We herinneren ons allen nog de berichtgeving over de moord op Guido Demoor als incident en de latere insinuaties die een smeerlap als Douglas De Coninck de wereld instuurde.
Tegen deze schandalige manier van journalistiek – die wij trouwens van Humo gewoon zijn – had de familie Demoor een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek.
Hierbij, met dank aan Achter Het Nieuws, de volledige tekst van het besluit. Niet dat er op zich al een uitspraak is maar hoopgevend is dat de klacht tenminste als gegrond wordt aangenomen.
Hoe smerig vals en hypocriet hun denkwijze bij Humo wel is bewijst dat ze zelfs durven beweren dat de aanvankelijke mediaberichtgeving na het busincident zeer eenzijdig was en dat daardoor bij het publiek de indruk was ontstaan dat een allochtone jongerenbende een moord had gepleegd. Blijkbaar zijn ze daar nog altijd overtuigd van de onschuld van die bloedjes van kindjes.
Erik
Beslissing van de Raad voor de Journalistiek over de klacht van mevrouw Marie-Claire Hamelrijck, mevrouw Vera Demoor en de heer Kris Demoor tegen Humo en Douglas De Coninck, journalist.
Met een brief van 11 augustus 2006 dient mevrouw Marie-Claire Hamelrijck klacht in tegen het weekblad Humo en tegen journalist Douglas De Coninck. Aanleiding is het artikel dat in Humo van 18 juli 2006 is verschenen onder de titel ‘Het lichaam van Guido Demoor toonde nauwelijks sporen van geweld: twee blauwe plekken en een gescheurde vingernagel’.
De ombudsman van de Raad voor de Journalistiek heeft de inhoud van de klachtbrief meegedeeld aan de hoofdredacteur van Humo en journalist Douglas De Coninck, die erop geantwoord hebben met een nota van 16 oktober 2006. Mevrouw Hamelrijck heeft hierop gerepliceerd met een brief van 9 november 2006, die mee ondertekend is door haar dochter Vera.
De rapporteringscommissie van de Raad voor de Journalistiek heeft een hoorzitting gehouden op 11 januari 2007. Mevrouw Hamelrijck is persoonlijk haar standpunt komen toelichten, vergezeld door haar zoon Kris. Zij bevestigt dat haar klacht door haar kinderen Vera en Kris mee wordt onderschreven. Journalist Douglas De Coninck is in persoon verschenen.
DE FEITEN
Eerste klaagster is de weduwe van Guido Demoor, die op 24 juni 2006 is overleden na een incident met een groep jongeren in een Antwerpse bus. Over het incident en het overlijden van Guido Demoor is door alle media uitvoerig verslag uitgebracht. In zijn nummer van 18 juli 2006 publiceert Humo een artikel van vier bladzijden over de zaak van de hand van Douglas De Coninck.
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
In hun klachtbrief, hun repliek en hun uiteenzetting voor de rapporteringscommisie betogen klagers dat Humo een verkeerde weergave van de feiten heeft gegeven, die neerkomt op smaad en eerroof van Guido Demoor en zijn familie.
Klagers voeren een aantal feitelijke onjuistheden aan die volgens hen in het artikel staan. Zo ontkennen ze formeel dat er zich in hun woning extreemrechtse literatuur en wimpels van de groep Voorpost zouden bevinden. De wimpel waarvan in het artikel sprake is, is een vlag van Chinese herkomst. Eerste klaagster betoogt ook dat ze in haar verklaring bij de politie niet heeft gezegd dat haar echtgenoot een ‘heel aparte kijk op de vreemdelingenproblematiek’ had, zoals in het artikel staat, maar wel dat hij ‘een mening over het vreemdelingenprobleem’ had, wat iets heel anders betekent. Om dit te staven, geeft eerste klaagster inzage van een uittreksel van het proces-verbaal met haar verklaring voor de politie. Klagers houden ook vol dat de feiten op de bus zich anders hebben afgespeeld dan in het artikel van Humo beschreven
wordt. Zij wijzen er voorts op dat hun echtgenoot en vader een rustige man was, met een goede gezondheid. Ten slotte is het gedicht waarvan in het artikel sprake is, niet geschreven door een 14-jarige maar door iemand anders.
2
Klagers wilden niet ingaan op het voorstel van Humo om hun versie in het blad toe te
lichten. Dit had volgens hen moeten gebeuren in het oorspronkelijke artikel, maar de
journalist heeft hen toen niet gecontacteerd. Ze betogen dat de journalist van Humo zijn bronnen niet heeft gecontroleerd en een eenzijdige versie heeft gepubliceerd, hoewel hij de indruk wekte dat in zijn artikel de waarheid over de gebeurtenissen naar voren werd gebracht.
In hun schriftelijke repliek van 16 oktober 2006 wijzen hoofdredacteur Jörgen Oosterwaal van Humo en journalist Douglas De Coninck erop dat de aanvankelijke mediaberichtgeving na het busincident zeer eenzijdig was. Daardoor was bij het publiek de indruk ontstaan dat een allochtone jongerenbende een moord had gepleegd op de echtgenoot van eerste klaagster.
Humo besloot daarom om de feiten grondiger te onderzoeken, wat uiteindelijk leidde tot het artikel van 18 juli 2006. Dat artikel moet volgens Humo beschouwd worden als een vorm van weerwoord op wat voordien in de overige media was verschenen. Het was daarbij zeker niet de bedoeling om de nabestaanden van de heer Demoor te kwetsen. Maar in het artikel van Humo kwam, nagenoeg voor het eerst, de versie van de verdachten aan bod. Journalist De Coninck zegt dat hij er zich van bewust is dat het artikel een kritiek van eenzijdigheid verdient. Hij wijst erop dat hij graag ook de versie van de familie van het slachtoffer in het artikel had verwerkt, maar hij hield rekening met hun vraag om gerust gelaten te worden. De Coninck betoogt dat hij wel hun advocaat heeft gecontacteerd, maar dat die niet wou reageren op de zaak. Humo en De Coninck zijn van oordeel dat een aantal punten van kritiek op het artikel betrekking hebben op elementen die door het gerechtelijk onderzoek moeten uitgewezen worden, en dat de Raad hierover geen uitsluitsel kan geven. Wel erkennen ze dat
er in het artikel mogelijk bepaalde onzorgvuldigheden staan. Zij herhalen hun aanbod aan de familie van het slachtoffer om in het blad omstandig op het stuk te reageren.
BESLISSING
Zoals Humo en journalist De Coninck aangeven, kan het artikel van 18 juli 2006 beschouwd worden als een aanvulling op de eerdere mediaberichtgeving over de zaak, waarbij Humo de bedoeling had om de versie van de verdachte jongeren en hun advocaten naar voren te brengen. Dergelijke berichtgeving kan bijdragen tot een volledigere kijk op de gebeurtenissen.
Het probleem is echter dat de versie van de verdachten in het artikel wordt voorgesteld als de uiteindelijke waarheid over de zaak. De ondertitel (‘De reconstructie: wat er echt gebeurde op bus 23) en de aanhef van het artikel (‘Maar wat gebeurde er die middag écht op bus 23?’, en iets verder: ‘Wat nu volgt, is de grootste gemene deler uit het gerechtelijke dossier zoals dat er bij het ter perse gaan van deze Humo voorstond’) wekken minstens die suggestie.
In een dergelijke gevoelige zaak was het aangewezen om te wijzen op de eenzijdige aard van de berichtgeving en op het feit – dat in het artikel onvermeld is gebleven – dat de familie van het slachtoffer en hun advocaat in die periode geen mededeling wilden doen aan de media.
Dat had de lezers beter in staat gesteld om zich een mening te geven over de verstrekte
informatie.
In de klacht wordt ook gewezen op een aantal feitelijke gegevens uit het artikel die fout zouden zijn. Omdat die feiten nog door de rechtbank moeten uitgewezen worden, kan de Raad voor de Journalistiek zich er niet over uitspreken. De Raad stelt wel vast dat de verklaring van eerste klaagster voor de politie in het artikel verkeerd is weergegeven, waardoor de suggestie gewekt wordt dat het slachtoffer er racistische ideeën zou op nahouden. Vanwege de zeer gevoelige aard van de gebeurtenissen, zowel voor de nabestaanden als voor de publieke opinie, was letterlijk citeren hier aangewezen geweest.
3
Om die redenen is de raad voor de Journalistiek van oordeel:
De klacht is gegrond.
Brussel, 8 februari 2007
5 reacties op dit bericht
als...
moest ik ne vent zijn,...ik keek ook niet naar het voetbal...
Verdimme
Zit hij weer naar de blote madammen te kijken i.p.v. te werken.
Hé Lies, en 't zal dan geen waar zijn zekers van Anke......
Eva zkt. Adam
niks te kiezen...
Strafste van al was nog de PJ zijn commentaar op het aanleggen van een vrijwilligerslijst voor bijzitters: het berokkent schade aan de democratie en mensen moeten hun plicht doen en bestraft worden als ze weigeren.
Tarara, zeg nu niet dat er geen selectieve oproepen bestaan voor die sukkels die er tegen hun goesting moeten gaan zitten, sommige voor de zoveelste keer al.
Ofwel doen ze het terug zoals vroeger, ofwel doen ze de automatisering goed en stemmen we via de pc thuis. Een beetje informaticus lost dit zo op: inloggen maakt je wel kenbaar, maar je krijgt zelf een bewijs van je verkozen partij. Kwestie van de servers te bewaken en onder controle de persoonsgebonden gegevens scheiden van de stemmen.
Ofg waarom niet ons stembiljet bij onze belastingsaangifte voegen? Men weet nu toch ook wie welk stemgedrag vertoont...misschien trekken ze daaruit een les!
Erik groot gelijk
Die stemcomputers is een mooie vooruitgang maar het spel moet eerlijk gespeeld worden .
Laat de volgende keer het stemgedrag op ons nieuw paspoort zetten dan hebben we zelf het bewijs in handen ,
mvg