De schizofrenie van een Belg

Maurice Maeterlinck (1862-1949) was een Fransschrijvende Vlaming die een Nobelprijs voor Letterkunde won in 1911
http://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Maeterlinck
Michel de Ghelderode (http://en.wikipedia.org/wiki/Michel_De_Ghelderode )
schreef Franstalige theaterstukken, zoals Escuriaal over de donkere periode aan het Hof van Filips II, die je een onmiddellijk gevoel van herkenning bezorgen.
Emile Verhaeren (1885-1916)http://nl.wikipedia.org/wiki/Emile_Verhaeren
die begraven ligt in Sint Amands aan de oever van de stroom, verheerlijkte Vlaanderen en de Schelde in het Frans.
Marie Gevers (1883-1975) woonde in Edegem en ze schreef hoofdzakelijk in het Frans. Ze kende nochtans heel goed Nederlands want zij vertaalde Hollands Glorie van Jan de Hartog in het Molières.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Marie_Gevers
Georges Rodenbach (1855-1898)
http://en.wikipedia.org/wiki/Georges_Rodenbach schreef niet een droefgeestige roman Brugge-de dode-stad in het Nederlands maar wel "Bruges-la-morte".
De huidige generatie politiek-correcten verloochenen stijf deze Rodenbach (Albrecht bespuwen ze) net zoals ze schouderophalend voorbijgaan aan Guido Gezelle. Onze grote Vlaamse dichter in het fascistische verdomhoekje duwen, is nog een kwestie van tijd, redeneren ze vanuit hun culturele luciferdoos (het Concertgebouw in Brugge) die architecturale puist die de rand van de mooiste stad van het land ontsiert.
Benno Barnard, de Nederlander die Vlaanderen de les wil spellen maar wiens literaire talent nog kleiner is dan zijn mini-brilletje, gaf enkele jaren geleden de aanzet tot de Gezelle-vernieling in Knack en kreeg prompt het deksel op zijn arrogante neus. De ijdeltuit probeerde het vuur terug op te rakelen vanuit Engeland, waar hij plots alles van af wist, maar tegenwoordig tref je hem terug aan op een multicultureel terras op de de Keyserlei in Antwerpen. Op zoek naar roem en erkenning.
En dan is er de grootste Belg, volgens de Franstaligen die ook daar een andere mening over hebben dan de Vlamingen : Jacques Brel, een echte Belg in zijn uitspraken, een Vlaming in zijn emoties en een Brusselaar van uiterlijk.
Dit land is zo schizofreen door mekaar gehusseld dat de Walen als hun grote symbool een " Belgische landgenoot" verkiezen die zijn grote succes in het buitenland dankt aan zijn Vlaamse imago en zijn Vlaamse gevoelens. De man die door Jos Ghysen van het toenmalige Radio Hasselt uitgenodigd werd met zijn gitaar te komen zingen in de Limburgse studio en zo zijn carrière begon. De man die zong over Marieke, geboren tussen de torens van Brugge en Gent (terwijl ze in werkelijkheid in Knokke haar relatie met de zanger probeerde stil te houden), de man die de Vlamingen in het gelaat spuwde met zijn beledigende "les flamandes" waarvan hij later zegde, dat hij het zo niet bedoeld had (het Brusselse smeerlapje zong gewoon wat elke dag in Le Soir stond).
Deze ongelooflijke artiest bezong ons vlakke land, (dat zelfs op de laatste IJzerwake te horen was - wat zou hij geprotesteerd hebben) en over de Noordenwind en de haven van Amsterdam. De Nederlander Ernest van Altena vertaalde bijna het ganse oeuvre van Brel en over Mijn vlakke Land zei Jacques Brel dat het beter was dan de oorspronkelijke Franse versie. In het unitaire België waren Vlamingen verfranst in hun taal en misschien ook in hun manieren. Maar zelfs dan bleven zij Vlaams. Laten we hopen dat aan deze schizofrene verdwazingen spoedig een einde moge komen. We kunnen het niet laten horen maar wel laten lezen :
Ray
MIJN VLAKKE LAND Met de Noordzee als laatste vaag terrein
en vage duinen om die vaagheid te breken
vage rotsen in eindeloze getijen
die voor altijd het hart verloor aan laagtij
met onophoudelijk aanwaaiende nevel
met de oostenwind hoor je het standhouden
dat vlakke land van mijMet kathedralen als enige bergen
en de donkere torens als vette palen
met stenen duivels die de wolken neerhalen
met de dagelijkse sleur als enige reis
en regenwegen als enige goedenavond
met de westenwind hoor je het willen
dat vlakke land van mijmet een hemel zo laag dat een kanaal er in verdwijnt
met een hemel zo laag dat hij nederig maakt
met een grijze hemel en een verloren kanaal
een hemel zo grijs dat je het 'm wel vergeeft
en de noordenwind die zich vierendeelt
met de noordenwind hoor je het kraken
dat vlakke land van meMet een brok Italië dat de Schelde afzakt
Met Blonde Frida die daarna Margot wordt
als de zonen van november terugkeren in mei
als de velden dampen en trillen in juli
wanneer de wind lacht, wanneer de wind maalt
met de zuidenwind hoor je het zingen
dat vlakke land van mij










2 reacties op dit bericht
Prachtig gedicht
En dan is er nog ...
De oudjes
De oudjes praten nietOf hoogstens af en toe
Met stille ogentaal
Zelfs rijk zijn ze toch arm
En zonder toekomstbeeld:
Een hart voor allemaal
Hun huis geurt: witte was
Lavenbel, koperpoets
En 't werkwoord van weleer
Oud zijn in Amsterdam
Is oud zijn op een dorp:
Men leeft er nauwelijks meer
Eens lachten ze te veel
En daarom sleept hun stem
Als 't over 'vroeger' gaat
Eens huilden ze te veel
En daarom parelt soms
Een traan langs hun gelaat
En als hun hand soms beeft
Is dat dan om de klok
Die oud wordt op de schouw
Die slingert: kom je mee
Slingert ja, slingert nee
Slingert: ik wacht op jou?
De oudjes dromen niet:
Hun boeken ingedut
't Harmonium op slot
De poes is ook al dood
Het zondags glaasje port
Maakt niet meer dol of zot
De oudjes zitten stil
Gerimpeld hun gebaar
Hun wereld uitgezet:
Vanaf het bed naar 't raam
Van 't bed naar de fauteuil
En van het bed naar bed
Ze gaan alleen nog uit
Voorzichtig arm in arm
Gekleed in mijmerij
Voor de begrafenis
Van wie nog ouder was
Nog lelijker dan zij
Een uur van stille rouw
Dan is daar weer de klok
Die voort klikt op de schouw
Die slingert: kom je mee
Kom je ja, kom je nee
Slingert: ik wacht op jou
De oudjes sterven niet
Eens vallen ze in slaap
En slapen al te lang
Ze klampen zich wel vast
Maar vallen doen ze toch
Al zijn ze vallensbang
Een valt de ander blijft:
Degeen die 't liefste was
't Meest of het minst in tel?
Het doet er weinig toe
Degeen die achterblijft
Is 't eerste in de hel
Soms ziet u hem wel gaan
Soms ziet u haar wel staan
Triest in een regenstraat;
Al schuif'lend door vandaag
Prevelend een zacht excuus
Dat het niet vlugger gaat
U ziet ze voor u uit
Wegvluchten voor de klok
Die voort klikt op de schouw
Die slingert: kom toch mee
Kom je ja, kom je nee
Slingert: ik wacht op jou
Die slingert: kom toch mee
Slingert ja, slingert nee
Slingert en wacht op ons
VERDOMME ! Waarom moest Brel in Brussel geboren worden ?