen,
kan ik een lach
niet weerstaan
telkens word ik
naar jou toe gezogen

reeds vroeg viel de avond
waarbij de huid
opgerekt door jaren
steeds meer ruimte vond
om de vergankelijkheid
zichtbaar te verklaren

telkens als ik je zie
spreek ik in alle stilte
die ene hoopvolle zin;
ik heb je lief
mijn vertrouwde onderkin


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Meer van J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 4

↑ Terug naar de berichten