135 jaar geleden: De '˜zaak Schoep'
19.10.1872 - In de Belgische Grondwet die in 1830 het levenslicht zag, werd opgenomen dat “het gebruik der talen in België vrij is.” Dat leek op het eerste gezicht mooi, maar betekende in de praktijk dat het de openbare ambtenaar en de magistraat vrij stond om de Vlaming niet te verstaan. Dit leidde tot enkele ophefmakende zaken die de Vlaamse publieke opinie diep beroerden. Eén hiervan was de ‘zaak Schoep’.
Op 19 oktober 1872 bood de boekbinder Jozef Schoep zich aan op het gemeentehuis van Sint-Jans-Molenbeek, de toen nog Vlaamse voorstad van Brussel, om er de geboorte van zijn zoon aan te geven. Hij legde zijn verklaringen af in het Nederlands. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelde ze desalniettemin in het Frans op. Schoep, die Fransonkundig was, weigerde het document dat hij niet begreep, te ondertekenen en verliet onder protest het gemeentehuis.
Hij werd voor de rechtbank in Brussel gedaagd die hem veroordeelde tot een boete plus de gerechtskosten. Toen zijn zaak later in beroep voorkwam, en zijn advocaten in het Nederlands wilden pleiten, werd hen dat aanvankelijk verboden. Tenslotte werd toch toegestaan dat ze Nederlands zouden spreken, op voorwaarde dat de pleidooien door een beëdigde tolk zouden worden vertaald in het Frans. Toen de advocaten echter op hun beurt ten behoeve van hun Fransonkundige cliënt een vertaling eisten van het requisitoir van de advocaat-generaal werd hen dat botweg geweigerd. Er ontstond krachtig rumoer in de zaal en toen de zaal werd ontruimd, werd door het publiek de Vlaamse Leeuw aangeheven. Het Hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg.
Schoep bracht zijn zaak tenslotte voor het Hof van Cassatie, waar zijn advocaten door de voorzitter het verbod opgelegd kregen om zich van een andere taal dan het Frans te bedienen. Jozef Schoep werd voor een derde keer veroordeeld. In heel Vlaanderen werd gereageerd met verontwaardiging en verbittering. Het zoontje van Schoep moest overigens wachten tot in 1882 (!) op een behoorlijke wettelijke geboorteakte. Zijn vader was toen reeds een jaar overleden.
De ‘zaak Schoep’ had, net zoals de ‘zaak Coucke en Goethals’ en de ‘zaak Karsman’, op een schrijnende manier aangetoond dat Vlamingen die gebruik wilden maken van de vrijheid van taal, ofwel om principiële redenen, ofwel omdat zij geen andere taal kenden dan de hunne, in België blootgesteld werden aan grove rechtsmiskenning. Deze ophefmakende zaken zorgden in Vlaanderen voor grote beroering, waardoor de Belgische staat zich uiteindelijk verplicht zag tot het aannemen van de eerste taalwetten. De eerste was die op het gebruik van het Nederlands in strafzaken en werd in 1873 gestemd.
Met dank aan de studiedienst van het Vlaams Belang









