Dat ik het niet naar mn zin had op de LEAO moet duidelijk wezen. Ik zou het waarschijnlijk op geen enkele school ooit nog naar mn zin kunnen hebben. Zeker de Gristelijke LEAO aan de Jan Scheplaan was niet echt geschikt voor mij. Ja, niet geschikt voor mij, en niet andersom, dat ik niet voor de school geschikt zou zijn of zo. De puber stelt zichzelf in het centrum van het universum, krijgt vervolgens net zo vaak de kous over de kop als nodig is om hem (of haar) de wereld weer in normale proporties te bezien. En met 15 jaar was ik een rasechte puber. Maar goed, de Gristelijke LEAO dus. Op een zeker moment had ik er echt geen zin meer in, dus begon ik te spijbelen. Er waren zoveel leukere dingen te zien, naburige dorpen, plekjes in de enorme bossen waar ik nog niet geweest was, noem maar op. Ik pakte het slim in en pas aan het eind van het schooljaar verbaasde mn moeder zich over mn hoge verzuimcijfers. Ze heeft er verder niet al te moeilijk over gedaan. Ik zou gaan werken. M'n biologische vader had geregeld dat ik aan de slag kon als leerling boekdrukker in de zelfde drukkerij waar hij werkte. 7 Augustus 1970 stapte ik daar voor het eerst binnen met mn pakje brood onder mn arm. Ik had een overall, kreeg een maatlat, en een els uitgerijkt, en mocht de eerste dagen meekijken met de voorman en de andere drukkers. Razend interessant allemaal, niet alleen het vak op zich, maar vooral ook de machines, die voedden mijn fascinatie voor precisie-mechanica. Ik werd ook ingeschreven op de school voor Grafische vakken waar ik éénmaal per week naartoe zou gaan. De opleiding werd betaald, en zo kon ik geld verdienen en leren voor een vakdiploma waar ik mn hele leven wat aan zou hebben. De sfeer binnen het bedrijf was erg "fabrieks", grof en onbehouwen, geen mogelijkheid werd onbenut gelaten om een ander figuurlijk de grond in te boren. Hmm, enkele uitzonderingen daargelaten. Ik leerde er mee omgaan, ik leerde er aan mee te doen, ik leerde om er goed in te worden. Op de school ging het zn gangetje. Huiswerk maakte ik nooit, ik wist waar het over ging, en bovendien was het allemaal zo gruwelijk weinig stimulerend, dat droge theoretische gedoe. M'n cijfers waren weliswaar altijd "hakken over de sloot", maar wel voldoende, en ik deed er helemaal niets voor, dan behalve goed opletten in de klas. Ik zat er niet mee. Op het werk was ik ook niet echt een uitblinker, mijn dromerige aard deed me nogal eens fouten maken, en de voorman werd steeds grover in zijn commentaar.
Thuis was er een verandering op komst. Mijn moeder en de kostganger Ies zouden gaan trouwen. Het verbaasde me niet. Hoewel ze hun omgang in de eerste instantie goed verborgen hielden, was het papiertje op mn moeders nachtkastje, in zijn handschrift "vergeet de pil niet" me al opgevallen. Ik vond het al lang best. Hij was ook best een interressant iemand. Op een zeker moment ging hij met pensioen (hij was 15 jaar ouder dan mn moeder) en zette met ongekende enrgie de wijkvereniging opnieuw op poten, maakte zichzelf een nieuwe kunstvorm eigen en liet zich officieel erkennen als kunstenaar. Bovenal was hij beschaafd, een goed tegenwicht voor mijn werkomgeving. Tussen hem en mijn broer boterde het minder, en mn broer ging al snel de deur uit, intern in de B verpleging. Inmiddels had ik aardig wat LP's van Jimi Hendrix, Yes, Bowie, Mike Oldfield, Pink Floyd, en na wat sparen ging het opvouwbare pick-upje er uit, kwam er een draaitafel, en had ik een mooie versterker aangeschaft, iets wat toen een hoop geld kostte, maar zn geld inmiddels wel opgebracht heeft, ik heb (en gebruik) die versterker nog steeds! Ik was ook, enigzins onder invloed van een vriend van me, gaan experimenteren met electronica, en ook dat ging me goed af, leuk knutselen met onderdelen en de soldeerbout. Af en toe eens iets repareren, versterker, cassettedeck, etc. Nog voor ik 16 was had ik al een brommer, stiekum natuurlijk, een Batavus Whippet, drie versnellingen, en twee uitlaten. Ook brommers waren heerlijk om aan te knutselen.
|