Pastéis de bacalhau

Dit is een Portugees lievelingsgerecht. Het komt eigenlijk uit het noorden maar is zo populair dat het een nationaal gerecht is geworden. bacalhaukoekjes zijn warm of koud ideale tussendoortjes, en feestelijke gelegenheden zijn zonder deze koekjes ondenkbaar. Als de Portugezen één gerecht in hun hart hebben gesloten, dan is dit het.
Bacalhaukoekjes worden verkocht in delicatessenwinkels, banketbakkerijen, wegrestaurants, taveernes, kortom: overal in Portugal.
Ze worden gemaakt met bacalhau (=gezouten kabeljauw), die eerst geweekt is, daarna gepocheerd, ontveld en ontgraat. Reken voor dikke stukken zoutevis op 24 uur weektijd.
Het weken van gezouten kabeljauw: Spoel de vis onder kraan af om alvast zoveel mogelijk zout kwijt te raken. Leg hem in een pan, voeg zoveel water toe dat hij helemaal onder staat en dek de pan af. Bij warm weer kun je de vis het beste in de koelkast laten weken. Ververs het water om de 3 – 4 uur, of net hoe het uitkomt maar in elk geval minimaal een keer of vijf in totaal.
Benodigdheden:
300 g bacalhau, geweekt 1 uitje, heel fijn gehakt
400 g bloemige aardappelen 2 eetlepels peterselie
3 eieren frituurolie
Kook de aardappelen gaar (liefst in de schil, want dan nemen ze geen water op), schil en pureer ze.
Zet ondertussen de bacalhau onder kokend water en laat hem afgedekt op laag vuur gaar pruttelen (ca 20 minuten). Laat hem uitlekken, verwijder het vel en de graten en schilfer hem eerst met uw vingers en dan met een vork zo goed mogelijk; de vis mag niet draderig zijn.
Roer deze massa door de aardappelpuree, voeg een voor een de eieren toe en doe er de ui en de peterselie bij. Eventueel kan er bijgekruid worden met peper en muskaatnoot (volgens smaak).
Het mengsel moet behoorlijk stijf zijn: een lepel moet er rechtop in kunnen blijven staan. Als u het te droog vindt, kunt u er 1-2 eetlepels melk toevoegen (sommige recepten spreken over witte wijn of porto). Laat het volledig afkoelen. Maak met twee eetlepels een soort grote eieren van het mengsel, leg ze in de hete olie, keer ze drie- tot viermaal en laat ze mooi bruin worden. Haal ze met een grote vork of schuimspaan uit en laat ze op keukenpapier uitlekken. Ga zo door totdat de hele massa verwerkt is. Geef ze warm met tomatenrijst en/of een salade of serveer ze koud met olijven of zonder iets erbij. Heerlijk!
Bron: De Portugese Keuken (Edite Vieira)



















1 reactie op dit bericht
koekje
Een heel speciaal koekje, lijkt me wel lekker