|
Dag 4 Rondje Zuid-Kennemerland vrijdag 20 juni 2025

Hoe kan je een Vrienden op de Fiets gastendame gelukkig maken! Wij hebben om 8H30 met Marianne afgesproken om te ontbijten. Maar, sterk door de gordijnen priemende zonnestralen hebben ons vroeger wakker gemaakt. En toch zit onze gastvrouw ons ongeduldig op te wachten om samen te ontbijten. We zullen ons best moeten doen, want op de grote tafel is er geen plaatsje meer vrij. Terwijl wij ons tegoed doen aan al dat lekkers, kan Marianne haar levensverhaal kwijt. Zonder ophouden worden wij ingewijd in haar familie, horen wij welke avontuurlijke toestanden zijn beleefde in Amerika en waar haar kinderen en kleinkinderen nu wonen. We blijven maar koffie slurpen en dit terwijl Marianne bijna zonder adem valt en de verhalen blijven komen. Om 10H maken we haar duidelijk dat wij vandaag hier in de omtrek een rit willen maken. “Weet je” zegt ze “jullie hebben meer dan een week nodig om alles te zien en te bewonderen in de Zuid-Kennemerlandse duinen”. Dat belooft!

We vertrekken onder een stralende zon uit Overveen een dorp in de gemeente Bloemendaal, bij Haarlem. Vroeger noemde dat hier Tetterode en gezien er toen ook veel blekerijen waren noemt men deze buurt wel eens Blekersveld! "Blekerijen zijn grote, in de openlucht gelegen wasserijen", op grasvelden en duintoppen bedekt met gebleekt textiel, dat in het zonlicht lag te drogen. Bij knooppunt 21 zijn we bij het poortgebouw van “Elswout”. Men noemt dat hier een buitenplaats. Een buitenplaats is een zeer groot domein meestal was het een zomerverblijf voor heel rijke stedelingen.

Elswout is een 85 hectare groot gebied en dankt zijn ontstaan aan zandafgravingen in de 17e en 18e eeuw ten behoeve van de aanleg van de Amsterdamse grachtengordel. In het bos leven eekhoorns, reeën, vleermuizen en zelfs boommarters. Ook vogels zoals grote bonte specht, buizerd en bosuil voelen zich hier thuis. We fietsen rond het domein onder de reuze beukenbomen. Langs de Duinlustweg zijn we plots terug aan het Visscherspad bij “Kraantje-Lek”. Hier waren we gisteren toch ook? Wat een kabaal van joelende kinders op het speelplein. En er zijn er die zich naar beneden laten rollen van een hoge zandduin. Deze duin noemt de “Blinkert”. Volgens de overleving! Bestaat deze herberg al eeuwen, en was het een rustpunt. Ook voor de vissersvrouwen uit Zandvoort, op weg naar Haarlem met hun vis, ze stopten hier om hun emmers te vullen bij de pomp. Vandaar de naam “Kraantje-Lek”, omdat het kraantje steeds bleef lekken. Anderen houden het op een lekkende jeneverkraan in de oude herberg….

We maken een grote bocht rond deze zandduin en rijden nu dicht bij het spoor voorbij het “Ecoduct Duinpoort”. Dit is een natuurbrug over de spoorweg, waardoor dieren van het ene naar het andere leefgebied kunnen lopen. Langs het Duinpieperpad rijden we dicht bij het Circuit Zandvoort. We horen duidelijk het gebrul van optrekkende racewagens. Bij het strand van Bloemendaal aan Zee volgen we op korte afstand de zee tot aan de parking Parnassia. Eindelijk duiken we rechtsaf het Natuurgebied binnen. Het is hoofdzakelijk een wandelpad maar toch zijn er ook aanwijzingen voor de fietsknooppunten. Wat een zalige rust op dit slingerend pad, met soms sterke hoogte variaties, over duintoppen en door duinvalleien. Wat een uitzicht, ruige vlakten met helmgrassen, afgewisseld met dennenbossen en lage struiken.

Bij het Vogelmeer houden we een korte pauze. Er is een vogel hut met wat bedrijvigheid er staan vogelaars met enorme kijkers. Op een paneel lezen we dat er hier talloze soorten vogels in en rond het meer leven. Verschillende soorten ganzen en aalscholver zijn het hele jaar door te zien. Maar rondom het meer zitten ook veel zangvogels, zoals kwikstaart, heggenmus, tapuit, blauwborst en nachtegaal. Ook de raaf en de klapekster zijn hier regelmatig te spotten.

Op een lang recht fietspad de Elzenweg bij Groot Olmen moeten we halthouden. Een flinke groep fietsers staan te fotograferen. Ook wij zien tussen struikgewas een groep grote grazers. Volgens kenners…zouden het Wissenten zijn! Wij kunnen ze echter niet goed meer opmerken ze verdwijnen tussen het struikgewas. Enkele enthousiastelingen vertellen ons met veel animo dat het de grootste grazers zijn in dit duingebied en het landschap openhouden. Ze leven compleet in het wild en worden met gps-signalen gevolgd. De mannen wisten er veel over te vertellen en waren al eens vroeger met een boswachter op excursie geweest. Toen hadden ze ook Konik paarden, damherten en vossen gezien. De wisent is een verre verwant van ons huisrund, maar hebben een veel slankere bouw, een hoge rug, korte, naar boven gekromde horens en een vrij egale donkerbruine vacht.

Bij knooppunt 6 moeten we rechtdoor naar Duin en Kruidberg een landgoed in Velsen, deel van het Park Zuid-Kennemerland. Op het landgoed bevindt zich het monumentale landhuis nu in gebruik als hotel. We hebben grote dorst en op het drukke terras bij de hoeve is het hoog tijd voor een Tripel. Hier lezen we dat het landgoed zich uitstrekt van Santpoort-Noord tot de Noordzeekust. Het landgoed gaat noordelijk over in het Landgoed Midden-Heerenduin en zuidelijk in het natuurgebied van de Kennemerduinen.

Net vóór we uit de bebossing komen rijden we de “Westerveld” begraafplaats voorbij. Deze begraafplaats is alom bekend als een van de eerste crematoria van Nederland. Er staat een monument voor de schrijver van de Max Havelaar, Multatuli. Eduard Douwes Dekker werd wel in Gotha Duitsland gecremeerd, maar het monument bevat de urnen met zijn as en die van zijn echtgenote. Dit was een initiatief van de Vereniging voor Facultatieve Lijkverbranding. In Driehuis volgen we de richting Beeckestijn. Beeckestijn is weer een van die schitterende landgoederen. Wel één van de weinige die in zijn geheel bewaard is gebleven. Het is een prachtig voorbeeld van de cultuur van de Hollandse buitenplaats. Ook de omliggende tuinen en parken vormen één van de belangrijkste historische tuinen van Nederland.

We zijn heel dicht bij het Noordzeekanaal in Velsen en buigen nu af langs Santpoort-Noord en Santpoort-Zuid naar Bloemendaal. Wat moet dat hier toch een rijke buurt zijn…Overal prachtige grote villa’s met enorme tuinen. Het valt op, er zijn zeer veel groene parken, prachtig onderhouden wegen en rustige fietspaden. Wij zouden het beschrijven als een miljoenenkwartier! Wanneer we in de wat meer gewone buurt komen doet honger en dorst ons op het terras van café 't Hemeltje belanden. Deze zaak lijkt meer iets voor ons en volkser. En ja hoor we worden joviaal verwelkomt en vlug maar keurig bediend. Rik besteld een ½ liter Heineken, hij weet dat ik hiervan huiver, maar dat is zijn keuze ik krijg een La Trappe Quadrupel. Santé…. Met een typische Hollandse grootmoeders bal en een sandwich stillen we onze honger. Vóór we vertrekken maken we een afspraak om deze avond hier te komen souperen. Het is bijna 3 uur, laat ons maar vertrekken….Net de hoek om in de Mollaan ligt het Thijsse’s Hof. Dit is de oudste heemtuin van Nederland. Gesticht door Jacob P. Thijsse een plaatselijke schoolmeester. In de Hof worden voor een breed publiek planten- en diersoorten uit Zuid-Kennemerland getoond in natuurlijke begroeiingen. Naast de meer dan 500 soorten hogere planten en circa 24 soorten broedvogels zijn er vele andere planten en dieren te zien. We hebben juist een veel te lange rustpauze genomen en besluiten onze rit te vervolgen zonder bezoek aan de tuin…

Langs een wat oplopende sierlijke laan met grote bomen, moeten we linksaf richting knooppunt 17. Het bordje Ruïne van Brederode is nauwelijks te zien tussen al dat onstuimig groen! De ruïne van het vroegere “Kasteel van Brederode” was eigendom van de heren van Brederode. Het dateert al van in dertiende eeuw en speelde een grote rol in het rijk van de Oranjes. Nu is het een rijksmonumenten. In de wintermaanden is de ruïne gesloten, dan houden de vleermuizen hier hun winterslaap.

Langs de Bergweg duiken we een donker bos binnen. Dit zou wel eens het door Martine Bijl bezongen “Bloemendaalse Bos” kunnen zijn denken we? Het is oppassen voor honden soms lopen ze los mee met ons. Dit is niet prettig en wat gevaarlijk. Wanneer we uit het bos komen moeten we langs een 180° bocht de duinen binnen naar “Bleek en Berg”. Blij we voelen terug de zon. Op de fietspaden langs de Oosterplas en aan het uitzichtpunt van de Starreberg wordt het heel druk. Ouders met bakfietsen duwen ons zelfs van het pad, van arrogantie gesproken! Jonge vaders doen stoer zonder rekening te houden met hun kroost en de vele ouderlingen!

Aan het “Bezoekerscentrum De Kennemerduinen” zijn we blij dat we even kunnen rusten, op het terras snoepen we een warme appeltaart met koffie. Toch willen we binnen een kijkje nemen. Onmiddellijk krijgen we van de attente baliedames enkele vragen. Waar komen jullie vandaan? Wanneer we vol lof zijn over onze onvergetelijke dag in het park krijgen we nog een korte rondleiding. We moeten ons flink inspannen om de rest van onze tocht af te werken, het is warm en we voelen ons heel loom. Oei dit hadden we nu echt helemaal niet verwacht. We komen op een uiterst drukke weg terecht “de Zeeweg”. De auto’s vliegen hier voorbij met een overdreven snelheid en de baan kruisen is gekkenwerk. Gelukkig kunnen we enkele honderden meters verder opnieuw het groen binnen duiken! We rijden richting “Kopje van Bloemendaal” wat dit betekend ondervinden we heel vlug. Het weggetje doet ons flink op de trappers lopen. Op korte afstand moeten we zeker +/- 40 meter stijging overwinnen. Bovenop bevindt zich een uitzichtpunt met een stenen tableau waarop 51 meter als hoogte staat gegraveerd. Er is ook een toren vanwaar je de zee, IJmuiden en Amsterdam kunt zien. Wij wanen ons in Knokke-Zoute de wat oudere villastijl lijkt er erg op, dit is hier meer dan een “Miljoenenkwartier”. Blijkbaar is deze korte nijdige klim geliefd bij Strava fanaten….

Op een smal klinker baantje dalen we vlug tussen statige bomen tot we onvermijdelijk rechtsaf moeten. We zien een plaat “Caprera” wat dit Italiaan te betekenen heeft zijn we ’s avonds bij ons souper teweet gekomen. Langs statige witte villa’s en buitenplaatsen met koetshuizen en tuinen welke wij liever duinbos noemen, peddelen we rustig terug naar onze vernachtingsplaats in Overveen. We zijn blij wanneer we bij Marianne een deugddoende douch kunnen nemen. Iets later rijden we naar “’t Hemeltje”.

We worden met veel zwier door een jongeling een tafeltje bij twee mannen aangewezen. Het kan ons niet deren, in het bruin café hangt er een meer dan gezellige sfeer. Zo’n familiale huislijke omgeving hadden we ons niet kunnen voorstellen…Wanneer we onmiddellijk een La Trappe bestellen. Als onze tafelburen ons taaltje horen weten ze duidelijk dat wij, “Belgen” zijn. Zoals gewoonlijk wijs ik er hen op dat wij wel “Vlamingen” zijn. Er volgt een uitleg en ze zijn blij dat ze weten dat we hun taal beheersen. Het wordt een boeiend gesprek met onze nieuwe vrienden die ons de specialiteit van de dag als menu aanprijzen. Gebakken Pietermanfilet met kappertjes, rode ui & peterselie geserveerd met een saladegarnituur en gebakken aardappeltjes. Met een Dame Blanche als dessert was het werkelijk een festijn. Onze tafelgenoten moeten ons plots verlaten, zijn willen een voorstelling bijwonen op ”Caprera”???

Wanneer ik bij het afrekenen, aan de patron van de zaak, vraag wat Caprera betekent, Krijgen we eindelijk een deftige uitleg. Het is een van de enigste openluchttheaters van Nederland hier in de duinen. Tussen mei en september zijn er optredens, meestal cabaret, popmuziek, klassieke muziek, theater, film en kindervoorstellingen. De tribune van het theater is tegen een duinpanne gebouwd en biedt zitplaatsen aan 1100 gasten. Bij grote concerten zijn er ook staanplaatsen. Deze avond is er een optreden van cabaretier Theo Maassen. Wij dachten dat Caprera een Italiaans eiland was! Na deze uitzonderlijke snoepavand, kunnen we onze gedachten blijkbaar niet meer 100% orderen. Tijd om onze bedjes op te zoeken. Marianne is tevreden dat we terug zijn en wil kost wat kost nog een slaapmutsje presenteren. Na een poosje maken we onze gastvrouw duidelijk dat we morgen nog een flinke fietsdag willen overleven. Slaapwel.

|