Stefaan vierde zijn 42-ste verjaardag

10 km lopen in 42 minuten en één lekker biertje gaan op zo een dag blijkbaar goed samen.
Voor Koen Ver Eecke en Joost Coudenys die binnen enkele weken een marathon lopen heeft Patrick Sys voor hun 42 km 195m nog wat gouden raad.
Tempolopen
Sommigen zijn er goed in, anderen minder. Een juist, strak tempo lopen en dit zo lang mogelijk aanhouden tijdens een wedstrijd is belangrijk om tot een ideaal resultaat te komen. Van mezelf mag ik zeggen dat ik in het verleden een goed tempoloper was, en die kwaliteit hoop ik nu opnieuw te verkrijgen. Het is interessant om weten dat de snelheid waarop je traint op dat moment bij benadering 9, 10, 11, 12, 13 of 14 km per uur bedraagt. Zo kan je in competitie meteen het juiste tempo kiezen en het aan welbepaalde markeerpunten eventueel wat bijstellen. Mijn loopmakker uit Knokke, Pierre Vande Langerijt, had me tijdens de 100 km van de Nacht van Vlaanderen altijd graag bij zich omdat hij wist dat hij niet meteen een goeie tempoloper was. Door de trainingsopbouw, de adrenaline, de euforie van het moment, de massa om je heen en ook de Belgische mentaliteit om er in wedstrijden van bij de start meteen de pees op te leggen, bestaat er de begrijpelijke neiging om sneller te starten dan gewild. Wil je zo’n 100 km uitlopen in 10 à 11 uur dan ben je het best gebaat met een eerste wedstrijduur waarin je niet meer dan 11 km aflegt. Dat procedé hebben wij tweeën meerdere keren met succes toegepast. Eén keer doken wij in Torhout op die manier zelfs onder de grens van 10 uur. Achteraf voelden we ons niet eens moe. Het had toen voor mijn part gerust nog een heel stuk langer mogen zijn.
Tegenwoordig tref je ze tijdens zowat alle belangrijke marathons ter wereld aan: die tempolopers met rond hun middel een lang stuk touw met daaraan een gekleurde ballon bengelend en daarop de beoogde eindtijd. Die eindtijd varieert meestal van 3 tot 5 uur met gradaties tussenin van een half uur of een kwartier. Wil je je favoriete marathon graag binnen bijvoorbeeld 3 uur en drie kwartier lopen? Wel, geen probleem. Train voldoende en volg tijdens de marathon als een lammetje de desbetreffende ballon waaronder de haas van dienst plichtsgetrouw voor jou tempo maakt. Meestal is die haas een ervaren rot. Iemand die meerdere marathons in de benen heeft. Iemand die uiteraard sneller kan dan de aangegeven tijd maar die precies weet hoe snel het moet. Zo iemand traint het juiste tempo thuis ergens op de piste. Nagenoeg elke buitenpiste overal ter wereld is exact 400 m lang en – mits wat rekenwerk – is tempowerk daarop makkelijk te chronometreren. Een uitstekend alternatief hiervoor (en hier komt opnieuw mijn stokpaardje!) is de loopband. Zowel tijdens een trainingsloopje als tijdens een intensieve duurloop of zelfs een bergloop gesimuleerd op je loopband weet je exact waar je aan toe bent. Je weet hoe lang je al gelopen hebt. Hoe ver je nog moet. Hoeveel calorieën je bij benadering verbruikt. Hoe steil het gaat. Waar het binnenkort moeilijker wordt. Enzovoort .... Het interessantste is vooral dat je altijd weet welke snelheid je op dat moment aan het lopen bent. Er zijn de vooraf ingestelde snelheden met stappen van 2 km (2 – 4 – 6 – 8 ... – 20 km /u). Daar tussenin kan je met een simpele druk op de plus- of minknop uiteraard alles nog veel fijner afstellen. Op die manier is een Crokyrun lopen op de loopband handiger dan in het echt. Je weet verduiveld goed hoe snel je gaat en hoe ver het nog is. Je hoeft geen surplus aan energie te verspillen om op je horloge te kijken: alles staat in grote cijfers te lezen op het paneel vlak voor je. Proberen je tijd te verbeteren aan de hand van een strak en egaal tempo gaat zo makkelijker. Maar je moet het natuurlijk altijd nog doen. En het liefst met een negative split.
Op die manier is het me gisteren gelukt om een nieuw persoonlijk record te lopen. In tegenstelling tot verleden week toen ik te lang aan een constant tempo van 12 per uur liep en pas tijdens de laatste 2 km fors ging versnellen heb ik nu – na een kleine opwarmingskilometer – de eerste helft van de Meulebeekse toer gelopen aan 12,2 km per uur. Na die forse helling (van 4 %) bij het inslaan van de Gentstraat dreef ik het tempo op naar 12,4 per uur om uiteindelijk het laatste lange stuk heen en terug de Ter Borchtlaan gradueel nog te versnellen tot ik op het eind aan een voor mijn doen rotvaart à 13 per uur over de fictieve meet bolde. Dolgelukkig en helemaal niet moe. Drie maanden geleden pas gestart loop ik nu al de pannen van het dak. Bij wijze van spreken natuurlijk want alles gebeurt vrij onschuldig op mijn zolderkamertje zo’n metertje onder die bewuste dakpannen en zonder echt brokken te maken. Ik heb trouwens hoogtevrees dus mij krijg je – in tegenstelling tot Sinterklaas – voor geen geld ter wereld mijn dak niet op.
Mijn recordtijd bedraagt vanaf nu 47 min en 48 sec. Joepie !
Gr, Patrick
Uitslag Crokyrun 13 februari:
1. Koen Ver Eecke 38’ 49”
2. Joost Coudenys 41’ 27” 79
3. Stefaan Lemiere 42’ 56” 10
4. Diederick Vermaete 45’ 26” 43
5. Luc Maes 45’ 34” 92
6. Lieven Van Parys 45’ 47” 50
7. Bernard Devaere en
Gûnther De Maeyer 50’ 50”
9. Carlos Dejaegher 57’ 38”
DNF: Joost Kerckhove
Crokyrun op de loopband:
1. Patrick Sys 47’ 48”
2. Marnix Deriemaeker 55’ 46”




















































