Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Archief

Een goede Schans behoeft geen krans

 

 

Voor de allerlaatste keer trekken we de stapschoenen aan, om even de Zaansche

 Schans te doorgronden. De naam klinkt stokoud, en alles hier is het ook.

Deze vreemde naam is ontleend aan de schans die de plaatselijke gouverneur, 

 in dienst van Willem van Oranje, in 1574 liet bouwen om zo de Spaanse troepen

 tegen te houden.

 

De Zaanse Schans behoort tot de stad Zaandam, en ligt aan de Zaan,

pal tegenover Zaandijk en naast de Julianabrug. Het is een bekende openlucht

attractie met jaarlijks ongeveer 900.000 bezoekers. Het loont zeer de moeite om

 daar eens een dag door te brengen, als je in de buurt van Amsterdam komt.

In de buurt liggen nog een aantal landelijke dorpen, met soms wel grappige namen: 

Assendelft, Koog aan de Zaan, Krommenie, West-Knollendam, Westzaan,

 Wormerveer en Zaandijk (hoofdplaats).

De Schans is een vrij groot complex, waar je vrij kan in rondwandelen. 

Een maquette aan de ingang geeft een overzicht.

 

 

 

 

 

 

 

De eurootjes die men vergaart uit toegangstickets voor parking, sommige musea

 en molens, worden opnieuw geïnvesteerd in het onderhoud van alle houten

 constructies die je op deze plaats kan bekijken en beleven.

We hebben niet de ganse dag, en maken dus een keuze.

Vermits we in Nederland zijn, lijkt het ons aangewezen om de plaatselijke

 klompenmakerij eens van dichtbij te bekijken.

Wooden Shoes for Dummies wordt het.

De kaasmakerij, tingieterij, distilleermuseum, kuiperij enzovoort is

voor de volgende keer.

 

 

 

 

 

Nederlanders maken al eeuwen klompen.

Waarom deze houten schoenen ontstaan zijn weet ik niet, maar hier zie je enkele

 voorbeelden van de antieke exemplaren, in hout natuurlijk, maar meestal met

 een lederen band om de voet goed vast te houden.

 

 

 

 

In de loop der tijden ontstonden er zelfs heel kunstzinnige exemplaren, met hier een

 paar voorbeelden. Deze hier hebben wat Oosterse invloeden, en in het midden

is er eentje met een vogelkop.

Dit waren natuurlijk klompen voor speciale gelegenheden.

 

 

 

 

 

Dit paartje hier is bedoeld voor export naar Japan.

Men is momenteel hardstikke bezig om klompen te ontwerpen, waarmee je 

op tsunamigolven kunt blijven boven drijven.

De zogenaamde TSK’s, ofte de Tsunami Surf Kickers.

 

 

 

 

Dit zijn de porklompen, met een lange scherpe punt vooraan, waarmee je iemand

efficiënt kan aanporren. Ook bekend onder de afkorting AAK, de Agressieve

 Aanporrings Klomp.

 

 

 

 

Tot de sportieve klompen behoren de RSW, de Roller Skate Woodies.

 

 

 

 

De gestroomlijnde sprint klomp, de zogezegde GSK, helpt houterige atleten

nieuwe persoonlijke records te vestigen.

 

 

 

 

Krijg je stippen over je lijf, draag dan gedurende vier dagen dag en nacht 

de MMK, de Medische Mazel Klomp, en deze houten

jongen slorpt als het ware al je stippen op.

 

 

 

 

Voor elk wat wils. De BWO, de Bonte Wandelstok

Omkeerklomp, houdt je recht tijdens je meest vermoeiende uitstappen.

De BWO zelf staat niet recht, en is de enige die ondersteboven gebruikt wordt.

 

 

 

 

Zelfs een model op statief is voorhanden, niet te harden! Beter gekend als de KMK,

 de Kitscherige Molen Klomp. Deze kan je op je kast plaatsen, al dan niet binnenin

 voorzien van een vetplant, een Lievevrouwenbeeldje of ook te gebruiken als

 containertje  voor potloden, pennen en andere kantoorartikelen.

Je kunt hem desgewenst ook aan je voet zetten zoals een klassieke klomp,

maar als je ernstige valpartijen wil voorkomen, combineer hem dan met een BWO.

 

 

 

 

Deze man toont tot in het kleinste detail hoe (vroeger) klompen werden vervaardigd.

Elke dag gebruikt hij zijn reeks machines voor aanmaak van de houten schoenen.

 

 

 

 

En het resultaat is, dat er honderden tegen de muur hangen, en allemaal te koop.

 

 

 

 

De klassieke klomp heeft zelfs de perfecte vorm om te functioneren als ligbad!

Of als reddingsboot, na het stijgen van de oceanen door de klimaatveranderingen.

 

 

 

 

We hebben geluk vandaag! Het Klompenvrouwtje kruist ons pad.

Normaal mag je dan drie wensen doen,

maar vandaag heeft ze een dagje vrij.

 

 

 

 

Er staan zoveel verschillende molens in

deze omgeving, dat het onmogelijk wordt om ze

allemaal te tonen.

Je kunt ze beter rustig bekijken, als je wil, op deze websites:

 

www.zaanseschans.nl/

 

www.leukeuitjes.nl/zaanseschans.html

 

www.cheesefarms.com/nl/catharina/de-zaanse-schans/

 

De laatste website is die van kaasmakerij Willig, die ook hier een vaste stek heeft,

 en waaraan we eerder een bezoek brachten.

 

Er staat hier wel een grappig Zaansch minimolentje. Het staat niet op de

 achtergrond, zoals je misschien zou denken.

Ik sta er pal naast, en ben bijna even groot.

 

 

 

 

De Zaansche Schans is ook een aantal typische huisjes rijk, die er allemaal

 ongeveer uitzien zoals deze. Aan de overkant van de rivier ligt Zaandijk,

met ook weer gelijkaardige schattige houten huisjes.

 

 

 

 

Hier heb je een zicht op enkele van de molens, in een oneindige rij langs de rivier.

 

 

 

 

Dit is nogal een speciale, vind ik. Het is “De Gekroonde Poelenburg”,

een houtzaag-paltrokmolen. Niet meer voor dummies natuurlijk.

Hij heeft de voor een paltrokmolen typerende open achterkant,

zeggen de specialisten.

 

Om andere molens en de omgeving eens rustig te kunnen bekijken,

klik even op de link van dit herfstig Youtube filmpje:

 

www.youtube.com/watch?v=uhEYOLDov80

 

 

 

En hiermee eindigt onze uitstap naar Noorwegen.

Nu komt even wat tijd vrij om wat potten en pannen boven te halen.

Is dát lang geleden!

Tot binnenkort dan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 18:04 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Het ei valt niet ver van de kip*, en…

 

… het IJ ligt niet ver van het schip.

Dat is dan een dubbel doordenkertje (zie verder).

 

Dit stukje tekst gaat (nog) niet over een nieuw uitgetest eierenrecept,

maar (nog altijd) wel over de eindfase van het boottochtje naar Noorwegen.

 

*citaat van Roger Wastijn, mij verder onbekend, maar toch hoop ik dat hij dit leest.

 

Na het definitief verlaten van de Noorse wateren zetten we koers naar Amsterdam,

 altijd een leuke plaats om te verblijven. We pikken nog een schitterende

 zonsondergang mee, vanaf de boeg van de Opera.

 

 

 

Deze reddingsboei zullen we hopelijk ook niet meer nodig hebben.

 

 

 

In afwachting van de aankomst in Nederland probeer ik nog wat Euro’s te

 sprokkelen, maar de bollen willen niet voor mij rollen. 

Misschien is er teveel deining op zee, en rollen ze langs één kant.

 

 

 

 

Dan maar liever een spannend boek lezen in een malse zetel met een muziekje

op de achtergrond en een fris glas bier, in een of andere lounge. Het kan slechter.

 

 

 

 

Uiteindelijk komen we aan in Amsterdam. Het schip meert aan (op de foto) 

helemaal bovenaan rechts, naast het vierkante blokje.

Hier liggen we vlakbij de binnenstad, met alle grachtengordels binnen bereik.

 

 

 

Op de foto, genomen vanaf de Opera, is dat dan aan het grote stenen gebouw

 helemaal rechts in het midden van de foto.

 

 

 

Het schip ligt dus niet te ver van het IJ, tegen het “Muziekgebouw aan ’t IJ”.

 

 

 

 

 

Hoog tijd om de mastodont te verlaten en wat kan je beter doen, dan Amsterdam

te verkennen vanaf het water in een platte schuit?

Voor wie het nog niet gedaan heeft: het is en het blijft een aanrader.

Dertig jaar geleden heb ik hetzelfde al eens gedaan en er is intussen

hier niet veel aan veranderd. Aan mij wel daarentegen. 

 

 

 

 

Op vele plaatsen staan de statige herenhuizen nog altijd recht.

Wel zie je meer wagens dan toen, wat het stadsbeeld niet verfraait natuurlijk.

 

 

 

 

In de echte binnenstad drijven nog altijd massa’s woonboten, waarvan bij

sommigen de tuin groter is dan de woning: tuinboten als het ware.

 

 

 

We varen onder ontelbare bruggen, sommige wel breed genoeg, andere heel krap

 om het bootje er te kunnen doorwringen. Boven het water en de bruggen speelt zich

 intussen een andere wereld af.

 

 

 

Een kiekje van de prachtige Westertoren, met zijn voetjes bijna tot

in het water, mag zeker niet ontbreken.

 

 

 

Aan de kant zijn er heel wat gebouwen opgesmukt,

en de gezelligheid straalt er zo af. 

 

 

 

Er liggen natuurlijk ook grote hoeveelheden woonboten

met terras, voorzien van parasol en straatverlichting en al de andere poespas.

 

 

 

Als je in de buurt van Amsterdam komt, moet je niet alleen gaan varen

op de grachten, maar natuurlijk ook op zoek gaan naar de andere Hollandse

 typische dingen. Tulpen staan nu niet in bloei, wat blijft er dus over?

Kaas natuurlijk!

Met z’n allen met de bus op naar Edam en omstreken, de smakelijke bollen gaan

 bekijken en proeven!

We bezoeken de kaasmakerij Willig, de grote naam in de streek.

Het familiale bedrijf ligt achter het authentieke woonhuis.

 

 

 

De moederkoe “Bella”, waarmee alles begonnen is, is nu op rust gesteld,

en mag in de voortuin wat stoeien en ravotten. Bekijk even de ogen van dat beest.

Kom op zeg, zo worden je ogen pas als je een overdosis epo op hebt!

Een renner die zo in de Tour de France rondloopt, moet zelfs niet meer gaan

 plassen. Die mag zonder meer zijn valies nemen en naar huis gaan.

 

 

 

 

We gaan geen pellicule meer vuilmaken aan kaastroggen of gistingsprocessen.

Veel interessanter wordt het als we mogen poseren met

de enige echte Willige kaasvrouw, in voltooid ornaat.

 

 

 

Dit lijkt een doorsnee, niet doorgesneden Willige Hollandse kaasbol, maar in

werkelijkheid is het de achterkant van een tankwagen, al of niet gevuld met melk.

 

 

 

 

Als we terug in Amsterdam komen ligt het schip er gelukkig nog, maar niet

lang meer. Er hebben zich intussen al een paar woonbootjes definitief

tegenaan gevleid aan de zijkant. Die Hollanders zijn er wel snel bij.

Geen plaatsje blijft onbenut voor de Amsterdamse woonboten.

 

 

De zijbootjes worden met zachte hand even tot zinken gebracht,

en we verlaten definitief de haven van Amsterdam.

Nederlanders houden ontzettend veel van pontjes.

Hier zie je er twee, die onophoudelijk de rivier kruisen in de twee richtingen.

In België, zeker in Antwerpen, houdt men meer van bruggen, maar men

bouwt ze nooit. Misschien is dit een idee?

 

 

 

Voor het laatste deel van deze trip heb ik nog iets apart gehouden: een

 doordringend bezoek aan de Zaansche Schans, ook weer in de buurt van

 Amsterdam. Zeker de moeite waard, en dat is voor de volgende maal!

 Come and see next week!

 

Geschreven door grob om 16:51 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (11): op de A in Ǻlesund staat een rare punt

 

Ǻlesund, Norge. Ik weet niet hoe je die Ǻ moet uitspreken, of hoe ze daar is

 terechtgekomen, maar het zal me een worst wezen. Soms wordt de naam van de

 stad ook Aalesund geschreven. Ook vreemd. Feit is dat het een prachtige stad is,

 waar het cruiseschip probleemloos kan aanmeren vlak tegen het langgerekte

 centrum.

 

Op het wapenschild van de stad staat een vissersboot, die sterk doet denken aan

 een drakar of snek van de Vikings.

De vissen, afgebeeld onder de boot, wijzen er op dat hier een en ander om vis

 draait.

 

 

 

De stad situeert zich op een smalle strook, temidden van een wirwar van eilanden,

 schaars bevolkt, maar toch allemaal verbonden door bruggen en/of tunnels.

 

 

 

De havengeul is helemaal natuurlijk, en gaat diep in het eiland. Hierdoor kunnen 

de privé-bootjes aanmeren tot in het centrum van de stad. Cruiseschepen mogen

 aanleggen aan de zuidkant van het eiland, zoals te zien op de foto.

 

 

 

 

Je komt hier beter weg met een bootje dan met een auto, en deze foto illustreert dit

 onmiddellijk. De stad is gebouwd op de rand van de zee.

 

 

 

Een briesende ouwe motorboot, bemand door een macho, vertrekt naar het ruime

 sop en laat een spoor van opspattend schuim achter.

 

 

 

Even verder staat een bruingebrand meisje naast haar luxewagen.

De Noordkaap is hier blijkbaar al veraf.

 

 

 

Het lijkt wel (maar is het niet) een fotosessie, met de bruine speedboot al een eind

 op zee, en ook andere boten die dezelfde weg op gaan.

 

 

 

 

Deze vuurtoren, genoemd Molia Fyr, is hotelkamer 47 van hotel Brosundet,

waar je ook in 46 “normale” kamers kunt boeken.

En, als je me niet gelooft, kan je eens klikken op de volgende link: 

 

http://www.unusualhotelsoftheworld.com/MoljaLighthouse 

 

Het interieur van de hotelkamer is volledig rond en slechts drie meter in diameter.

De kamer omvat een slaapkamer boven en een badkamer beneden.

Het interieur is ontworpen door Snohetta, het meest bekende Noorse

 architectenbureau, dat ook het Ground Zero Museum mag ontwerpen in New York.

 Dat is wel iets ruimer.

Deze aparte kamer wordt bijna uitsluitend gereserveerd door pas gehuwden,

om de eerste huwelijksnacht door te brengen. Privacy verzekerd.

Mocht je ook eens willen reserveren, reken dan op een 550 € per nacht, taksen,

 parking, enzovoort niet inbegrepen. (zie de website). 

 

 

 

 

In de havengeul ligt het vol met kleurrijke bootjes.

Flanerende toeschouwers maken het straatbeeld compleet.

 

 

 

Links ligt een witte reddingsboot (voornamelijk bedoeld voor bruidegoms,

die mogelijk ’s nachts uit de vuurtoren springen), en aan de rechterkant zie je

een oranje loodsboot.

Het gebouwtje tussenin is een bushokje, maar dan voor boten.

Van hier kan je inschepen met het openbaar vervoer naar een reeks naburige

 eilanden. Anders dan bij ons.

 

 

 

 

We wandelen verder in de havengeul tussen antieke en ultramoderne boten.

Links is het Brosundet Gastehus, met 46 traditionele kamers, het moederhotel

van de vuurtoren.

 

 

 

De havengeul eindigt aan een brug, met een mooi uitzicht op de omgeving.

 

 

 

 

Alesund wordt door velen beschouwd als de mooiste stad van Noorwegen,

door zijn aparte ligging en de vele mooie gebouwen, in harmonie met elkaar.

 

 

 

 

 

Daar waar een brug beide stadsdelen verbindt, ligt een gezellig pleintje,

met zitbanken en iemand die haringen staat te pellen, veronderstel ik.

In de stad wonen ongeveer 40000 Noren. Sinds 1848 heeft Alesund stadsrechten. 

De volgende 50 jaar groeide de bevolking aan van 1200 naar 10000 zielen.

 

 

 

 

De aanwezigheid na 1860 van enorme scholen kabeljauw verklaart mede deze

 bevolkingsexplosie. De stad ontwikkelde zich tot een van de grootste 

vissershavens van Noorwegen en tot belangrijkste exporthaven van stokvis.

In 1904 zijn alle (houten) huizen verwoest door een brand.

Dat speelde zich af in de tijd van de Art Nouveau/Jugendstil.

De stad is dan helemaal in die stijl heropgebouwd.

Vandaar de unieke eenheid in bouwstijl.

 

 

 

 

Naast de al vermelde tragische gebeurtenis in Alesund 

is er nog een andere.

Het is vandaag de dag dat naar jaarlijkse gewoonte

bij mijn persoonlijke teller eentje wordt bijgezet.

Twee zessen aan elkaar is het verdict. Met mijn beperkte 

fysieke mogelijkheden kan ik voor de foto slechts één 

enkele zes aanduiden. Je kunt het resultaat trouwens al 

aan mij zien: mijn bovenste stuk is nog in orde, maar

door de hoge leeftijd zitten mijn benen al in de krimp.

Elk jaar vanaf nu meet ik één centimeter minder, 

hebben ze me gezegd.

 

 

 

 

Waarschijnlijk ga ik eindigen zoals een trol, met superkorte 

beentjes. Zoals deze hier.

Hopelijk worden mijn oren niet zo groot!

 

 

 

De wolken pakken zich samen boven Alesund.

Tijd om op te stappen.

De toeter van het schip laat zich nog eens horen, en weg zijn we.

 

 

 

 

Dit moet meteen het afscheid zijn van Noorwegen, maar als troost  wacht ons nog

 een stevig dessert: Amsterdam en omgeving.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (10): trip tot in Giske, met Søske en zonder Wiske

 

 We varen een eind verder naar het zuiden, tussen alweer een wirwar van eilanden

 en diepe fjorden, tot in Alesund.

 Een brede baai geeft toegang tot de binnenhaven en de stad.

 Voorlopig is het weer nogal zwaar bewolkt, maar daar komt verandering in.

 

 Alesund is de grootste vissershaven van Noorwegen. De stad is gebouwd op het

 schiereiland Yksnøya en ligt ook nog verspreid over enkel andere eilanden.

 Maar daar komen we op terug, want dadelijk na het ontschepen  is al een uitstap

 voorzien met een autocar naar enkele eilandjes in de buurt.

 

 

 

 

Op de satellietfoto zit de stad met 40000 inwoners onder de rode punaise. 

We bollen eerst naar een eiland in het noorden, met de welluidende naam Valderøy.

Klinkt als een naam van een romantisch kasteel in een VTM soap.

Dank zij de petrodollars, of liever de petrokronen  van Noorwegen, is alles met alles

 verbonden door een supermodern netwerk van onderzeese tunnels en/of bruggen.

Vanuit Valderøy kan men dus nog verder op vier wielen naar het noorden via een

 brug tot op het eiland Vigra (geen tikfout!).

Daar gaan we veiligheidshalve niet naartoe, maar wel later naar het eiland Giske,

 verbonden met Valderøy door twee stevig uit de kluiten gewassen bruggen.

 

 

 

 

We vertrekken dus vanuit Alesund en de bus duikt een smalle, maar splinternieuwe

 tunnel in.

Op de wegmarkering van de foto staat een kleine, maar ernstige schreiffout,

maar dat kan iedereen overkomen.

De meeste onderzeese tunnels in Noorwegen hebben maar één enkel rijvak,

om de uitgaven te beperken waarschijnlijk. Nochtans is dit niet onlogisch:

 uiteindelijk is er in deze tunnels héél weinig verkeer, en onderweg zijn er in de

 tunnel zelf uitwijkplaatsen op vaste afstanden.

Wie in de tunnel de lichten ziet verschijnen van een tegenligger, wijkt uit en stopt

 even aan de eerste nis aan de rechterkant,  en men laat de andere automobilist

 eerst voorbijrijden. 

 

 

 

 

Valderøy is vrijwel plat. Het enige gebouw dat enigszins uitsteekt,

is de plaatselijke vuurtoren. De toren is, op het topje na, volledig

opgetrokken uit hout. Beneden rechts is er een museumpje

en een winkeltje, maar dat laten we nu beter links liggen.

 

 

 

 

Als eerste van de groep beklimmen wij de steile trappen

tussen de verschillende verdiepingen met planken vloeren, waar wat

oude rommel en gereedschap staat.

Greta, sportief als ze is, bereikt als eerste de top en mag de metalen deur openen

om te genieten van het prachtig zicht.

 

 

 

 

Het oogsten is net gebeurd, en het resultaat is verpakt in plastic balen.

In Noorwegen noemt men deze witte producten 'tractoreieren 'of ook 'trollendrollen'.

 

 

 

 

Vlak in de buurt van de vuurtoren ligt een zandstrand, maar pootjebaders

of andere zonnekloppers behoren niet tot de aanwezigen.

 

 

 

 

Schitterend weer vandaag, en de vuurtoren werpt zijn schaduw vooruit.

In de schaduw van de kop zie je ongetwijfeld een aantal rode stippen.

 

 

 

 

Het is een kunstwerk, met als titel “Running Canoes”.

Een merkwaardig stuk is het, want elke avond worden

de kunststoelen binnen genomen, en ’s morgens

opnieuw in een andere volgorde buiten gezet.

Elke dag staat er dus in feite een ander kunstwerk.

Het is te koop.

 

 

 

 

Het is trouwens een van de weinige kunstwerken

met praktisch nut, want je kunt het ook gebruiken om te genieten

van het heerlijke landschap.

 

 

 

 

 Ook onze gids Søske, doet hier zijn dagelijkse turnoefeningen, omringd door het

 prachtige landschap. Ofwel tuurt hij de zee af, op zoek naar een glimp van Wiske.

 Wie zal het weten?

 

 

 

 

Intussen tracht ik een beetje orde te scheppen in de wirwar van tractoreieren.

Het bollen met de trollendrollen lukt me niet ten volle.

 

 

 

 

Tijd nu om over te steken naar het eiland Giske. We rijden van rechts naar links

over een brug, een eiland, en nog een brug. Giske is een eilandje, waar wat

aan landbouw gedaan wordt. Dat kan je goed zien op deze satellietfoto.

 

 

 

 

Noorwegen is het land van de boten. Bijna elke Noor heeft een boot(je).

Ook op dit eiland zijn er meer bootjes dan wagens.

Niettegenstaande de zeer kleine lokale populatie zie je op de satellietfoto toch

twee jachthavens aan de zuid- en oostkant van het eiland.

 

 

 

 

Hoewel zeer klein in aantal beschikken de Giskenaren over een merkwaardig

 kerkje, het “Giske Kyrkje”. Voor degenen die hier een communietje willen vieren,

 of een andere religieuze bezigheid willen uitvoeren, laat ik meteen het

 telefoonnummer achter.

 

 

 

  

Het kerkje, van een of andere protestantse strekking, is best gezellig.

Binnen worden we vergast door de plaatselijke gids, die vanaf de preekstoel

al de merkwaardigheden van Giske ontrafelt en onthult.

 

 

  

Helemaal rondom de kerk ontplooit zich het kerkhof, of is het dé kerkhof?

Nog een weetje, voor ik het vergeet. Nu we rond rijden op deze en andere eilandjes,

 maakt Søske er ons op attent, dat alle Noorse (houten) huizen vooraan wit zijn

 geschilderd en achteraan rood, of een andere kleur.

 Verklaring: witte verf was duurder dan rode, en iedereen wil een welstellende

 indruk maken op de voorbijgangers.

 

 

 

 

Nog een merkwaardig iets. Als je de namen leest op de grafzerken

van Giske kom je tot de vreemde conclusie dat de naam

van ten minste de helft van de bewoners luidt: 'Giske'.

Raar maar waar.

 

 

 

 

 

 Voor onze gids is deze bezigheid slechts een seizoensjob.

 In de winter doet hij totaal andere dingen. Dat omvat onder meer:

 rendieren verzorgen, sponsors zoeken voor geschenken, reisplannen ontwikkelen.

 Op 24 december rijdt hij de ganse nacht rond in de rendierenslee en met zijn

 roodwitte muts, om geschenkjes te bezorgen aan de brave kindjes.

 

 

 

 

 

Een andere merkwaardigheid op het Noorse platteland: veel daken zijn bedekt

met aarde. Na een tijd begint daar dan het onkruid welig op te tieren.

Hoe geraakt men daar van af? Men zet een geit op het dak.

Op deze foto is het nog niet gelukt. De geit nam een dag vrijaf.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 15:53 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (9): Tromsøya, eiland zonder strand

 

We varen stilaan naar het zuiden, tussen een wirwar van eilanden en diepe fjorden.

Er is een stop in Tromsøya. Het is een eiland zonder strand, maar dat is 

ook niet nodig, want het ligt nog circa 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel,

 dus zonnebaden is niet direct aan de orde.

Op de satellietfoto zit het onder de blauwe punaise.

 

 

 

Tromsø is de naam van de lokale stad, die voor een deel ook op het vasteland ligt.

 Het stadscentrum bevindt zich onder de blauwe punaise op volgende foto.

Vanuit deze stad vertrokken en vertrekken de meeste expedities naar de

 Noordpool en de Zuidpool.

Deze plaats ligt nagenoeg op 70° noorderbreedte, wat overeenkomt met de

 geografische breedte van Alaska en Siberië. Van eind november tot half januari

 heeft de stad te maken met de poolnacht, en het wordt dan nooit echt licht.

 

Tromsø is in het bezit van enkele merkwaardige records.

Het is de grootste stad van gans Scandinavië ten noorden van de poolcirkel,

en herbergt de meest noordelijke universiteit (gesticht in 1968), de meest

 noordelijke brouwerij en ook meest noordelijke kathedraal ter wereld.

De universiteit is vrij gespecialiseerd en omvat het Noorse Instituut voor

 Poolonderzoek en een instituut dat onderzoek naar het noorderlicht doet.

Aan de universiteit is een universitair ziekenhuis verbonden.

De stad leeft hoofdzakelijk van onderwijs en onderzoek, en de vangst en

export van vis en satelliettechnologie.

Tromsø is een dynamisch centrum, ingekapseld in een prachtig fjord- en

 berglandschap.

 

 

 

De tamelijk recent uitgebreide stad telt 63000 inwoners, waarvan ongeveer 50.000

 op het centrale eiland wonen. Met een oppervlakte van 2558 km²,

enerzijds gelegen op het Noorse vasteland, en daarenboven verspreid over

 meerdere eilanden, is de gemeente Tromsø een van de meest uitgestrekte

steden van Europa.

Na de oorlog groeide de stad snel. In 1960 verbond een brug Tromsø met

het vasteland.

De meer dan 1000 meter lange brug situeert zich op de foto hieronder,

direct rechts van de naamvermelding Tromsø.

Je kunt op de satellietbeelden zien dat het eiland ook nog verbonden is met

het vasteland (rechts) met een lange tunnel. Via een andere lange brug kan

je moeiteloos naar het eiland Kvaløya, aan de linkerkant. De Noren hebben

handig ingespeeld op de aanwezigheid  van de winning  petroleum op zee, en

een groot deel van de  inkomsten uitgegeven aan een fantastisch netwerk van 

bruggen en vooral tunnels over het ganse grondgebied. In Tromsø is sinds 1964

is het inwonersaantal verdubbeld, en op het eiland is ook een luchthaven gebouwd.

 

 

 

 

Met de kabelbaan kan men naar boven om te genieten van een prachtig panorama

 van de stad en de omgeving. Vanaf zeeniveau stijgt men direct naar een hoogte

 van 421 m, op de berg Storsteinen. Het panorama op de stad is fantastisch.

In de brug is in het midden een opening voorzien om supergrote schepen door te

 laten. Het witte driehoekje, net naast de brug aan de rechterkant, is de Arctische-

of IJszee kathedraal.

 

 

 

 

Boven op de toendraheuvel heb je een breed zicht op een reeks eilanden in

de buurt, die er een beetje wazig bijliggen, maar zorgen voor sfeervolle foto’s.

 

 

 

 

Honderd jaar geleden zag Tromsø er heel anders uit. Deze archieffoto toont ons

 een klassiek piepklein vissersdorpje, met een kerk en een verborgen haventje,

 midden in de prachtige natuur. Alleen enkele lokale vissers maakten de dienst uit.

Vandaag treft men in de stad meer dan honderd verschillende nationaliteiten aan.

Vooral dankzij de universiteit, die talloze uitwisselingsstudenten van over de hele

 wereld aantrekt.

Russen en Finnen zijn de belangrijkste minderheden (behalve andere

 Scandinaviërs).

 

 

 

Boven op de berg leeft nog een traditionele Lappenfamilie, en geen nep deze keer.

 De tenten zijn nog van het traditionele type, maar de materialen zijn aangepast,

en ze beschikken over gemotoriseerd vervoer.

 

 

 

 

Net als op andere plaatsen in de bergen staan overal piramiden van losse stenen,

 die wandelaars achterlaten als geluksbrenger. Dit is de laatste foto die ik hier kan

 nemen, want Greta is al tot de helft in het  Lappendrijfzand aan het verzinken,

en roept super dringend mijn hulp in voor een heldhaftige redding.

 

 

 

 

We hebben een jonge vrouwelijke Nederlandse gids ter onzer beschikking,

en een autocar om ons op het eiland rond te rijden. We bezoeken de univ,

het oude gezellige stadscentrum, en langs de kant van het vasteland gaan we een

 blik werpen, maar niet letterlijk, in de Arctic Cathedral.

 

 

 

 

Het is een prachtig maar eigenlijk sober gebouw, dat onmiddellijk alle aandacht

naar zich toe trekt als je er in de buurt komt. Ergens doet het me een beetje

denken aan het operagebouw van Sydney. Het moderne gebouw heeft

een glazen 35 meter hoge gevel, en werd in 1965 ingewijd.

 

 

 

 

Binnenin is er helemaal geen pracht en praal te zien, zoals wij

dat wel gewend zijn in de katholieke kathedralen. Alles is heel

minimalistisch, maar stijlvol opgebouwd. 

 

 

 

De structuur en lijnenspel van de orgelpijpen past perfect

bij de muren en de gewelven.

 

 

 

Aan de kant van het altaar staat een buitengewoon

gebrandschilderd glasraam. Het is 23 meter hoog

en heeft een oppervlakte van 140 m². Het bedekt de

gehele oostelijke wand van de kerk en weegt 140 ton.

 

 

 

 

We hebben een bijzonder goede gids, die het “warme” 

Nederland heeft ingeruild voor een vaste stek in Tromsø, 

en het hier best gezellig vindt.

Voor het laatste bezoek op het eiland brengt ze ons naar het 

Tromsø Museum. Dit staat onder meer in het teken van de Lappen.

In het begin van de twintigste eeuw is er een Noorwegisatie geweest van de

 Lappen, waarbij de taal en de cultuur moest verdwijnen, maar nu heeft men het

roer weer omgegooid. Een compleet overzicht van de (vorige) levenswijze en

 cultuur moet bewaard worden voor het Scandinavische nageslacht.

 

 

 

 

De Scandinavische bevolkingsgroep die bij ons bekend staat als Lappen, heet

 officieel “Saami”. Spreek uit sa-a-mi, zonder een letter “l” ergens in het midden.

Na een lange periode van verdrukking, laat deze groep zijn aanwezigheid opnieuw

 voelen. De meeste Samisch sprekende inwoners immigreerden naar Tromsø

 vanuit andere Samisch sprekende streken in het Noorden en Oosten van

 Scandinavië.

 

Het Tromsø Museum in het Volkspark houdt alle nuttige info bij over de

 natuurkundige en culturele geschiedenis van Noord-Noorwegen. Dat houdt ook in:

 uitgebreide informatie over het verleden en heden van de Saami.

Hier zie je de fameuze rode Lap, waar de stieren zo beducht voor zijn.

 

 

 

 

 

Dit is nog een ander huiselijk tafereel, met achteraan rechts een Lappenmand, en

 op de voorgrond een dronkenLap die niet meer recht geraakt. Links hangt een

 ketel aan een ketting. In Lapland krioelt het ook vandaag nog van de ketellappers.

 Senioren in onze streken kennen zeker nog de uitdrukking: “een Lap op de ketel

 zetten”. De ketel staat al klaar. Het is nu nog wachten op een Lap.

 

  

 

 

Deze transportabele Lappenwoning bevat de woonkamer, badkamer en

 slaapkamer(s). Enkel de keuken is buiten goed zichtbaar, onderaan rechts.

 

 

 

Lappen hebben geen koeien. De rendieren nemen die rol in de voedselketen over,

 maar tegelijk worden ze ook gebruikt als transportmiddel.

Vraag het maar aan de Kerstman.

 

 

 

In het museum worden ook tal van andere thema’s behandeld, zoals natuurbehoud,

 historische vondsten, religieuze aspecten enzovoort.

Teveel om op te noemen en te fotograferen.

 

 

 

 

Let nu goed op!

Op deze foto zie je rechts een gewone Lap, ditmaal in een houten tent.

De linker Lap daarentegen is een topLap.

Hoe ik dat weet? Hij werkt al met een laptop.

Ik vermoed zelfs dat de rechter Lap een zuipLap is, want hij houdt een verdachte

 container in zijn hand en hij zit daar zomaar doelloos te niksen met een warrige blik.

De linkse met zijn PC, is een uitgesproken laptop Lap.

Nochtans: het toetsenbord ziet er niet zo gesofisticeerd uit.

Hij gebruikt duidelijk nog geen top laptop.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 11:23 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (8): ook de Lappen kunnen zappen

 

We vertrekken met de bus, en worden vriendelijk en uitvoerig

uitgewuifd door een lokale King Crab.

Deze enorme beesten horen hier eigenlijk niet thuis, en zijn geen

krabbetjes om zonder handschoenen aan te pakken..

Traditioneel werden ze door de Russen in hun natuurlijke biotoop

gekweekt in Kamchatka, dan gevierendeeld en in blik gewrongen

voor de export. Toevallig waren er enkele exemplaren door de mazen

van het Russische net geglipt, en een tocht langs de noordelijke

kusten begonnen. Ze zijn nu al een eindje in Noorwegen geraakt

tot groot plezier van de plaatselijke gastronomen.

 

 

 

Onderweg zien we rendieren lopen. Let wel, ze zijn niet wild. Het zijn de gewone

 huisdieren van de Lappen. De meeste exemplaren zijn al zo verstandig niet door

 de toendra te rennen, maar verkiezen het comfortabele asfalt. Er zijn een zestal

 rendieren die niet alleen kunnen rennen, maar ook kunnen vliegen.

Die mogen dan mee met de Kerstman op zijn jaarlijkse sleetocht naar het zuiden.

 

 

 

 

Dit is geen omgekeerdelappenmand, maar een Lappentent.

We rijden inderdaad door Lapland, dat zich uitstrekt over het noorden van

 Noorwegen, Zweden en Finland.

De Lappen zijn in principe nomaden, die hun rendierentrek volgen.

Links en rechts zijn er wat dissidenten onder de Lappen, die  ter plaatse blijven.

 

 

 

 

Zoals deze hier. Alle bussen stoppen op deze plaats, zodat de toeristen 

een paar autochtonen van dichtbij  kunnen bekijken,

en hun actuele kennis van het Laps  kunnen testen.

 

 

 

 

Op het ogenblik dat de meeste toeristen de plaat poetsen,

terug naar de bus, krijgt deze Lap een inkomend gesprek

op zijn smartphone. Mij heeft hij niet kunnen verschalken,

en hij weet het, want hij kijkt net in mijn richting.

Gelukkig zijn de Lappen eerder vredelievend, want omdat

ik hem ontmasker, zou hij evengoed kunnen reageren

als een stier op een rode Lap.

 

 

 

 

Hieronder staat dezelfde foto, maar uitvergroot.

Eigenlijk probeert hij de toeristen voor het Lapje te houden,

door zogezegde middeleeuwse toestanden uit te beelden.

Je kunt goed zien dat hij zijn mobieltje tracht te verbergen in zijn hand,

terwijl hij volop een conversatie voert.

Niets is wat het lijkt, ook niet bij de Lappen.

Eén ding heb ik weer bijgeleerd: de Lappen kunnen al zappen.

 

 

 

 

Natuurlijk is deze Lap met tent en rendier slechts een lokmiddeltje, om de toeristen

 dichterbij te brengen, want er is vooral het toeristenwinkeltje, waar mama Lap

  volop in het zonnetje, haar waren aan de man brengt.

Hier promoot ze het allernieuwste model iPod.

 

 

We rijden verder na dit intermezzo. De route naar de

Noordkaap toe is zeer bizar en geeft de impressie

van een rauw poolgebied. De tolweg E69 door de toendra,

is smal en kronkelend, en gaat langs diepe afgronden.

De donkere, gegroefde leisteenrots rijst tot 300 meter

hoogte op uit de Noordelijke IJszee.

 

 

Op dit moment is het nog zonnig, waarbij de zon al laag begint te staan.

We zijn er bijna, maar boven de ultieme Nordkaap in de verte beginnen

de wolken zich op te stapelen.

 

 

 

 

Nog slechts een vijftal kilometer scheiden ons van de kaap, en de mist wordt stilaan

 dikker. Dat voorspelt weinig goeds.

 

 

 

We komen uiteindelijk aan op de parking van de Noordkaap, en er staan al

 tientallen autobussen, verspreid in de mist.

Dit Tourist Centre is een attractie op zichzelf.

Ook diegenen die de middernachtzon niet te zien krijgen kunnen hier

gedurende een paar uren merkwaardige dingen zien en doen.

De Noordkaaphal is bijna volledig uitgehouwen in de rotsen.

Er zijn restaurants, reusachtige souvenirwinkels en een postkantoor.

Je kunt afdalen naar een groot raam dat een fantastisch uit zicht op zee biedt.

Je kunt hier ook persoonlijk lid worden van de Koninklijke Noordkaap Club.

Vanuit de grote hal kan men via reusachtige deuren naar het ultieme rotspunt.

 

Het is een vreemd verschijnsel, maar sommige mensen voelen zich voor het eerst

 van hun leven de behoefte hun persoonlijke stempel achter te laten.

Ze krassen op de meest onmogelijke plaatsen hun naam in een rots.

Zelfs koning Chullongkorn van Thailand, liet zich in 1907 verleiden tot deze vorm

van graffiti. Hij liet zijn naam vereeuwigen op een rots die nu in het Thaise paviljoen

 in de Noordkaaphal te zien is. Een substantieel aandeel van de daar te

 bewonderen objecten bestaat uit de attributen waarmee prinses Maha Chakri

 Sirindhorn het paviljoen ter herinnering aan haar grootvader opende.

Vandaag is het op de kaap nogal wazig geworden.

Als je naar buiten kijkt zie je slechts enkele tientallen meter ver.

 

 

 

 

In de rotsen is er ook een unieke kerk.

De kleuren zijn fantastisch. Hier zie je het altaar.

 

 

 

 

Hier staan stoelen voor de gelovigen.

Het lijkt alsof er elke seconde ijspegels van

het plafond gaan vallen.

 

 

 

 

In de hal hangt een paneel met foto’s over het

fenomeen van de middernachtzon.

De middernachtzon schijnt hier, op 71º 10’ 21,

van 14 mei tot 29 juli, wat overigens niet wil zeggen dat zij dan ook

werkelijk te zien is. Hier bij de overgang van de IJszee naar de warmere

Golfstroom vormen zich vaak mistbanken. Als het in Honningsvåg mistig is,

kan het op de Noordkaap stralend weer zijn en ook omgekeerd.

Volgens de statistiek ziet maximaal 10% van de bezoekers de bloedrode

 middernachtzon, die hier om 0.21 uur haar laagste stand bereikt.

Onze toestand is dus normaal, want wij zijn bij de 90% mistkijkers.

 

 

 

 

 

Ik ga even buiten om een foto te nemen van dit ultieme monument in Europa.

Ik heb in mijn leven nog nooit zo’n kou gehad, en dat komt door de mist

en de ijzige wind vanaf de pool. Mijn vest is prima koudebestendig,

maar ik mis een paar warme handschoenen.

 

 

 

 

Er zijn verscheidene monumenten, maar ik vind ze niet

allemaal. Voor ik bevroren terug naar binnen ga, zie ik er

nog één, dat herinnert aan het bezoek van Louis Philippe

van Orleans in 1795.

 

 

 

 

Als ik nu terug naar binnen kijk, zie ik de reflectie van het

hoofdmonument in de ramen.

 

Het ijzeren hekwerk langs de rand van de rots, dat je ook op de foto ziet,

moet verhinderen dat toeristen, verblind door de laagstaande zon omlaag storten.

Vandaag is dat zeker niet het geval.

 

 

 

 

Greta heeft verkozen van de polaire kou niet te trotseren, en studeert volop, 

zelfs na middernacht, in een wetenschappelijk werk in een hoekje van de bar.

 

 

 

 

Ikzelf moet even bekomen van de poolkoude, in het illustere gezelschap van de

 Noorse Koning Oscar II, de eerste echte VIP bezoeker en promotor van de Noordkaap.

 

 

 

 

Als we achteraf met de bus enkele kilometer uit de kust zijn, is het weer zonnig.

De Lappen zullen tevreden zijn.

 

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 23:24 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (7): aan de Noordkaap groeit zelfs geen raap

 

"Welkom" zegt deze eenmalig vriendelijke trol.

 

 

We lopen toch nog even rond in het vissersplaatsje Honningsvåg.

Er is geen fluit te zien, maar het dorp is verbazend fotogeniek,

en intussen schaven we onze kennis van het Noors nog wat bij.

 

Hier staan we voor het gebouw van de plaatselijke radio

Kystverket (Kustwereld). Het is waarschijnlijk de enige

radio die de inwoners kunnen ontvangen in deze regio.

 

 

 

Op de parking van het dorpje staat een autocar uit Spanje,

meer bepaald uit Asturië. Die zijn wel even uit de richting.

Ik herken de afkomst eerst aan het soort nummerplaat,

ons welbekend.

 

 

 

 

In het commercieel centrum, als ik dat zoal mag noemen,

zijn in een minuscuul winkeltje huiden en geweien te koop van rendieren.

 

 

 

In deze streek leven nauwelijks vogels.

Logisch eigenlijk, bij gebrek aan bomen.

De meest voorkomende soort zijn papegaaiduikers.

Dit groepje is mooi komen poseren voor de foto.

 

 

 

 

We hebben zelfs een winkel gevonden uitgebaat door een West-Vlaming.

Vertaling: in deze koopjestijd verkoopt hij de helft van zijn waren aan halve prijs.

 

 

 

 

Wat in dit onooglijke plaatsje van 4000 inwoners vooral opvalt, is het aantal kerken

of bidhuizen, zoals dit hier.

 

 

 

 

Zelfs de Bap- en andere tisten hebben hier hun eigen religieuze omgeving.

 

 

 

En dan is er ook ook nog het mooie hoofdkerkje, dat op een heuveltje ligt.

 

 

 

De verklaring is natuurlijk dat de meeste inwoners enkel bezig zijn met visvangst.

Terwijl de mannen op de woeste zee de glimmende waterbeesten bovenhalen

bidden de vrouwen om de heren heelhuids te laten terugkeren.

Voor de vissers die het overleven, en uiteindelijk met pensioen mogen, is er dan

 ook een ‘welvaartsstation voor vissers’, de gepensioneerdenclub zeg maar.

 

 

 

 

Dit is het standbeeld voor Harald, de eerste grote Noorse visser.

Nog vóór de Noren vissers waren, stonden ze bekend als Vikings.

Er waren toen nog niet veel supermarkten, en om hun winkelwaar

aan te schaffen  gingen de Vikings wat plunderen in de zuidelijke

landen (want verder naar het noorden was natuurlijk niets eetbaars).

Toen ze ook in onze streken alles hadden meegenomen,

zijn ze naar Amerika gegaan om daar wat te shoppen.

Iedereen weet dat ze Colombus 500 jaar vóór waren, maar ze konden

niet schrijven door hun altijd bevroren vingers, en er zijn dus nog geen

tastbare bewijzen gevonden.

 

Een van die Vikings, Harald van Honningsvåg, zag hoe Amerikaanse

beren in de bergrivieren de zalm in de vlucht pakten.

Hij kwam op het idee om dat ook met zeevis uit te proberen, en met succes.

We zien hem hier vereeuwigd met zijn eerste buit, in de vlucht gepakt!

Sindsdien hebben de Noorse Vikings zich volledig toegelegd

op de visvangst, en ze lieten de Zuiderse landen met rust.

 

 

 

 

Soms loopt er al eens iets mis met een visser.

Gelukkig hebben ze hier voor alles de nodige voorzieningen, zoals deze

combinatie van ‘bloemenwinkel & begrafenisbureau’.

Alles in één.

 

 

 

 

Even een blik op de haven om te zien of de Opera er nog ligt. Sinds vorige week

op dit schip alle toiletten overstroomden, op drift in de Baltische Zee,

en de passagiers zich moesten behelpen met plastic zakjes

die ze in zee wierpen, doet er al een nieuwe naamsafkorting

de ronde voor de Opera: Onze P*s Eerst ‘R Af!

 

  

 

 

Greetje met haar pijnlijke rug komt nu toch aan wal ook

een fris poolluchtje scheppen, en zelfs de trol is er blij om.

 

 

 

 

 

 

Ik had hier helemaal niet meer op gerekend, en van verbazing

valt mijn mond open, en ook die van het hondje aan mijn zij.

 

 

 

Soms zijn er wilde massabetogingen in Honningsvåg.

De tienduizenden demonstranten worden dan op afstand

gehouden door machtige waterkanonnen die van op zee

kunnen opereren.

 

 

 

Vanavond maken we ons gereed om naar de Noordkaap te gaan.

Haasten is er niet bij, want het blijft nu continu licht tot begin augustus.

 

  

 

 

We gaan dus nog eerst even naar de kade, waar we ons

MSC bootje terugvinden. Door de minder goede weerklank

die MSC onlangs in de media heeft gekregen, gaan er

trouwens stemmen op om de naam te veranderen in

Motorloze Stinkbak Company.

 

  

 

 

Om aan het schip te komen moeten we maar een kleine avstand afleggen.

 

 

 

De avstand naar de Nordkapp is iets langer, zo’n 35 km.

Daarvoor gaan we dan toch maar liever in een autocar stappen.

Onderweg komen we welgeteld één kruispunt tegen. De E69 is zelfs een tolweg!

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 22:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (6): in Honningsvåg is het altijd dag

 

In het noordelijkste stukje van noord-Noorwegen ligt een eilandje met een grillige vorm.

Op dat barre stukje is er een klein vissersplaatsje met de naam Honningsvåg.

In de foto hieronder van Google Maps is er (aan de rechterkant) een rode punaise

 “A” geprikt, waar het stadje zich bevindt.

De kwaliteit van de satellietbeelden op deze plaats is trouwens (nog) niet optimaal.

Het is de enige bewoonde plaats van het eiland. De Noordkaap is vandaar

 bereikbaar met busvervoer, via de lichtbruine weg naar het noorden.

De weg loopt uiteraard dood aan de Noordkaap.

Het stadje is wel via een weg verbonden met het “zuiden” via een onderzeese

 tunnel.

  

 

 

Om in Honningsvåg te geraken moet de MSC Opera een ganse omweg maken

 langs het noorden, voorbij de Noordkaap, die we kunnen zien vanaf het schip.

De Noordkaap is het meest noordelijke punt van Europa. De ontdekker van de

 Kaap is de Engelsman Richard Chanceller die in de 16de eeuw om de Kaap voer.

De Noordkaap ligt op 71° 10’ 21” en bestaat uit de steile noordelijke heling van

 Magerøy.

 

 

 

Het kustplaatsje, met bijna uitsluitend visserijactiviteiten komt nu in zicht.

De (korte) zomer is nu hier, en de zee is helderblauw.

Prachtig beeld is dit, vanuit de zee!

Hier is de hoofdplaats van het eilandje Magerøy (het Magere Eiland) en het is

 de poort naar de Noordkaap, die op 34 km van Honningsvåg verwijderd is.

Dit vissersplaatsje heeft ca. 4000 inwoners. Hier wordt de gevangen vis gezout,

 gedroogd, ingevroren en tot meel verwerkt.

 

 

 

  

Sinds koning Oscar II in 1873 de Kaap bezocht, is deze een echte trekpleister

 geworden. Oscar moest, als alle bezoekers in die tijd, de Kaap per boot naderen

 vanuit het noorden en een klim maken van 307 meter. De eerste souvenirwinkel

 verkocht hier dan ook “Noordkaap” wandelstokken op de kade waar de boten

 aanmeerden. Bovenop de Kaap werd de dorstige klimmer beloond met

 Noordkaap-water. Dat het duur betaalde vocht helemaal niet van de Noordkaap

 kwam, want op het hele eiland Magerøy was geen bron, zullen de meesten niet

 gemerkt hebben.

 

Een (onbemande?) loodsboot komt een handje toesteken.

Nu ja, ze mogen wel iets terugdoen voor 100 000 € liggeld per dag.

 

 

 

De Opera legt aan in het kleine haventje, terwijl de zon zich duidelijk manifesteert.

Ze zal trouwens niet ondergaan nu en de volgende dagen.

De Opera is hier nog in goede doen.

 

P.S. Tijdens het schrijven van dit stukje lees ik vandaag 16 mei 2011, in de krant

 dat de MSC Opera op drift geslagen is in de Baltische Zee:

 

Quote De Standaard: “64 Belgen zitten vast op gestrand cruiseschip”

 

Op de Baltische Zee dobberde het cruiseschip de MSC Opera gisteren

 rond met motorpech. Onder de 2.000 passagiers ook 64 Belgen.

‘De elektriciteit viel uit, het eten is koud en toiletten stromen over’,

 vertelt Nederlander Henk Kolleman.

‘Precies een dobberende beerput.’

 

Zeg nooit meer dat een cruise geen avontuur kan zijn.

 

 

 

Het cruiseschip is aangemeerd, en iedereen maakt zich op om aan land te gaan.

Behalve Greta, want die heeft serieuze rugpijn.

Ze moet naar de dokter voor twee injecties.

Ik zal dus voorlopig alleen moeten filmen en foto’s nemen.

 

 

 

 

Het dorpje wordt beschermd door een reeks houten balustrades,

die de winterse sneeuw moeten afstoppen.

  

 

 

 

Er liggen slechts twee boten van respectabele afmetingen in het haventje.

Deze hier heeft toch niet zoveel plaats nodig als de onze. Naast de aanlegsteigers

 voor de “groten” is er niet veel ruimte meer over voor de lokale “kleintjes”.

 

 

 

 

Vanuit de kajuit hebben we een mooi uitgestrekt zicht over de zee, de haven,

en de omringende eilanden.

 

 

 

 

De andere grote schuit is er een van de Noorse maatschappij Hurtigruten,

die continu zijn schepen laat pendelen langs de volledige Noorse kust.

Zowel vracht als passagiers worden continu vervoerd over het duizenden kilometer

 lange traject.

Het zijn hop-on hop-off boten, die je kunt nemen zoals een autobus bij ons.

 

 

 

 

Het haventje is een oase van rust.

Geen enkele visser of andere inwoner vertoont zich langs het heldere

diepblauwe water.

 

 

 

Kleurige bootjes liggen kriskras door elkaar, zonder enige levende ziel.

Het lijkt hier een ghost town uit de Far West.

 

 

 

Alles wat je hier ziet is gemaakt uit hout.

De Noren hebben waarschijnlijk geen baksteen in hun maag, zoals Belgen,

maar een boomstronk.

 

 

 

De huisjes zijn veelkleurig, en hebben kleine, meestal vierkante ramen,

om de koude buiten te houden in de donkere winter.

 

 

 

 

Sportieve toeristen komen hier zeker aan hun trekken, zowel op het land als op zee.

Voor ónder het zeeoppervlak heeft men voorlopig niets voorzien.

Misschien nogal frisse toestanden.

 

 

 

 

Het haventje heeft een grillige vorm, waarbij de houten havengebouwen vlak tegen

 of zelfs boven de zee staan. Er rond zijn er grasperken en onzichtbare bloemen.

Als je te voet de havenomtrek volledig wil verkennen, dan moet je niet bang zijn

van enkele extra hectometers.

 

 

 

De twee grote schepen liggen te blaken in een heerlijk zonnetje, met op de

 achtergrond de bergen, waarop de sneeuw nog niet volledig gesmolten is.

 

 

 

 

Op de voorgrond zie je een speeltuin, en enkele huisjes die elkaar proberen

op te warmen. Sommige van deze woningen ga je binnen via een tuinhuisje.

De reden hiervoor is me totaal onbekend, en er is geen kat om het aan te vragen.

 

Op de foto is duidelijk dat de Opera het grootste en hoogste gebouw

van het eiland is.

 

 

 

 

 

Zelfs aan een hotel is gedacht, en als je erheen wilt, dan kan je nu al

de coördinaten invullen in je GPS.

 

 

 

Om de toeristen te plezieren is er ook een Noordkaap museum.

Ook hier is geen Noorse kat te zien. Intussen begint mijn Noors op punt te komen.

 Wat schrijft men hier bijvoorbeeld?

 

“de Noordkaap, aan de buitenkant (ytterkant) van de wereld (verden)”.

Zo gemakkelijk dat Noors!

 

 

 

Volgende episode staat onder meer de trip naar de Noordkaap op het programma.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Cotignac

Momenteel ziijn we in het Zuidoosten van Frankrijk, in de Var.

We mochten blijven logeren bij vrienden, die in Cotignac wonen.

Het weer is prachtig, en vanavond is er een BBQ.

Ik krijg de eer om de aardappele te schillen en te snijden voor de frieten.

In Spanje hebben we gelogeerd in Valencia en in Roses.

Morgen vertrekken we en gaan we naar Nancy (de stad bedoel ik)

Groetjes

GroB

 

 

Geschreven door grob om 16:08 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Noorwegen (5): dwars door de poolcirkel

 

We verlaten de indrukwekkende Geiranger fjord, en we stevenen terug richting zee.

Eigenlijk hebben we de Noordzee voorlopig gehad en klieft het schip door de Noorse zee.

Het scheelt slechts een paar lettertjes, maar de omgeving is helemaal anders.

Neem nu maar de temperatuur, die met momenten fris uit de hoek komt.

Voorlopig is het gedaan met zonnebaden op de dekken.

 

 

 

 

De volgende bestemming is Honningsvåg. De afstand van Geiranger tot Honningsvåg

is rond de 800 zeemijlen. Dat betekent een ganse dag op zee.

Hieronder duidt een oranje punaise “A” de bestemming aan. Zoals je op de kaart

 kan zien ligt het plaatsje helemaal op het noordelijke topje van Europa.

Enkele centimeters naar rechts van de punaise ligt Moermansk, de strategische

 maritieme haven van het Russische leger.

Links in het midden ligt IJsland en de witte ijsmassa helemaal aan de linkerkant

is een stuk van Groenland. Als we hier ooit nog terugkomen is Groenland

 waarschijnlijk echt een groen land geworden door het afsmelten van de ijskap.

 

 

 

 

De MSC Opera heeft heel vandaag wat werk voor de boeg.

Ik krijg zelfs de indruk dat de schouw er scheef van gezakt is.

 

 

 

Op weg naar het noorden varen we heel de tijd langs de Lofoten eilanden,

een oneindig langgerekte sliert aan de oostkant van het schip.

 

 

 

Eén enkele gekke zeebonk denkt dat het zomer is, en trotseert blindelings

de forse zeewinden van op de achterplecht.

 

 

Vandaag hebben we de tijd om ons Noors wat aan te scherpen.

Het taaltje dat men spreekt in “Norge” is niet zo moeilijk.

Eerste voorbeeld: dit opschrift op een WC-deur.

Vertaling: ‘hoogste passagiersaantal 27’.

 

 

 

Of dit voorbeeld: ‘Hier is het rookvrij’. Eerst dacht ik nog dat het betekende

(en ik baseerde me op het logo): ‘hier heeft men gerookte friet’, maar dat was fout.

Vandaar dat ik het Noors maar heb opgegeven. Trouwens, er zijn zelfs minder

 Noren op de wereld dan Vlamingen. Ze mogen hun taal houden.

 

 

 

 

Terwijl de Lofoten aan de rechterkant blijven voorbijschuiven, zijn er intussen

een paar dingen gebeurd.

Ik heb een Nederlandstalige krant besteld, waarvan de artikels binnenkomen

via een satellietverbinding, en die dan op het schip wordt afgedrukt. Greta gaat

naar de WiFi-ruimte, maar haar internetverbinding wil niet lukken.

Waarschijnlijk is men te druk bezig met het binnenhalen van mijn krant.

Alles heeft zo zijn prioriteit.

 

 

 

 

Minder goed nieuws is dat Greta pijn krijgt in haar rug.

Waarschijnlijk door het manipuleren van een tegenstribbelende valies.

 

Sommige bergen op de Lofoten liggen er ijzig en ijzingwekkend bij.

Op de kustlijn zie je met moeite hier en daar enkele gegroepeerde vissershuisjes

 staan, een verzameling die men nauwelijks een dorpje kan noemen.

 

 

 

Op deze plaats ongeveer wordt via de intercom aangekondigd dat we de poolcirkel

 passeren. Een aantal mensen spurt na deze mededeling naar buiten, het dek op,

 waarschijnlijk om de poolcirkel te kunnen zien. Grappig natuurlijk.

 

 

 

 

Nog een aparte gebeurtenis: onze tafelgenoten Rik en Rita worden per ongeluk

(of per geluk) beschouwd als een pas gehuwd stel, Just Married, hoewel het

 gewoon papa en dochter is. Door deze administratieve vergissing werden ze

in hun kajuit vergast op een gepaste attentie: een reuze fruitkorf en een fles Cava.

 

 

 

 

 

Deze onverwachte Honeymooners verwelkomen ons op deze lekkernijen en

de fles bubbels, waardoor we op een van de achterdekken kunnen toosten

op de weergaloze doorbraak van de poolcirkel.

 

 

 

In de namiddag gaan we naar de medische dienst, waar Greta enkele injecties

 "krijgt" van een Servische dokter, tegen de rugpijn.

Zonder twijfel een paardenmiddel, want er moet nog een extra injectie bij om

maagpijn te voorkomen.

 

Achteraf zaten we met een klein raadsel toen de paperassen voor de

 ziekteverzekering moesten worden ingevuld: de eerste vraag was natuurlijk:

in welk land heeft het letsel zich voorgedaan?  Niet gemakkelijk, want we waren

in internationale wateren, toen de pijn zich eerst manifesteerde.

 

De rest van de namiddag blijven we lekker binnen.

 

 

 

 

’s Avonds is er een galadiner. Alle keukenpieten en –pietjes worden opgetrommeld,

  en mogen zich eens tonen aan de passagiers.

 

 

 

 

 

 

Ook de dozijnen kelners hebben hun zondagse pakje aan en staan er blijmoedig bij.

 

 

 

 

Het diner is grandioos en sluit af met een geflambeerde Omelet Sibérienne. 

Omelet Sibérienne is eveneens gekend onder de naam Baked Alaska, en is een

 ijsgerecht dat meestal als dessert wordt gegeten.

Het bestaat uit een met plakken cake bedekt stuk vanille-ijs, maar andere soorten

 ijs zijn ook mogelijk.

Daaromheen zit een dikke laag opgeklopt eiwit dat met rum (of een sterke likeur)

 wordt besprenkeld. Het gerecht wordt enkele minuten onder de grill gezet, 

totdat het eiwit een geelbruinachtig korstje heeft gekregen.

 

Soms, zoals hier, wordt rum gegoten in de halve schelp van een ei, die dan wordt

 geflambeerd bij het opdienen.

Hier en nu doet men bij het aanrukken van tientallen

 van deze brandende omeletten (voor de show)

alle lichten uit, wat een apocalyptisch effect heeft.

 

 

 

 

De laatste loodjes en cocktails wegen het zwaarst.

En een eeuwige vriendschap is geboren.

 

 

 

We gaan slapen als de zon ondergaat. De zon gaat hier en nu onder om 00.00 uur.

Ze komt terug te voorschijn om 02.40 uur, maar we hebben besloten van dan 

nog niet op te staan.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten