Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
de hort op
21-06-2017
ile flottante, nous sportelantes
Onze Engelse buren berichtten ons gisteravond nog over de (mislukte) terreurdaad in Brussel. Eigenlijk weten we van niets meer. Af en toe krijgen we wat info over de actualiteit. Zo vertelde Thomas over de grote brand in het londens flatgebouw en dat het misschien May haar hoofd gaat kosten, over de schaamteloze graaipolitiek van de PS bij Samu Social en over Macron die een 2/3 meerderheid heeft in het parlement, oude krokodillen de laan uitstuurde en jonge frisse lentebloemen in de plaats zette. Je zou van minder de Marseillaise gaan zingen.
We krijgen een plannetje van het eiland hier en gaan het fietsend verkennen. C'est tout plat et bien equipee pour les cyclistes. Het is een langgerekt eiland, wij zitten helemaal aan het begin bij de brug naar Larochelle en het verste punt is op ongeveer 35 km. La Phare heet het, iedereen wil het zien en het ziet er zwart van de winkeltjes. Commerce partout. Daar gaan we dus niet heen. En moesten we gedacht hebben dat we alleen de baan op zijn, al fietsend, dan hebben we het goed mis. Langs alle kanten wordt er gefietst, het lijkt de gordel wel, maar dan voor senioren, met hier en daar een verdwaalde jongeling. Dat wordt sportelen. We zien ze in alle soorten en formaten, de fietsers. Madame van voren en mijnheer puffend er achter. Mijnheer 20 meter voorop, madame verongelijkt continu aan het bijbenen. Samen op de tandem, de achterste het gelukkigst. Mijnheer met een kar met hond. Madame met haar zadel veel te laag. Bloot bovenlijf van mijnheer. Veel ruggen bloot van les dames. Grote hoeden, kleine hoeden, petten, afwaaihoeden, linten, helmen... en heel veel mensen die duidelijk niet gewoon zijn om te fietsen. Het is opletten geblazen. Het eiland zelf is heel mooi, vooral door de pittoreske dorpjes. Ze zijn prachtig bebloemd, de stokroos is hier met voorsprong de favoriete bloem. We zien ze in prachtige kleuren. Elk dorpje heeft zijn jachthaventje, heel charmant. De frisse ochtend, wat mistig en vochtig, alsof een fijne welgekomen motregen ons besproeit, heeft plaats gemaakt voor zon en wind. Er wordt druk gezeild en gesurfd op zee. Het is ook hier weer de streek van de oesters. (We krijgen er straks geserveerd door onze gastvrouw, huitres laitieres, joost mag weten wat dat is). We zien bassins voor de produktie van fleur de sel. Overal te koop hier, maar sorry mensen, we brengen niks mee. In Ars en Re drinken we wat in het hardrockcafe van het stadje. Geert drinkt een pintje (van een schimmig merk), het zakt in zijn benen. Het fietsen gaat niet goed meer, bier en fietsen, voor hem gaat dat niet samen. En ik had hem nog wel aangepord om een Achouffe te drinken. Beetje eten uit onze voorraad pepmiddelen (dankjewel Waaimensen) kikkert hem op. We peddelen aan een stevig tempo terug naar ons logeeradres. We moeten toch nog eens vragen daar waarom alle niet-rijhuisjes ommuurd zijn. Het is opvallend en wel mooi, maar wat is het nut daarvan?
Gisteravond hadden we plots grote zorgen over de batterij die niet meer wilde opladen. Zonder batterij ben ik verloren, die zware fiets plus de kar vooruit krijgen, ik zie dat niet zitten. Onze hulplijn, Jan, gaf ons de goede raad ze koel weg te leggen, misschien zou ze nog bekomen. En inderdaad, het arm ding begon terug tekenen van leven te geven, ze liet zich volledig opladen. Wat geruster, legden we ons te zweten, van slapen was nog geen sprake, veel te warm.
We ontbijten samen met twee Canadeze mannen, ze zitten te blinken in hun koerspakje. Ze hebben er zin in, gaan Larochelle bezoeken. Het ontbijt is lekker onfrans, kaas, charcuterie, fruitmoes, eigen bereide yoghurt, goed stevig dus. We wanen ons in de jungle, de grijze papegaai des huizes houdt niet op met kwebbelen, hij converseert met zichzelf. We verstaan vooral a velo, a velo. Dat beest wil waarschijnlijk dat we zo vlug mogelijk terug op onze fiets springen en hij gerust is. Hij is negentien jaar oud, kan in leeftijd concurreren met Geerts vader, de oude caesar. De tuin van de b&b is heel mooi, veel bloemen, ik kan ze niet allemaal thuisbrengen, er is alleszins een weelderige blauwe regen in zijn tweede bloei, rozen, lelies, stokrozen. een druivelaar, een klimplant met mij onbekende lekker zoet ruikende bloemetjes. En bomen die beschutting geven.
Na de middag wordt onze rit een echte helletocht. We rijden door landbouwgebied en er is geen plekje schaduw. Sommige stukken zijn onverhard , la strada bianchi, wit dus en de warmte komt niet enkel van boven, maar lijkt ook uit de grond te komen. De kar hobbelt achter me aan, sterke goede kar. Â Ook de banden van de koersfiets houden wonderwel stand, we hebben al zo veel kiezels en putten en scherpe stenen overreden, we zenden een dankalleluiah naar Guido, de broer van Geert voor de Durano plusbanden die we van hem kregen. We puffen, we zweten, we overgieten onszelf met water uit de drinkbussen, het lijkt warm douchewater, maar al rijdend geeft het toch verkoeling. Onderweg, koeien, in dezelfde hitte als de onze zonder abri of lommer. Hebben die beesten wel te drinken? Hun heupen steken als kapstokken uit hun lenden. Ik hoop dat er een boer is die voor hen zorgt. Onderweg, schapen, nog in de wol, dicht tegen elkaar aan, hun tong ver uit de bek. Zij onderhouden het gras van de grinddijk waar wij op rijden, maar hebben ze ook wat te drinken ?
Het is het eerste wat we doen in het dorpje van bestemming, een cafeetje zoeken en drinken. Beiden een frisse Leffe en Geert nog een tweede. Het maakt hem lacherig, het is in zijn hoofd geschoten. We vinden vlug onze b&b en mogen al binnen. Geert sluit vriendschap met de grote loebas van een hond, ze zitten gezamenlijk te hijgen in de tuin onder een boom. Ze vinden elkaar in leeftijd en loebassigheid. Niks hoeft meer vandaag, de frisse kamer wenkt.
We ontdekken even later, na een frisse duik in het zwembad, dat de batterij van mijn fiets niet meer oplaadt. Ook gaar gekookt. Hulplijnen Jan en Lieve, Margo ingeroepen, morgen zien we verder.