Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Archief

KOKENETEN: kan je op een paddenstoel zitten?

 

 

 

Natuurlijk kan dat, maar dan kan je hem eigenlijk niet meer opeten.

Hij is dan normaal gezien nogal platgedrukt.

Persoonlijk heb ik altijd last met paddenstoelen.

Niet dat ik ze niet graag bereid of verorber, maar wel omdat ik al decennia

gewoon ben om paddestoelen te schrijven.

Altijd, en nu ook weer, word ik op de vingers getikt door mijn computer

 spellingchecker en gedwongen om er een “n” tussen te zetten.

Een gevolg van een van de spellingswijzingen uit het verleden.

 

À propos, op de foto boven zijn shiitake paddenstoelen zichtbaar, die vooral

dienst doen in de Aziatische keuken.

Van deze lekkere variant moet je zeker en altijd de stelen volledig wegnemen,

want ze weigeren pertinent om zacht te worden in de kookpan.

Zoniet heb je kans dat je de indruk krijgt op een stuk hout te zitten tutteren.

 

Vandaag maak ik uitzonderlijk eens geen hoofdgerecht.

Verwend als we zijn in België met een zeer uitgebreide keuze voor boterhambeleg,

 probeer ik hier onder de zuiderse zon zelf iets (uit het kookboek natuurlijk).

En het moet bovendien gemakkelijk te bereiden zijn.

 

Met de zon op de achtergrond begin ik aan het werk van de keukencommies.

Het in de juiste gedaante brengen van tomaten, ajuin en champignons.

 

 

 

En ik voel me heel zelfverzekerd, want als je op de details let op het lemmet

zie je dat ik het snijwerk doe met het mes van Piet Huysentruyt.

Er kan dus niks verkeerd lopen. Zoniet roep ik SOS Piet.

 

 

 

Eventjes nog wat interessante tips en weetjes over paddenstoelen,

vooraleer ze onvermijdelijk in de pan belanden.

Ik gebruik voor dit gerecht trouwens doodgewone (Parijse- of) weidechampignons.

Dit “doodgewone” doet er me aan denken dat alle paddenstoelen eetbaar zijn.

Sommige slechts één keer natuurlijk.

Er zijn duizenden soorten van “echte” eetbare paddenstoelen die op grote schaal

 wereldwijd geoogst worden, en letterlijk honderdduizend andere eetbare soorten.

 

Enkele uit de top tien en dus zeker bekende paddenstoelen zijn:

 

De Champignon is de meest gegeten paddenstoel ter wereld

(38 % van de totale hoeveelheid gecultiveerde paddenstoelen) en kan

gemakkelijk gekweekt worden.

Dit type paddenstoel heet eigenlijk voluit Champignon de Paris.

De Oesterzwam is de tweede meest gegeten eetbare paddenstoel .

China is de grootste producent. Verschillende soorten kunnen op

koolstofhoudend materiaal groeien zoals op stro of zelfs op oude kranten.

Niet proberen dus op de krant van vandaag.

In het wild groeien ze het meest op hout.

 

Tussendoor komt hier het succesvolle gebruikte recept voor

het champignonsmeersel voor boterham of toast:

 

 

ingrediënten voor 600g

bereiding

500g champignons, in plakjes

bak de ui lichtbruin in een beetje boter

1 ui, fijngehakt

doe de rest van de boter in de pan

50g boter

roer er spek, tomaten en champignons door

2 grote plakken spek, gehakt

laat 15’ goed gaar bakken

(Spanje: 150g Taquitos de jamon Serrano

voeg zout en cayennepeper toe

250g tomaten, ontveld, ontpit, gehakt

pureer het met een handmixer of in een blender

2 eieren, geklopt

roer de eieren erdoor, zet het op een laag vuur

zout, cayennepeper

laat even binden, niet laten koken

 

laat afkoelen

 

bewaar het in een pot in de koelkast

 

serveer met geroosterd brood

 

En we gaan toch nog even verder met de meest gebruikte paddenstoelen:

 

De Cantharel ook wel Hanenkam genoemd, is een van de lekkerste van de

niet cultiveerbare eetbare paddenstoelen.

Hij kan dus niet gekweekt worden, maar enkel geplukt in het wild.

Vandaar dat de prijs hoger ligt.

 

Het Eekhoorntjesbrood of boleet is bekend om zijn nootachtige smaak.

Het is een veelgesmaakte paddenstoel, gebruikt in een groot aantal

culinaire schotels.

 

Dan zijn er nog talloze eetbare exemplaren, met soms vreemde namen:

de Zwavelzwam, het Gewone Fluweelpootje, de Gordijnzwam, de Doodstrompet

of Hoorn des Overvloeds. Onder de minder gekende, maar wel eetbare

 paddenstoelen komen we terecht bij bijvoorbeeld: Biefstukzwam,

Gele stekelzwam, Gewone fopzwam, Grote parasolzwam, Grote stinkzwam

(Phallus impudicus in het Latijn; spijtig, maar ik heb er geen foto van), Judasoor,

 Knolparasolzwam, Koeienboleet, Paarse schijnridderzwam enzovoort.

 

Nog een nuttig woordje over niet eetbare en giftige paddenstoelen.

De Groene knolzwam is de giftigste van allemaal.

Als je hiervan eet, kun je in twaalf uur later dood zijn.

Van andere giftige soorten kun je wel (ernstig) ziek worden,

maar een gezond volwassen mens zal er zelden aan dood gaan.

 

Terug naar het recept, nu alles gesneden is.

De pan is intussen gevuld met boter, uien, spek, tomaten en champignons.

 

 

 

Uiteindelijk moet dit mengsel dienen om boterhammen mee te beleggen,

het mag dus iets fijner van structuur zijn, anders valt alles van de toast.

 

Het kan in de koelkast tot een week bewaard worden, maar waarschijnlijk

 zal het die datum niet halen.

 

.

 

Bereid naar TimeLife, Snacks en Canapés, pag. 91

 

Wist je dat...

In wijn en brood ook schimmels (gist) worden gebruikt?

Er soorten bestaan die op andere paddenstoelen kunnen groeien

(de Kostgangerboleet parasiteert op de Gele aardappelbovist).

Sommige paddenstoelen alleen willen groeien op koeienvlaaien (koeienboleet)?

De champignon in 1651 in de omgeving van Parijs voor het eerst op grote schaal

 werd geteeld. Men slaagde er in door het begieten van afval van de meloenenteelt

 met waswater van rijpe champignons.

Het meest geneeskrachtige schimmelproduct Penicilline is

(gemaakt van de schimmel Penicillium notatum en gebruikt wordt

om bacteriële infecties te bestrijden).

Het myceliumnetwerk (de draden van de échte paddenstoel) erg groot is

en dat de myceliumstrengen wel 5 meter lang kunnen worden

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Segovia (3): stevig blazen in het glas

 

 

We verblijven niet in Segovia zelf, maar in een familiehotelletje in de buurt,

in het onooglijk dorpje La Granja de San Ildefonso.

Dat laat ons toe om de dag van aankomst in de onmiddellijke omgeving

een bezoek te brengen aan de indrukwekkende Koninklijke glasfabriek:

de Real Fabrica de Vidrios y Cristales.

 

We kunnen hier live de demonstratie van het glasblazen volgen in de school.

Deze school, ontstaan in 1994, heeft intussen een internationale uitstraling.

Ook specialisten uit Nederland ( Frank van der Ham) en België (Joost Kaen)

zijn hier les komen volgen.

Zie ook www.fcnv.es.

 

We zien van heel dichtbij heel wat actie eer de glazen karaf opgeblazen is.

Hierbij zit een korte samenvatting, waarbij de blazer enkele malen opnieuw begint.

 

Men onderscheidt twee soorten glasblazen, met een brander en in de oven.

Glasblazen is niet te verwarren met gasblazen.

Die ene letter is een wereld van verschil

Glasblazen aan de brander gebeurt door ronde glazen buizen in de vlam

van een gasbrander te houden. Wanneer de temperatuur juist is gaat men

lucht in de buis blazen, terwijl men rustig en regelmatig de buis blijft draaien.

Een andere wijze om glazen voorwerpen te maken is die van massieve staven

in de vlam te houden en dan bij de juiste temperatuur aan elkaar te plakken.

 

Glasblazen vanuit de oven is de manier waarbij met een stalen pijp vloeibaar glas

van ongeveer 1130 graden uit een pot gehaald wordt, het zogenaamde keien.

 

 

 

Door de pijp telkens rond te draaien en te vormen met een natte houten vorm

(de klots) wordt het glas op de pijp gecentreerd.

Let op de verbetenheid en de concentratie van de glaswerker.

 

 

 

Door de pijp wordt lucht ingeblazen waardoor het object groeit. Door telkens meer

glas te keien wordt de massa vergroot en kan de bel verder worden uitgeblazen.

 

 

 

 

Met bijvoorbeeld een natte krant kan, al rollend op de glasblazersstoel,

de vorm van de vaas met de hand worden aangebracht. Met een zogenaamde

benenschaar wordt vervolgens een kerf vlak achter de pijp in de vorm gemaakt.

 

 

 

 

 

Op dit punt moet de vorm later van de pijp breken.

Als de vorm klaar is wordt door een assistent met een klein stukje heet glas

een stalen staf (pontil) tegen de bodem gekleefd.

 

 

 

 

De glasblazer koelt de kerf met wat water zodat plaatselijk kleine scheurtjes ontstaan.

Met een tik breekt de vorm ter plaats van de kerf en wordt nu slechts gedragen

door de pontil. Dit heet overnemen van het stuk.

 

 

 

 

Door inwarmen in een oven op 1200 graden wordt het materiaal weer zacht

en kan de opening worden afgewerkt.

Als het model klaar is wordt deze van de pontil afgetikt en gaat in de koeloven.

Hierin wordt doorgaans in 24 uur beginnend bij 510 graden het glas langzaam

gekoeld zodat het materiaal spanningsvrij is en niet meer spontaan

kapot kan springen. Het breukvlak van de pontil wordt later weggeslepen

en wordt het standvlak van het object.

 

Het verloopt niet altijd van een glazen dakje.

De glasblazer moet enkele keren opnieuw beginnen.

Als je het niet volledig begrijpt: trek het je niet aan, ik doe met je mee.

 

 

 

 

 

 

 

Op het einde gebeurt dan ook nog de grote catastrofe:

Op het ogenblik dat het volledig stuk  geblazen is, breekt de steel af.

Twintig minuten werk voor niks.

Van deze roemloze afgang heeft Greta geen foto durven nemen.

Je weet nooit wat de blazer allemaal kan doen met zijn hete staf.

 

Anderzijds, de tentoonstelling van producten die wel met succes afgeleverd zijn

is fenomenaal. Enkele uren van bewondering hebben we hier zeker voor over.

Er zijn enkele frisse gebruiks- en kunstvoorwerpen bij die je zullen verrassen.

 

Maar dat is voor de volgende keer. Come and see next week.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 22:21 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: Worcestershire, wat doe je dáármee?

 

Vandaag gaan we eens GEEN mediterraan recept uit de doeken doen.

Iedereen weet natuurlijk dat de Spaanse (en Europese keuken) sterk

is veranderd na de Spaanse omzwervingen in Zuid- en Midden-Amerika.

Talrijke nieuwe ingrediënten werden geïntroduceerd in het oude continent.

 

Nu wil ik me (tijdelijk) richten op een land dat van de “splendid isolation”

zijn handelsmerk heeft gemaakt, en niet onder de invloed stond van al de

overzeese lekkernijen.

Ze wilden (nu nog trouwens) het allemaal, met inbegrip van het culinaire

op eigen houtje doen: Engeland.

Tot op vandaag volharden ze bijvoorbeeld in hun afschuwelijke “kidney pie”.

Stel je voor; een taart, met daarin een nier.

Of “haggis”, het nationaal gerecht van  de Schotten! Schapenmaag, walgelijk!

We komen hier in Spanje dagelijks in contact met Engelsen, en echt,

je ziet het er aan dat ze niet eten.

 

Een recept afkomstig uit Engeland heeft dus een heel andere achtergrond,

en moet benaderd worden met de nodige voorzichtigheid.

Ik heb iets bereid dat heel bekend is (in Engeland weliswaar) uit Lancashire.

Het graafschap Lancashire is de plaats waar de industriële revolutie

als eerste is begonnen.

Was deze streek in het noordwesten van Engeland vóór 1770 vooral

een duister en vochtig moeras, daarna bracht de katoenindustrie er

ontwikkeling en welvaart (voor de eerder zeldzame rijken).

De bevolking vertienvoudigde tussen 1770 en 1840 en er ontstonden

in het graafschap enkele grote en een reeks middelgrote industriesteden.

Rond 1830 werd 85% van de katoenproductie in de wereld afgeleverd

door Lancashire.

Het Graafschap Lancashire was heel belangrijk, tot in 1972 grote steden,

zoals Liverpool en Manchester administratief werden afgesplitst. 

 

 

 

Over het recept zelf: het stamt uit de tijd van de industrialisatie.

De gewone mensen moesten toen 60 uur per week zware arbeid uitvoeren,

en hadden geen tijd meer over om te koken.

Daarbij konden ze een stevige maagvuller goed gebruiken.

Zo ontstond de Lancashire Hotpot, een eenpansgerecht, dat eigenlijk

de hele dag kon staan pruttelen in een zware pot op een laag vuur.

Hotpot staat eigenlijk gewoon voor “stoofpot”.

Oorspronkelijk was het gebaseerd op lam of schaap, ui en aardappelen.

Het basisrecept bevatte ook oesters, die toen spotgoedkoop te krijgen waren.

 

Tijd om het smakelijke en super simpele recept eens van naderbij te bekijken:

Here we go: Lancashire Hotpot.

Een eenpansgerecht is een uitstekende keuze voor een schamele amateurkok

zoals ik, want je moet geen rekening houden met verschillende onderdelen

die dan tegelijkertijd klaar moeten zijn.

 

.

 

 

ingrediënten voor 3

bereiding

500g stoofvlees

snijd het vlees in 1/2 cm dikke plakken

500g aardappelen

schil de aardappelen, maak de wortelen schoon

300g wortelen

snijd beide in dunne schijven van ½ cm

2 grote uien

pel de uien en snijd ze in ringen

¼ l vleesboeljon

leg alles laagsgewijze in een diepe pan

pezo

het vlees onderaan, de bovenste laag moet aardappelen zijn

1 tl worcestersaus

kruid de boeljon met bijna alle kruiden, en meng goed

½ tl marjolein

giet de boeljon in de pan en strooi er paprikapoeder over

1 tl mild paprikapoeder

leg er vlokjes boter bovenop, en sluit de pan goed af

cayennepeper of cajunkruiden

laat het gerecht 2 à 3 uur sudderen

eventueel andere kruiden

zet het eventueel de laatste 15’ in een oven van 180°

30g boter

zo kan de bovenkant goudbruin worden

 

bestrooi eventueel met peterselie of koriander

 

 

Hieronder zie je de onderdelen gesneden, opeen gestapeld in een ovenschotel

en met een beetje (vloeibare) boter erbovenop.

 

 

 

Heel belangrijk!

Het mag geen smakeloze troep worden zoals bij de katoenbewerkers destijds.

Wat er zeker in moet naast allerlei kruiden is cayennepeper en Worcestersaus.

Een van de weinige gunstige bijdragen van de Engelsen aan de culinaire wereld

 is dit donkere product in een hoog smal flesje.

De echte naam is eigenlijk Worcestershire saus, uit de gelijknamige streek,

maar de naam is zo al moeilijk genoeg.

Worcestersaus is een gefermenteerde vloeistof gemaakt met moutazijn, stroop,

 maïssiroop, water, chilipepers, sojasaus, peper, tamarinde (pulp van de vruchten),

 ansjovis, uien, sjalotjes, kruidnagels en knoflook.

Iets ingewikkelder dan ketchup, maar Engelsen maken het graag moeilijk.

De saus wordt als smaakmaker gebruikt in gekookte en ongekookte gerechten,

en vooral met rundvlees. Het is een belangrijk ingrediënt in Caesar salad,

Filet américain, Carpaccio en in de cocktail Bloody Mary.

 

 

 

De kruiding mag dus nogal straf zijn, en dan is het echt lekker.

Hier komt de hotpot uit de oven.

 

 

 

Na het lange sudderen zijn de groenten en het vlees volledig harmonisch

op elkaar afgestemd.

Onderschat dit gerecht niet, want zelfs superkok Gordon Ramsey,

bekend van TV heeft zijn eigen recept op het internet gezet.

Hij gebruikt wel wat extraatjes, zoals lamsniertjes en andere rariteiten.

Als aardappels schrijft hij voor: “2 large King Edward potatoes,

about 350g each, peeled”. Alsjeblieft!

Wat er zoal speciaal is aan de piepers van Koning Edward mag Joost weten.

Je moet ze dan nog snijden ter dikte van een stuk van 1£. Die Engelsen toch!

 

 

 

Dit recept komt nu op het geschikte moment, want het is echte winterkost.

Na een volledige portie kan je de regen, vorst en wind gemakkelijk trotseren.

Enjoy your meal!

 

 

Bereid naar Groot Fontein Kookboek, Eenpansgerechten, pag. 323

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Segovia (2): de geheimen van het Alcázar

 

 

 

Een ophaalbrug verder en een militaire binnenplaats later gaan we er in.

De eerste zaal na de ingang bevat enkele ridders in volle wapenuitrusting.

Om het paard eten te geven moest men een sardineblik opener gebruiken.

Dit veerkrachtige mannetje heeft als model gestaan voor de latere sportdiscipline

 polsstokspringen. Het paard heeft men dan gelukkig terzijde gelaten.

 

 

 

Ook het voetvolk(je) werd soms stevig verpakt.

De soldaatjes waren in de 15de eeuw nog niet helemaal uit de kluiten gewassen.

 

 

 

 

Hier heb ik al mijn hele leven op gewacht.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe de ridders uit de middeleeuwen hun

sanitaire stop regelden.

Stel je voor dat tijdens een zwaardgevecht een van de twee kemphanen zegt:

“Kan je een ogenblik stoppen met op mij in te hakken, want ik moet even?”

Eindelijk weet ik nu hoe de vork in de steel zit (bij manier van spreken),

maar ik geef geen uitleg. Je moet zelf maar gaan kijken.

 

 

 

Het portret van Koningin Isabella de Katholieke neemt

in deze zaal een hele wand in beslag.

Het schilderij werd gemaakt ter gelegenheid van de kroning

tot koningin van Castilla-Leon, op 13 november 1474 in Segovia.

 

 

 

Deze kamer wordt de “dennenappel” zaal genoemd, wegens de gelijkenis

van het plafond met deze conische boomvruchten.

De wanden zijn bekleed met Vlaamse wandtapijten uit de 15de en 16de eeuw,

maar we wisten het niet en Greta heeft ze niet vereeuwigd.

 

 

 

 

De troonzaal is indrukwekkend, en bedoeld om gezag uit te stralen.

 

 

 

Ook de zoldering in deze zaal is een zetelende koning waardig.

De Moren waren nog niet lang uit de buurt, dat zie je.

 Intussen zijn ze terug.

 

 

 

Het brandglasraam toont een beeld van koning Henri IV (Enrique IV),

om de veldslag rond Ximena in herinnering te brengen, naast een 20eeuwse

bezoeker die Ximena zelfs niet weet liggen. Is het een stad of een vrouw?

 

 

 

Van daar gaan we naar de Koninklijke Kamer, waar ook allerlei activiteiten

van nationaal belang werden ontplooid door de vorstjes.

 

 

 

Hier, in deze hoek bijvoorbeeld vind je het koninklijke bureau, waar de vorst

zijn laptop stond, en waar alle randapparatuur netjes in de kastjes en laden

kon worden weggeborgen.

 

 

 

Nog een andere prachtige locatie is de zaal van de Monarchen.

Destijds was het de belangrijkste plaats in het Alcázar. De fries rondom

toont alle 52 vorsten van Asturië, Castilla en Léon, allemaal netjes gezeten

voor de foto.

 

 

 

Een doorgang leidt naar de Cordonzaal. 

De naam komt van een absoluut waargebeurde anekdote.

Het gevolg is dat er een koord rond heel de kamer loopt, want…

 

Koning Alfonso de Wijze (??) had een voorkeur voor Segovia

en in de laatste jaren van zijn leven hield hij er zijn hofhouding.

Volgens een overlevering beweerde hij op een dag dat hij God tijdens

 de schepping graag van advies had willen voorzien.

 

Als straf voor deze godslastering vloog dezelfde dag nog het kapsel

van zijn echtgenote in brand, wat hem ertoe bracht de volgende dag

zijn woorden openlijk terug te nemen en bij wijze van penitentie de gordel van

de Heilige Franciscus als versiering in zijn kamer aan te brengen.

 

Hieraan hebben we de naam Sala de Cordón, zoals zijn kamer nu

nog genoemd wordt, te danken.

 

 

 

Dan komt de Koninklijke kapel, maar de batterijen laten het afweten,

en als ze vervangen zijn, hebben we al via een binnenplaats

de volgende zaal ontdekt: de wapenkamer.

 

 

 

 

Het krioelt hier van antieke wapens en dito uitrustingen.

Hier zie je bijvoorbeeld een dikke Bertha (op de voorgrond).

 

 

 

Of een Duitse houten jachtkruisboog van Keizer Karel V met inlegwerk.

Verder nog talloze mortieren, musketten, kruisbogen, hellebaarden,

klakkebuizen en de fameuze militaire helmen, die wel gekend waren

in de Nederlanden tijdens de Spaanse aanwezigheid in de 16de eeuw.

Zie bijvoorbeeld ook in Suske en Wiske: “Het Spaanse Spook”.

 

 

 

Af en toe loont het de moeite even uit het raam te kijken.

Op deze plaats kunnen we genieten van het uitzicht op de noordelijk gelegen

Huerto del Rey, een beboste helling buiten de stadsmuren en de bosachtige

weg langs de oever van de Eresma.

Hier moet zich een afschuwelijk drama afgespeeld hebben.

Het schijnt dat een Koninklijke baby de moederlijke armen van een kamermeisje

ontglipte en langs de kasteelmuren in de diepe gracht te pletter viel.

Er onmiddellijk van doordrongen wat voor gruwelijke straf haar te wachten stond,

is het kamermeisje de baby seconden later wanhopig achterna gesprongen.

 

 

 

 

De kathedraal tekent zich af als een Russische ruimteraket tegen het gebergte.

 

 

 

 

Je kunt ook buiten op de uiterste punt, en dan kan je de tuin zien vanuit de hoogte.

 

 

 

Dit besluit het bezoek aan het Alcázar. Een andere grote attractie is het aquaduct.

Deze Romeinse waterleiding van Trajanus, uit de 1e eeuw, loopt ca 28 m hoog

door een deel van het centrum.

De enorme constructie bestaat uit 160 bogen, deels in twee verdiepingen,

van granieten blokken.

De lengte van het aquaduct is 728 m, en maakte onderdeel uit van de

16 km lange waterbevoorrading tussen Ríofrío en Segovia

 

 

Hier zie je het overdag, maar wijzelf zien het ‘s avonds schitterend verlicht,

terwijl we langs de gezellige straatjes de weg naar beneden vinden.

 

 

 

Morgen kammen we de omgeving uit, en bezoeken een grote, speciale kristalfabriek.

 

 

                     

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: lekker bier is langs hier

 

 

 

In het jaar 1128 bouwde de Heilige Norbertus in de Brabantse gemeente

Grimbergen een abdij voor de kloosterorde der Norbertijnen.

Naast het vervullen van godsdienstige taken, legden de paters zich ook toe

op de kunst van het brouwen van gerstenat.

Dit bracht veel meer leven in de brouwerij (letterlijk). 

De abdij was gekend voor haar gastvrijheid en gaf pelgrims en reizigers

in vaak woelige tijden een veilig onderkomen, en een schuimend glas nat.

Met de grootste zorg en precisie werd het recept voorbeeldig op punt gezet.

 

De abdij van Grimbergen is verscheidene malen verwoest door branden,

maar elke keer opnieuw uit de as herrezen, na bluswerken met schuimend nat.

De Fenix, net boven het woord Grimbergen op het etiket van de fles,

symboliseert deze wederopstanding.

Samen met de afschaffing van het klooster tijdens de Franse Revolutie

verdween ook jammerlijk de brouwerij.

De Fransen zagen uiteraard liever wijnverbruik dan bierconsumptie.

Bij de latere heroprichting van de abdij werd er geen brouwerij meer voorzien.

 

!! Toch intussen even terug nu naar het gerecht, want naast bier

bevat het toch nog enkele andere interessante onderdelen.

Als bijgerecht komt er een traditionele salade op tafel.

Samen met wat geraspte wortels vormt dat een kleurrijk geheel.

 

 

 

Terug nu naar het belangrijkste element: de Grimbergen.

 

Met evenveel oog voor traditie en kwaliteit worden de bieren van hoge gisting

van Grimbergen vandaag door Alken-Maes gebrouwen in Alken, Limburg.

Hoe wijzelf de kans kregen als primeur de nieuwe Grimbergen Goud

te proeven wordt toevallig ook op deze weblog uit de doeken gedaan.

 

!! Zeker lezen: klik hiernaast rechts onder Archief per Maand op “03-2009”,

en kijk onder “Olaba: fietsen door de Limburgse Mijnstreek (deel 2)

voor een live verslag over een exclusief live bezoek aan de fameuze  brouwerij.

Het Grimbergen bier laat zich perfect combineren met alle typisch Belgische

 gerechten, zoals waterzooi, mosselen friet of de fameuze tomaat garnaal.

Dankzij zijn uitgebreide gamma, van Blond over Dubbel, Tripel en Optimo Bruno

tot Cuvée de l’Ermitage, vindt u ook altijd de ideale Grimbergen

voor bij streekgerechten of zelfs meer exotische schotels.

 

De soorten Grimbergen bier zijn:

Dubbel - 6,5% vol.

Blond - 6,7% vol.

Cuvée de l'Ermitage - 7,5% vol.

Goud - 8% vol.

Tripel - 9% vol.

Optimo Bruno - 10% vol.

In Spanje koop ik Grimbergen in supermarkt Alcampo

 

Wat ontbreekt op de vorige foto: een Grimbergen Optimo Bruno natuurlijk,

dezelfde als waarmee het gerecht bereid is.

 

 

 

 

Het bereiden van dit gerecht is zo spotgemakkelijk, dat ik me ruimschoots kan

 veroorloven al vooraf te genieten van deze heerlijke Optimo Bruno.

 

Wie meer wil weten over Grimbergen bier: zie www.grimbergenbier.be.

Voor mijn talrijke Nederlandse lezers heb ik: www.grimbergenbier.nl.

 

Terloops: Heineken heeft de brouwerij Alken-Maes gekocht, en is dus in feite nu

de brouwer van Grimbergen. De goede (gastronomische) smaak is zich duidelijk

naar het noorden aan het verplaatsen.

 

 

 

 

Tijd om het smakelijke en super simpele recept eens van naderbij te bekijken:

Here we go: Vlaamse Karbonaden met Grimbergen.

 

 

ingrediënten voor 4

bereiding

800g rundstoofvlees

braad het stoofvlees kort aan op hevig vuur in ruime vetstof

boter of olijfolie

(eventueel in twee maal als je een kleine braadpan gebruikt)

pezo

schep het vlees met een schuimspaan op een bord

2 dikke uien

kruid het met pezo

2 el bloem

snijd de uien in fijne ringen, bak ze 10’ in hetzelfde braadvet

2 el wijnazijn

doe het vlees erbij, en meng goed door elkaar

1 kruidnagel

bestuif alles met de bloem, voeg alle kruiden toe en de mosterd

1 tl Dijon mosterd

overgiet met 15 cl water, en dan het bier

1 teen look (of vers uit potje)

kijk toe dat alles onder staat, en breng langzaam aan de kook

1 takje tijm, of in poeder

dek af en laat 1.5 tot 2 uur stoven

2 blaadjes laurier

kruid naar smaak bij met peper en zout

1 donker bier van 33 cl

(eventueel de saus nog wat dikken met maïzena express)

(eventueel maïzena express)

serveer met frietjes en een salade

 

TIP: als bier nam ik Grimbergen Optimo Bruno)

 

Serveer hetzelfde bier er ook bij aan tafel

 

 

Ik kan nog net genoeg concentratie opbrengen om er frieten bij te bakken.

 

 

 

 

 Hier komt het geheel, met de stoverij, op tafel, en het eetfestijn kan beginnen.

 

 

 

Bereid naar een recept uit Libelle, met tips van SOS Piet

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Van Burgos naar Segovia (1)

 

Goed uitgeslapen, en volledig gereed voor de korte autorit van vandaag.

Het weer doet het weer goed.

 

 

 

Segovia is een stad in het zuidelijke deel van het autonome gebied

Castilla y León (letterlijk: kasteel en leeuw) en hoofdstad van

de gelijknamige provincie Segovia, hier bijgekleurd in het rood.

De stad ligt op een hoogte van 1005 m.

 

 

 

 

 

Het wapenschild van Segovia bestaat, zoals in veel gevallen,

uit een geparelde kroon, maar het bevat ook (en dat is uitzonderlijk)

de afbeelding van het historisch Romeinse aquaduct van keizer Trajanus

uit de eerste eeuw.

 

 

 

We zitten en staan nog altijd in het centrum van Spanje, in een omgeving

waar het historische machtige koninkrijk zich heeft ontplooid.

De stad ligt 87 km van Madrid, het gewezen boerengat dat pas 15 eeuwen

later onder impuls van koning Philips II in beeld kwam, als hoofdstad.

 

De oude stad ligt boven op een rots waar de rivieren de Eresma en Clamores

 samenvloeien aan de voet van de bergketen Sierra de Guadarrama.

 

Halverwege naar het hoogste punt van de stad is de ‘Plaza Mayor ’,

een plein waar ook de prachtige kathedraal staat.

Dat is niet de enige kerk, er staan nog 20 Romaanse kerken in de stad.

Weer verder naar boven naar een volgend plein en eindigt in het machtige Alcazar.

 

 

 

Het hooggelegen deel van de stad is geheel ommuurd.

In de stad zijn veel Romeinse en middeleeuwse monumenten te zien.

We zijn op weg naar boven, naar het Alcazar.

 

 

 

Greta is tevreden dat ze de voorkant van het prachtige gebouw

al te zien krijgt, na al dat klimwerk.

 

 

 

Ikzelf heb in Segovia nog geen echte Emilio gevonden zoals in Burgos,

en troost mezelf voorlopig dan maar met deze reusachtige nepgids,

waarschijnlijk een ex-basketbalspeler.

Qua verschijning lijkt hij tamelijk goed op Emilio, hij is alleen (nog) wat

minder beweeglijk.

 

 

 

Via de Puerta de San Andres lopen we de historische stad binnen.

 

 

 

Via een open ruimte krijgen we het Alcazar nu van dichtbij te zien.

Dit is het kasteel van Philips II, zoon van keizer Karel, of als je wil Karel V,

geboren in 1500 in Gent.

De Spanjaarden kennen deze laatste onder de naam Don Carlos.

 

 

 

 

Het dateert uit de 11de eeuw, zit vol met Moorse invloeden, die in de 15de eeuw

 getemperd werden door aanpassingen in het dak en de torens.

Philips II baseerde zich hiervoor op de Vlaamse conische leistenen,

die hij had gezien in Vlaanderen, tijdens zijn jeugd in de omgeving van

zijn vader Karel V.

Ook op twee postzegels staat het Alcazar afgebeeld in al zijn pracht.

 

 

  

 

 

Vanuit het Alcazar heb je een mooi uitzicht over het omliggende land.

Het is een intiem en tegelijk romantisch kasteel.

Het complex heeft trouwens model gestaan voor het Cinderella kasteel

in Disney World.

Rechtsonder op de foto zie je een driehoekige structuur, als de boeg van een schip.

Deze architecturale constructie werd later nog gebruikt.

Het is zelfs gekopieerd in een bouwwerk dat nog beroemder is:

het Alhambra van Granada.

 

 

 

 

Dit kasteel is de historische plek waar na Philips II later nog diverse

Spaanse koningen gehuisd hebben.

 

Een bezichtiging binnen is gelukkig mogelijk.

We staan hier voor een prachtig onderhouden paleis met veel vertrekken

die volledig ingericht zijn, een binnenplein waar de soldaten hebben geoefend,

 wapenkamers, enz.

Maar, veel meer informatie daarover in de volgende sessie.

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: een super kleine mini Tomatina

 

 

 

 

Tomaten hebben we te danken aan de Spanjaarden, die dit sappig roodhuidje

uit de Andes meebrachten, zo'n vijfhonderd jaar geleden al.

Het lekkere bolletje heeft wel wat wijzigingen ondergaan, maar later daarover meer.

Nu wil ik alleen een woordje kwijt over een feest, met de rode tomaat in de glansrol:

La Tomatina in het dorpje Buñol in de buurt van Valencia.

 

Het is een jaarlijks terugkerend vreedzaam tomatengevecht op de laatste

woensdag van augustus. Dit evenement trekt altijd enorm veel toeristen.

Samen met de San Fermín feesten en de bijbehorende stierenrennen

in Pamplona behoort het tot de internationaal bekendste feesten van Spanje.

In 2009 deden 38000 mensen mee en er werd 132 ton tomaten gebruikt.

 

Hoe is deze happening ontstaan ? (in het kort)

In 1944 zochten enkele jongeren ruzie (toen waren er al hooligans!)

omdat ze deel wilden nemen aan een typische lokale optocht van

"gigantes y cabezudos" (reuzen en groothoofden).

 

Omdat ze zich in de buurt van een groentenkraam bevonden, stalen ze

tomaten om die naar de optocht te gooien.

De oproerpolitie kwam en liet de jongeren de schade vergoeden.

Het jaar daarna deden de jongeren hetzelfde met tomaten die ze

meebrachten van thuis.

 

Het feest werd enkele jaren verboden, maar uiteindelijk werd het toch toegestaan

en naast het gooien van tomaten werden andere gebruiken ingevoerd.

Zo werd men met water overgooid en werden er waterstralen

op de tegenstander gericht.

 

In 1957 werd het feest weer verboden en stond op de overtreding

een gevangenisstraf.

Dat jaar besloten omwonenden om een lijkwade met een grote tomaat

door het dorp te dragen, "om hem te begraven".

Deze processie werd bijgestaan door bands die begrafenismuziek speelden.

In 1959 werd Tomatina definitief toegestaan en sinds 1980 deelt de gemeente

 jaarlijks tomaten uit aan de steeds talrijker wordende bezoekers.

 

 

 

We gaan ter ere van dit feest onze eigen super kleine mini Tomatina maken,

en we sleuren er een onschuldig lammetje bij.

Van contrast gesproken!

 

 

 

 

Tijd om het smakelijke recept eens van dichterbij te bekijken:

Here we go: Lamsvlees in tomatensaus.

Heel gemakkelijk te maken.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 lamshaasjes of -steaks

snij elke tomaat in zes partjes

350g (pruim)tomaten

pel de ui en snipper hem fijn, idem voor de lookteentjes

1 ui

bak de lamsteaks even aan op hoog vuur in 1 el olijfolie

2 teentjes look of uit een potje

bestrooi met pezo aan de 2 kanten

2 el gehakte tuinkruiden (diepvries)

zet ze even aan de kant in aluminiumfolie

(bijvoorbeeld salie, peterselie, tijm)

verwarm de rest van de olie in de braadpan

2 el olijfolie

fruit de ui glazig en bestrooi lichtjes met wat bloem

7.5 cl droge witte wijn

doe er de tomaten, de wijn en een snuifje suiker bij

1 tl geraspte citroenschil

laat 5’ sudderen in de open pan

suiker

doe de helft van de kruiden en de look bij de saus

pezo

kruid ze naar smaak bij met pezo

 

leg de steaks in de saus

 

laat 10’ stoven op een zacht vuur

 

(als de tomaten niet veel water bevatten, zet deksel er op)

 

meng de citroenschil met de rest van de look en kruiden

 

schep op de biefstukjes en dien op

 

 

 

TIP: lekker met fijne tuinboontjes (diepvries) en piepers

 

 

 Hier komt het geheel op tafel.

 

 

 

Een close up van het gerecht, dat nog warm in de pan ligt, en de dampende

 tuinboontjes houden zich al gereed om het gehemelte te verwennen.

 

 

 

En zo ziet mijn bord eruit voor het aan mijn maag wordt toevertrouwd.

En lekker smaken doet het.

 

 

 

 

Bereid naar een recept uit Libelle

 

 

Geschreven door grob om 13:47 Reageer op dit bericht Stuur door

In Burgos zonder Emilio (2)

 

 

Hieronder zie je de kaart van Spanje, met de autonome gebieden in vette druk,

en daarin telkens de provincies.

Wij gaan dus naar Andalusië, helemaal onderaan in het zuiden.

Nu moet je toch de Spaanse kaart eens aandachtig bekijken.

Ze lijkt sterk op een verfrommelde polo, met twee korte mouwen en een kraag.

Het is alsof de nonchalante polodrager een druppel rode wijn heeft gemorst,

net onder de kraag. Dat is de plaats waar Burgos ligt.

 

 

 

De partnerstad van Brugge is er trots op dat ze de hoofdstad is van Castilla

(zie het kasteel in het wapenschild), en ook de streek van El Cid, schrik der Moren.

 

 

 

Vandaag moeten we het doen zonder Emilio, en we bezoeken hoofdzakelijk

de kathedraal. Volgens de meeste echte kathedralenkenners heeft Burgos

de tweede mooiste kathedraal van Spanje. Die van Sevilla is natuurlijk onklopbaar.

Deze kathedraal is Gotisch, heeft drie beuken, dwarspanden, veel kapellen

en een zware middentoren uit de 16de eeuw. Er steken acht torentjes boven uit.

De hoofdingang is aan de westkant, met twee klokkentorens.

Die torens staan rechts hieronder op de maquette.

 

 

 

 

Het gebouw is helemaal niet gebouwd volgens de traditionele Spaanse stijl,

en doet vooral denken aan de Franse kathedralen, zoals die van Reims.

 

 

Aan de noordzijde (deze kant van de maquette) ligt het straatniveau veel hoger.

Hier situeert zich aan de binnenkant de “escalada dorada” of gouden trap

uit de Renaissancetijd. 

 

We maken ons gereed om binnen te gaan aan de zuidkant.

Hier is een gezellig pleintje waar ook het toeristische treintje vertrekt.

De wacht wordt opgetrokken door een bedevaarder van de Camino

de Santiago de Compostella.

 

 

Van al dat staan word je natuurlijk moe, en de bedevaarder komt zich naast Greta

 op de bank neervlijen.

Je weet natuurlijk al lang dat voetballers, rugbyspellers, en beoefenaars van

ruwe sporten ter bescherming, een preventieve schelp dragen.

Voor wie het toch nog niet weet, zou ik wat uitleg kunnen geven,

maar een beeld zegt meer dan 1000 woorden.

Greta wijst dus nu even (op een discrete manier) de bewuste plek aan.

Maar de bedevaarders naar Compostella dragen ook een grote schelp,

aan een touwtje rond de hals maar wel met een ander doel.

Het is een soort diploma, om aan te tonen dat je de Camino hebt gedaan.

Je ziet ze hier (een beetje moeilijk) op de foto boven de linkerelleboog van Greta.

 

 

 

Hetgeen verwarring schept in heel deze situatie is dat (Sint) Jakob in het Spaans

“Santiago” heet. Vandaar spreekt men ook van “Santiago de Compostella”.

In feite heet deze heilige, die aan de grondslag ligt van de bedevaart gewoon “Jakob”.

Vandaar dat diegenen die de Camino vervolledigen, zichzelf tot het einde

van hun leven mogen tooien met een Sint Jakobsschelp rond hun nek,

én met de typische wandelstaf. Zoals het exemplaar naast Greta.

 

We stappen nu de kathedraal binnen, onder een portiek met Bijbeltaferelen.

 

 

 

We hebben geen Emilio, maar wel een audiogids, die ons binnen laat stoppen

aan alle interessante plaatsen, en uitstekende informatie verstrekt.

Onverwachts komt een pittoresk figuur even om de hoek,

of beter van de balustrade af kijken, in het gezelschap van een paar klokken.

 

 

 

De meeste kapellen puilen uit van extreme pracht en praal, met bladgoud overdekt.

 Waarschijnlijk is dit het goud dat Columbus uit Amerika heeft ontvreemd.

 

 

 

 

 

Dit zijn beelden van bovenaan deze kapel. Ze zijn tot in het kleinste detail uitgewerkt. 

 

 

 

Nog een ander voorbeeld van een kapel.

Omdat in de tijd dat deze kerken gebouwd werden (bijna) niemand kon lezen,

was de Kerk verplicht de Bijbelverhalen te illustreren. Strips avant la lettre.

  

 

 

Dit is dan de ingang, gans bovenaan, aan de noordzijde, met de gouden trap.

Rolstoelfaciliteiten bestonden toen nog niet…

 

 

 

… want naast de trap staat geen rolwagen, zoals je zou denken, maar een

praalwagen om de stad rond te rijden met gouden en zilveren ornamenten.

 

 

 

 

Het sublieme hoofdaltaar van de kathedraal bulkt van de Bijbelse

verhalen, vier verdiepingen hoog en zeven gouden panelen breed.

 

 

 

Sommige plaatsen zijn zo (ongewild) fotogeniek dat je er stil van wordt.

 

 

 

Dit is de fameuze en oogverblindende koepel, waarboven aan de buitenkant

acht torentjes in de hoogte steken.

Hieronder is de Spaanse nationale held El Cid en zijn gade, Doña Jimena begraven.

Trouwens, hoe kwam hij aan deze naam, want zijn echte naam was Rodrigo Diaz de Vivar? 

Welnu: 'Cid' is de Spaanse verbastering van “sayyid” (Arabisch voor 'heer').

 

 

 

Voor de filmrol van El Cid werd Charlton Heston gekozen, niet om zijn

artistieke talenten, maar omdat hij zulke grote handen had.

Dat was nodig om zijn zwaard “La Tizona” te kunnen hanteren

waarmee hij de gewoonte had dagelijks enkele Moren te neutraliseren

en in de Valenciaanse paellapan te hakken.

Wegens de grote handen van de filmacteur, koos men ook voor Sophia Loren

als zijn filmgemalin Jimena.

 

 

Naast Morenvertrapper, ridder van de koning en heerser van Valencia,

mag men El Cid ook beschouwen als de eerste bancaire specialist van Europa.

Ziehier waarom.

 

Om zijn soldaten te kunnen betalen bezocht hij, met een grote kist,

een prominente geldschieter.

El Cid stelde zich op een buitengewoon vriendelijke manier voor en vertelde

wat hij deed (de financier wist dit maar al te goed).

De financier kreeg een genereus aanbod als hij een pak geld aan El Cid zou lenen.

Als onderpand bood El Cid de kist aan, die volgens hemzelf vol zat met

goudgeel slijk der aarde.

Jammer genoeg was de kist op slot en had hij de sleutel verloren.

Maar El Cid was immers een man van eer, en gaf zijn woord dat hij

het geld met rente terug zou betalen.

De financier slikte even, bedacht wie hij voor zich had en leende het geld.

Toen El Cid weg was zette hij de kist weg en schreef het geld als verloren af.

Op de afgesproken dag kwam El Cid weer op bezoek en betaalde het geld met

rente terug (een paar kleine plunderingen brengen altijd wat aarde aan de dijk).

Nu werd het de financier te machtig. Hij wilde weten wat zich in de kist bevond.

El Cid opende de kist en de inhoud was duinzand.

De kist hangt nu in de kathedraal van Burgos, in de buurt van zijn graf.

Dit was de eerste bancaire crisis in Europa, maar in dit geval liep ze nog goed af.

 

 

 

 

Zo komen we tot het einde van ons bezoek aan Burgos.

We gaan zeker nog terug voor een volgend bezoek, misschien zelfs vóór 2016.

 

 

We zijn nu klaar om op weg te gaan naar Segovia.

 

À propos, het is zeker niet verboden een reactie te plaatsen op dit blogje.

Zo kan ik het blogje verbeteren, en mogelijk aanpassen aan je wensen.

Het zou me veel plezier doen je eens te lezen.

Gewoon klikken op “reageer” hieronder rechts.

Dank bij voorbaat beste lezer.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: een antieke klassieker, uit het bos

 

 

 

Kip op jagersmanier! Poulet Chasseur. Traditioneel, en duimenlikkend lekker.

De naam is eeuwenoud, en geeft aan dat het seizoen van de jagers

en de (wilde) champignons samenviel.

Vandaag kan je natuurlijk 365 dagen per jaar paddenstoelen verkrijgen,

maar in de tijd dat bovenstaande foto genomen werd (1909!) was dat wel anders.

 

 

Het is een heel klassieke bereiding die elke kok met plezier zal maken, en

zelfs voor een amateurkok als ik, is het een koud kunstje (hoewel het toch

best warm wordt geserveerd).

 

 

 

 

 

 

De stukken kip worden heerlijk op smaak gebracht met rookspek in blokjes.

Een geslaagde groentecombinatie blijft natuurlijk ook wortelsnippertjes met ui.

Een geut rode wijn en een slok kippenboeljon maakt de smaak volledig.

Intussen komen ook de champignons in de pan terecht, en kunnen de piepers

aan hun kookproces beginnen.

De zure room houdt zich klaar om de smaak nog voller te maken.

 

 

 

 

Tijd dus om het recept eens van dichterbij te bekijken:

Here we go: Kip op jagersmanier.

 

 

ingrediënten voor 4

bereiding

een kip of borsten + bouten

indien hele kip, in 6 tot 8 stukken snijden, bestrooien met pezo

pezo

de spekblokjes in een pan rustig aanbakken

150g rookspek in blokjes

de kip erbij leggen en aan alle kanten aanbraden

2 stevige wortels

spek en kip uit de pan nemen, de uien snipperen

1/8 l rode wijn

de wortels in duxelles fijnsnijden en met de stukjes ui roosteren

¼ l kippenboeljon

de stukken kip er ook bijvoegen, met de rode wijn overgieten

300g verse paddenstoelen

het vocht tot de helft laten inkoken

20g olijfolie of boter

de kippenboeljon erover gieten (eventueel Huysentruyt + water)

1 el bloem

in gesloten pan de kip langzaam in circa 30’ laten smoren

1/8 l zure room

intussen de champignons (proper) in dikke stukken snijden

peterselie, fijn gesneden

laat ze 10’ smoren in een afgedekte pan

2 uien

de bloem met de zure room vermengen

 

samen met de paddenstoelen (met vocht) bij de kip voegen

 

alles nog 5’ lichtjes laten koken

 

opdienen, rijkelijk bestrooid met peterselie, en gekookte piepers

 

 

 

Hier zit alles bijeen, en kan het gerecht nog vijf minuutjes rustig borrelen.

 

 

 

Gelukkig laat het weer toe om dit heerlijke gerecht in openlucht te smaken.

 

 

 

Op het bordje leggen, met de gekookte piepers, en genieten maar!

 

 

Bereid naar het Groot Fontein Kookboek, pag. 95.

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

In Burgos met Emilio (1).

 

 

 

We knopen terug aan met onze verplaatsing van België naar Andalusië,

bij het verlaten van Zuidwest Frankrijk.

Niet ver van Bayonne gaan we de Spaanse grens over,

en via San Sebastian en Bilbao bereiken we moeiteloos Burgos.

 

Burgos is een vrij grote, propere stad met 172000 inwoners.

Het is een partnerstad van Brugge en Valencia.

Als men Brugge vertaalt in het Spaans, komt men eigenlijk op Burgos.

De historische band met Valencia komt hier wat verder nog aan bod.

 

De stad ligt op een hoogte van 860 m aan de rivier de Arlanzon.

Acht bruggen verbinden de stad. Rond het jaar 1000 wordt Burgos gesticht

en het wordt later de hoofdstad van Castilië.

Het wapenschild van Castilië herken je altijd aan de afbeelding van een kasteel.

In 1200 wordt de eerste brug over de Arlazon gelegd ten behoeve van de pelgrims

naar Santiago de Compostella, op de drukste weg van de Middeleeuwen.

Kort daarop wordt er begonnen met de bouw van de prachtige kathedraal.

 

Onderweg naar ons hotel “El Cordon” stoppen we even onwettig in het centrum

op een halte van een lijnbus.

Nog geen halve minuut later tikt een Guardia Civil agent op onze ruit.

We melden hem en zijn collega dat de smalle straat van het hotel

ontoegankelijk is door de aanwezigheid van een metalen paaltje.

Ze maken ons duidelijk met een schets hoe we terug snel aan het hotel geraken,

en een van de agenten zal ter plaatse op een knop gaan duwen,

zodat het paaltje voor een minuut in de grond verdwijnt. Dank u wel agenten.

Een uur later zien we ze opnieuw, en ze groeten ons hartelijk.

 

Inchecken in het gezellige hotel, en dan rustig op stap is ons motto.

Vlakbij vinden we een Plaza met  een prachtig gebouw, waar boven de poort

een enorme koord (cordon) versteend is.

In 1495, drie jaar na de ontdekking van Amerika, ontvangen de katholieke koningen

 Ferdinand en Isabella Columbus in de “Casa del Cordon” na zijn tweede reis.

Dat is dus hier.

 

 

 

Even verder komen we aan de Plaza Mayor.

Erachter zien we al de overbekende kathedraal, waar we ook naartoe zullen gaan.

 

 

 

 

Het plein is niet zo indrukwekkend, maar wel uitnodigend en gezellig.

 

 

 

Dezelfde fonteinen komen regelmatig terug, Greta daarentegen blijft uniek.

 

 

 

We plannen een rondrit met het toeristische treintje, maar

er komt iets anders uit de bus…

 

 

 

Terwijl ik me buig over het stadsplan, komt een inboorling me spontaan vragen

of ik iets wil weten.

Geen twee minuten later is Emilio met ons op weg, en toont hij ons

de interessante plaatsen van het stadscentrum. Gemakkelijk, zo’n lokale gids.

Een vriend voor het leven!

 

 

 

De bekendste historische figuur van Burgos is zeker El Cid. Over zijn leven werd

 trouwens een speelfilm gemaakt met Charlton Heston in de hoofdrol.

 

El Cid was een veldheer, die vele malen de Moren heeft verslagen.

Men heeft zelfs nog eens zijn gebalsemde lijk uit de doodkist gehaald

en in volle wapenuitrusting op zijn strijdros gezet.

Begeleid door ridders en getrouwen reed hij zo de stadspoort van Valencia uit.

De Moren bestierven het van angst en schrik toen zij de herrezen vijandige held zagen.


Hij heette eigenlijk Don Rodrigo Diaz en werd in 1040 in Burgos geboren. 

Toen hij 10 jaar was kwam bij reeds aan het hof van de koning van Castilië 

in Burgos en werd op zijn 17de tot ridder geslagen.

In 1094 veroverde El Cid Valencia op de Moren en vijf jaar later, is hij daar gestorven.

Vandaar de historische band met zusterstad Valencia.

Hij werd begraven in het klooster van San Pedro te Gardena,

vanwaar de tuinsproeiers afkomstig zijn.

In 1842 werd hij en zijn vrouw Jimena herbegraven in de kathedraal van Burgos.

In 1955 richtte Burgos een ruiterstandbeeld op.

 

Hij is uitgebeeld met een geweldige baard, een wapperende mantel,

en zijn zwaard houdt hij schuin naar boven gericht, gereed om hoofden te hakken

en aardappelen te schillen.

Als je bedenkt hoe lang je vandaag met de wagen onderweg bent van Burgos

naar Valencia, moest El Cid wel over een paard met zes versnellingen

beschikken om die verplaatsingen te maken.

Vandaar natuurlijk dat hij er zo gehaast uitziet, om de Moren mores te leren.

 

 

 

Let nu eens goed op het gebouw achter El Cid. Het is het Teatro Principal.

Men is bezig de buitengevel te reinigen en te restaureren.

De complete gevel is overgeschilderd op een stuk textiel, waarachter men

de eigenlijke stenen gevel reinigt.

Met andere woorden, je ziet de gevel niet, maar wel een kopie op doek!

Hetzelfde procédé hebben we gezien in de kathedraal van de Mesquita in Cordoba.

 

 

 

Even verder worden we geconfronteerd met de lijfspreuk van de Burgodezen,

of zijn het Burgo(n)diërs?

De vlieg tegen de kikker: “Het is beter te sterven in de wijn dan te leven in het water”.

 

 

 

Vanaf het theater (achteraan) strekt zich langs de rivier (rechts)

een aangenaam wandelpad uit.

 

 

 

Het apparaat hieronder is een middeleeuws foltertuig, ontworpen door El Cid,

om de Moren te kraken. De vraag is maar: figuurlijk of letterlijk? 

De proefpersoon werd naakt vóór dit toestel gezet, met zijn polsen vastgeklonken

in de handbeugels.

Wat er dan verder via dit apparaat gebeurde, heeft Emilio ons duidelijk gemaakt,

maar ik zwijg erover in alle talen, en ik laat de interpretatie aan de lezer over.

De foto zegt genoeg.

 

 

 

Aan het einde van deze promenade langs de rivier komen we aan een van de

vroegere stadspoorten: de Puerta Santa Maria, een prachtige constructie!

 

 

 

 

In de avond doen we opnieuw een stapje in de stad, en belanden in een tapabar

waar Greta een primeur krijgt: een totaal nieuwe tapa wordt er gecreëerd

en Greta mag hem testen als wereldprimeur, maar wat er in zit weet ze niet meer.

We zullen dus terug moeten gaan.

 

 

 

 

Voor we ons ter ruste leggen, neem ik de plicht op mij om nog even

de neus schoon te maken van een omstaander.

 

 

 

Een jongedame met een bloemige paraplu wuift ons uit.

 

 

Slaapwel.

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten