Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Archief

Tussen het groene mos van het Boenderbos...

 

... ligt een artistiek uitdagende en betoverende wereld die je naar adem doet happen.

Het Boenderbos situeert zich in Limburg, in de gemeente Ellikom,

 deelgemeente van Meeuwen-Gruitrode.

Op de luchtfoto hieronder zie je een stuk van het bos linksboven.

Het centrale deel van de foto wordt ingenomen door de woning van Leo Camps,

een door God begenadigd beeldhouwer.

Boven de woning zie je de beeldentuin, en aan de linkerkant is er het (blauwe) atelier

en nog een (witte) ruimte met  adembenemende composities.



 


Ik ben niet iemand die zomaar meegaat in verheerlijking van artiesten of kunstvormen of- strekkingen.

Maar Leo heeft zijn topklasse voldoende bewezen door de prijzen die hij behaald heeft.

Waarom ik nu precies Leo en het Boenderbos naar voor schuif? Daarover straks meer uitleg.

Aan de voorkant van zijn huis kon je misschien het woord "Boenderbos" lezen.

Zoniet kijk je maar op de volgende foto.

De naam "Boenderbos" is perfect, bijna tot op de millimeter uitgeknipt in een haagvorm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leo woont hier met zijn vrouw, en is zeer gastvrij, zoals de meeste

Limburgers trouwens.

Om dat extra in de verf te zetten hangt hij gewoon zijn huissleutels naast de voordeur.

Kom je toevallig even langs, en je bent wat dorstig?

Geen nood, laat jezelf binnen en haal een pilsje uit de frigo.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wij hebben dat ook gedaan.

We waren op pad met de fiets met Olaba*, en we hadden dorst, zoals gewoonlijk.

Daar was Leo om ons te verwennen!

Ik (en de Olaba-collega's) hebben zoveel foto's genomen, dat ik

er enkele afleveringen kan mee vullen, maar ik zal me beperken

tot een tweetal: nu in het bos, en volgende keer in de tuin en het atelier.

Daar waar je de tuin ingaat zit deze knaap: "De Bedelaar".

Vroeger had je bij de bakker op de toonbank een beeld van een zwartje,

waar je dan een munt kon insteken, tot heil van de missionarissen.

Het zwartje knikte dan met zijn kopje, na het ontvangen van het geldstuk.

We hebben dat hier ook geprobeerd, en in de handen van het mannetje

enkele Eurobiljetten achtergelaten, en wat geldstukken uit de Olabank.

Maar hij beweegt niet. Waarschijnlijk (ook) arthrose tussen C4 en C5. 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het bos wemelt het van de sculpturen, en niet zo'n kleintjes ook.

Deze is "De Spin", klaar om je te pakken. Het lijkt er op dat hij zes

poten heeft, maar nee.

Acht is het getal, en op zo'n fouten ga je Leo zeker niet betrappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Deze heet "De Pispaal". Het stelt een man voor die, jawel...

Om mogelijke berispingen te vermijden, heb ik geen risico willen nemen, en hem

van op de rug gefotografeerd. De zijkant ware beter, met het zicht op de tweede

persoon, maar de zedigheid gaat voor! 

Als je de ongecensureerde versie toch wil zien, ga dan naar

 www.leocamps.be, en kijk bij de foto's.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Deze is geen sculptuur van Leo, maar gewoon een natuurfenomeen.

Hoewel het me niet zou verwonderen dat de kunstenaar hierin

inspiratie heeft gevonden voor een van zijn andere werken,

dat we verder nog gaan zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

De naam hiervan is "De Catwalk". Spreekt voor zich.

Mocht je deze willen kopen, zet hem dan toch maar buiten,

want het volledige kunstwerk is ongeveer achttien meter lang

(als mijn geheugen me niet in de steek laat).



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Deze is "De Triomfboog". ik twijfelde nog aan de exacte naam,

maar hij staat er op vermeld.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 "De Laatste Mens", als mijn muggengeheugen nog goed is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  De naam van deze moet ik schuldig blijven.

A propos: (*) Voor diegenen die het nog niet (meer) weten:

OLABA staat voor "Organisation de Loisirs Agréables et Blaba Amical",

en wij zijn met acht. Verder heeft dit niks te maken met dit werk.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier is Olaba(*) even blijven bij stilstaan.

Het sculptuur heet "Het Klokkenspel".



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Vanwaar de naam komt zou ik niet weten.

Misschien kan iemand me helpen. Een detailfoto zie je hieronder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 En ik dacht dat Leo enkel beelden maakt.

Ha nee! Hier ontdekken we een schilderij in open lucht.

Een levend schilderij zelfs!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

En hier is dan nog een levend schilderij.

Door deze volgende foto pen ik eigenlijk dit stukje neer.

Onlangs is de Photoshopgroep van Seniorennet op bezoek geweest bij Leo.

Iedereen wou natuurlijk zo op deze kaderfoto staan. Greta heeft er dan deze

Olabafoto bijgehaald en ook op het internet gezet.

Ze kreeg van iedereen de commentaar: "Haha, jij bent daar niet geweest!

Je hebt dit achteraf gePhotoshopt met onze foto's!!"

Hierbij dus de bewijzen dat Greta er wel geweest is, samen met

de ganse Olabaploeg. Hezt was september 2011.

Meer zelfs: de Photoshoppers zijn gaan eten en drinken in "De Hoogmolen".

Awel, Olaba heeft daar 3 nachten geslapen, maar later daarover meer.

Zo Greta, dat heb ik dan hiermee rechtgezet. 

De suggestie voor het Photoshoppersbezoek kwam trouwens van Greta. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het Boenderbos is niet alleen bos.

Het omvat een mooie vijver, met een eilandje.

Op het eilandje heeft zich de authentieke Leo-libelle genesteld.

Dit beest heeft enorme afmetingen.

Achter de vijver zie je een Olaba, om dit aan te tonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Waar libellen zijn is er vis. En dus ook vissers.

Deze is "De Oude Visser". Eentje met stijve knieën.

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een eindje verder zit nog een jongere rietvisser.

Deze gaat er harder tegenaan.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Na deze tocht door het beeldenwoud moet een senior even tot rust komen.

De Financiële Directeur van Olaba laat zich, bijna onopgemerkt, 

even achterover gaan in een artistieke braadpan.

Dit was het dan voorlopig. Hopelijk vond je het leuk.

We gaan ook nog in de beeldentuin, en Leo aan het echte werk zien.

Come and see next week!

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Aan de (water)bak in Cotignac

 
 

 
 
 
Cadaqués ligt in Spanje, volop in Dalì gebied. Dat was de laatste reisstop.
Vanaf daar rijden we uiteraard door Frankrijk voor de laatste tussendoortjes
naar België.
Deze keer gaan we uitzonderlijk niet noordwest, maar eens de grens over,
voorbij Perpignan en Narbonne, kiezen we resoluut voor het oosten,
de Provence kant.
We brengen een paar dagen door bij lang niet geziene vrienden, in de Var.
Via de autoweg rijden we voorbij enkele ons wel bekende plaatsen, zoals
Montpellier, Arles, Aix, Aigues-Mortes, de Camargue, kortom de diepe Provence.
Onze vrienden wonen in een klein stadje, Cotignac, een half uur rijden
van de autoweg, in de heuvels, op enkele honderden meter hoogte.
Zoals gewoonlijk moeten we zoekwerk doen om het adres te vinden,
maar dat is normaal in de Franse dorpjeslabyrinten.
Dit gezegd zijnde, na enkele tandenknarsingen en troebele gsm-gesprekken
met de vrienden, komen we uiteindelijk terecht in het domein van Luc en Lut.

 


 
 
 
 
 
 
Een beetje Provençaals uitrusten mag nu, zoals God in Frankrijk.
De dames kunnen wat bijkeuvelen, terwijl Luc en ik bijvoorbeeld een toertje
maken met de hond, of de problemen van de wereldpolitiek oplossen.
Lut stelt de tweede dag ook voor een “klein” wandelingetje te maken in de
omgeving van het dorp, met als bijkomende tip: “Je moet niks speciaals
aan je voeten doen”.
“Mon œil” zeggen ze in Frankrijk, als het niet helemaal klopt.
Het uitstapje houdt ons enkele uren bezig, maar de dames zijn in een goed humeur.
 
 
 
Laat ze dus maar hun gangetje gaan.

 
 
 
Er is wel wat leuks te beleven in Cotignac. Er loopt een bergrivier vlak in de buurt,
met enkele scherpe stroomversnellingen.
 
 
 
Niet direct zwemwater is dit, tenzij voor forellen en zalmen.
 
 

 
Een heerlijk fris meer is ontstaan aan de voet van deze
uit de kluiten gewassen waterval. We zitten aan de Cassolle
rivier (de casserolle bevindt zich een beetje verder, maar
er is minder water in).
 

 
We wandelen ook een stuk door de hoofdstraat van het dorp.
Typisch Zuidfrans natuurlijk, met de onontbeerlijke platanen.
Greta heeft al dadelijk zin om te gaan Petanquen, en ze stáát er op, dat
haar fameuze kampioen-Petanque-arm mee op de foto komt.
Kwestie van beroemd te worden.
 

 
Wie in een Frans dorp aan een verfrissing denkt, associeert dat onmiddellijk met
een fontein. In tegenstelling tot Spanje zijn de meeste drankgelegenheden
gesloten, als je ze nodig hebt. Een handvol water uit de Cassolle smaakt ook
natuurlijk als je echt met een droge keel rondloopt.
 

 
 
Dit is een merkwaardig gebouw. Eerst dacht ik aan het
stadhuis van Cotignac, maar als ik een kruis zie op de top,
moet het wel een kerk zijn.
Het is nog geen moskee, voorlopig.
 

 
 
De fonteinen en pittoreske drinkbakken klateren hier maar
in het rond. Typisch voor Zuid-Europese steden.
In België vind je dit nauwelijks.
Maar de alcoholische drinkbakken zijn daar dan wel meer open.
 

 
 
Vele huizen zijn stokoud, maar worden (zeker aan de
buitenkant) heel pittoresk en aantrekkelijk gehouden,
door de kleuren, de houten luikjes, de beplantingen.
Dat vormt natuurlijk een van de charmes van Zuid-Frankrijk.
 

 
 
Een middeleeuwse woning en een theater uit de Romeinse
tijd mag natuurlijk niet ontbreken in een dorp dat zichzelf respecteert. En het toneel
wordt vandaag nog gebruikt ook. Het podium is aan de linkerkant, buiten het beeld.
 

 
Het decor boven het theater is ook heel merkwaardig.
De bergwand lijkt wel gemaakt van gesmolten stenen.
De reden om het theater net hier te plaatsen zal wel geen toeval zijn.
De omringende flanken konden waarschijnlijk dienst doen als ondersteuning
voor de stemmen van de acteurs.
 

 
 
En hier is dan toch de top van de kerk. Het kruis is van op deze hoogte
beter te zien.
De beiaard wordt gevormd door één enkele klok.
Een flodderstructuur van smeedijzer vervolledigt de merkwaardige
torentop, en lijkt gemonteerd op een soort kasserol.
 

 
 
Van op de heuvel hebben we zicht over een deel van het dorp,
met zijn typische zuiderse daken, en over de valleien en
de landschappen in de omtrek.
 

 
 
In de steile bergwand doemt iets op wat op een huis lijkt.
Komt daar opeens een mannelijke figuur naar buiten kijken, door een open gat.
Is dit een late middeleeuwer?
Het zou ook een bakker kunnen zijn, met zijn witte hoed.
Via een katrolletje trekt hij allerlei dingen naar boven.
 

 
 
 
Maar hij staat er alleen voor. Dus moet hij telkens de (waarschijnlijk steile) trappen
af naar beneden, om de dingen aan een haak te bevestigen. We vragen hem dan
maar wat hij doet. Het blijkt een kunstenaar te zijn, die bezig is met een atelier
in te richten.
Prompt vraagt hij ons om een verfpot aan zijn haak te hangen.
 

 
 
De tweede dag zorgt Luc voor een stevige barbecue.
Dat is gewoonlijk mannenwerk, maar voor Luc is dit
een makkie. Hij is gewoon de huiskok.
 
 
 
Als dessert komt mijn favoriete spijs op de tafel:
Crème Catalane. Home made.
Dat kan je alleen maar zelf maken als je een goede brander hebt.
En die is aanwezig. De vlammen swingen de kasserol uit.
 

 
 
Als het oppervlak gecarameliseerd is, kan de pret beginnen.
Als ik ooit in de hemel kom ‘wat lang niet zeker is), en ik
kan dan à la carte eten, verkies ik dit gerecht, boven
rijstepap met gouden lepeltjes.
 

 
 
Het afscheid is gekomen en genomen, en de volgende dag zetten we
rustig onze weg verder. We rijden noordwaarts en verblijven nog een nacht
in het Time Hotel, tussen Langres en Toul. Mooi, nieuw, klein familiehotelletje.
 

 
 
De terugkomst in Knokke-Heist doet niet veel tussentijdse veranderingen
vermoeden. Het stadhuis staat er nog, en dat is het belangrijkste.
En de vlaggen wapperen de zomer tegemoet.
 
 
 
Vandaag bereiden we ons al voor op de terugkeer naar het zuiden van Spanje.
Morgen 8 oktober gaan we nog een dag naar Gent, waar Seniorennet de
“Dag van de Medewerkers” organiseert.
Naast de voorstelling van de nieuwe/toekomstige projecten van SeniorenNet,
zal er deze maal ook formeel tijd zijn om de bestaande problemen (met blogs, enz.)
op te lossen.
Ik kijk al uit naar de resultaten. Als er ook een oplossing komt voor mijn problemen,
dan mag je natuurlijk in de nabije toekomst de verdere avonturen nalezen.
 
Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1

 

Subtitel: een ezel stoot zich tweemaal aan dezelfde varkenslap!

 

Het is al enkele dagen geleden dat ik nog een artikeltje plaatste op mijn blog.

En dat komt omdat we naar jaarlijkse traditie deze week vier dagen zijn

gaan fietsen in Limburg.

En het is zelfs nog langer geleden dat ik een zelfgemaakt gerechtje

heb gepresenteerd.

Dus nu zijn we weer zo ver. Vandaag is het iets waarin laurier zit.

Dit is een van de meest gebruikte keukenkruiden, maar wat weet je ervan?

 

Welnu, al meer dan drieduizend jaar worden de bladeren gebruikt voor soepen

en stoverijen. Laurier is vooral afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied,

uit landen als Turkije, Irak en Iran. In België/Nederland wordt laurier gekweekt

als kuipplant omdat de plant niet volledig winterhard is. Men kan hem dan in

de winter even naar een beschermde plek verplaatsen. Toch zal laurier een matige

Belgische winter wel overleven (tot -5°), zeker aan de kust, en als er genoeg

beschutting is.

In Spanje hebben we hem zelf staan op het terras. Ik kocht twee jaar geleden

zo’n onooglijk klein potje op de markt, en vorige winter heb ik de stam moeten

knippen, want het plantje had zich ontwikkeld tot een struik van een meter hoog.

Zoveel laurier eten we nu ook weer niet.

 

In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning.

De overwinnaar op de Olympische Spelen mocht zich mee tooien met een krans.

De term laureaat is een overblijfsel van dit symbool. Er zijn nu nog een

aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, zoals "op zijn lauweren

rusten" en "gelauwerd zijn".  

 

 

 

 

Laurierbladeren zijn afkomstig van de laurierboom of -struik.

De (giftige) laurierkers of paplaurier, die veel als haag wordt

gebruikt, is geen familie.

 

Laurierbladeren zijn ongeveer 5 cm lang en worden (meestal gedroogd)

gebruikt in stoofpotjes en groentesoepen, waarbij de laurier langere tijd moet

meestoven om de smaak tot zijn recht te laten komen. In sauzen, ingelegde

komkommer en augurken, zuurkool, konijn en rijstschotels kan men laurier

ook niet meer weg denken. Met visgerechten vormt hij een perfect geheel.

Laurierbladeren bezitten een aroma dat bij heel veel spijzen past; zelden wordt

een gerecht door laurierbladeren bedorven. Het is een gezond, aromatisch,

bitter kruid, dat de vertering helpt.

Het bekende kruid is meestal eveneens te vinden in fonds, terrines en marinades.

 

 

Laurierblaadjes kunnen zowel vers als gedroogd gebruikt worden.

Gedroogde bladeren smaken minder bitter dan verse, verse zijn wel aromatischer.

Ze mogen meekoken, hoe langer de blaadjes koken des te kruidiger de smaak.

Gewoonlijk vermeldt men in de recepten: “de laurierbladeren verwijderen vóór

het opdienen”. De reden is dat het blad niet kan opgegeten worden, want het

blijft hard. Het is niet zo dat het blad schadelijk zou kunnen zijn voor consumptie,

maar niemand krijgt graag een harde slabber in zijn bord en mond.

 

Laurier maakt ook deel uit van het klassieke “bouquet garni” (kruidentuiltje)

= 2 takjes peterselie,1 takje tijm en 1 laurierblad. Vooral gebruikt in de

Belgisch/Franse keuken.

 

TIP: Laurier geeft zijn smaak pas vrij als het een tijd heeft meegetrokken en is

daarom bij uitstek geschikt voor soepen en stoofpotten.

 

 

 

 

Nota Benen: ik ga nu verder met deze tekst in het hotel Ter Elst, want we moeten

twee dagen in de buurt van Antwerpen zijn. Sorry dat het zolang duurt,

en bovendien kan ik hier de weblog niet uploaden naar Seniorennet.

De Wifi werkt niet, ofwel ben ik nog niet goed wakker. Dit even tussen ().

 

Waarom deze eigenaardige titel van dit stukje? Tot mijn eigen grote verbazing

had ik dit gerecht al eens bereid, meer bepaald in Spanje, in maart 2010.

En het staat zelfs op mijn blog, zonder dat ik het wist.

In elk geval begin ik met het commieswerk, maar dat is heel beperkt, zoals je

kunt zien op de foto.

Na het aanbakken, krijgt het vlees het gezelschap van de appeltjes en

de lekkere geuren kunnen zich beginnen ontwikkelen.

 

 

 

 

Deze foto (van de hand van Greta) doet me denken aan de “Drie Kleine Biggetjes”,

die gevangen zaten bij de Grote Boze Wolf. De wolf ging regelmatig kijken of

de buikjes van de biggetjes al dik genoeg waren…

Greta kan soms schalks uit de hoek komen.

 

 

 

 

De naam van dit recept luidt officieel: “in cider gestoofde varkensmedaillon

met appels”. De reden waarom dit recept in deze tijd van het jaar op zijn best is,

is de beschikbaarheid van dagvers geplukte Jonagold appels uit ons eigen Limburg.

Veel beter dan de bewaarappels op andere momenten van het jaar!

 

 

Recept maart 2010 (Spanje):

 

ingrediënten voor 3

bereiding

1 el olijfolie

indien varkenshaasje: snij in stukken van 2 cm dik

600g varkensmedaillon of -haas

bestrooi met pezo aan beide kanten

1 grote ui, fijngesneden

bruin het vlees aan beide kanten, zet apart

2 el cider- of witte wijn azijn

bind het bouquet garni samen met keukentouw

15 cl Sidra of cider

fruit de ui in de pan, en voeg daarna toe:

20cl appelsap

de azijn, cider, appelsap en bouquet garni

1 bouquet garni (tijm, laurier, peterselie)

leg het vlees weer in de pan, doe er nog wat pezo op

2 appels

sluit de pan af en breng aan de kook

1 el citroensap

schil en ontpit de appels, snij ze in schijven (1cm)

een scheut room (+/-30% vet)

als het kookpunt bereikt is, zet het vuur laag

pezo

voeg de appels toe, laat enkele minuten verder garen

garnituur: krulpeterselie

haal het vlees uit de pan, en de appels als ze mals zijn

 

houd vlees en appels warm, laat het kookvocht inkoken

 

op hoog vuur en zonder deksel, tot een stroperige saus

 

dik, indien nodig, aan met wat maïzena express

 

verwijder het bouquet garni

 

voeg de room toe en laat 2’ doorkoken, al roerend

 

leg de appels op borden en vlees er bovenop

 

overgiet met de saus en garneer met peterselie

 

 

Nog een merkwaardig iets: In Spanje heb ik porties gemaakt voor drie personen,

en nu dit gelijkaardig recept in België voor vier. Begrijp ik zelf niet goed.

En we zijn maar met ons twee om het op te eten!

Nochtans is er ook goed nieuws!

Mocht er onder de lezers iemand zijn die toevallig moet koken voor zeven personen,

dan is het heel gemakkelijk: maak de twee gerechten en klaar is Kees!

 

 

 

Recept juni 2011 (België):

 

ingrediënten voor 4

bereiding

olijfolie

ontpit de appels, schil ze en snijd ze in schijven

varkensmedaillon of mignonette

verwarm de olie in een bakpan, doe pezo op het vlees

1 ui, fijngesneden

bruin de medaillons aan alle kanten, zet het vlees apart

2 el ciderazijn

fruit de ui in de pan, tot de stukjes glazig en mals zijn

15 cl cider

voeg toe: cider, appelsap, ciderazijn en tijm,

25 cl appelsap

leg het vlees weer in de pan, voeg pezo toe aan het vocht

2 takjes verse tijm

breng de inhoud van de pan aan de kook, verlaag dan het vuur

2 appels (Jonagold, Golden…)

laat 5’ sudderen en voeg de appelschijven toe, sluit de pan

3 el (soja)room

laat 5’ verder garen, haal vlees en appels uit de pan, zet apart

platte peterselie als garnituur

laat het kookvocht inkoken op hoog vuur en zonder deksel

eventueel wat maïzena express

laat koken tot een stroperige vloeistof, verwijder de tijm

pezo

indien nodig, voeg wat maïzena express toe om in te dikken

 

voeg de room toe en laat kort doorkoken

 

verwarm het vlees en de appels nog even in de saus

   
Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: 2X lekkers voor de prijs van 1 (deel 2)

Ik moet toch wel volledig van de kaart geweest zijn, want voor vier porties voorzie

ik in België slechts drie stukken vlees.

Waarschijnlijk had ik voor de vierde portie een vegetariër in mijn hoofd.

Nog een gekookt aardappeltje en we zijn er.

 

Hoe dan ook, het resultaat is geslaagd, en is uiteindelijk op tafel beland.

Ik had nog toevallig één lokaal flesje cider uit Normandië, en dat maakt het af.

Zowel het gerecht als mijn tekst.

 

Eindelijk. Deze week zijn we voor de negende keer met Olaba(*) vier dagen

gaan fietsen. Daarna zijn Greta en ikzelf gaan kijken en luisteren naar “Aida”,

prachtige musical van Elton John en Tim Rice, in Knokke.

Dan zijn we twee dagen in Antwerpen geweest, en brachten onder andere

een halve dag door in het stijlvolle MAS (Museum Aan de Stroom).

Gisteren avond waren we aanwezig met de familie in de Antwerpse

Stadsschouwburg, bij de vertoning van het klank- en beeldspektakel

“We will Rock you” met Queen muziek en superbe technische hoogstandjes.

En vandaag heb ik eindelijk mijn blogje kunnen updaten, in stukjes en brokjes. Oef!

Twee dagen rust nu.

Bereid in België als variante op een recept van Carrefour: Slim Koken

(*) Olaba: Organisation de loisirs agréables & blabla amical

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Stappen door Gent, rond de Vleestent

 

 

Beste lezer, wil me excuseren voor de vertraging van dit vervolgstukje, maar er zijn

 technische problemen geweest met mijn blog. Zo is o.m. de volledige rechterkolom

een tijdlang verdwenen.

Het probleem is voorlopig (?) opgelost, na verwijderen van sommige teksten

en foto’s, onder het toeziende en helpende oog van “Redpoppy”, blogmaster.

 

Mochten er nog bloggers problemen zien opduiken op hun weblog, neem dan

 contact met redpoppy. Vanaf vandaag is ze bij mij genoteerd als “Pretpoppy”.

 

TIP: ga nog eens kijken naar de Photoshop dag in Antwerpen in 2010!!

Ga daarvoor in de rechterkolom naar Zoeken in blog en tik “Schelde” en

 “Zoeken”.

 

Nu terug naar Gent.

In het centrum van een grote stad met veel water is er altijd veel beweging.

Zo ook aan de Graslei in Gent, een populaire plek in de stad.

 

 

 

 

Deze omgeving heeft heel wat te bieden. Kijk hieronder maar naar het bord dat

 langs de kade neergepoot is. Je kunt zelf je creativiteit  de vrije loop laten,

en verschillende dingen van het (gratis) aanbod combineren. Afhankelijk van je

 leeftijd weliswaar. Probeer maar eens een paar combinaties uit.

Het zwerfaval zou ik letterlijk en figuurlijk ter zijde laten.

Wat de “relaxen” precies inhoudt, mag Joost weten.

Maar die kon er vandaag niet bij zijn. Hij heeft zijn trein gemist.

We kunnen het hem dus niet vragen.

 

 

 

 

En toch! Geen vijftig meter verder vinden we misschien al 

een hint en een aanzet om het bord beter te begrijpen.

Een aantal omschreven elementen van het bord zie je te voorschijn 

komen op deze poster. De Gentse blondjes staan trouwens bekend voor

hun godvruchtigheid, en deze uitspraak komt dus niet als een verrassing.

 

P.S. Wat me nu wel verrast is dat mij linkerhand mee midden op de foto staat,

met een bijna onbedwingbare neiging om het been van het blondje te ontharen.

 

 

 

 

Als je met Limburgse jongedames op pad bent, kan je de gekste dingen zien.

Zoals met deze twee hier, die een heldhaftige ridder gevonden hebben,

en lieftallig in het “floschke” (van het zwaard) knijpen.

“Floschke” is” embrasse” voor de Nederlanders.

 

 

 

 

 

Vanaf nu worden al onze zintuigen onderweg continu

geconfronteerd met elementen die de eetlust opwekken.

Neem nu deze puntzak met goudgele krokant gebakken frieten.

Hij is waarschijnlijk groot genoeg voor de ganse bende, 

maar wij hebben afspraak in het Vleeshuis voor de lunch.

 

 

 

 

Het restaurant van het Groot Vleeshuis voert terecht

promotie voor streekproducten.

De lunch is voortreffelijk, en zo proef ik als voorgerechtje een heerlijk slaatje 

met Ganda ham (die hier ten overvloede aan de eikenhouten zoldering hangt).

 

De pièce-de résistance is Gentse Waterzooi met een touch van kerrie,

en om de laatste gaatjes te vullen, zijn er Mattentaarten uit Geeraardsbergen.

 

Als je foto’s wil zien van lekker eten, kijk dan niet hier, maar naar de tientallen

 gerechten die ook in deze blog zelf zijn bereid, gefotografeerd,

en door de slokdarm gepasseerd.

 

 

 

 

Tussen de gerechten door worden de senioren aangenaam verrast met gepaste

 achtergrondmuziek. Het stilaan traditionele en sprankelende muzikale duo 

zorgen weer voor een hoogstaand optreden.

Oldies but Goldies!

 

 

 

 

Na de heerlijke streeklunch zetten we terug een stapje in

de Gentse buitenwereld.

Wat is er Gentser dan het Gravensteen? Het is de enige

 overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen.

Al in de 9de eeuw zou de Graaf van Vlaanderen de eerste versterkingen 

hebben laten oprichten als verdediging tegen de invallen van de Noormannen.

Weinigen onder onze Senioren zullen zich dit nog herinneren.

 

 

 

 

In Gent is voldoende water aanwezig om rustig op te dobberen.

Wat is er aangenamer dan verpozen op een waterterrasje tijdens de hete (☻)

 Belgische zomer?

 

 

 

 

Dit prachtige kunstwerk, met zijn sobere maar doordringend en non-conformistisch,

 minimalistisch lijnenspel is gemakkelijk te vinden naast de St-Baafs kathedraal.

Volgens het etiket staat het bekend onder de naam “De Opengepelde Banaan”.

Nee toch! Achteraf zie ik aan het Sint Pietersstation nog ongeveer 

tweehonderd maal een kopie van ditzelfde kunstwerk!

Wist ik veel dat het meestal gebruikt wordt als fietsrek.

 

 

 

 

 

Van een totaal ander kaliber is dit stuk metaal.

Is het een brandblusapparaat? Is het de verrekijker van Gulliver?

Ook weer niet. Het is de Dulle Griet. In de buurt van de Vrijdagmarkt, 

op het Groot Kanonplein staat deze monumentale gietijzeren bombarde.

Oorspronkelijk had het al deze rode kleur, en het werd daarom destijds de 

”groten rooden duyvele” genoemd. De kolos werd gemaakt in 1431, en werd

in 1578 gebruikt in de strijd tegen de Spanjaarden. Met weinig succes overigens.

 Het projectiel vloog slechts enkele centimeters ver, en ligt er nu nog. Zie foto.

 

 

 

 

 

Op de Groentenmarkt is een merkwaardig winkeltje. Boven de ingang kan je onder

 meer  lezen “Mostaardfabriek”.

Hier wordt de wereldbekende mosterd gemaakt van Tierenteyn!

Men stelt zich soms de vraag waar Abraham de mosterd haalde.

Het antwoord is: hier.

 

 

 

 

Het pand en de fabriek dateren al van 1818. Het “gele goud” wordt nog altijd

 volgens hetzelfde recept gemaakt. Oorspronkelijk werd alles manueel gedaan,

en na verloop van tijd werd het productieproces “geautomatiseerd” met een

 stoommachine. Zelfs nu nog kan men de exclusieve mosterd kopen geschept

 vanuit een houten kuip met een grote houten lepel.

 

Alle grote chefs uit de klassenrestaurants van over de hele wereld kopen hun

 mosterd bij Tierenteyn. Ik heb natuurlijk ook een bokaaltje gekocht, en binnenkort

 kunnen jullie hier genieten van receptjes, gemaakt met de allerbeste mosterd.

 

 

 

 

De Toverfluit van Mozart krijgt tegenwoordig behoorlijk concurrentie van Merlijns

 Toverfruit. Je kunt het zelfs zowel lekker warm als ijskoud drinken.

En het fruit is zelfs biologisch! Sterk is dat.

 

 

 

 

Maar alles kan beter!

Bakkerij Imschoot staat hier met zijn beste neuzen.

Die zijn pas biologisch! Zelfs Pinoccio prijst hier de andere neuzen aan.

Voor degenen die het niet zouden kennen: het is mauve tot bruinachtig snoepgoed,

 in de vorm van een kegeltje.

Ze zijn in hoge mate  verslavend, en ze liggen hier vooraan in het snoepkraam.

 

In Antwerpen gaan ze door het leven als “cuberdons”. Je kunt ze eens googelen,

 maar je kunt ze ook opeten, en dat heeft de voorkeur. Ik ken zelfs iemand uit de

 Sennet Photoshop sfeer uit Antwerpen (nickname is L…S), die in Gent zijn

 cuberdons komt halen.

“Ze moeten een ietsje bruin zien, dat zijn de beste”, pleegt hij te zeggen.

 

 

 

 

Om de graffiti spuiters onder controle te houden is er in Gent door het stadsbestuur

 een (smalle) straat voorbestemd om over de ganse lengte bespoten te worden.

Hier zie je zo een artistieke spuiter aan het werk.

 

 

 

 

 

Er zijn een massa werken te zien, zoals deze kleurige

toekan bijvoorbeeld. Doordat de ruimte beperkt is, kan je

om de week teruggaan en nieuwe dingen zien.

 

 

 

 

Gent komt inderdaad met bepaalde initiatieven soms

origineel uit de hoek. Zo hebben ze ook weer dit unieke

verkeersbord. De straat waar dit bord hangt is enkel

toegankelijk voor nieuwssamengestelde gezinnen,

met in totaal ten minste twee kinderen.

De volwassenen die de straat willen gebruiken, moeten

een handje geven, de kinderen moeten een jongetje en

een meisje zijn, en het meisje moet twee vlechtjes in het haar.

Mocht je als buitenstaander naar Gent willen, let goed

op de verkeersborden!

 

 

 

In de late namiddag worden we overvallen door een korte,

maar fikse regenbui. In de bootjes hebben ze het water

ook liever uitsluitend aan de onderkant.

 

Niemand beseft op dit moment welke gevolgen het

doortrekken van dit slechte weer front zal hebben voor

Pukkelpop, waar vandaag nog een aantal doden zullen vallen.

 

 

 

 

Wanneer we de dag besluiten, en terug naar het station

gaan, blijkt dat er heel wat vertraging zit op het treinverkeer.

Ook onze directe trein van Gent Naar Knokke heeft een pak vertraging, omdat hij

 van Tongeren komt, en door Limburg rijdt, waar de tragedie zich heeft voorgedaan.

 Wij kunnen de vorige stoptrein nog nemen, maar voor een aantal mensen, vooral

uit Nederland en Limburg, zal het wellicht al bijna nacht zijn, als ze weer thuiskomen.

 

 

 

 

 

.

Geschreven door grob om 23:50 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Senioren heerlijk verwend in Gent

 

Naar goede jaarlijkse gewoonte verzamelt de harde kern van de Photoshoppers 

op een of andere interessante plek. De bedoeling is elkaar nog eens te zien

en (tot op zekere hoogte) te voelen, foto’s te nemen, te lunchen en kortom, 

er een leuke uitstap van te maken. Photoshop Day is 18 augustus.

Vorig jaar waren we in Antwerpen, voordien in Blankenberge, en nu in Gent.

 

We starten met een koffietje in het Groot Vleeshuis op de Groentemarkt.

Dit historische pand heeft zijn naam niet gestolen. Het herinnert aan de

 middeleeuwse functie van overdekte markt voor de verkoop van vlees.

Nu het vleeshuis door de provincie is ingericht als promotiecentrum voor

Oost-Vlaamse streekproducten, doet het pand zijn naam weer eer aan.

Deze locatie leent zich gemakkelijk voor dit evenement met een grote

groep deelnemers.

Er is vandaag met de 85 Photoshoppers in Gent trouwens

een pak groot vlees voorhanden.

Aan de ingang weten we al dat we juist zitten. Op de poster

staan enkele logo’s die ons niet helemaal onbekend zijn.

 

 

 

 

 

Het weer is (voorlopig) goed, de koffie smaakt, de sfeer

is opperbest. De ongeveer 50 leden van wat ik noem

de “bikkelharde” kern hebben mekaar onlangs al gezien

in Brugge en in Neerpelt, maar voor de “gewone” harde

kern is het laatste fysisch contact al een jaar geleden.

Genoeg nieuws om te vertellen dus.

En om wat te kletsen.

De meeste deelnemers zijn vrouwen, waar ik helemaal

niets mee wil bedoelen, wel in tegendeel.

 

 

 

 

Na de koffie gaan we terug de frisse Gentse lucht in,

en is iedereen volledig klaar, opgewarmd en afgekoeld voor het stadsbezoek.

 

 

 

 

Een superenthousiaste gids (uit de Photoshop entourage uiteraard) die de buurt

als zijn broekzak kent, maakt de Photoshoppers zo mogelijk nóg slimmer,

aan de hand van weetjes en pikante anekdotes uit heden, verleden en toekomst.

 

 

 

 

Natuurlijk worden er massa’s foto’s geschoten in deze fotogenieke buurt.

Iedereen in de groep heeft zijn toestel in aanslag, en zoekt naar dé foto van Gent.

Alle soorten toestellen worden boven gehaald. Van het eenvoudige Lumix

 apparaatje, zoals het mijne, tot de meest geavanceerde knotsen van camera’s.

Alle modellen passeren de revue. De fotografen staan op scherp.

 

 

 

 

Gent heeft veel te bieden aan de bezoeker. En als je niet weet waar naartoe,

maak dan je keuze via goed uit de kluiten gewassen wegwijzers en borden.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. Je kan te voet rond, of je stapt in een boot bijvoorbeeld.

 

 

 

Het belfort van Gent staat er hoog en eenzaam bij. Geen Londense Big Ben,

maar toch een Small Bennetje. Het is nu kwart over elf,

er is dus nog geen haast bij voor de lunch.

 

 

 

 

Wie er óók heel eenzaam bij staat, is dit arme lammetje.

Waarschijnlijk heeft dit beestje toch wel trek in een stevige

graslunch. Van stenen kan je niet eten.

 

 

 

 

Gelukkig is de redding nabij. We zijn vlakbij de Graslei,

enkel toegankelijk voor echte graseters.

Menselijke personen mogen hier niet door. Ze moeten

naar links en zijn verplicht een andere weg te nemen.

 

 

 

 

Via die andere weg komen we aan een waterloop.

Op een van de reddingsboeien aan de kant heeft

Teleonthaal een sterke boodschap achtergelaten.

 

 

 

 

Al in de middeleeuwen dachten de Gentse vrouwen

geconcentreerd na over de grote vraagstukken des levens.

“Alles went, behalve een vent”, komt uit Gent.

 

 

 

 

Degenen die zich niet te voet of met een bootje willen verplaatsen,

kunnen opteren voor tram, bus of achter een edele viervoeter aanzitten.

 

 

 

 

Sportieve Photoshoppers blijven natuurlijk liever met beide voeten op de grond.

 

 

 

 

Gent in al zijn pracht met de drie torens op een rij. Het lijkt wel alsof ik hier

een promotieactie aan het doen ben voor de Gentse dienst van toerisme!

Niets is minder waar natuurlijk, maar het is toch fantastisch om dit te kunnen

 bekijken.

 

 

 

 

Het lijkt hier wel een decor voor een middeleeuws steekspel voor stoere ridders

en frêle jonkvrouwen. Keizer Karel is hier ergens geboren in het jaar 1500.

Grappig dat men in Spanje denkt dat het een Spanjaard is. Ik geef hem geen

 ongelijk dat hij naar daar is gaan wonen.

Hij ging daar door het leven onder de naam Don Carlos.

 

 

 

 

Nog een van die stoere ridders is de heldhaftige heilige ridder Sint Joris, met

zijn onafscheidelijke vuurspuwende draak. Persoonlijk vind ik de draak eerder een

 uit de kluiten gewassen leguaan.

Ik heb (in Hollywood films) al groter draken zien rondlopen.

 

 

 

 

Overdag stelen ze de show in een gezellig onderonsje

draak-steken en riddertje-happen, maar ’s avonds gelden

andere prioriteiten.

Gentenaars staan al sinds de middeleeuwen bekend als

gewiekste ambachtslieden en handelaars.

Dus wordt tegen het uur van het diner de draak ingeschakeld

 om met zijn vurige adem op een BBQ allerlei vlees en vis

te grillen. Wegens de hoge temperaturen loopt het personeel

er dan ook eerder licht gekleed bij.

 

 

 

 

Aan bootjes geen gebrek. Op dit ogenblik zijn er geen wolken

te zien en alles is vredig, maar dat zal nog veranderen.

 

 

 

 

De echte Photoshop sfeer zit er bij sommigen al goed in, ofwel denken ze al aan

de lunch met Oost-Vlaamse specialiteiten die ons opwacht in het Vleeshuis.

 

 

 

Wordt vervolgd.

 

Geschreven door grob om 00:00 8 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

No more stress in Cadaqués

 

 

Rosas (Roses voor de Catalanen) is een kuststad aan de Costa Brava,

in de noordelijke provincie Gerona. Het ligt op 40 km van de Franse grens en

160 km noordoost van Barcelona. Met de Cap de Creus in het noorden vormt

de golf van Rosas een 15 kilometer lange bocht met een uitgestrekt mooi strand.

Al in de 8ste eeuw vóór Christus werd de plaats door de Grieken gesticht en is

als zodanig vernoemd naar de Grieken uit Rhodos, die zich hier als eersten

in dit mooie gebied hebben gevestigd.

 

 

 

 

 

We hadden een kamer geboekt in het charmehotel Carmen.

Dit logies is moeilijker te vinden dan eerst gedacht, vooral door de vele

smalle eenrichtingsstraten in het oude centrum.

Eerst vragen we de weg aan een gevelschilder, die zolang uitleg geeft tot

zijn verfborstel uitgedroogd is. We volgen wel zijn  aangeduide richting, en rijden

wat rondjes, tot we het kantoor zien van de Policia Local.

Daar ga ik het binnen vragen aan een “jong poepeke”.

 

 Naar verluidt plakt het hotel pal aan de achterkant van het politiegebouw,

of omgekeerd. “Ga maar eens te voet kijken”, zegt ze.

Ik replikeer: “Ja, maar we mogen hier niet parkeren…” (in het Spaans, want

anders verstaat ze het niet).

“No problema”, is het antwoord. We laten de wagen (de linkse) dan maar staan.

 

 

 

.

De kamer is klein, maar perfect ingericht. We zitten op de vierde verdieping,

en hebben een terras met ligzetels, dat groter is dan de kamer.

Nu het nog licht is, gaan we de benen strekken aan de dijk

en in de smalle, gezellige winkelstraatjes van Rosas, met

een rustpauze in een bar aan de Paseo Maritimo. 

 

 

 

 

Bergen merenguetaart die zich opstapelen in de etalage

van een bakker doen er ons aan denken dat we nog iets moeten happen

voor het avondmaal.

 

 

 

We proberen het typische Spaans restaurant “La Cala (de baai) in het

oude centrum van Rosas.

Een entrecote voor Greta en een vis voor mij, gespoeld door een fles

Cune Crianza maken dat de grootste honger (en dorst) tot het verleden behoort.

 Voor mij heeft deze dag nog iets extra in petto. Ik ben helemaal geen dessertman,

 maar ik maak graag één uitzondering: Crème Catalane.

Of Crème Brulée. Let er op dat ik dit lekkere ding bewust met Hoofdletter schrijf!

Waar kan je het beter eten dan in Catalonië? Als ik nu die foto weer bekijk,

moet ik me haasten om mijn klavier te beschermen met een dunne laag plastic,

 tegen de kwijl.

 

 

 

 

Als je de Google satellietfoto bekijkt, zie je Rosas liggen onderaan links.

De havenpieren zijn goed zichtbaar. De zonsondergangen in Rosas zijn zeer mooi,

 door de uitzonderlijke ligging op het westen.

Dat levert de fraaiste kleuren op en deze overgieten de bergen landinwaarts.

Cadaqués ligt aan de rechterkant in een prachtige baai, bij de rode punaise.

Tussen Rosas en Cadaqués bedraagt de afstand ongeveer twintig kilometer,

en de weg is smal en slingerend, maar met veel natuur en mooi.

 

 

 

 

Het stadje Cadaqués (rechts in het purper) wordt omsloten door een natuurpark,

 met hoogtes tot boven de zeshonderd meter.

Cadaqués is een mooie oude vissersplaats in de provincie Girona, regio Catalonië

 in het uiterste noordoosten van Spanje. Het plaatsje is gelegen aan de Costa Brava 

en situeert zich in het zuiden van het Natuurpark Cap de Creus,

dat ongeveer 10 kilometer tot in zee uitloopt en dat het karakteristieke landschap

 van de Costa Brava duidelijk weergeeft.

 

De inwoners van het kleine dorpje leven voornamelijk van het toerisme en

de visserij. Cadaqués krijgt veelal de titel van mooiste dorp van de Costa Brava

en verdient dit ook. Het plaatsje wordt gekenmerkt door smalle

straatjes met allemaal witte huisjes, niet te veel toeristen,

en het bekende kerkje, dat het dorp domineert.

 

 

 

 

Indien je met de wagen naar Cadaqués komt, dan is het

handig om weten dat er een gemeentelijke parking is aan de rand het dorp.

Ook niet meer dan dat.

We parkeren de wagen op de ruime parkingplaats, en dalen af naar het centrum

tot op de dijk, waar mooie gevels staan te pronken. Langs de dijk staan rijhuizen

 met prachtige, schilderachtige gevels.

De plaats heeft geen mooie eigen stranden.

 

 

 

 

Maar dat wordt goedgemaakt door andere troeven. Zelfs een heuse Casino trekt

de aandacht. Het stadje telt slechts een drieduizendtal inwoners, maar het Casino

 zal waarschijnlijk voor anderen bestemd zijn.

 

 

 

 

Vanaf de dijk heeft men een mooi zicht op het strand en de baai.

Een soort Yucca bomen bakenen de dijk af.

 

 

 

 

Slimme bewoners hebben hier hun privé-haventje, dicht bij huis.

Even een visje vangen voor de BBQ, en weer terug.

 

 

 

 

 

Talrijke kunstenaars en intellectuelen hadden honderd jaar

geleden een band met Cadaqués: Picasso, Klein, Chagall, Max Ernst, Federico

 Garcia Lorca, Salvador Dalí en Joan Miró waren hier thuis en deden inspiratie op..

 

 

 

 

En dit is toch wel speciaal. Als ze dit in New York hadden, zou de stad

absoluut beter verlicht zijn. Waarschijnlijk zat een van de inwonende

kunstenaars er voor iets tussen.

 

 

 

 

Sommige gebouwen zijn heel fraai, en goed bewaard

gebleven. Gereed om vast te leggen op een  canvas.

 

 

 

 

 

Er is een fraai zicht op het kerkje en een deel van de huisjes

vanaf de andere kant van de baai. Schilders konden hier volop hun inspiratie

op botvieren.

 

 

 

 

 

Zelfs de winkeltjes zijn geïnspireerd door de beroemde inwoners van een eeuw geleden.

Men vindt hier zelfs een mierenmutant met acht in plaats van zes poten.

Ook die worden visueel vastgelegd voor de eeuwigheid.

 

 

 

 

 

Hier is nog zo een mogelijke inspiratiebron voor kunstenaars.

Greta zit al klaar tegen dat de eerste langs komt met verf en borstel.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 21:58 4 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

problemen met uploaden

Van het vorig stukje is het onmogelijk gebleken het laatste gedeelte

 up te loaden naar Seniorennet. 

Het betreft tekst en een viertal foto's.

Ik heb het vier maal geprobeerd sinds gisteren namiddag.

Het uploaden vraagt telkens een heel pak (apen)werk.

Er zijn duidelijk ergens technische problemen, buiten mijn wil. 

Hierdoor verliezen mijn gerechtje en bijhorigheden natuurlijk

veel van hun waarde. Sorry.

Indien het niet opgelost is tegen einde van deze week,

overweeg ik om definitief te stoppen. Er zijn grenzen.

 

Geschreven door grob om 18:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Zonder geharrewar naar Alfafar

 

 

De drang is er weer. Het is mei, en alle vogeltjes, althans de wijfjes, leggen een ei.

Maar je mag niet alles geloven wat ze zeggen, en zeker niet wat in de krant staat.

Elk jaar gaan we dus terug naar de bakermat om dat ei-leggen te controleren.

 

De dag dat we van Spanje met de wagen terugrijden naar België, is ontspannend.

De stress van het inpakken, en de afscheidskussen met de vrienden zijn volledig

 voorbij. Het laatste "we gaan toch nog eens samen eten hé" is achter de rug.

 

Deze rustige dag, deinend over de Autovia, gaat ons nu tot Valencia brengen.

We vertrekken volledig relax rond 9 uur. Op de kilometerteller staat 50050 km.

Rond 10 uur doen we een stop langs de autoweg voor een licht ontbijt.

We hebben 100 km gebold en een ‘tostada’ met verse tomatenpulp, besprenkeld

 met wat olijfolie en wat pezo gaat gemakkelijk naar binnen.

Zeker als de koffie zo lekker is als hier. Van dit soort eetstops zijn er tientallen,

en deze is niet beter of slechter dan de andere.

Ik noteer: Hotel restaurant “Rosario”, behoorlijke ontbijtstop.

 

 

 

 

Een uur of zo later rijden we langs de Sierra Nevada. De hoogste pas waarover

we rijden, ligt op ongeveer 1400 meter.

De omgeving van de Sierra heeft het lentegevoel te pakken, niettegenstaande

de hoogte.

 

 

 

 

Als je nauwkeuriger kijkt, zie je dat de Sierra Nevada nog flink onder de sneeuw zit.

De hoogste top ligt of staat ongeveer op 3400 meter, en tot begin mei kan men

hier skiën.

 

 

 

 

We tanken net voor de stad Lorca. Gelukkig zijn we hier geen tien dagen later,

want dat is het moment van een hevige aardbeving, met ernstige schade.

De kerktoren stort neer pal naast een reporter.

Deze gril van de natuur kost ook het leven aan een dozijn mensen.

 

Rond Elche kiezen we voor de autoweg naar Valencia, via het binnenland.

De kustweg via Alicante en Benidorm is mooier, maar het is een tolweg,

en Autopista, en hij is wat langer in afstand.

 

Langs deze rustige autoweg zitten we echt in het Spaanse toeristarme binnenland,

 en we rijden regelmatig langs kastelen van middeleeuwse krijgsheren.

Ook de Moren hebben hier letterlijk hun steentje bijgedragen om alle kastelen

op de heuvels te krijgen.

 

 

 

 

Stilaan worden de oude constructies gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Zoals hier met het kasteel Monfort.

 

 

 

 

Voor de grotere kastelen, zoals het volgende, zal er niet veel Spaanse euro’s

meer overblijven vrees ik. Misschien kunnen ze wel een aantal kastelen verkopen,

 en ze exporteren naar het Midden Oosten of China, waar er nog geld zat is.

Let op, dit is niet zo idioot. De Engelsen hadden al het voorbeeld gegeven met

de London Bridge, die nu ergens in een verloren woestijn staat, in Arizona.

 

 

 

 

 

Na een comfortabele rit komen we aan in Alfafar, een deelgemeente van Valencia.

Alfafar is niet te verwarren met ‘farfalla’, want dat is pasta, om te eten dus.

Zeg ook nooit ‘Alfalfa’, want dat zijn ontkiemde zaden van de Luzerneplant.

Misschien komt er ooit eens iemand op het idee een recept te maken met farfalla

 én alfalfa in combinatie. Ik vind wel dat het dan moet genuttigd worden in Alfafar.

 

Valencia is de derde stad van Spanje, na Madrid en Barcelona.

De stad is enorm groot, maar zeer ruim en rustgevend. Ons hotel heet ‘Albufera’,

en ligt in het commerciële centrum ‘Albufera’. Waarschijnlijk geen toeval.

 

Vorig jaar verbleven we in hetzelfde aparthotel.

Een groot salon, keuken met goed werkende koelkast, waar we nog enkel dingen

 insteken, slaapkamer en badkamer met UV lampen, voor een prijsje. Aanbevolen.

Het is een goed adresje, want het ligt binnenin een commercieel centrum.

Greta is op zoek naar nieuwe tennispantoffels, en ze vind het ideale paar in

een reusachtige outlet winkel, hier ter plaatse.

 

 

 

 

Deze plaza is vrij groot, en alle soorten winkels zijn present.

In het centrale deel van het nieuwe complex ligt een kruispunt met fontein.

De reden dat het hier ‘Albufera’ heet is niet toevalligl.

Niet ver hiervandaan ligt het fantastische natuurpark met dezelfde naam.

Enkele tijd geleden hadden we daar een origineel bezoek met een paar vrienden.

Interessante info kan je vinden elders op deze blog.

 

Klik aan de rechterzijkant op “01-2011”. Het is op de blog gezet op 26-01-11.

Of ga naar “Zoeken in blog”, eveneens rechterzijkant blog en tik “Albufera”.

Geweldig interessant bezoek was dat! Ook gastronomisch.

 

 

 

 

We gaan (heel) stilletjes  in de richting van het uitstekende restaurant

van vorig jaar, want daar lusten we nóg pap van.

Onderweg komen we langs een shopping mall, die vorig jaar nog niet op punt stond.

De ingang doet er ons aan denken dat de nationale kleuren van Spanje rood

en geel zijn. Het is er duidelijk aan te zien.

 

 

 

 

We belanden vrijwel onmiddellijk op een kleurrijk binnenplein met twee

 verdiepingen winkels, en daarboven nog een verdieping bestemd

 voor amusement, met bioscopen en ander plezier.

 

 

 

 

Bij het ontwerp kwam duidelijk veel ijzerwerk kijken, en met de kleurige decoratie

is het hier best gezellig, en tegelijk een beetje artistiek van inslag.

Het heeft een lichte Calatrava-toets, waarvan de bekendste en authentieke

stukken op minder dan 10 km  afstand staan.

(in blog zie: “Valencia” bij de zoekfunctie)

 

 

 

Als je het van op iets verdere afstand bekijkt, vallen de witte parasols beter op.

Een terrasje op de juiste plaats, op het goede moment. Dat doet er ons aan

denken dat we toch wel recht hebben op een beetje vloeibaar genot, na de lange

rit van 660 km.

 

 

 

 

Bij mij slaat het dorstgevoel ineens toe. Greta heeft altijd dorst. Even bestellen…

 

 

 

 

En wat wordt het? “Dos…hm hm…cervezas por favor!”

Groot, en stevig gekoeld.

 

 

 

 

Het aperitiefje hebben we gehad. We stappen op en nu gaan we voor het

echte werk naar het Italiaanse restaurant “Gino’s”. We gaan vanavond niet

te laat slapen, om morgen vroeg lekker fris uit de veren te wippen (zeker Greta).

 

 

 

 

Het is 20 uur, en we zijn moederziel alleen in het restaurant.

(als we later doorgaan, om 21u30, zit het vol. Duidelijk Spaanse uren)

 

Laten we, in afwachting van de plat-de-résistance een kleinigheidje binnenwerken,

 onder de vorm van tapa’s. Scuzi, in het Italiaans zijn dat “antipasti”.

Eén schotel voor twee personen volstaat ruimschoots. Zoals men in Spanje

pleegt te zeggen: “para compartir”. Het zijn acht verschillende tapa’s.

 

 

 

 

Rechtzetting: het wáren er acht. Terwijl ik mijn fototoestel even afstel, is er al eentje

 verdwenen. Ik weet niet hoe het van de tafel is gevallen.

 

 

 

 

Het hoofdgerecht is weer subliem: ik neem een “lasagne funghi”, maar hij is

zo lekker dat ik er zelfs niet aan denk van een plaatje te nemen. Dan maar

het nagerecht op het fotootje, een citroensorbet met Bulgaarse yoghurt.

En een fles Rioja om goed te slapen.

 

 

 

 

Wanneer we voldaan terug naar het hotel wandelen is het voetpad waar we

over moeten, afgesloten door de Policia Local met roodwitte linten.

De reden zie je hier: wat zou dit kunnen zijn? Quizvraag, multiple choice.

Nieuw soort paddenstoel? Een opgesteven koeienvlaai? De pruik van Helmut Lotti?

Het is alleen maar een tijdelijk bijennest, met bijen die onderweg zijn, zoals wij.

En morgen gaan we naar Roses, een bekend kustplaatsje in Catalonië.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:29 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: over konijnen en hazen

 

 

 

 

Een konijn kan een hazenlip hebben, maar een haas heeft nooit

 een konijnenlip.

Nu we dat weten kunnen we er aan beginnen.

 

De potten hebben bijna geen zin meer om warm te worden,

en de pollepels vertonen beginnende tekenen van roest.

De kruiden zijn in staking.

 

Ze voelen zich neerslachtig, nu ze al zo lang niet meer aan bod zijn gekomen.

En sommige van mijn gewaardeerde lezers willen ook weer de kwijl over hun

 (hazen)lippen voelen stromen, en daarom gaan we vandaag resoluut de keuken in.

Samen met een konijn, of toch een deel ervan.

Ik ga vandaag niet proberen een wit konijn uit een hoed te laten komen, maar een

 bruin konijn uit de pot, gesmoord zelfs. Met kleurige smaakvolle zuiderse paprika’s.

 

 

 

 

Konijnen en hazen zijn merkwaardige viervoeters, die op elkaar lijken.

Toch zijn er enkele essentiële verschillen die de meeste lezers (nog) niet weten….

Bijvoorbeeld: een van de meest gekende specialiteiten van een konijn is pijpen

 graven, en holen. Een haas heeft daar helemaal geen zin in.

Wat je hieronder ziet is een wild konijn. Tamme konijnen kunnen allerlei fantasierijke

 kleuren vertonen, maar het wilde exemplaar is gekend voor zijn lichtbruine vacht.

 

Een veelgemaakte vergissing is dat konijnen knaagdieren zijn, dit is NIET het geval.

 Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee

 snijtanden terwijl haasachtigen er vier hebben.

Historisch kwam het konijn enkel voor in Spanje en Portugal. Spanje heeft trouwens

 zijn naam te danken aan het konijn. Toen de Phoeniciërs rond de 11e eeuw vóór

 Christus Spanje bereikten, troffen ze daar massa’s konijnen aan (die onmiddellijk

 het hazenpad kozen natuurlijk).

 

Omdat de dieren erg leken op de voor hen beter bekende klipdassen,

gaven ze de streek de naam 'i-saphan-im', het land der klipdassen.

Deze naam is later door de Romeinen verbasterd tot 'Hispania'.

 

De Romeinen verspreidden en domesticeerden het dier in het grootste deel

van het Romeinse Rijk. Eerst werd het beestje gehouden voor het vlees en de vacht,

 later ook als gezelschapsdier.

De Romeinen hielden het konijn in parkjes met hoge muren.

 

 

 

 

 

 

 

Oppervlakkig lijkt een haas veel op een konijn, maar hij is groter, en heeft in

 verhouding grotere oren met zwarte punten op het einde, en langere ledematen.

Hierdoor kan hij mooi rechtop zitten. Als een konijn wegloopt, kun je de witte

 onderkant van de staart zien wippen. Bij de haas is enkel de bovenkant van de

 staart wit maar aangezien ze hun staart omlaag houden tijdens het lopen kun je

 enkel de donkere onderkant zien.

Ook beweegt een haas zich meer met sprongen voort dan een konijn.

De haas kwam oorspronkelijk voor in een omvangrijk deel van Europa,

met uitzondering van het grootste gedeelte van Spanje. Geen hazen te vinden

in het zuiden van Spanje, terwijl de konijnen oorspronkelijk van Spanje komen!

Mijn receptjes van hazenrug kan ik in Spanje verscheuren.

Goed ook, want ik kan dat toch niet bereiden.

 

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief,

 maar op warme zomerdagen is hij ook later op de ochtend en vroeger

op de avond al bij de pinken. Ik zou zelf een prima haas kunnen zijn!

Omdat hij geen hol heeft (excuseer even de uitdrukking), moet hij geweldig

op zijn hoede zijn voor loerend gevaar.

Zijn slaapje is zo licht, dat hij door ieder geluid of trilling van de bodem wordt

 gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten.

Een hazenslaapje dus.

Op de foto kan je ook al zien dat het een alert knaapje is.

 

 

 

 

Voorlopig kan ik geen hazenslaapje doen, want de groenten worden nu ongeduldig.

Een mix van kleurige paprika’s zullen de malse konijnenbillen alle eer aandoen.

 

 

 

 

Met de billen bloot kan zomaar niet, en een geurig laagje zal bescherming bieden

 tegen de warmte. Dat is de eerste stap voor het “gesmoord konijn met paprika”.

Aan de ingrediënten kan je overduidelijk zien dat het een mediterraan gerecht is.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

500g konijn in stukken

maak een mengsel van bloem, specerijen, kruiden en pezo

bloem

haal de stukken konijn hier zorgvuldig doorheen

harissa

verhit olie in een kleefpan en bak het beest aan alle kanten bruin

1 tl dijonmosterd

leg het konijn op een bord, en fruit in de pan 5’ de ui en de paprika

1 tl paprikapoeder (de la Vera)

voeg de tomaten, boeljon toe en breng aan de kook

2 lookteentjes

maak de saus op smaak af, met eventueel wat tabasco of peper

½ tl gedroogde dille

doe het konijn weer in de pan en schep de saus er over

pezo

smoor het konijn op een zacht vuur, 50 à 60’ tot het volledig gaar is

olijfolie

voeg de laatste 10’ de wijn toe

1 kleine ui in dunne ringen

 

½ kleine groene paprika

 

½ kleine gele paprika

 

½ kleine rode paprika

 

1 blik tomaten van 400g

 

1tl laurierpoeder

 

1 glaasje droge witte wijn

 

blokje kippenboeljon

 

 

 

Het vlees en de saus worden dus eerst afzonderlijk bereid, in dezefde pan.

Heel gemakkelijk en snel.

 

 

 

 

Het konijn mag nu bij de saus in de pan, en we gaan het vocht erover scheppen.

 

 

 

 

Terwijl het konijn zalig ligt te smoren, heb ik een uurtje de tijd om nog wat meer

 merkwaardige verschijnselen te lezen over konijnen en hazen.

Een eerste ding is, dat de tanden van een konijn altijd blijven groeien.

Dat zou ik voor mezelf ook wel willen. Een gekend probleem bij de tamme

konijnen is zelfs het bestaan van“olifantentanden”.

Het omgekeerde, een olifant met “konijnentanden”, is nog niet waargenomen.

 

Wat ik dan weer een minpunt vind aan een konijn is dat het zijn eigen uitwerpselen

 opeet. Echt waar, dit fenomeen heeft zelfs een Latijnse naam: coprofagie.

Gelukkig dat ik dit pas lees als het beest bijna gaar is.

Anders had ik wel tweemaal nagedacht, vooraleer deze bereiding te beginnen.

Het gesudderde beest is nu klaar voor consumptie, maar het schijnt dat een paar

 lookteentjes de mogelijke smaak van zelfverorberde keutels sterk maskeert.

 

Gelukkig zit dat al in het gerecht verwerkt.

De uitvinder van dit recept had zeker weet van dit keutelprobleem

en heeft het aroma en de smaak al aangepast.

 

 

 

 

De foto in het kookboek van dit gerecht ziet er zó uit.

 

 

 

En mijn gerechtje heeft een iets andere kleur, maar ik denk dat het verschil niet

 zozeer ligt in het kookresultaat, maar in de kwaliteit van de camera en de fotograaf.

Hoe dan ook, het is zeer lekker.

 

 

 

 

Ter afronding: in mijn woonplaats, Knokke-Heist, ter hoogte van het Zwin,

staat dit diertje opgesteld. De volksmond noemt het ‘het vliegende konijn’,

of nóg volkser in het plaatselijke dialect: 'het vliegend keun’.

Volgens mijn onbescheiden mening zien we hier een haas.

 

 

Maar wie ben ik?

Mijn naam is haas.

 

 

Bereid in België als variante op een recept van ‘Koken voor Twee’, pag.68.

 

 

Geschreven door grob om 18:06 5 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten