Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Archief

KOKENETEN: Californische droom, groeiend aan een boom

 

 

Vorig gerecht was een “koolvis op Russische wijze”.

Het kookboek dat ik daarvoor gebruikte stamt trouwens nog uit de communistisch 

Stalinistische periode.

Om de politieke stabiliteit in de wereld een beetje in evenwicht te houden,

voel ik me verplicht om ook, en snel, een gerecht te produceren uit de

 kapitalistische wereld.

 

Mijn keuze is gevallen op “kip op Californische manier”.

Californië is in de eerste plaats het summum van het kapitalisme.

Op zichzelf is/was deze USA-staat de achtste economische grootmacht

in de wereld!

Filmacteur Arnold Schwarzenegger, een lang geleden aangespoelde Oostenrijker,

is er nu al een heel aantal jaren de gouverneur, met dank aan de filmstudio’s.

 

Gevolg: Californië is nu virtueel failliet.

Maar ja, Arnie is toch de Terminator voor iets.

Hij moet toch ook in de gouverneurszetel zijn naam waar maken zeker.

Voor hemzelf is er niets aan de hand.

Hij kan gewoonterug naar de Hollywoodfilm, en mits een pondje plaasterig

 oplapwerk en een dikke dosis make-up mogen we binnenkort

“Terminator 4” verwachten.

 

 

 

 

Zoveel koolvissen ze in Rusland hebben, zoveel perziken vind je in Californie, en ze

 zijn wel gemakkelijker te vangen. Meestal worden ze gevangen gezet in een blik.

 Jammer dat je de perzik bloem nooit te zien krijgt, want die is prachtig (zie boven). 

De populaire ronde vrucht met veel vrouwelijke vormen kent natuurlijk iedereen.

Ze bevat een harde houten pit net als de abrikoos, de pruim en de kers.

Technisch zijn dit alle steenvruchten.

De perzik is “zelf fertiel”, wat zoveel wil zeggen als dat ze zichzelf kan bevruchten.

 Daar zie je nog maar eens hoe mensen toch wel heel beperkt zijn in hun

 mogelijkheden.

 

 

 

De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Iran en de omgeving van de

 Middellandse Zee, zoals de meeste lekkere dingen.

De naam perzik betekent Perzisch (Prunus persica). Perziken komen

 oorspronkelijk uit China, maar zijn via Perzië (nu Iran) in Europa terecht gekomen.

 De moeilijk eetbare stenen in het midden van het fruit heeft de Iranezen ertoe

 aangezet om het stenigen (van meestal vrouwelijke slachtoffers) op punt te krijgen.

De schil voelt een beetje pluizig of wollig aan. Soms, als ik een perzik aanraak,

krijg ik een rilling over mijn rug, maar dat zal aan mij liggen. Vers moet ik ze niet.

Een vorm zonder deze pluizige schil heet nectarine. Behalve de schil bestaat

 er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Een nectarine is dus geen 

kruising tussen een perzik en een pruim, zoals soms wordt verondersteld.

 Hieronder zie je duidelijk de groeifasen van een nectarine, van knop tot volwaardig 

stuk fruit.

  

  

Binnen de rassen wordt wel onderscheid gemaakt naar de kleur van het vruchtvlees:

 wit, geel of rood. Veel witvlezige rassen staan er om bekend dat ze beter smaken

 dan de geelvlezigen, maar een nadeel is dat ze slechter tegen transport kunnen.

Tenzij de witte perzikjes heel traag vervoerd worden, zoals op deze foto van 1939.

De foto is zó oud dat er zelfs geen copyright meer op zit. Goed voor mij.

 

 

 

Terug naar de keuken en naar de kip en de perziken.

Ik ga dus een “kip op Californische wijze” van maken.

Hier is het schitterende recept, uit een versleten kookboek:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 kipfilets

de kip bestrooien aan beide kanten met pezo

pezo

de filets door de bloem wentelen en het teveel er af kloppen

bloem

in de olie de stukjes kip aan alle kanten aanbraden

olijfolie

suiker door de azijn roeren, nootmuskaat en chilipeper toevoegen

1 el suiker

met het grootste deel van het perziksap tot ¼ l vloeistof maken

1 tl wijnazijn

de geschilde wortel in heel dunne plakjes snijden

1 tl hot chilipeper

verdeel de wortelschijfjes over de bodem van een niet-kleefpan

mespunt nootmuskaat

leg de stukjes kip daarop

1 blik perziken op sap (+-250g)

kook het braadvet van de kip op met de rest van het perziksap

1 dikke winterwortel

blijf hierin roeren en giet het vocht dan over de kip

nogal veel rozemarijnblaadjes

doe ook de gekruide azijn en de rozemarijnblaadjes hierop

 

dik de saus eventueel wat met maïzena express

 

zet het deksel op de pan en laat 15’ op een zacht vuur staan

 

laat de laatste 10’ de in partjes gesneden perziken meestoven

 

neem 5’ voor het einde het deksel er af

 

 

 

lekker met aardappelpuree en een gemengde salade

 

 

 

 

 

 

Een winterwortel vinden kan met dit weer geen probleem zijn.

 

De bebloemde kipfilets laten zich keurig aanbraden,

zonder veel weerwerk.

 

 

 

Het resultaat oogt bijzonder lekker, met slechts enkele eenvoudige ingrediënten.

De kippetjes liggen op een heerlijk zacht bedje te genieten.

 

 

 

Een potje aardappelpuree, en een gemengde salade doen me de traditionele

 kwijlsappen in de mond komen.

 

 

 

Op het bord ermee, en het feest kan weer beginnen. Smullie smullie!!

 

 

 

Een lekker flesje uit Californie erbij van een Shiraz druifje,

en de wereld kan niet meer stuk.

 

 

 

“Hasta la vista, baby.”

“I’ll Be back.” A.S.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 88.

Groetjes uit Marbella.

 

Geschreven door grob om 22:42 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (2): de futuristische wereld van Calatrava

 

 

De tweede dag in Valencia besteden we veel tijd aan kunst en wetenschap, 

maar tegelijk met een knipoog.

Slechts twee huizenblokken scheiden ons van het Parque de Sciencias y Artes.

Het bevindt zich tussen het einde van de groene Turia rechts, en het formule 1

 circuit.

Eigenlijk ligt het dus in de vroegere monding van de Turia rivier.

 

 

 

Dit enorm ruime gebouwencomplex is het fabuleuze ontwerp van de nieuwe Gaudi:

 Santiago Calatrava, door vakmensen beschouwd als één van de nog levende

grootste architecten van de wereld.

Hij werd in 1951 in Valencia geboren.

Calatrava's werk is uniek en sterk gericht op de natuur. Naast architect is hij ook

 beeldhouwer en ingenieur. Met zijn kennis over architectuur, beeldende kunst en

 constructieleer kan hij de meest ongewone en creatieve vormen ontwerpen.

Bij elk ontwerp combineert hij originaliteit in de vormgeving met technisch vernuft.

Hier zie je een deel van zijn gebouwenpark in Valencia. Verbluffend om te zien.

 

 

 

Hier is hetzelfde beeld, genomen van de andere kant.

Op de achtergrond is het hoge gebouw voorzien als paleis van de kunst, 

maar tijdens ons verblijf was dit nog niet volledig afgewerkt.

Calatrava is een van de interessantste pioniers binnen de moderne architectuur.

Hij haalt inspiratie uit natuurlijke en menselijke vormen, die hij samenbrengt 

tot een stijlvol geheel met behulp van zorgvuldig uitgekozen materialen.

Zijn stijl is uniek, symbolisch en overal ter wereld gemakkelijk herkenbaar.

Het gebouw rechts doet denken aan een skelet van een dinosaurus of een walvis.

 

 

 

 

Een ander gebouw, waarvan je hier de

achterkant ziet lijkt op een parabolische serre,

maar dan een zonder glas.

 

 

 

Veel constructies van Calatrava zijn open, vandaar dat hij ook enorm veel 

spectaculaire bruggen ontworpen heeft.

Als je via de voorkant van de constructie binnengaat, maakt het een enorme indruk.

De mensjes vergaan tot mieren.

 

 

 

Bekende werken van Calatrava zijn onder meer:

 

  • Place Galleria, Toronto, Canada (1987-1992)
  • De communicatietoren bij het Olympische stadion in Barcelona (1989-1992)
  • Het station van Alameda, Valencia, Spanje (1991-1995)
  • De Allamillo-brug, gebouwd voor de wereldtentoonselling in Sevilla in 1992
  • El Auditorio de Tenerife, Tenerife, Canarische Eilanden (1991-2003)
  • voetgangersbrug Campo de Volantín, Bilbao, Spanje (1994-1997)
  • De wolkenkrabber Turning Torso in Malmo, Zweden (in aanbouw)
  • Milwaukee Art Museum in Wisconsin, Amerika (1994-2001)
  • Manrique Bridge, Murcia, Spanje (1996-1998)
  • Het Olympische stadion in Athene, voor de Olympische Spelen van 2004
  • De opera van Valencia: Palau de les Arts (in aanbouw)
  • Ciudad de las Artes y las Ciencias, Valencia, Spanje (1991-2006),
  • waarvan je hieronder nog een andere foto ziet

 

Ook werkt Santiago Calatrava momenteel aan het nieuwe station van het 

World Trade Center in New York.

Het ontwerp wordt gemaakt van wit staal, kenmerkend voor deze architect,

en symboliseert een vogel die uit een kinderhand vliegt.

Ground Zero krijgt een ondergronds station met een glazen dak en daarboven

spectaculaire vleugels van glas en staal, dertig meter hoog.

Het ontwerp draagt onmiskenbaar de hand van Calatrava. Elk jaar op elf september

zal het dak openen om de aanslagen van september 2001 te herdenken.

 

 

 

Calatrava maakt gebruik van zijn aangeboren bouwkundige kennis om de

 technische constructie van een gebouw deel te laten uitmaken van het ontwerp.

Typisch zijn de lange lijnen, het gebruik van witte materialen en veel glas en licht.

 

 

 

De “Cala” toont nogmaals zijn buitengewone talent om aan de buitenkant

van een gebouw te laten zien wat zich binnenin bevindt.

Dit hier is het planetarium, of L'Hemisfèric.

 

Calatrava haalde de inspiratie voor dit gebouw uit een oog, aangezien het gebouw

 de ogen dient te openen van iedereen die er binnengaat. De enorme koepel,

 waarin het planetarium en de IMAX-bioscoop liggen, is voorzien van stangen van

 aluminium ter versteviging, maar ook ter versiering om het geheel op een oog te

 laten lijken. Het oog kan zelfs mechanisch geopend worden.

Binnenin L'Hemisfèric vindt men de modernste technologie voor de voorstellingen

 van IMAX, het planetarium en lasershows

De voorstelling die we bijwonen gaat over doodgewone sardientjes, maar op het

 reusachtige scherm dat de binnenkant bedekt geeft dat een enorm effect.

 

 

 

Ook gebruikt hij vaak het element water in zijn werken, zoals overvloedig bij

de Ciudad de las Artes y las Ciencias in Valencia, en bij zijn vele bruggen.

De weerspiegelingen van de bouwwerken in het water zorgen voor een mysterieuze

 uitstraling, en de weerspiegelingen zijn bedoeld als een deel van het kunstwerk.

 

 

 

Het ene gebouw is al ongelooflijker dan het andere.

Ook in België kan je trouwens een heel recente Calatrava bewonderen, met name 

het nieuwe spoorwegstation van Luik, met een prijskaartje van 300 miljoen Euro!!

Wie betaalt dit?

En zelfs daar komen de treinen niet op tijd…

 

 

 

Vanuit welke hoek je ook kijkt, altijd ontdek je 

nieuwe fantastische structuren.

 

 

 

Dit is het reusachtige paleis van de wetenschappen, waar we enkele uren

 doorbrengen, om te kijken, maar ook om te DOEN.

 

 

 

Een van de blikvangers (ook letterlijk) is een waarheidsgetrouw model van het ISS,

 het International Space Station.

De bewoners daar hebben stilaan een plannetje nodig om hun weg terug te vinden.

 

 

 

De reusachtige slinger van Foucault en nog een massa andere wetenschappelijke

 proeven kan je bekijken of zelf doen. Hier blazen we even uit in een rustig hoekje

 om te bekomen van alle merkwaardigheden.

 

 

 

Luc heeft nog genoeg energie om de strijd aan te gaan 

met een verticale klimmuur, en tegelijk nog oog te hebben

 voor de pers.

 

 

 

Hier verdiepen we ons grondig in een experiment uit de fysica.

Deze kleine blokjes moeten we zodanig leggen dat er een stabiele boog ontstaat,

 die alle klompjes stevig bij elkaar houdt, zonder lijm of nagels, of wat dan ook.

 Proberen maar. Gelukkig hebben we onze bril in de buurt.

 

 

 

We passen na zwaar hersenwerk de blokjes goed tegen elkaar, en zelfs in

de juiste volgorde.

Dan plaatsen we het bord voorzichtig vertikaal.

De parabolische boog blijft perfect staan.

Als Calatrava dat kan, dan kunnen wij dat ook. 

 

 

De groene partij is ook vertegenwoordigd door een grote fan.

Volgens de traditie is een groene jongen altijd vredelievend en lief voor iedereen.

Tot iemand hem onverwacht op een gevoelige plaats raakt. Dan wordt het El Hulko.

 

 

 

Greta op haar beurt doet een gewaagde polonaise 

met een rode Alien.

 

 

En vermits Seniorennet momenteel niet meer dan 20 foto’s

laat opladen, kan ik er maar beter mee ophouden.

Volgende keer gaan we naar het natuurpark Albufera.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: druipende vis à la Pollack

 

 

 

Wie kent deze waterige knaap? Niemand? Het is een koolvis.

 

Vanwaar hij zijn naam heeft is ook voor mij een volkomen raadsel.

Voor zover ik weet heeft hij niets te maken met de groenten, en zeker niet 

met de kleine zwarte klompjes die je kunnen verwarmen in koude winters.

 

De koolvis (Pollachius) is een vis uit de familie van schelvissen en kabeljauwen, 

die vooral voorkomt in het hoge noorden van de Atlantische Oceaan.

Hoewel je volgens de foto zou denken dat het maar een soort sardientje is,

Wordt de koolvis gemiddeld 60 cm en kan een lengte bereiken van 130 cm.

Hij kan maximaal 25 jaar oud worden en tot 32 kg zwaar zijn.

De gemiddelde koolvis weegt toch zeven tot acht kilo, wat al een serieuze hap is.

 

Koolvis komt voor aan de Europese kusten van de Golf van Biskaje

tot Groenland, IJsland, Nova Zembla, de Witte Zee en de noordelijke Noordzee.

 Aan boord wordt de koolvis onmiddellijk na de vangst schoongemaakt,

gefileerd en verpakt.

Door de nabijheid van de goede visgronden is hij in Rusland heel populair.
 

 

 

De koolvis is voor de beroepsvisserij van groot belang, want hij wordt massaal

 industrieel verwerkt tot o.a. vissticks.

Vaste aanvoertijden kent de koolvis niet. Hij is het hele jaar door verkrijgbaar

in de vorm van diepvriesfilets. Je kan hem ook soms in zijn geheel kopen.

Om te zien of de vis vers is, let u best op de ogen.

Deze moeten helder zijn en een beetje bol staan.

Wanneer het gaat om een verse filet, mag er geen vocht vrijkomen wanneer u

 zachtjes op de vis duwt. U vindt koolvis meestal in de handel in diepgevroren vorm.

 

De Engelse naam van de koolvis is “pollack”.

Naast de vis “pollack” bestaat er natuurlijk nog een andere: Jackson Pollack,

wijlen de omstreden Amerikaanse kunstschilder.

Hieronder op de foto zie je ze samen. Jackson heeft, naar aanleiding van een

 artikel in Time magazine voor de rest van zijn korte leven de bijnaam gekregen

Jack the Dripper. (Jaak de Druiper zouden wij zeggen).

Zeker niet te verwarren met Jack the Ripper.

Deze laatste was een Engelsman, en geen familie trouwens.

 

En nu komt het: toen hij nog werkloos en straatarm was, moest Jackson

van zijn vrouw helpen in de keuken.

Hij moest regelmatig de vis bedruipen, die in de oven zat.

Logisch, want het grote gevaar van een vis in de oven is, dat hij onvermijdelijk gaat

 uitdrogen. Het ligt voor de hand dat het een pollack was, die de oven bevolkte.

Van toen af aan is hij ook spontaan zijn schilderijen beginnen bedruipen, zoals

te zien op de foto. Jack the Dripper had het gat in de markt gevonden!

Hij legde zijn canvassen plat op de grond, en bedroop ze van op afstand met verf.

Iedereen stond perplex van dit idee!

 

 

 

Je bent voor of tegen deze kunstenaar, maar bedenk wel dat het duurste schilderij

 ooit verhandeld eentje is van deze JP!

Het doek “No 5.” uit 1948 is in november 2006 verkocht voor 140 miljoen dollar!!

Het meesterwerk “De Kindermoord in Bethlehem” van de hand van onze Pieter 

Paul Rubens staat slechts op de twaalfde plaats, met een schamele 76 miljoen.

 

Wil je de duurste geveilde schilderijen ooit eens bekijken, dat kan je via:

 http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_duurst_geveilde_schilderijen.


Terug naar de keuken en naar de andere soort pollack.

Ik ga er een “koolvisfilet op Russische wijze” van maken.

Ook zal ik veel moeite doen om de vis regelmatig te bedruipen, maar toch

vrees ik dat het me niet gaat helpen om onbetaalbare schilderijen te maken.

Hier is toch maar het recept:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

400g visfilets  (koolvishaasje)

de visfilets met pezo bestrooien aan beide kanten

pezo

haal ze door de bloem en schud overtollige bloem er af

bloem

bak de vis in de hete olie aan beide kanten bruin

olijfolie

snijd de schoongemaakte paddenstoelen in plakken

200g champignons

laat ze smoren in dezelfde pan als de vis

boter

kook de aardappelen in de microwave in 6 à 7 ‘

300g vastkokende aardappelen

snij ze dan in reepjes van ongeveer een halve cm dik

2 hardgekookte eieren

verwarm de oven voor op 200°

20 cl zure room

snijd de hardgekookte eieren in dunne plakjes

geraspte kaas (bijv. Emmenthal)

wrijf een ovenvaste schaal in met boter

 

schik de gebakken vis op de bodem

 

bedek met paddenstoelen, eischijfjes en aardappelreepjes

 

meng de zure room met een wat bloem in een kommetje

 

schep dit zorgvuldig over de inhoud van de schaal

 

strooi geraspte kaas er over, en wat kleine stukjes boter

 

zet de schaal 20’ in de oven, met 5’ grill op het einde

 

dien op in de schotel; strooi er wat peterselie over

 

 

Na 25’ komt de schotel glunderend uit de oven.

Goed bedropen trouwens.

 

 

 

Het lijkt een beetje op een schilderij van Pollack,

maar ook weer niet te veel.

De geldelijke waarde van mijn product is niet zo groot,

maar het is wel beter verteerbaar.

 

 

 

Er horen nog wat druiperige groenten bij, die lauwwarm mogen zijn.

Je zou kunnen de volgende combinatie nemen:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

200g sperzieboontjes

blancheer de boontjes 5’ in een ruime pan met kokend water

200g knolselder, in reepjes

blancheer ook de selder met citroen

sap van een citroen

(ofwel: maak hem zacht in de microwave)

pezo

laat de groenten uitlekken en enigszins afkoelen

 

doe de groenten in een slakom

dressing: 2 el olijfolie

verhit de olie in een pan en bak de ui glazig, blus met citroensap

1 rode ui, in reepjes

giet de warme dressing over de groenten

1 el citroen- of limoensap

en schep alles voorzichtig door elkaar

 

 

 

variant: vervang de boontjes door gesneden rode paprika

 

(op die manier heb ik het nu bereid)

 

 

Ik vind het uitzicht voldoende Pollackiaans door elkaar gemengd,

zodat de vis tevreden gaat zijn met zijn gezelschap.

 

 

 

 

Een smakelijk flesje Artes del Sur uit Argentinië 

komt nog wat in de weg lopen, maar kan niet beletten 

dat al het vorige op de tafel komt en stiekem verdwijnt 

in de lonkende keelgaten van de bewoners van dit pand.

 

 

 

Bereid in België en gebaseerd op een recept van ‘Groot Fonteyn Kookboek, pag. 80.

 

 

Geschreven door grob om 23:50 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Valencia (1): flaneren door de Turia

 

We vertrekken in Playa d’Aro aan de Costa Brava rond de warme middag, 

met twee wagens pal zuidwaarts naar Valencia, met de zon van voor.

In l’Hospitalet, langs de Middellandse zee stoppen we voor een lunch langs de

 autoweg.

We doen het rustig aan, want reizen is pas goed als je het langzaam doet.

 

Valencia is de derde stad van Spanje en heeft lange tijd in de schaduw gestaan

van het meer trendy Barcelona. Dat is inmiddels verleden tijd, zeker sinds de

 nakende voltooiing van het futuristische Ciudad de las Artes y las Ciencias

(Stad van Kunst en Wetenschap).

Hopelijk duurt het niet meer zo lang als de Sagrada Familia in Barcelona,

waar men al honderd jaar aan werkt.

 

Valencia staat natuurlijk bekend om haar sinaasappels, paella en parelwitte

 stranden, maar het is zoveel meer. De architectuur in het bijzonder is

 adembenemend en toont veel sporen van Moorse en Mudéjar bouwstijl.

Net ten zuiden van de stad ligt het prachtige natuurgebied Albufera.

En niet te vergeten: elk jaar vertrekt hier begin december de stoomboot

naar het Noorden, met een beroemde passagier: Sinterklaas.

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan men stellen, dat dit de enige

 persoon is die van Spanje naar België reist in de winter.

Het is ook maar heel tijdelijk natuurlijk.

 

Zoals Barcelona zijn Ramblas heeft, heeft Valencia zijn Turia.

Ik denk trouwens dat langzaamaan Valencia Barcelona zal overtroeven 

als bestemming voor een city trip.

Wat is de nog niet zo bekende Turia eigenlijk?

Je kunt het duidelijk zien op de luchtfoto hieronder.

Het is de (bijna) droge bedding van de (voormalige) rivier Turia, 

die dwars door het centrum van Valencia gaat.

 

Na een zware overstroming in oktober 1957, die grote schade aanrichtte in

 Valencia en vele mensenleven kostte, werd besloten de rivier om te leggen

naar de rand van de stad.

Ex-dictator Franco wilde in het oude rivierbed een autosnelweg of een spoorweg

 aanleggen, maar een burgerbeweging leidde er uiteindelijk in de jaren 80 toe

dat het gebied een groene bestemming kreeg.

In plaats van zware trafiek kreeg men een schitterende groene long dwars

door de stad. 

 

 

 

 

Deze Jardines del Turia beslaan een oppervlakte van 110 hectare, en hebben

 een lengte van ongeveer 9 kilometer. Deze groene long dient als ontmoetingsplek

 en recreatiegebied en wordt veelvuldig gebruikt door joggers, fietsers en

 wandelaars.

Het park herbergt vele plantsoenen, sportterreinen voor voetbal en tennis, fonteinen,

 een botanische tuin, speelpleinen voor kinderen, zowel langs de 'oevers'

als in het park zelf.

 

Er zijn geregeld muziekuitvoeringen en andere culturele manifestaties,

soms heeft een circus er zijn tenten opgeslagen, of wordt er kermis gehouden.

Het is er altijd druk, maar minder dan op de Ramblas natuurlijk, en het is

de centrale ontmoetingsplaats voor alle Valencianen.

Naar verluidt is er zelfs tweemaal per jaar een optreden van Will Turia.

 

In Valencia kan je zelfs een fietstocht maken met (Nederlands sprekende) gids

die ook door de Turia gaat.

Op de kaart hierboven is het groene deel uiteraard de oude rivierbedding.

Van de ‘nieuwe’ rivier zie je nog een stukje gans links onderaan in het hoekje.

Hij is dus omgeleid naar de andere kant van de stad.

Waar de vroegere rivier de Middellandse zee bereikte is nu de commerciële en de

 jachthaven uitgebouwd. Het bruine lijntje, dat voor een deel rond de jachthaven

 gaat, (bovenste plas) en een stuk de oude bedding volgt, is het Formule 1 circuit

 van Spanje. Vanuit de plas helemaal onderaan rechts vertrekt elk jaar de oude man

 met de witte baard en de Zwarte Piet met de stoomboot naar het noorden.

 

Het middeleeuwse stadscentrum van Valencia ligt in de ‘elleboog’ van de Turia.

De oude bedding wordt op meerdere plaatsen nog altijd gedwarst door 

de oorspronkelijke rivierbruggen, de ene nog mooier dan de andere.

Hier kijk je richting zee, met op de achtergrond een van de architectonische parels 

van superarchitect Calatrava.

Je kunt via een video met de helicopter over de Turia vliegen, met de volgende link:

www.culturia.org/.  Klik op "Real Flight" onderaan en download.

 

 

 

 

 

 

Tussen de bruggen in zijn de verschillende stukken van het park ontworpen door

 verschillende architecten. Grote speeltuin, sportvelden, grote water partijen,

 romaans aandoende tuinen. Wat een mooi effect geeft dat om er door te wandelen.

 

 

 

 

Sommige delen zien er heel natuurlijk uit, en andere dan weer

 prachtig aangelegd.

 

 

 

 

Met deze wetenschap op zak hebben we een boeking gedaan in hotel Abba

 Acteon, vooral gebaseerd op de gunstige locatie: vier sterren, dicht tegen de Turia,

 en slechts twee blokken verwijderd van de van de Ciudad de las Artes y las

 Ciencias, maar dat is voor morgen.

Voorlopig, na de check in, wandelen we door de Turia, richting centrum.

 

 

 

Het weer is uistekend in de vooravond, 

het water is koel, en de bruggen zijn laag.

 

 

 

 

Onze vrienden Danny en Luc testen met succes

de hoogte van een brug. Dwergen, smurfen en kabouters 

moeten de rechterkant van het voetpad nemen.

 

 

 

 

’s Avonds worden de fonteinen individueel verlicht, 

maar voorlopig hoeft het niet voor ons.

 

 

 

 

Sommige bruggen zijn wat hoger dan andere,

en kunnen dan dienst doen als klimmuur.

 

 

 

De Policia Local houdt onopvallend ook een oogje in het zeil

op de achtergrond, met de fiets of te paard.

  

 

 

Spontane muziek- en danssessies zijn er ook.

Hier overlegt men welk nummer men gaat doen.

 

 

 

De artiesten treden vooral op onder de bruggen, 

om de klank beter vast te kunnen houden.

 

 

 

Sommigen gaan lekker uit de bol. Sfeer gegarandeerd.

 

 

 

 

De Turia is nooit volledig weg. Hier en daar 

loopt hij in smalle kanaaltjes, op andere plaatsen 

heeft hij een natuurlijk uitzicht.

 

 

 

 

Eigenaardige of eigenzinnige sculpturen 

zijn verspreid over het parcours.

 

 

 

Na de lange wandeling wordt het tijd om de verbruikte energie 

opnieuw aan te vullen, en gaan we in het oude centrum 

op zoek naar een geschikt restaurant.

Het probleem is dat vóór 21 uur niets open is. Om kwart over negen gaan we 

(als eersten) binnen in restaurant taverne l’ Alberreda, een echt Spaans resto.

 

 

 

We doen ons tegoed aan tapas en andere lokale specialiteiten.

En, wanneer we de zaak verlaten, staan er buiten twee obers op ons te wachten

die ons extra vertroetelen met twee keukenschorten van de zaak.

Ik denk er met veel genoegen aan terug. 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: engeltjes te paard

 

 

In dit heerlijke en supereenvoudige gerecht gebruik ik marjolein als keukenkruid.

Het is interessant om daar even op in te gaan, want er bestaat nu eenmaal een

 portie verwarring over marjolein, die ik meteen en definitief uit de wereld wil helpen.

 

Dit welriekende plantje (ook wel genoemd ‘echte’ marjolein) wordt wel eens

 verward met een ander kruid, dat zijn blaadjes de hoogte insteekt onder de ook

 heel bekende naam oregano.

Dit laatste staat eveneens genoteerd onder de naam ‘wilde marjolein’.

 

Beide planten lijken erg op elkaar qua smaak en gebruik, maar er zijn wel degelijk

 verschillen. De echte marjolein is namelijk een éénjarige plant terwijl oregano tot de

 groep van de doorlevende en meerjarige planten behoort.

Deze laatste kan dus wel tegen een kouwelijke stoot.

De bladeren zijn breder en donkerder groen dan die van de teergevoelige

 marjolein.

De smaak van oregano is iets pittiger, sterker en pikanter dan die van marjolein.

Je kunt je voorstellen dat de Italianen meer voor oregano op hun pizza voelen.

In mijn gerecht gebruik ik de echte marjolein, en daarover vind je hier nog wat

 interessante informatie. Oregano is wellicht voor een volgende keer.

 

 

 

 

De (echte) marjolein is afkomstig uit het oosten van het Middellandse Zeegebied.

De plant is reeds sinds de oudheid geïmporteerd in Europa via Griekenland.

De Grieken hielden van de kruidengeur na een bad, als dan marjoleinolie op hun 

voorhoofd en in hun haren gemasseerd werd.

Eerder al, in het oude Egypte, was het bekend dat oregano kon genezen,

 desinfecteren en voedsel conserveren, en die kennis is sindsdien bewaard

 gebleven.
Echte marjolein werd in de Middeleeuwen in West-Europa ingevoerd en het
 was in

 trek bij de chique dames "om in ruikers, kruidenbuiltjes en reukwatertjes te doen".

 

In het Duits heet het kruid ‘Gartenmajoran’ of ‘Wurstkraut’.

Andere namen in het Nederlands zijn ook: ‘majoraan’ en ‘palingkruid’.

Aan deze namen kan je al vermoeden waar het in de keuken van pas kan komen.

 

 

 

 

Marjolein heeft een intens aroma, dat aan tijm doet denken, maar zachter van

 smaak en zoeter is. Het kruid wordt voornamelijk gebruikt bij de bereiding van

 worsten (vooral van de grill), maar past ook uitstekend bij peulvruchten,

 champignons, aardappelgerechten, slaatjes en in sommige kazen.

Maar het is ook lekker in zuurkool, gehakt, varkensvlees, vleespastei, vullingen voor

 kip en kalkoen, wild en gevogelte, salades en kruidensauzen en op tomaten.

Zoutloze gerechten, die meestal heel saai zijn, krijgen meer pit dankzij marjolein.

Italiaanse pizza's krijgen bij ons als afwerking steeds een snuifje marjolein.

Kortom bijna alles kan er mee op smaak gebracht worden.

Marjolein laat zich ook uitstekend combineren met tijm, basilicum en look.

En die laatste combinatie met look zal ik vandaag met plezier toepassen in het 

goddelijke gerecht “engeltjes te paard”.

Vanwaar deze hemelse naam komt weet ik niet, maar het klinkt wel smakelijk.

Hier is het recept, geschikt voor BBQ, ovengrill of tepanyaki, waarop ik het vandaag bereid.

 

 

 

Ingrediënten voor 2

bereiding

4 dunne varkensschnitzels

klop schnitzels plat en kruid met peper en zout

pezo

bestrijk vlees met de mosterd (met een mes)

el scherpe mosterd

meng look met koriander en marjolein/oregano

2 geperste looktenen of verse gesnipperde look

verdeel het mengsel over het vlees

1 el gehakte (peterselie of) koriander

rol de schnitzels stevig op en halveer ze

1 el gehakte marjolein (of oregano)

rol om elk stuk een sneetje spek of ham

8 dunne plakken ontbijtspek (of ham)

pel uien en maak ze halfgaar in micro met vocht

4 kleine uien of sjalotten

rijg uien en vlees aan pennen

 

bestrijk het vlees met wat olie

Als groenten: spinazie, champignons of salade

leg spitjes op de grill gedurende 10’ @ 15”

 

zorg voor een (mosterd)sausje

 

 

Op het volgende prentje ligt de mosterd al ter plaatse, 

en lepel ik de kruidenmarinade over de platte vleeslapjes.

 

 

 

 

De schnitzeltjes worden gerold, gehalveerd, omzwachteld 

met een spekje en/of Serranosneetje, aan pennen geregen,

gescheiden door halfzachte uitjes.

Een beetje olijfolie, geborsteld met een takje rozemarijn, 

maakt ze immuun voor brandwondjes.

 

 

 

 

De pennen zijn van het XL formaat, maar de tepanyaki 

kan ze moeiteloos opvangen en verwerken.

 

 

 

 

Een lekkere salade maakt dit gerecht compleet, voor degene die het eet.

 

 

 

 

Tafel en stoelen staan klaar en de bak- en eetpret kan beginnen.

 

 

 

Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept uit ‘Eten van Grill en BBQ, pag. 48’

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Over de grens, en in de Spaanse zon

 

 

Na de tweede nacht in Salers begint het te kriebelen om verder zuidwest te bollen.

We ontbijten met twee Parijzenaren, en genieten van de huisgemaakte yoghurt.

Maar voor we vertrekken willen we het middeleeuwse Salers wat meer uitkammen.

Het klinkt als een cliché, maar het lijkt of de tijd hier is blijven stilstaan.

De meeste huisjes lijken als twee druppels water op elkaar, dateren uit dezelfde

 tijdsperiode, en zijn meestal ingekaderd in bloemen en planten.

 

 

 

 

Op de talrijke pleintjes zijn natuurlijk ook voorzieningen voor natjes en droogjes.

 

 

 

Alles is hier oerecht, en oerdegelijk. Zelfs eeuwenoude 

houten deuren houden het nog uit. Dit was vakmanschap.

 

 

 

 

 

In sommige straatjes is er een insprong, 

een steegje eigenlijk, waar dan aan het einde 

meestal een origineel huisje staat, met kleine 

raampjes en een dak van leisteen.

 

 

 

 

 

Het hooggelegen dorp Salers wordt omsloten door een pad met panorama.

In de vallei liggen enkele piepkleine gehuchtjes weggedoken.

 

 

 

Er zijn ook winkels in Salers. Niet echt supermarkten natuurlijk.

Achter de lantaarn heeft zelfs een bank postgevat.

 

 

 

 

De zichten op de huisjes lijken op prullige schilderijtjes, 

die je kunt kopen op elke willekeurige vlooienmarkt.

Nochtans is dit echt, en de huisjes zijn 

zelfs nog bewoond ook.

 

 

 

 

 

Het hele dorp doet ons denken aan het decor 

van een film zoals men die gebruikt voor Dracula 

of Frankenstein, of Sneeuwwitje. Wel heel sfeervol.

 

 

 

 

We hebben een toevalstreffer mee: het is vandaag marktdag in het dorp.

Op het centrale plein staan de marktkramen, en er is zelfs een heuse veemarkt!!

Het is al jaren geleden dat ik dat nog gezien heb.

 

 

 

 

 

De plaatselijke schonen poseren met veel 

genoegen en flair voor de camera van Greta.

 

 

 

 

De koe wil ook eens in profiel op de foto, maar 

de temmer heeft bezwaren tegen teveel beweging,

want de koebel gaat dan teveel lawaai maken

en de openbare rust verstoren.

Hij moet zwaar aan de bruinhuid sleuren 

om ze terug in positie te krijgen.

 

 

 

 

Dit zijn de echte Salers koeien, befaamd in dit departement voor hun lekker vlees.

Ze lijken op het eerste zicht op de beter gekende Limousin runderen.

Let wel, links heb je een koe, en rechts staat een stier.

Ik hoop dat jullie aan de kop het verschil merken.

Hoeveel beesten staan er trouwens op de foto? Geen twee, maar drie!

 

 

 

 

Het bewijs zie je op de volgende foto.

 

 

 

 

Deze lieverdjes zien er erg vredig uit, maar wat lees ik van de week in de krant?

 

"ANDERLECHT - Een personeelslid van het slachthuis in Anderlecht is gekwetst geraakt

toen de politie op een ontsnapte stier schoot. De man is er niet erg aan toe.

Dinsdag is een stier erin geslaagd om te ontsnappen uit het slachthuis van A.

De hulp van de politie werd ingeroepen om het dier op te sporen en te vangen.

Toen de stier op een politie-inspecteur afging, loste die een schot. De kogel ketste af

 en raakte een medewerker van het slachthuis. Die raakte daarbij licht gewond.

De stier kon uiteindelijk gevangen worden."

(ik heb de krantentekst aangepast, om het copyright te vermijden)

De eetbare dieren laten zich niet meer doen vandaag. Vorige week hadden we al

 ontsnapte varkens in China, en nu weer een ontsnapte stier in Anderlecht.

 

Nu we Salers hebben uitgepluisd en uitgeplozen roept ons de horizon (en de zon).

We nemen de autoweg verder door het gebergte via Aurillac, richting Millau.

De laatste keer dat we hier waren hebben we van de brug niets gezien, 

door de mist in en over de vallei.

Nu is de hemel puur blauw, en we stoppen en genieten op de parking 

voor een foto van de hoogste brug ter wereld.

Ik herinner me nog levendig de tijd dat we, meestal achter een vrachtwagen, 

een uur naar beneden moesten rijden, dan over de rivier, en dan weer een uur

naar omhoog om terug aan te pikken op de autoweg.

 

 

 

 

Aan de kant van de rivier, waar de twee hoogste pylonen staan, is de hoogte

344 meter boven de vallei, zodat de Eiffeltoren eronder kan.

 

 

 

De grens over in Le Boulou, Spanje in, en volop in de zon 

maken we een stop in Playa d’Aro aan de Costa Brava.

Dit is een heel andere wereld dan de voorbije dagen.

We overnachten in het nieuwe en aangename hotel 

Nautic Park, midden in het commerciële centrum 

van de kustplaats.

Morgenvroeg zien we onze vrienden Danny en Luc,

die hier regelmatig in hun appartement verblijven.

 

 

 

 

Vanuit onze kamer hebben we een mooi zicht op het zwembad, 

maar de tijd om op deze plaats te verblijven is kort uitgemeten.

 

 

 

 

Morgen vertrekken we samen met Luc en Danny voor drie dagen naar Valencia, 

een van de belangrijke cultuursteden die we nog niet bezocht hebben.

De volgende dagen zullen we er meer over weten. We zijn er klaar voor.

 

 

 

 

Geschreven door grob om 18:15 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: een medaillon, maar niet van karton!

  

Vandaag bereiden we iets heel lekkers met medaillons,

versneden uit een varkenshaasje, met salie als smaakmaker. 

Iedereen is natuurlijk van mening dat hij/zij alles weet

over varkens, maar niets is minder waar natuurlijk.

Lees maar even verder.

 

 

 

Het gewone tamme varken dat ons zoveel eetplezier geeft, is afkomstig 

van het  wilde zwijn, dat al 5000 tot 6000 jaar geleden gedomesticeerd werd.

Daarnaast is er het everzwijn of wild zwijn, maar dat staat vandaag niet

op het menu. Volgens Wikipedia (en die kunnen het weten) leven in Nederland

ruim 11,6 miljoen en in België 6,7 miljoen varkens.

Ik heb altijd al vermoed dat in Nederland meer varkens rondlopen dan in België,

wat nu ook bevestigd wordt door een neutrale bron.

 

Je bent zeker ook van mening dat je al de specifieke namen kent voor varkens?

Even een test. Een jong varken wordt een big genoemd, een vrouwtjesvarken 

een zeug en een mannetjesvarken een beer.

Dat weet iedereen natuurlijk. Maar dan: een barg of borg is een gecastreerd

 mannetjesvarken. Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft. 

Keu is regiolect of dialect voor jong varken.

Ik neem zelf regelmatig een keu ter hand, maar dat is dan om mee te biljarten.

 

 

 

 

In grote delen van de wereld zijn varkens verwilderd geraakt (zoals in Nieuw-

Zeeland en eilandjes in de Stille Oceaan). Vroege Westerse zeevaarders, 

vooral Nederlanders, hebben bewust varkens uitgezet, bij voorkeur op eilanden, 

om een duurzame voedselvoorraad te garanderen, voor wanneer ze 

de volgende keer langskwamen . De varkens hebben daar grote ecologische

 schade toegebracht en doen dat in vele gevallen nog steeds.

 

De meeste mensen weten natuurlijk wel dat varkens worden gebruikt voor

het opsporen van truffels en drugs, wegens hun ontwikkeld reukorgaan.

Let wel, dit laatste mag je nooit gebruiken als stopcontact.

Maar hier is nog een merkwaardig, meestal onbekend weetje over varkens: 

volgens het bijgeloof kunnen mensen die varkenshersenen eten

geen leugens vertellen.

Let dus volgende keren goed op als je aan tafel gaat, wat er op je bord ligt.

 

 

 

 

Met mijn gerechtje moet je niet ongerust zijn: geen varkenshersenen op het menu,

 maar wel een onschuldig “varkensmedaillon met salie op een groen bedje”.

 

  

ingrediënten voor 2

bereiding

een varkenshaasje voor 2 personen

was de aardappelen en doe ze in een kleine plastic kom

400g diepvriesspinazie

doe hierin een lekje water en bedek met plasticfolie

1 lookteen  (Spanje: jonge lookscheuten)

zet de aardappelen in de microwave, zet hem 8’ op max.

1 takje salie (6 blaadjes)

hak 4 blaadjes salie zeer fijn, snijd het haasje in stukken

100 g roomkaas met kruiden

bak de varkenshaasjes naar eigen smaak op laag vuur

pezo

kruid ze met pezo, strooi er de gehakte salie bovenop

cayennepeper

blus zo nodig met wat water

citroensap

bak tegelijk de look licht aan in olijfolie

olijfolie

voeg de spinazie toe zonder te ontdooien

2 grote ongeschilde aardappelen

zie verpakking: normaal moet ze +/- 8’ op het vuur

 

intussen de spinazie goed roeren

 

kruid met pezo en wat cayennepeper

 

leg de warme spinazie centraal op een bord

 

besprenkel de varkenshaasjes met citroensap

 

leg de versneden haasjes op de spinazie

 

verdeel het roomkaasje boven op het vlees

 

snijd boven in de aardappelen een gleuf van 1 cm breed

 

leg hierin wat van de roomkaas en dien alles op

 

versier elk bord met een blaadje salie

 

 

Terwijl het haasje, versneden in medaillons murmelend staat te bakken op laag

 vuur, moet af en toe in de spinazie geroerd worden.

 

 

 

 

Intussen zijn ook de aardappels gaar, met hun levendig

laagje roomkaas er bovenop.

Het flesje vino tinto staat ook al klaar.

 

 

 

 

Nog even controleren of het varkentje

niet van de tafel wil springen.

 

 

 

 

Alles is in orde. Het ziet er goed uit.

Lekker is het zeker, gemakkelijk te maken, en snel klaar.

Wat wil je nog meer?

 

Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept van www.tuinadvies.be

 

 

 

Gisteren stond in de krant “Het Laatste Nieuws” de volgende kop:

Ontsnapte varkens hinderen verkeer in China.

Het is een aardig artikel, met grappige foto's, maar omwille van het copyright 

mag ik die niet weergeven natuurlijk.

Een ding kan ik jullie wel bevestigen: mijn varken is niet kunnen ontsnappen.

 

Bye bye!!

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Op de Puy de Dôme groeien geen bomen

 

 

Tijdens onze toeristische vakantietocht van België naar

Andalusië verblijven we zoveel mogelijk in Bed & Breakfasts,

vooral in Frankrijk.

In de Auvergne is de keuze gevallen voor een tweenachtelijk

verblijf in Salers, ook weer eens een van de “100 mooiste

dorpen van Frankrijk”.

We logeren in de Chambre d’hôte du Haut Mouriol, aan de rand van het dorp,

bij Eliane Vantal, te vinden op www.salers-chambres-hotes.com.

Gezien er niet veel volk is, zoals gewoonlijk, kan ik de kamer kiezen.

Ik reserveer vooraf de Chambre Bleuet, met aparte bedden.

 

 

 

 

De volgende morgen gaan we op pad met de wagen naar de top van de Puy Mary,

 één van de 60 tot 70 vulkanen die het “Parc Naturel Régional des Volcans

 d'Auvergne” rijk is.

 

Elk jaar komen hier 600 000 bezoekers langs, en dat enkel in de periode van mei 

tot einde oktober. Hier zit natuurlijk het risico, omdat we nu al half oktober noteren.

 

De weg is meestal zeer smal, en slechts geschikt voor één wagen.

Om de 300 meter zijn er nissen om elkaar te kunnen kruisen.

Tijdens de beklimming zien we op de smalle weg een skiër, met ski’s op rolletjes.

 

Je kunt, als je geluk hebt,  over de Puy Mary rijden via de “Pas de Peyrol “ op

1589 meter hoogte, de hoogste pas van het Centraal Massief en het hoogste punt

 van het departement  Cantal.

 

Een beetje verder rijden we voorbij de bareel, die omlaag gaat over twee weken,

en de weg zes maanden zal afsluiten voor alle verkeer.

Ik had op de Puy Mary een wandeling voorzien, kort maar zeer steil naar de top.

Als we op de parking aankomen, is het mistig, en geeft de thermometer +2°C aan.

Voor dit soort klimaatomstandigheden hebben we geen kleren!!

 

 

 

 

In de Cantal kan je alle kanten uit, maar dat is vooral prettig als het weer goed blijft, 

én op voorwaarde dat je niet te hoog gaat.

 

 

Honderden meter lager is alles weer perfect.

We doorkruisen lieflijke Breugeliaanse dalletjes in de buurt van het dorpje Anjony.

 

 

 

Het dorpje ligt op een bergflank, en bloemen tieren welig.

Mensen zijn er niet te zien.

 

 

 

Zoals het een Frans dorpje betaamt, heeft het zijn eigen plaatselijk kasteel.

 

 

 

Merkwaardig is hier de aparte vorm: vier gelijke  hoge torens, vlak naast elkaar.

Het lijkt bijna een reusachtig kegelspel.

Het kasteel is momenteel op dit uur niet bezoekbaar, maar dat geeft niet.

We hebben er al veel gezien, en vooral de wandeling er naartoe is ontspannend.

 

 

 

 

Auvergne is natuurlijk de streek van de vulkanen en andere oeroude bergen, 

waartussen talloze rivieren kronkelen, en valleien hebben uitgesleten. Hier en daar

 mag een vulkaantje op de gevoelige plaat, zolang het maar niet begint te spuwen.

 

 

 

Sommige vulkaankraters zijn waterdicht, en dus ontstaan er heel wat ronde meren,

 gevuld met eeuwenoud regenwater.

 

 

 

Zelfs aan de senioren wordt af en toe gedacht! Bewonder het machtige, 

wisselende vulkaanlandschap van op een zitbank in volle natuur.

 

 

 

Het landschap is werkelijk pakkend, door de enorme ruimte, en het spel van zon

en schaduw, gecreëerd door de supersnel bewegende wolken.

 

 

 

Voor de jongere generatie valt er ook een en ander te

beleven in volle natuur.

Wijzelf hebben enkel zin in een rondje benji-jumpen, maar

de stand is nu niet open. Je zal maar pech hebben.

 

 

 

De bekendste vulkaan, onder meer uit de Tour de France, 

is de Puy de Dôme.

Hier is eigenlijk de carrière van Eddy Merckx geëindigd,

toen hij van een kwaadwillige toeschouwer tijdens de harde

beklimming een harde stomp in de lever mocht incasseren.

 

De kale granieten spuwberg heeft een restaurant en toeristische 

accommodaties boven op de top, op een 1000 meter hoogte.

 

 

 

De laatste uitspuwing van deze knaap was in 4040 vóór Christus.

Enkele jaren later, in 1956 na Christus, werd er een pyloon 

van 73 meter hoogte geïnstalleerd, voor het doorsturen van 

radio- en Tv-programma’s.

De pyloon is van heel ver herkenbaar.

 

 

 

Net als de Mont Ventoux is de Puy de Dôme heel populair bij

veel afgetrainde fietsers.

Er zijn drie varianten mogelijk voor deze stoere beklimming.

Voor wie er wil aan beginnen geef ik een paar tips: de beklimming is mogelijk

van de eerste maart tot 31 december, enkel op woensdagen en zondagen.

Je sportieve conditie moet wel bovennatuurlijk in orde zijn: je moet hellingen

kunnen beklimmen van 12 tot 14% over 4.2 km.

Een uurtje verblijven op de top is fantastisch, met 360° zicht op alle vulkanen

in de omtrek, en de Michelinstad Clermont Ferrand.

 

Als je naar de Puy de Dôme wil gaan met de wagen, of het fietstochtje

naar boven wil doen, doe het dan maar in 2011.

Als je nog langer wacht worden alle wegen onherroepelijk afgesloten.

De fietspaden gaan dicht, en op de plaats van de gewone weg komt een

 tandradbaan.

Vanaf juni 2012 kan je enkel nog naar boven met de “Panoramique des Dômes”,

 een stille en ecologische trein, die gans het jaar door zal rijden.

Het zal de eerste nieuwe tandradbaan zijn, gebouwd op een bergsite in meer

dan honderd jaar.

De trein zal aankomen in een ondergronds station, en de huidige autoparking

wordt opnieuw natuurlijk beplant.

Het is meteen de laatste keer dat Greta de top van de Puy en de wijde omgeving

in zijn huidige gedaante kan bekijken, en ze geniet ervan.

 

 

 

 

Een ander interessant plaatsje is het hooggelegen stadje Murat.

Het is gebouwd op drie rotsen die fungeerden als schouwen 

van de bijbehorende vulkaan.

Wat onmiddellijk opvalt, zijn de overal aanwezige bloemen, 

aan elk authentiek huis en op de openbare pleinen en straten.

 

 

 

 

 

De middeleeuwse sfeer is gebleven omdat deze bergstreek 

lang was afgesloten van de buitenwereld. Men kan langs 

alle kanten fotogenieke plekjes zoeken en ook vinden.

  

 

 

Tijdens de middeleeuwen werden vele kerken in de streek 

bezet door monniksoldaten van de Maltezerorde of de Tempeliers.

Geestelijken hebben blijkbaar door alle eeuwen heen ook minder vanzelfsprekende

 activiteiten uitgeoefend.

 

 

 

Na de uitgestippelde wandeling van de toeristische dienst, doorheen de

 middeleeuwen, bekijken we of het “Grand Café” op het marktplein,

ook iets te bieden heeft.

En inderdaad, naast Leffe van het vat, is er de enige echte Hoegaarden, 

die hier zelfs exclusief in drie verschillende formaten wordt geserveerd, 

met ijskrabber inclusief, en van het vat natuurlijk.

Hier hebben de Tempeliers zeker pap van gegeten, want 

volgens de affiche is het biertje al beschikbaar sinds 1445.

 

 

 

 

De keuken van de Auvergne is rijk aan vlees, boter, kaas en sauzen.

De reden hiervan zie je hieronder: het Salers koeienras, trouwens sterk

lijkend op Limousin runderen.

Typisch streekgerecht is de Aligot, een aardappelpuree verrijkt met kaas en room.

Nog zoiets lekker is de Truffade, gebakken aardappelen in gesmolten kaas.

Beide gerechten worden geserveerd bij zowel vlees, gevogelte als vis.

De Cantalkaas die men hiervoor ten overvloede gebruikt is ook een van de vele

 lekkere soorten van Frankrijk.

 

 

 

 

Hoog tijd dus om die specialiteiten uit te testen. Op advies van onze BB gastvrouw

 gaan we naar het dorp in het gezellige restaurant “Le Baillage” om de plaatselijke

 lekkernijen uitvoerig te proeven.

Na vier gangen - voor 25€ - in dit voortreffelijke restaurant, met onberispelijke

 service, zijn we zeer tevreden klanten.

Omdat het nu al laat is, en Seniorennet momenteel slechts 20 foto’s toelaat,

is het tijd geworden om te stoppen.

We kunnen onze tweede Saleriaanse nacht met rustig gemoed tegemoet zien.

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: aan cayenne kan je altijd wennen

 

We zijn met de wagen goed aangekomen in het Spaanse Andalusië,

de avond van 23/10/10.

Om dat te vieren, en om voor mezelf wat achterstand in te halen in het cuisineren, 

ga ik maar vrij snel aan de slag. Ik mag dus de spits afbijten van het koken.

Aangekomen op zaterdagavond, en met zondag de winkels dicht, is het voor

 maandag 25/10.

 

Een paar flinke filets van heilbot, “halibut” in het Spaans, en wat gezonde groenten,

 en we zijn weer vertrokken. Het gerecht wordt pittig gemaakt met cayennepeper, 

en ziehier nu een woordje uitleg voor wie dit pikante poedertje niet dikwijls gebruikt.

 

Cayennepeper is een gemalen gedroogde Spaanse peper, die in de keuken

 gebruikt wordt als specerij. Het is vernoemd naar de Zuid-Amerikaanse stad

 Cayenne, de hoofdstad van het Franse Overzeese Departement Frans-Guyana.

 

 

 

Het bezit een aantal eigenschappen die de gezondheid positief beïnvloeden.

Cayenne raakte in zwang door toedoen van de Amerikaanse dokter Samuel

 Thompson, als eenvoudig middel tegen gevaarlijke Zuid-Amerikaanse koortsen. 

Hij schreef grote doses voor om de tropische koorts te laten uitzweten. Het kon

hem een worst wezen dat het haar van zijn patienten loodrecht op hun hoofd stond.

 

De scherpte van de specerij stimuleert de vorming van speeksel en daardoor

 bevordert het de menselijke spijsvertering.

Onderzoek heeft aangetoond dat cayennepeper ook helpt de eetlust te

 onderdrukken en zo dus overeten onderdrukt. Recente testen geven ook aan dat

 cayennepeper de ontwikkeling van vetcellen tegengaat.

De stof die daar verantwoordelijk voor is in cayennepeper, heet capsaicin.

Studies uit Japan onderschrijven dat capsaicin werkzaam is tegen prostaatkanker. 

 

Vandaag worden crèmes van cayenne ook als pijnstiller in ziekenhuizen toegepast. 

Cayenne is wel geschikter voor volwassenen - en senioren - dan voor kinderen.   

Was steeds je handen na aanraking met cayenne, wrijf niet in de ogen.

 

Cayennepeper maakt men uitsluitend van een bepaalde soort Spaanse pepers.

Deze soort behoudt ook na het drogen zijn rode kleur. Na de droging worden de

 pepers vermalen tot het scherpe poeder dat we kennen als cayennepeper.

 

In de VS vermijdt men best de aanschaf van cayennepeper, die afkomstig is van de

 specerijenafdeling in de supermarkt. De meeste kruiden en specerij en worden

 daar namelijk bestraald waardoor alle goede eigenschappen verdwijnen.

In de EU is het nog zo ver niet, maar door de geplande invoering van de

Europese “Codex Alimentarius”, komt hier mogelijk verandering in.

Je kunt misschien beter overwegen je eigen plantje cayenne te

kweken, wat vrij gemakkelijk gaat in een bloempotje.

 

 

 

 

Bewaring: cayennepeper blijft lang houdbaar, en dat is

maar goed ook, want het is geraden het liefst enkel in kleine

hoeveelheden te gebruiken.

Cayennepeper wordt courant gebruikt bij de productie

van tabasco en chilisaus.

Je kunt het in de keuken gebruiken om vlees- en visgerechten,

pasta's en soepen mee te kruiden.

Ook in eiergerechten past cayennepeper uitstekend.

 

Ik verwerk het vandaag in een eenvoudig visgerecht.

Lang geleden dat ik hier in de keuken gestaan heb, en het

duurt wel even om al het gereedschap te vinden in de kast.

Ook met mijn keukenschort lig ik een beetje overhoop,

nu ik zelf de foto zie.

 

 

 

 

 

Nadat het visje aan beide kanten lichtbruin is gebakken, zet ik het tijdelijk

in de oven op 70°, zodat het geen kou krijgt, of de Spaanse griep .

 

 

 

Er staat op het menu: “gebakken heilbot met tomaten en paprika”.

Dit is een universeel gerecht, maar met veel Spaanse accenten.

Heel eenvoudig te maken, en heel gezond.

Het komt van bij de Weight Watchers, waar wij heel veel sympathie voor hebben.

Hier is het recept:

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

1 volwassen rode paprika

blancheer de tomaten 1’, ontpel, verwijder zaad, hak in stukjes

olijfolie

blancheer de peper 5’, pel hem boven een kom

350g zeevisfilet (hier: heilbot)

vang het paprikasap op in de kom, verwijder steel en zaadjes

1 ui fijngehakt

snijd het vruchtvlees eveneens in stukken

2 lookteentjes, fijn gesnipperd

verhit de olie in een grote antikleefpan

3 middelgrote tomaten

bestrooi de visfilets met bloem, en klop de bloem er af

citroensap

bak de vissen aan elke kant gedurende 3 à 4’

2 el fijngehakte platte peterselie

als ze lichtbruin zijn, leg ze dan op een schotel

zout en cayennepeper

fruit ui en look 1 à 2’in dezelfde pan, voeg eventueel wat olie toe

 

als de ui zacht is, voeg paprika, paprikasap en tomaten toe

 

doe er nog bij: citroensap, peterselie, zout en cayennepeper

 

zet de warmtebron iets lager, dek de pan af

 

laat het geheel 5 à 7’ zachtjes koken, roer af en toe in de pan

 

leg de visfilets terug in de pan, en warm ze nog even op, 1 à 2’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het visje is gebakken, en alle andere ingrediënten liggen gezellig samen in de pan,

en koesteren zich op de vurige plaat.

Het deksel vliegt al onderweg om de pan af te sluiten.

 

  

 

 

De visjes er nog even bij, en alles mag samen op de tafel.

Het is nu acht uur in de avond van 25 oktober, ongeveer 20° buiten op het terras,

en Greta is thuisgekomen, rechtstreeks van de bridgetafels.

 

Da Daaang!!!

  

De deksels gaan van de potten, en we kunnen er aan beginnen, bij kaarslicht.

Kaarsje, eigenlijk.

 

Greta vindt het resultaat een beetje pikant.

Een tegenslag natuurlijk, maar één ding is zeker: haar vetcellen worden in bedwang

 gehouden, haar spijsvertering verbetert, en ze zal de volgende dagen zeker geen

 koorts krijgen.

En ook de kans dat ze prostaatkanker krijgt is sterk verkleind.

Je moet er iets voor over hebben!

Buen apetito.

 

 

 

Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept uit Weight Watchers Menu Kookboek, pag. 90

 

 

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

In oktober geen chichi in Vichy

 

 

Heel binnenkort vertrekken we weer naar Spanje, laten we zeggen: woensdag.

Enkel Sennet Live en de Actief50 beurs van Seniorennet stonden nog in de weg.

In het verslag van de beurs op de home page van Sennet lees ik dat er nu al

18246 verschillende blogs leesbaar zijn .

Eentje daarvan is het mijne, dit dus, en dus moet ik maar nog een klein stukje

 neerpennen, of neertoetsen, hoewel de neuzen van mijn schoenen al gericht zijn

op het zuiden van Spanje.

Greta heeft gans het weekend in Genk haar Photoshop volop kunnen

demonstreren en promoten met haar collega’s , en ik mocht intussen de nieuwe

VIP Oxypass “aanprijzen”.

De tweede dag had ik de eer en het genoegen als enige de boeken van Pascal

 Vyncke te mogen verkopen, in aanwezigheid van de Grote Voorman.

Het is een toffe gast, maar hij mag zijn half lege colablikje niet meer laten staan!
Hij was wel grieperig, misschien komt het daarmee.

 

Bericht aan de kopers van zijn boeken:

zorg ervoor dat je de binnenkant van pagina 3, waar hij zijn opdracht heeft gezet,

 grondig spoelt met water, om de bacteriën weg te krijgen.

Zoniet ga je ook griep krijgen.

 

Terug naar ons onderwerp: in en door Frankrijk 2009.

Vorige reportage uit de Franse Auvergne, waar je helemaal in het Centraal Massief

 zit, was gestopt bij het vertrek vanuit de B&B  La Chèvre Noire in Montoldre.

 

“De Zwarte Geit” ligt nu achter de rug en achter de bergen, en we rijden verder

naar het hart van het Centraal massief.

Daar wacht ons, voor twee nachten een andere B&B, die ook nieuw is voor ons.

Hij ligt in aan de rand van het dorpje Salers, een van de “100 meest schilderachtige

 dorpen van Frankrijk”.

Door het mooie weer (in de valleien althans!) aangespoord, doen we een aanbevolen

rondrit in een streek, die zeer schaars bewoond is.

We stoppen eerst in een piepklein dorpje, met een rasechte Franse naam: Billy.

In Billy weten de bloemen nog niet dat het half oktober is, en bloeien rustig verder

in stille schoonheid.

 

 

 

 

Mooie villa’s sieren de wandelweg naar het kasteel.

 

 

 

 

Iemand heeft moeite gedaan om een aanzet te geven aan het aanduiden van de

 openingsuren, maar heeft het halfweg opgegeven.

Het is nu gesloten, maar de toeristen zijn ook al weg natuurlijk, behalve wijzelf.

 

 

 

De temperatuur is ideaal, de zon schijnt, en zelfs het kasteel staat te genieten.

 

 

 

Een mooie lokkende Billyaanse jonkvrouw staat me op te wachten aan de

 kasteelpoort, maar ik laat me niet zomaar binnenpraten.

 

 

 

 

Billy ligt op de weg naar het mondaine Vichy, en dat is natuurlijk andere koek.

Het is een oord van bronwater en van prestige.

De huizen in het centrum stralen Franse grandeur af, en dateren meestal van einde

 19de,  en prille begin 20ste eeuw.

Veel Art Nouveau elementen vind je terug over de ganse stad.

 

 

 

Zoals in elk kuuroord is er natuurlijk een Casino, waar het op dit moment

volledige rust is.

Het casino ligt aan een park, het Parc des Sources, dat in opdracht van Napoleon I

 werd aangelegd. Er omheen lopen oude ijzeren galerijen zodat je eventueel droog

 van het Casino aan de ene kant naar het badhuis aan de andere kant kunt lopen.

De straten tussen het Casino en de Allier, de plaatselijke rivier, zijn ook de moeite

 waard om eens door te kuieren. Je kunt je hier vergapen aan de prachtige oude

 villa's en wegdromen in de sjiek van weleer.

 

 

 

Vichy moet je gewoon op je eigen manier, al wandelend ontdekken.

Lekker slenteren door de straten, af en toe een bankje in het park om weer

even bij te komen. Verzin het zelf maar. Een goed begin is natuurlijk altijd om even

 binnen te lopen bij het Office du Tourisme, wat we uiteraard gedaan hebben.

 

Vichy is een “ville fleuri” met 4 sterren. Dat komt vooral omdat keizer Napoleon III

 een prachtig park heeft laten aanleggen. Je kunt er heerlijk wandelen en van

het zonnetje  genieten.

De meeste bloempjes beginnen wel weg te kruipen, behalve bij zonnig weer.

 

 

 

Je bent er omgeven door ca 20 hectare bomen, planten en bloemen waaronder

 diverse uitheemse en exotische planten.

Villa’s aan de rand liggen tussen het groen. Het is het Knokke-Zoute van Auvergne.

Er zijn een paar routebeschrijvingen te krijgen om te wandelen die je langs

de mooiste punten van de stad brengen. Er loopt er een door het Quartier Thermal.  

Een andere brengt je door de oude stad. Vanaf het Casino lopen we via een mooi

 park naar de Allier, de plaatselijke rivier en ook de naam van het departement.

Een prachtige herfstwandeling door een dreef in het warmende zonnetje doet deugd.

 

 

 

Langs de Allier lopen wandelpaden, en aan de overkant van de rustige rivier

is een paardenrenbaan en een golf. Minder kan natuurlijk niet.

 

 

 

Terug richting stad komen we langs de Source des Célestins, zoals we kunnen 

aflezen boven de ingang. In België hebben we Spa Barissart, als meest bekende

 bron, en hier is het dus Célestins.

 

 

 

Aan de binnenzijde van het gebouw is het heel luchtig, en opgebouwd met

Art Nouveau elementen.

Vichy staat al sinds de Romeinen bekend om de warme bronnen die tegen allerlei

 ongemakken (zouden) helpen.

 

 

 

In de tijd van Napoleon III werd Vichy omgebouwdd tot een ruim opgezette stad.

Tot een eind in de 20e eeuw was het een geliefd ontmoetingspunt van

de upperclass van Europa. Vichy kent diverse kuuroorden en natuurlijk

is het bronwater ook in flessen verkrijgbaar.

Nog leuker is het om met je lege flessen naar de Source Célestin te gaan.

De bronnen geven hier hun heilzame water af via bronzen kranen die voor 

het publiek zijn opengesteld.

Dit is dus geen WC die niet is doorgespoeld!

 

 

 

Er staan hier verschillende batterijen van tapkranen naast elkaar.

Ook op het gebied van water is er gelijkenis tussen Vichy op Knokke: zeewater

 geschept in Knokke smaakt net hetzelfde als het flessenwater van Vichy.

Hier zie je trouwens op de achtergrond een proefpersoon (letterlijk), die het water

 getest heeft, en nu steun zoekt, wegens een wrang gevoel in de maag.

 

 

 

Het zijn trouwens hypocrieten in Vichy.

Waar ze de (rijke) mensen zogezegd van kwalen,

zoals artrose enz willen afhelpen,

met hun spa’s en hun flessenwater,

zetten ze aan de andere kant de patiënten aan

om te roken, wat ook weer niet de gezondste sport is.

 

 

 

 

 

Deze gevel in het centrum is wel komisch, want de onderste verdieping is geschilderd.

 

 

 

 

 

De kerk is zeker interessant voor een kort bezoek.

Ze is heel donker, en daardoor komen de brandglasramen,

als de zon schijnt, goed tot hun recht.

 

 

 

Speciaal voor de dames: je voelt je opnieuw dertig,

na het gebruik van de gepaste huidproducten uit het

gamma van Vichy. Vrouwen onder de dertig blijven er

 dus maar best af, want die gaan een slechte zaak doen.

 

 

 

Soms krijg je zelfs de indruk dat de Fransen

houden van Amerikanen.

Zelfs hun eigen (ex!) Napoléon III moet wijken

voor de Yankees.

 

 

 

Dit is dan het voorlopige afscheid van Vichy.

Ondermeer omdat momenteel Seniorennet slechts 20 foto’s

toelaat per aflevering.

Daarenboven moet ik nu dringend de valiezen pakken.

Woensdagmorgen 20/10 vertrekken we met de wagen

richting Marbella.

Misschien komt er nog een live verslag onderweg,

speciaal voor jullie!.

 

Tot zeer binnenkort!

 

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten