Naar de inhoud

dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

m.a.w. de weblog van Greta en boB
akke.beakke.be

de bloemige blog die de avonturen van Greta en boB in BEELD brengt in België, Spanje, Frankrijk, enz.
De foto´s zijn meestal van Greta en de tekst van boB.
Ook eigen (makkelijk na te maken) ervaringen in het cuisineren worden neergezet,
ter streling van het virtuele gehemelte van de kijker/lezer of amateurkok.

Archief

KOKENETEN: de Mongool kent iets van witte kool

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, mag een witte kool niet wit zijn, 

maar eerder lichtgroen.

Zorg ervoor dat de buitenbladeren stevig en glanzend zijn als je hem koopt.

 

Witte kool is wereldwijd een van de belangrijkste menselijke voedingsbronnen.

In Rusland, China, Oost- en Noord-Europa zijn winterharde koolsoorten gewoon

onmisbaar, en bijna dagelijkse kost.

 

Mongolen zien zelfs een beetje groen, omdat ze bijna constant witte kool eten.

Ook op Mars is deze kool het nummer één op het menu; kijk maar naar de groene

 mannetjes die van daar komen.

 

Deze ultieme wintergroente mag dan wel de reputatie hebben zwaar

in het lichaam te vallen, in werkelijkheid is ze caloriearm, en vetarm.

Waar de witte kool wel bijzonder rijk aan is, zijn vitaminen en mineralen.

Aan amper 200 gram heb je genoeg om je dagelijkse behoefte aan vitamines A 

en C binnen te krijgen, daarnaast zit er nog een stevige dosis mineralen in als ijzer,

 calcium, fosfor en magnesium.

Men rekent 300 tot 400 g gekookte witte kool per persoon.

In tegenstelling tot wat men soms denkt, hoef je ze om de lieve lijn niet te laten,

want witte kool levert maar 24 kcal/100g.

Behalve voor zijn voedingswaarde, staat de kool in de traditionele Europese

 kruidengeneeskunde bekend als middel tegen brandwonden en ontstekingen.

 

 

 

 

 

Maar… nu moet ik toch even een prangend en nijpend onderwerp aansnijden.

Kolen slepen een bijzonder slechte reputatie met zich mee.

Ze zouden moeilijk verteerbaar zijn en zodoende de vorming van ongewenste

 gasbellen in onze darmen bevorderen.

Bij effectieve ontsnappingspogingen brengen die het fatsoen van de

 gastheer/vrouw luidruchtig en/of geurig aan het wankelen.

Nochtans, en dat is dan het supergoede nieuws, mits inachtneming van enkele

 voorschriften hoeft je metabolisme er hoegenaamd geen hinder van te ondervinden.

 

 

Tip 1:

Een van de voorschriften is dat je kool vooral niet te lang mag koken.

Bij langdurig koken ontstaan zwavelverbindingen, met het gekende gevolg

ter hoogte van de darm-exit.

 

Naar verluidt stoppen de Mongolen hun paarden trouwens vol met witte kool, 

zodat na de maaltijd en de dierlijke vertering, die beesten soms als een raket

 vooruit vliegen, gedreven door luide knallen en zwavelachtige dampen.

 

Kool bevat mosterdolie, dat is een vluchtige stof die het verteringsproces versnelt

 en de zwaveltoestanden fors verbetert.

Om de mosterdolie van kool intact te houden, mag je dit slechts even stomen.

 

Tip 2:

Je kunt er ook op het einde van de bereiding een lepel mosterdzaad of -poeder

in mengen, wat hetzelfde effect heeft.

Hiermee gewapend is er geen enkele reden meer om geen (witte) kool te bereiden.

Dankzij deze twee tips kan iedereen onbezorgd aan de kool! Lang leve de Mongool!

 

Witte kool is natuurlijk ook de basis voor zuurkool. Dit gerecht wordt gemaakt van

 fijn geschaafde witte kool, die met een weinig zout en een scheut karnemelk in

een inmaakpot tot gisting wordt gebracht.

De lichtverteerbare zuurkool heeft bovendien een zeer hoog vitamine C-gehalte.


Tenslotte is witte kool heel geschikt voor salades.

Verwijder de buitenblaren, snijd de kool in vieren en haal de stronk eruit.

Was de vier delen apart. Schaaf de kool of snijd hem in smalle snippers.

Voor salades rekent men 75 tot 100g per persoon.

Eens geschaafd en geblancheerd kan ze makkelijk worden ingevroren.

 

 

 

 

Ik heb (zeer) persoonlijk ook nog een goeie reden om witte kool klaar te maken.

Het is nu midden april in Spanje, en ik heb me speciaal opgetut om de Semana

 Sancta te vieren. Daarvoor heb ik een blits halssnoer uitgedacht, waarin

een paar kleine witte kolen verwerkt zijn.

Na afloop van de processie kan, en mag ik dit voedsel niet zomaar te grabbel 

gooien, en moet het de keuken in. Ecologisch inzicht moet er ook zijn.

Hier zie je me nog in groot ornaat met mijn koolhangers.

 

 

 

Er staat op het menu: “kabeljauw met witte kool en spekjes”.

Het is een Spaans gerecht, dus heel eenvoudig te maken, en heel lekker.

Hier is het recept.

 

 

ingrediënten voor 4

bereiding

4 dikke kabeljauwfilets, of andere harde vis

bak het spek in een weinig olie krokant, zet het opzij

½ witte kool, fijn gesneden

kook de kool in weinig water gedurende 5’

150g kleine spekblokjes (Spanje: Serrano)

ze mag wat zacht worden, maar moet al dente blijven

een handvol verse peterselie, ruw gesneden

laat ze goed uitlekken, stoof ze in een pan

een glas witte wijn, of  2 el sherry

doe er de boter bij en de wijn, en roer regelmatig

20g boter

houd het vuur laag, laat de boter smelten

5 cl (soja)room

en laat staan tot de meeste wijn verdampt is

verse (cayenne)peper, zout

voeg het spek toe, met alle braadsappen, en de room

een beetje olijfolie

voeg de peterselie toe en wat verse peper en zout

 

zet borden in de oven op 75° als voorverwarming

 

paneer de kabeljauw intussen aan beide kanten

 

verhit een beetje olijfolie in een niet-kleefpan

 

bak de kabeljauwfilets hierin, 4-5’ aan elke kant

 

(hangt af van de dikte van de vis)

 

lepel de kool op de warme borden

 

leg de visfilets er boven op

 

garneer met krulpeterselie en dien op

 

TIP: geen zout gebruiken voor de vis, door het spek

 

 

De kool voelt zich blijkbaar beter in de pan dan aan mijn nek.

Ik denk er ook zo over.

 

 

 

 

Intussen strijkt Greta er duchtig op los, op het terras. Ze is gerust in de afloop.

 

 

 

Ook de kalme kabeljauwen voelen zich happy in de koesterende warme pan.

 

 

 

De groentjes (in twee betekenissen) gaan gedwee op het bord en het zwemmertje

 komt er zachtjes bovenop.

 

Op het moment van de bereiding wist ik nog niets van het belang van de kooktijd.

 

TIP: laat de wijn niet inkoken, om zo de kooktijd in te korten, maar doe er

op het laatst 2 eetlepels sherry bij in plaats van de wijn.

 

Buen appetito!

 

 Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept uit de reeks “New Mediterranean Meals”

van de Engelsman Mark Harrison, van wie ik eens per post een CD kocht met recepten.

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Het raadsel van de Zwarte Geit

 

 

Binnenkort vertrekken we weer naar Spanje voor de winter 2010.

Dat doet me eraan denken dat de zuidwaartse tocht van vorig jaar nog niet

is aan bod gekomen op mijn blog.

Als ik dat nu eens zou doen, dan komen alle prettige reisherinneringen weer

naar boven. Doen dus.

 

Niet (alleen) de bestemming is belangrijk, maar de ervaringen van onderweg

 maken het reizen een prachtige belevenis. Daarom kiezen we elk jaar een

verschillend parcours. Want denk eraan: reizen is goed, als je het traag doet.

Dan maak je zelf de gelegenheid om alles veel intensiever te beleven.

 

 

We noteren 11 oktober 2009.

Dit jaar bollen we over en door het Centraal Massief, dwars door

het hooggelegen centrum van Frankrijk.

Daar richten we ons naar Auvergne, in het departement Allier.

 

Eerst gaan we nog rond Parijs, via de Francilienne. Rustig is het daar, en dat mag.

Dertig kilometer van Vichy weten we een uitstekend adresje: Mike en Sue Papala.

Hier zijn we al eerder geweest, en we komen hier thuis.

Het verwachte bordje hangt er al, als we in de vroege avond aankomen.

 

 

 

 

 

 

Even schetsen: Mike is een Engelse geoloog, werkt in Canada in de mijnexploitatie.

Sue is eveneens Engels, maar heeft als lerares heel veel jaren in een vroeger leven 

in Zwitserland gewerkt. Ze heeft een talenknobbel, die echter in tegenstelling tot

 mijn tenenknobbel, met het blote oog niet te zien is.

Ze houden samen een gezellige B&B (trois épis), La Chèvre Noire, de Zwarte Geit, 

maar Mike is regelmatig afwezig voor zijn part time werk in het andere continent. 

De dag zelf van onze aankomst is Sue hem gaan oppikken aan het station van Moulins.

 

 

 

Het is een heerlijk weerzien, een prachtige herfstdag, en ook de wagen voelt zich

 goed in de tuin. Hij staat hier natuurlijk 200% veilig.

 

 

 

 

 

We zijn hier (weer) alleen, dus alle rust en genot is exclusief voor ons.

Greta ademt gretig de Auvergniaanse lucht in vanuit het raam op de verdieping.

 

 

 

 

 

Intussen heb ik mijn plekje gevonden in de salon, terwijl ik wacht op het aperitief

 “on the house”, bij de brandende open haard.

 

 

 

 

Vanuit de woonkamer heb je een mooi zicht op de parktuin,

waar de herfstkleuren alles wikkelen in een zacht licht.

 

 

 

We weten dat Sue een prima kokkin is, dus wordt het nu genieten.

Ik had telefonisch een “light meal” besteld, en Sue houdt daar natuurlijk rekening mee.

 

 

 

 

We beginnen met lekkere soep van pompoen (uit de tuin), met gebakken uitjes

en spekjes om de pompoensmaak wat op te krikken.

Dan is er de salade met vlees en kaas.

Ik heb al veel soorten Franse kazen

 gegeten, maar deze zit vanaf nu zeker in mijn top drie:

de “Comtesse de Vichy”.

Spijtig genoeg is het een streekkaas, en kan je hem in

België waarschijnlijk niet vinden. Subliem lekker!

 

 

 

Dan krijgen we nog eendenborst met salami en hesp en stekelbes chutney.

Het dessert is iets met een crumble van wat weet ik niet meer.

Al een geluk dat ik een “light meal” had gevraagd.

We gaan dus nog even in de tuin om enkele calorieën kwijt te spelen. 

 

 

 

 

Zoals het echte Engelsen past zijn ze hier niet gespeend van humor.

Zo zien we een bordje hangen, met een zinnetje, aangepast aan de reusachtige tuin.

 

 

 

 

In de tuin bij het zwembad loopt een vriendelijke hond.

Ik zal hem maar Blakkie noemen.

Blakkie loopt onafgebroken naar alle kanten en zeult een speeltje mee, een soort frisbee.

 

 

 

 

Het zwembad ligt tussen enkele prachtige bomen, maar dat gaat me achteraf

nog parten spelen…

 

 

 

 

Wanneer het tijd is om te gaan slapen, geef ik al duidelijk

aan met mijn vijf vingers hoe laat ik van plan ben

om op te staan. De werkelijkheid is er niet ver af…

 

 

 

 

Nog een kleine merkwaardigheid: Sue is zo bezeten

van het maken van lekkere salades dat ze prompt

de lavabo heeft vervangen door een slakom.

  

 

 

 

Ik moet in de nacht veel niezen, want ik heb een verkoudheid

meegebracht uit België.

Rond zes uur in de ochtend, met andere woorden in het

midden van de nacht, maakt Greta me dan nog wakker

met een schok. Ik heb niet veel uitleg nodig, want ik hoor

het alarm van de wagen. Om de dieven in snelheid te pakken,

loop ik naar buiten, met enkel mijn schoenen aan.

De volgende twee minuten komt dus voor mij het raadsel

van de zwarte geit

De wagen staat slechts tien meter van het huis, en er is

niets abnormaals aan te zien of te horen.

 

Intussen is Sue uit het raam komen kijken, in nachtgewaad,

en roept iets van: “the swimming pool”. Wat is er gebeurd?

 

Het zwembad heeft een alarm. De Europese wetgeving

verplicht namelijk een afsluiting te bouwen rond zwembaden,

toegankelijk voor het publiek, ofwel moet men een alarm

plaatsen. Dit zwembad heeft dus een alarm, dat in werking

treedt als er iemand invalt, m.a.w. als er golfslag is.

Het toeval wil dan nog dat het geluid identiek is aan dat

van onze wagen. Daar sta ik dus mooi van te genieten!

Door een speling van de natuur (of door Blakkie?) is er

dus een golfslag ontstaan. De wind eventueel?

Het Mysterie van de Zwarte Geit is dus niet opgelost!

 

Mijn nachtrust is niet helemaal perfect, is de conclusie.

’s Morgens komt Blakkie mij zijn speeltje aanbieden,

om me te troosten. Mooi gebaar.

 

 

 

Iedereen mag nog eens op de foto vóór het vertrek naar

andere oorden. Ik heb Blakkie zijn speeltje toch maar teruggegeven.

Tot ziens, Mike en Sue, en Blakkie ook.

Nee Blakkie, ik wil je speeltje niet. De koffer zit vol.

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: een flesje cider voor ieder

 

 

Vandaag maken we het merkwaardige, maar smaakvolle gerechtje

“in cider gestoofde varkensmedaillon met appeltjes”.

 

Een woordje uitleg over cider mag dus wel. 

Cider is een alcoholische drank die van het sap van vruchten, vooral appels,

wordt geperst. Oorspronkelijk werd cider gemaakt van appels die werden

geperst in een cidermolen.

In een cirkelvormige bak, draaide een stenen molenwiel rond dat de appels

fijn perste. Cider is een vrij ruim verspreide drank. De meest bekende is de

Franse, maar ook in Spanje verfrist hij de kelen, onder de naam Sidra.

Hier zie je een molen op Jersey, vlak tegen Normandië, dé ciderstreek bij uitstek.

 

 

 

 

Vroeger werden de cidermolens aangedreven met de hand,

met behulp van waterkracht of door een paard. Tegenwoordig maakt men gebruik

 van persmachines die vrijwel altijd aangedreven worden door elektriciteit.

In de ciderpers werd de  pulp in lagen gelegd op een stapel die ook wel bekend

staat als 'el queso' (de kaas).

In de pers werd de kaas blootgesteld aan steeds toenemende druk zodat alle most

 (sap) uit de pulp werd geperst. Dit sap werd, nadat het was gezeefd in een grove

 haarzeef, in houten vaten gegoten. De uitgeperste pulp werd aan de boerderijdieren

gegeven als wintervoer, gecomposteerd, of weggegooid.

Er werd ook wel likeur van gestookt. Zie ook het stukje op mijn blog over het

 Jenevermuseum van Hasselt.

Ook daar komen veel van dezelfde technieken terug.

Alleen ontbreken n Hasselt de juiste meisjes,

zoals de Spaanse sidra jonkvrouwen.

 

 

 

 

Cider bestaat al een heel tijdje.

Het was bijvoorbeeld de lievelingsdrank in de USA,

in de tijd van  en na de Engelse kolonisten.

Er kwam pas verandering in, toen daar hele ladingen Duitsers aanspoelden

(toen ook al) die de techniek verbeterden om bier te brouwen. Prosit!

De eerste ciders werden waarschijnlijk al gemaakt door de oude Egyptenaren

en Byzantijnen.

In Spanje begon men ermee vanaf 1629, toen op grote schaal appelbomen

werden ingevoerd vanuit Amerika.

De verwerking was primitief, en is het soms nog.

 

 

 

 

Vandaag kan je in Spanje sidra drinken direct uit de kupelas, grote vaten,

meestal van kastanjehout. Er zijn zelfs “Sideria” bars, waar Sidra de specialiteit is.

 

Ze komen vooral voor in Asturia, Galicia en bij de Basken.

Het klimaat is daar ideaal om appels te kweken: natte zomers en zachte winters.

(met andere woorden: in België kan men ook aan de slag, als de winters wat

 zachter worden door de klimaatverandering; de natte zomers hebben we al)

 

De barman zal je een glas schenken, voorzien van de nodige show en acrobatie.

Zogezegd wordt dat gedaan om het boeket te verbeteren.

 

 

 

 

Hoe drink je de Sidra? Belangrijk: de fles moet in één keer leeggemaakt worden.

Cider oxideert heel snel, en na een dag of wat is hij volkomen plat. Daarom.

Persoonlijk hou ik niet zo van de Spaanse sidra. Ik gebruik hem wel om te koken,

om bijvoorbeeld te deglaceren, in plaats van met water. Het geeft meer smaak.

Normaal gezien blijft er een droesem over, onderaan in de fles.

Je kunt die consumeren (als je moeilijk naar het toilet gaat), of in een Sideria

mag je hem op de grond uitgieten, ofwel in een speciale afloop doen belanden.

Dit is een van de redenen waarom een Sideria verschillend is van een gewone bar.

 

Terug naar en in de keuken nu.

Er staat een "in cider gestoofde varkensmedaillon met appeltjes" op het menu.

Het is heel eenvoudig, want ik kan het. Hier is het recept.

 

 

ingrediënten voor 3

 

bereiding

1 el olijfolie

indien varkenshaasje: snij in stukken van 2 cm dik

600g varkensmedaillon of -haas

bestrooi met pezo aan beide kanten

1 grote ui, fijngesneden

bruin het vlees aan beide kanten, zet apart

2 el cider-, appel- of witte wijn azijn

bind het bouquet garni samen met keukentouw

15 cl sidra of cider

fruit de ui in de pan, en voeg daarna toe:

20 cl appelsap

de azijn, cider, appelsap en bouquet garni

1 bouquet garni (tijm, laurier, peterselie)

leg het vlees weer in de pan, doe er nog wat pezo op

2 appels

sluit de pan af en breng aan de kook

1 el citroensap

schil en ontpit de appels, snij ze in schijven (1cm)

een scheut room (+/-30% vet)

als het kookpunt bereikt is, zet het vuur laag

pezo

voeg de appels toe, laat enkele minuten verder garen

garnituur: krulpeterselie

haal het vlees uit de pan, en de appels als ze mals zijn

 

houd vlees en appels warm, laat het kookvocht inkoken

 

op hoog vuur en zonder deksel, tot een stroperige saus

 

dik, indien nodig, aan met wat maïzena express

 

verwijder het bouquet garni

 

voeg de room toe en laat 2’ doorkoken, al roerend

 

leg de appels op borden en vlees er bovenop

 

overgiet met de saus en garneer met peterselie

 

 

Het grote werk is gedaan, en ik kan de borden dresseren.

 

 

 

 

Het bord komt op tafel, met een glaasje rood. De liefhebbers kunnen er natuurlijk

de rest van de cider bij drinken. Ik zet hem liever apart voor later keukengebruik.

 

 

 

Tevreden dat het gelukt is, ga ik nu happen.

Ik doe er nog een gekookt piepertje bij en de lekkere saus.

 

Buen approveche!

 

 

 

Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept uit de reeks “Slim koken” van Carrefour.

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Niks speciaals te melden van op de Schelde (2)

 

Hier is dan het vervolgstukje van de dag met de Seniorennet Photoshoppers

op de Schelde.

 

Ankrispi, achtenswaardig hoofdorganisator van dit initiatief te Antwerpen heeft

nog een “specialleke” in petto!

 

Het Scheldedecor is een prachtige locatie om “Idool Photoshop 2010” te organiseren.

Iedereen die een beetje talent bezit, mag een liedje komen zingen voor de micro.

Het is uiterst spannend en een groot aantal kandidaten zetten hun beste beentje

en stemmetje voor, met de meest aangrijpende liedjes.

De twee finalisten zie je hier, terwijl Ankrispi de uitslag van de schiftingsrondes

 meedeelt. Lieve/Lila uit Limburg, links, komt in de finale eerst aan de beurt,

en brengt een doorleefde versie van “Het Hutje op de Heide”.

 

 

 

Maar het is Greta/Gaviota die uiteindelijk nipt de finale wint met een verschroeiende

 interpretatie van de hit: “Dos Cervezas, por favor”. De Spaanse tekst is vrij

moeilijk, maar ze wordt sterk geholpen door haar ervaring in de Spaanse taal.

 

 

 

Tot zover de foto’s die het Seniorennet Systeem niet wou opnemen vorige keer.

Zoals toen gezegd, gaan we nu vooral bovendeks, waar we al onmiddellijk

de Drie Wijzen van de Photoshop Senioren tegenkomen, die nog napraten

over de Idool zangfinale.

 

 

 

 

Uiteindelijk komt iedereen naar buiten, waar de vogeltjes fluiten.

Het weer is prachtig, maar zelfs de meest kouwelijke passagiers kunnen

indien nodig genieten van het verwarmde achterdek.

Daarvoor zorgt een kachel met lange stoofbuis.

 

 

 

 

Op het achterdek komen de tongen los, terwijl de boot langs idyllische plekjes vaart.

 

 

 

Onderwerp van gesprek is ondermeer het eigenaardige fenomeen dat hier geen

 schepen mogen aanmeren waarvan het anker ondersteboven hangt.

 

Een aantal mensen vraagt zich ook (terecht) af wat die “Lei dingen” mogen betekenen.

Iedereen kent in Antwerpen natuurlijk de Frankrijk Lei, de Britse Lei...enz.

Maar hier, langs de oevers staat dan een bord met “Lei Dingen”! Wat is dat?

Vreemd toch. Niemand van de achterdekzitters weet wat het betekent.

 

 

 

Een interessant gesprek hebben we met Photoshopster Princess, ook een

 Nederlandse, die vanuit Zuid-Afrika  geland is in Overpelt, in Belgisch Limburg. 

Laat dat nu net de plaats zijn waar we op 12 september gaan fietsen met Olaba.

 

 

 

Alle Photoshoppers zijn degelijk opgevoede mensen.

Als er tijdens een gesprek iemand een vraag wil stellen, of naar de WC wil gaan,

dan steekt die persoon heel beleefd zijn vinger op. Zo hoort het.

 

 

 

Een baken op de Schelde is natuurlijk Mariekerke.

Hoeveel palingen zijn hier al niet gedegusteerd?.

Vroeger werden de glibbervissen plaatselijk gevangen, maar vandaag

is het allemaal import uit Canada en Noorwegen. En toch lust ik die even graag.

 

 

 

In Mariekerke kan men de stroom over met een overzetboot, of zoals men het

zo lief kan zeggen in Nederland: met een pontje.

 

 

 

Af en toe zien we een merkwaardig beeld, zoals dit zinkende schip bijvoorbeeld.

 

 

 

De brug waar we nu ondergaan is bij velen geen onbekende.

Voor wie ze toch niet zou herkennen heeft men er dan maar de naam opgeplakt.

 

 

 

Toch wel een merkwaardig beeld levert dit op: de oude brug op de achtergrond,

en het nieuwe exemplaar vooraan.

Zoals achteraf zou blijken hebben vooral de dames hier een aantal bedenkingen bij.

 

 

 

Ik wil dit nu echt niet uitvergroten, maar even na het aanschouwen van het ophalen

van de bruggen ontstaat er enige beroering bij een aantal vrouwelijke passagiers.

Hier zie je bijvoorbeeld een dame die met behulp van twee vingers een bepaalde

maat opgeeft. De dame met het rode kleed, die op specifieke vraag verder

 onbekend wenst te blijven, heeft al een iets grotere maat in het hoofd.

 

 

 

Ook benedendeks is er grote belangstelling voor het ophalen van de bruggen,

en is er eveneens een interessante gedachtewisseling gestart.

Tribaloma heeft zo haar eigen idee over de gang van zaken.

Ik zou aan de dames maar één advies kunnen geven in zake dit onderwerp

 waarmee we nu aan de Temsebrug geconfronteerd worden: size doesn’t matter.

Excuseer.

 

 

 

Ook aan de boottrip komt een einde. Antwerpen komt weer in het vizier.

De kathedraal staat er nog, hoewel hij intussen weer wat ouder is geworden.

 

 

 

Ik kom niet zo veel meer in Antwerpen, en nu merk ik dat het Steen vernieuwd is.

Er is een nieuwe vleugel aangebouwd van frisgrijze appartementen. Moet kunnen.

 

 

 

Eens terug aan land moet er geklonken worden, omdat we niet gezonken zijn.

Waar kan je dat beter dan in café ’t Bolleke, tussen de kathedraal en de Groenplaats?

 

 

 

Een leuke zomeravond in centrum Antwerpen, met de Photoshoppers.

Er zijn minder aangename dingen.

 

 

 

Alle Photoshoppers houden van elkaar, ten minste éénmaal per jaar.

Is dit geen perfecte wereld?

Tot volgend jaar. Be There.

 

 

 

Geschreven door grob om 22:15 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Photoshop aan de top, en de Schelde op (1)

 

 

Vorig jaar ging de jaarlijkse bijeenkomst van de Seniorennet

 Photoshoppers door in Blankenberge.

De omstandigheden werden uitvoerig uit de fotodoeken gedaan 

op deze weblog in “Blankenberge op zijn kop” op 2 juli 2009.

Nog altijd herleesbaar natuurlijk, via de rechterkolom

in de rubriek “Archief per maand”.

 

Dit jaar was Antwerpen de plaats en the place to be voor de beeldrijke

happening op 19 augustus .

Het is niet evident om in die stad een plaats te vinden om te lunchen,

en gezellig te keuvelen, in volle toeristisch seizoen.

 

De plaatselijke organisatoren hebben dat knap en creatief opgelost

 door te kiezenvoor een boottocht, stroomopwaarts van Antwerpen

 op de Schelde.

 

Allen dus naar Antwerpen! Slechts 130 gelukzaligen konden mee.

Begin nu al maar te reserveren voor volgend jaar, als je er ook

bij wil zijn!

 

 

 

We komen aan met de trein in het Centraal Station, samen met

Willy Greenstuff, die begeleid wordt door enkele groupies.

Zijn fotoapparaat heeft hij al in aanslag.

 

 

 

 

Een groepje Photoshoppers zien elkaar in het station,

en gaan te voet verder langs de Keyserlei, naar de ondergrondse tram,

in de richting van de Groenplaats.

 

 

 

 

 

Het volgende verzamelpunt, met een voortdurend groter wordende

 groep is op de Groenplaats, tussen Rubens en het Hilton hotel.

De dame in de achtergrond die de rode paraplu droeg als

 herkenningsteken wordt bijna meegenomen door verplegers

in witte jassen, gewapend met dwangbuizen.

Wie loopt er nu met een paraplu rond bij stralend zomerweer?

 

 

 

 

 

De kathedraal staat er nog, hoewel hij al heel lichtjes

begint over te hellen.

 

 

 

 

 

Het weerzien is hartelijk, en we zien er nog allemaal even

jong uit als vorig jaar, ofwel zijn onze ogen er slechter op geworden.

 

 

 

 

Van de Groenplaats, langs de Grote Markt bereikt het nu

voltallig vaar- en fotogezelschap de Scheldekaden.

 

 

 

 

De boot, met een capaciteit voor 140 personen en 220 fototoestellen, ligt te

wachten.

 

 

 

 

Goed nieuws, het is de “Jan Plezier” die ons meeneemt.

Alle voortekenen zijn goed. Dit kan niet mislukken.

 

 

 

 

 

Sommigen zitten al in het schip, anderen dweilen het achterdek af

 (figuurlijk  natuurlijk) en de VIP's gaan als laatste aan boord.

 

 

 

 

Een lekkere lunch wordt deskundig in de magen weggewerkt, en stelt ons fysiek

in staat om de zware watertocht in te zetten.

 

 

 

Vriendschapsbanden worden gesmeed of opnieuw aangehaald, zoals bij deze

 twee dikke vrienden (figuurlijk natuurlijk).

 

 

 

Eens de boot in beweging, begint Greta al wat te wankelen door de sterke golfslag.

Een stoere Scheldebonk staat dadelijk paraat om haar op te vangen indien nodig.

Photoshoppers zijn zo, maar er moeten dan wel foto’s van genomen worden.

 

 

Greta geraakt terug in stabiele verticale toestand, en zoekt haar plaats op naast

Lieve (Lila voor het kennerspubliek, en mentor van de Photoshoppers).

 

Ze krijgen het onderhoudende bezoek van Willy. Ik dacht eerst aan Willy Wonka van

 The Chocolate Factory, maar het is onze grote vriend Willy Loebass, de grote

 Manitou van de  Initiatie Photoshop groep.

De foto bewijst dat Gaviota en Lila aan zijn lippen hangen (figuurlijk natuurlijk).

 

 

 

Onze gouwe ouwe Loebass Willy

kweekte in een vroeger leven pili-pili

in een helder visioen ontdekte hij Photoshop

en zette hij zijn kwekerij definitief stop

 

Af en toe werp ik een blik door het raam (figuurlijk, want anders krijg ik de eco-

jongens achter mijn hielen).

Soms liggen er vreemde dingen op de kade, zoals deze grote oranje

groenteblikken.

 

 

 

Kleine wasje, grote wasjes, het linnen moet stevig worden vastgemaakt of

het waait onverwachts van de wasdraad.

 

 

 

 

 

De creatieve organisatoren hebben zelfs een gratis tombola voorzien.

Greta wint een prijs: een zak met inhoud, maar dat had ze al, en ik kan het weten.

Andere aanwezigen zijn straaljaloers op deze leuke prijs.

 

 

 

 

Greta kan het niet laten haar nieuwste aanwinstzak te tonen aan Matea.

Deze kranige jongedame was met ons samen in Noorwegen in juli, maar ze heeft

intussen een nieuwe knieprothese - met - complicatie, die haar mobiliteit enigszins

 beperkt. En toch wil ze er vandaag absoluut bij zijn.

 

 

 

Bobbieke is helemaal niet gerust in het blijvende drijfvermogen van deze

 Plezierboot.

Het dragen van opblaasbare reddingsbandjes zal haar daarom de ganse

 watertocht een gevoel van veiligheid geven.

 

 

 

Zo zet de Jan Plezier zijn riviertochtje verder, langs de stilaan rustiger wordende

zomerse Scheldeboorden. Iedereen komt tot rust en begint al te dromen van een

kalmerende siësta op het water.

 

 

 

Ankrispi, achtenswaardig hoofdorganisator van dit initiatief te Antwerpen laat het

hier niet bij. Ze neemt de micro ter hand en nodigt de beste stemmen onder de

 aanwezigen uit om een klein stukje te zingen uit een actueel liedje, dat iedereen

 kent.

 

Dit is dan (noodgedwongen) het einde van deel 1.

Er waren nog twee onthullende foto's, maar het Systeem wil ze (weer) niet aannemen.

 

Deel 2 (“Niks speciaals te melden van op de Schelde”) speelt zich voornamelijk

 bovendeks af, en dat lees je heel binnenkort.

 

 

 

Geschreven door grob om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: een fijn feestje met φέτα

 

 

Mijn laatste verslagje eindigde in Hasselt, recht tegenover het Jenevermuseum.

Er stond een foto met het onderschrift van het Speculaasmannetje

en de volgende tekst:

 

Quote:”Iedereen gaat aan de overkant, langs het Speculaasmannetje,

naar de eetgelegenheid.

De foto van het Speculaasmannetje wil het systeem niet aannemen!

 

!!=%£µçà§ §##!!!   Sorry.”

 

Ik wil de trouwe lezer toch nog laten genieten van het Speculaasmannetje,

en doe nog een poging om dit prachtige Hasselts figuurtje door

het internet te duwen.

 

Het “Systeem” heeft blijkbaar berouw, en deze maal wordt de foto

 wel opgenomen.

Enkele bezoekers van het jenevermuseum zie je nu eindelijk

toch naar de dis gaan.

Hun honger zal nu wel aangescherpt zijn, na al die tijd.

 

 

 

Nu we toch over eten en tafelen bezig zijn, kan ik maar beter

meteen doorgaan.

Vandaag doen we iets met feta, de welbekende Griekse kaas.

Hoewel ik niet zo wild ben van de Griekse keuken, zijn er toch wel

 enkele dingetjes, die de moeite van het proberen waard zijn.

 

De gewezen Franse president Charles De Gaulle zei ooit:

”Het is moeilijk een land te regeren dat 246 soorten kaas heeft”.

 

In Griekenland is er nauwelijks één soort kaas.

Het land regeren zou dus een makkie moeten zijn, maar wat zien we?

De Grieken hebben vandaag geen geld meer, helaas,

maar nog wel een hoop schulden én hun fetakaas.

 

Feta is een klassieke ongerijpte kaas die duizenden jaren geleden al

werd gemaakt in Griekenland, Turkije en nog andere landen met

schapen en geiten.

De Griekse beschaving was in die tijd ver vooruit op de rest van de wereld.

Een van de problemen waarvoor men een beschaafde oplossing zocht,

was een methode om melkproducten lang te bewaren.

Dat was dan vooral kaas.

 

In Griekenland was dit probleem nijpender dan in de Franse of Zwitserse

Alpen, omdat de warmte de bewaringsduur aanzienlijk inkortte.

Met de methode van pekelen, op basis van verzadigd zout water kon men de

kaas gedurende vele maanden bewaren alvorens te worden geconsumeerd.

Dat was de oplossing.

 

Het is ook deze bereidingsmethode – nog altijd actueel - die de feta zijn typische

 zoutsmaak en zijn vochtig uitzicht verleent, verschillend van alle andere kazen.

In het Grieks betekent feta plak, omdat deze kaas nooit in zijn geheel wordt gebruikt.

Feta is wit, normaal gesproken in de vorm van vierkante plakken, en kan variëren

 van zacht tot halfhard met een prikkelende smaak die varieert van mild tot scherp.

 

 

 

 

De feta is een kruimelige, ruwe, gekorrelde kaas, zonder korst.

De Grieken zijn dol op hun kaas en zijn dan ook niet voor niets de grootste

 kaasconsumenten van deze planeet.

Ze eten per hoofd van de bevolking ongeveer 15 kg feta per jaar.

 

TIPS!

De kazen die buiten bepaalde streken van Griekenland, of op basis van koemelk

 worden vervaardigd, mogen vanaf 2007 niet langer de naam “feta” dragen.

Namaak feta komt vooral uit Oost-Europa en Turkije, en is bestemd voor export.

Volgens de Europese wetgeving mag het product geen “feta” heten omdat dat

een Grieks woord (φέτα) van oorsprong is.

 

Bedenk dus, als je “feta” koopt, dat het in veel gevallen van de koe afkomstig is!

De smaak is in dat geval onvoorspelbaar en kan wel enigszins tegenvallen.

In Spanje gebeurt tegenwoordig trouwens hetzelfde met de Manchego kaas.

Ook daar wordt schapen- en/of geitenmelk nu dikwijls vervangen door koemelk.

 

Normaal wordt feta dus best bewaard in een bokaal met pekel.

Gebruik liefst geen kaas die té lang in pekel heeft gelegen.

Deze heeft weinig smaak en is hard en moeilijk te verkruimelen.

Hetzelfde geldt voor veel vacuüm verpakte kazen.

Koop feta het liefst vers uit de pekel en, indien mogelijk,

proef hem eerst.

 

Hij kan eveneens in de koelkast worden bewaard in zout water

dat dagelijks wordt ververst.

Als hij te zout smaakt, leg je hem een poosje voor gebruik in melk.

Bewaar de kaas in een plastic trommel met wat pekelwater,

zodat hij niet uitdroogt.

Wegens zijn zoutsmaak (in bepaalde gevallen wordt overigens

aangeraden het zout enkele uren voor consumptie met water af

te spoelen), en op die manier is het een ideale kaas bij onder

meer salades en rauwkost.

 

 

 

 

Hij is perfect combineerbaar met bijvoorbeeld fijne kruiden en basilicum.

Met spinazie wordt hij bereid in traditionele bladerdeeggerechten, in vullingen

of op gratins. Vandaag gaan we hem zelf trouwens ook in de oven steken.

 

Jullie weten nu ongeveer alles over fetakaas, de behandeling, en de vervalsers.

Hoog tijd om een passend gerechtje te bereiden: gebakken paprika met feta.

Gemakkelijk en snel klaar. Mediterraan en gezond en lekker.

 

We beginnen met de paprikastukken, die op de bodem van een ovenschaal nog eventjes

mogen uitrusten. Broodkruim en gehakte peterselie en rozemarijn

gaan er dan zachtjes bovenop, als een knus dekentje.

 

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

een blik hele rode paprika’s

verwarm de oven voor op 200°

pezo

laat de paprika’s uitlekken, snijd ze in stukjes

2 tenen look, fijngehakt

schik ze in een ovenschaal, bestrooi met pezo

1 el gedroogde marjolein

schep look, kruiden, broodkruim en citroen door elkaar

1 el peterselie, fijngehakt

voeg peper toe en zoveel olie, tot het mengsel bindt

1 el rozemarijn, fijngehakt

schep het kruim over de paprika’s

30g (volkoren) broodkruim

strooi er de blokjes kaas en olijfringetjes over

sap van een citroen

bak het gerecht 15’ in de oven, tot het kruim knapperig is

2 el olijfolie

 

6 zwarte olijven, in ringetjes

razend lekker met lamskoteletjes

25g fetakaas, in blokjes van 1 cm

voor de grote honger: eventueel met een frisse salade

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De feta mag nu een luchtje scheppen en wordt in fijne stukjes verdeeld.

Intussen zijn de zwarte olijfjes gesneden, en die houden zich nog even gedeisd.

 

 

 

Wat kan er beter passen bij deze schapenkaas dan malse lamskoteletjes?

De vraag stellen is ze beantwoorden. Vergeet de piepertjes niet te koken.

En daarmee is alles compleet, en al bijna gereed.
 

 

De kaas en de olijfjes koesteren zich in de gezellige warmte van de oven,

en na ongeveer een kwartiertje mogen ze eruit floepen.

Nog een struikje frisgroene peterselie erbovenop uit de plantenbak, en aan tafel!

Jammie, jammie.

 

 

 

Bereid in Spanje en gebaseerd op een recept uit “De Groene Keuken”, pag. 14

 

 

 

Geschreven door grob om 13:57 2 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

Van graankorrel tot borrel (2)

 

 

 

 

 

Dus beginnen we nu met de graankorrel, en we eindigen met de borrel.

Zo‘n graankorrel is op zichzelf al behoorlijk ingewikkeld vind ik.

Ik vind ook dat zijn baard niet op de juiste plaats zit.

Ofwel is er iets aan de hand met mijn baard.

 

 

 

 

In het museum hebben ze trouwens een aantal

graankorrels van serieuze afmetingen bijeengescharreld.

Aan elke korrel heb je genoeg om een volwassen brood

te maken.

 

 

 

 

Hoe maak je jenever, in het kort? In het heel kort dan.

 

Het zetmeel in graankorrels is moeilijk oplosbaar in water, en kan door

de gistcellen niet rechtstreeks in alcohol worden omgezet.

Daarom moet zetmeel (door enzymen) worden afgebroken tot vergistbare suikers.

Deze enzymen vinden we terug in mout.

 

De alcohol, die spontaan ontstaat na de vergisting, wordt door distillatie

 geconcentreerd. Je krijgt dan een ‘sterke’ drank. 

Zo wordt cognac gemaakt op basis van de suikers uit druiven, calvados met de

 suikers uit appelen, kirsch op basis van kersen.

Voor whisky en graanjenever wordt dan weer het zetmeel uit graankorrels gebruikt.


Enzovoort. Als je meer wil weten van dit proces, ga dan eens langs in Hasselt.

 

We hebben in het museum de tijdelijke fototentoonstelling verlaten, en ook alle

 potten, pannen, kruiken, glazen en bokalen en we doen de tour van de stokerij.

 

We komen nu terecht tussen onder meer oude gereedschappen en andere

 apparaten, die uit een middeleeuws fitness center lijken te komen.

 

 

 

 

Ik begin me er al zorgen over te maken wie hier al dat koper hier moet poetsen.

Aan mij moeten ze het niet vragen, want ik kan niet poetsen.

 

 

 

 

Greta maakt zich intussen de bedenking of we thuis niet zo

een klein hobbyketeltje konden hebben, gewoon voor

het amusement. 

 

 

 

 

Afhankelijk van de natuurlijke supplementen krijgt de jenever telkens

een ander aroma.

Aan deze stand met ruikflessen, kan je proberen te raden wat er is toegevoegd,

en je kan je eigen voorkeur selecteren, voor als je een flesje jenever koopt. 

 

 

 

 

Na de aromaproef tracht Lila haar man er (tevergeefs) van te overtuigen om vanaf

 nu een aftershave te gebruiken op basis van gentiaan en karwijzaad (lange ij!).

Lila heeft dus haar lievelingsaroma al kunnen vinden in de ruikflessen.

 

 

 

 

Douaniers hadden in elke stokerij een vaste stek. Een volledig afgesloten hokje,

met lessenaar en dito schrijfboekje was hun dagelijkse werkomgeving.

Geen enkel accijnsje mocht ontsnappen aan de aandacht van deze ambtenaren.

Wat de inhoud betreft van de koperen potten, kan ik alleen maar een beredeneerde

gok wagen.

 

 

 

 

 

Een prachtige ketel, met roerstok, aangedreven door een stoommachine. Wonderlijk.

 

 

 

 

Regelmatig wordt de ketel gebruikt voor het aanmaken

van de eigen jenever, maar niet tijdens dit bezoek.

 

 

 foto: S. Dewickere ©

 

Er zijn nog zoveel andere interessante dingen te zien.

 

 

foto: S. Dewickere ©

 

 

Gelukkig is gids Frederik altijd in de buurt, met deskundige uitleg.

Deze rode buis  bijvoorbeeld is geen brandblusapparaat, maar een koeler.

 

 

 

 

Toch wil ik zelf wel ook eens uittesten of alle kranen wel goed gesloten zijn.

Het zou zonde zijn, mocht er iets van het edele vocht weglekken.

 

 

 

 

 

Aan het einde van het bezoek mag je kiezen uit vier verschillende jenevertjes

“van het huis”. De dame links wenst onbekend te blijven, en werd op simpele vraag

 voorzien van een omfloerste blik. Of is het een gebrek aan talent van de fotograaf?

 

 

 

 

 

Er worden ook wel enkele soorten van de plaatselijke jenevers te koop aangeboden.

 

 

 

 

Dat Frederik een uitmuntende gids is, en uiterst begaan met zijn volgelingen,

mag nog maar eens blijken uit het volgende: gans de dag al bekeek hij

(onder meer, en niet uitsluitend) Lila en Gaviota, met bezorgde blik.

Tijdens het degusteren van de laatste glaasjes kan hij zich niet meer intomen,

en bezweert de twee jonge meisjes toch maar niet te veel borreltjes te drinken.

Het risico is namelijk aanwezig dat bij consumptie van meer dan drie glaasjes van

het getoonde gerstenat de daders kunnen worden opgepakt door de veldwachter.

 

 

 

 

 

De meisjes blijven verbijsterd en wezenloos achter bij dit schokkende nieuws.

Dit komt totaal onverwacht. Wie had dat gedacht?

 

 

 

 

Gelukkig zijn ze zo bij de pinken om de goede raad niet in de wind te slaan,

en geen overtredingen te maken tegen het hier van toepassing zijnde wetboek.

 

 

 

 

 

 

Het stokerijbezoek loopt ten einde. De tijd is aangebroken om even te gaan tafelen.

Als we buitenkomen, zien we dadelijk het Hasselts Speculaasmannetje staan.

Terloops gezegd: een lekker speculaasje past uitstekend bij een Hasselts borreltje.

 

 

 

 

 

Iedereen gaat aan de overkant, langs het Speculaasmannetje, naar de eetgelegenheid.

De foto van het Speculaasmannetje wil het systeem niet aannemen!

 

!!=%£µçà§§##!!!   Sorry.

 

 

 

Einde goed, al goed, of toch bijna.

 

 

www.jenevermuseum.be

 

 

Geschreven door grob om 23:13 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Het Nationaal Jenever- en Ossenmuseum van Hasselt (1)

 

 

 

In een 19de-eeuwse landbouwstokerij - midden in de stad Hasselt - brengt

het Nationaal Jenevermuseum het verhaal van de Belgische jenever.
Je volgt onder meer het productieproces in een authentieke stookinstallatie.

 

 

 

 

Jenever is niet alleen de nationale gedistilleerde drank van België,

maar ook die van Nederland en Frans-Vlaanderen, de ‘Zeventien Provinciën’

uit de 16de eeuw.

In die eeuw wordt de korenbrandewijn, soms gearomatiseerd met jeneverbes,

 enorm populair.

 

 

 

  

Kort even de geschiedenis van de (Belgische) jenever.

Het is al gestart onder de voogdij van de Spanjaarden, einde 16de eeuw.
In 1601 vaardigen de aartshertogen Albrecht en Isabella een plakkaat uit waarbij

de productie en de verkoop van brandewijn uit graan, fruit en groenten in de

Zuidelijke Nederlanden worden verboden.

De overheid maakt zich zogezegd zorgen over het overmatige brandewijngebruik

en vindt dat granen dienen voor het bakken van brood en niet voor het stoken

van korenbrandewijn.

 

Maar: Hasselt ontspringt de dans.

Sindsdien zijn de Limburgers altijd happy, tot op de dag van vandaag.
In Hasselt, dat tot 1795 niet tot de Zuidelijke Nederlanden, maar wel tot het

Prinsbisdom Luik behoort, mag verder brandewijn of jenever gestookt worden.

 

De jeneverproductie komt er pas echt goed op dreef tijdens de bezetting van

de stad door een Hollands garnizoen in de periode 1675-1681.

Het feit dat de Hasseltse jenever meer dan andere jenevers in België

met allerlei kruiden, bessen en zaden wordt gearomatiseerd,

is wellicht aan deze Hollandse invloed toe te schrijven.

Vooral dan de jeneverbes wordt veel gebruikt, omdat de

struik overal groeit, en dus goedkope vruchten afleverde.

Vandaar dat de naam aan deze bes gekoppeld blijft.

 

 

 

 

Na verloop van jaren wordt jenever stoken opnieuw toegelaten.
Onder het (wie is er hier eigenlijk NIET geweest?) Oostenrijkse
bewind (1713-1794) wordt het

stoken van korenbrandewijn – behalve bij graanschaarste – weer toegelaten en zelfs gestimuleerd.

Het is de overheid niet zozeer om de brandewijn te doen, dan wel om de spoeling.

Dit niet-vluchtig restant van het stookproces wordt immers als veevoeder gebruikt

bij het overwinteren van de veestapel.

 

Let op: we moeten hier geen ouwe koeien uit de sloot halen, of niet over koetjes

en kalfjes praten, maar enkel over ossen.

Achteraf is het heel merkwaardig, maar zeker de waarheid, dat de grootste

inkomsten van de stokerijen niet afkomstig waren van de jenever, maar van het vetmesten van ossen.

Als we de gids mogen geloven, was er een doorloop van de ossen in de stokerij

van vier à vijf maal per jaar. Kassa kassa dus, en dan spreken we nog niet over de stalmest,

ook heel kostbaar en onontbeerlijk in die tijd, bij gebrek aan kunstmest.

Sommige stokerijen hadden tot tachtig ossen per keer in de stal om vet te mesten!

Hier zie je een (namaak) os, in het Hasseltse museum, aan de echte voederbak.

 

 

 

 

De ossen waren heel tevreden met de spoeling uit de stookketel, die al heel wat

gegiste materie bevatte.

Deze foto uit 1745 bewijst dat de ossen zich de alcoholpap lieten welgevallen.

Het lijkt er op dat het alcoholpercentage van 0.25 promille ruim overschreden werd.

 

 

 

 

De uitdrukking “slapen als een os” dateert uit die bewuste periode.

Nu begin ik eindelijk te begrijpen waarom.

Van toen af spande men trouwens altijd twee ossen in een span.

Dat was om de stabiliteit van het span en de rechtlijnige voortgang op de akker

 beter onder controle te houden.

 

 

 

 

Terloops toch even wijzen op een kleine biologische oneffenheid:

verwar een os nooit met een stier.

Een stier zie je hieronder, op de foto. Zoek de zeven verschillen.

Haha, er is er maar één!

Een stier heeft een veel massievere nek en kop, zoals gedemonstreerd

door deze Spaanse stier, dank zij het wereldberoemde logo

van de Osborne sherry, op de Spaanse heuvels.

 

 

 

 

Het ligt allemaal een beetje moeilijk, want hoewel de stier

van Osborne is, duiden de eerste twee letters van de naam

op het tegendeel.

Daarenboven laten de Spanjaarden de stieren sherry drinken, in plaats van jenever.

Begrijpelijk dat deze dieren slecht gehumeurd zijn, tijdens hun arenavoorstellingen.

Als de Spanjaarden hier waren gebleven in de zestiende eeuw, dan hadden ze met het Hasselts

jenever voedingssupplement veel betere resultaten kunnen boeken!

 

Terug nu naar het andere product: jenever.

Jenever is sinds 2008 door de Europese Unie geografisch beschermd, net als al eerder het geval

was voor whisky en cognac. 

Jenever krijgt dus zijn eigen “appelation d’origine contrôlée”.
De ‘Verordening Nr. 110/2008 van het Europese parlement betreffende de definitie, de aanduiding,

 de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde

drank’ is het officiële document waarin de volledige regelgeving vermeld wordt. 

Niet simpel, al die reglementen. Gelukkig is dit niet te proeven aan het eindproduct.

Concreet mag enkel in België, Nederland, Frankrijk (Nord en Pas-de-Calais) en

 Duitsland (Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen) drank geproduceerd worden die de naam

jenever, genièvre of genever draagt. 

 

 

 

De tijd en de jenever is nu rijp om het museum zelf te bekijken.

Topstuk is de 19de-eeuwse stookinstallatie uit de voormalige stokerij Servais.

Een stoommachine en graanmolen uit dezelfde tijd maken de installatie compleet.

De volledige installatie werd vakkundig gerestaureerd en terug in werking gesteld.

Het is de enige stookinstallatie in België en Nederland die volledig op stoom werkt.

Het museum stookt er naar een 19de-eeuws recept zijn museumjenever in.

 

 

 

 

We hadden onlangs de gelegenheid om de stokerij te bezoeken, met meer

dan honderd mensen van het Seniorennet.

Onder hen waren er twee die het absoluut wilden meemaken: Lieve en (mijn) Greta,

 respectievelijk Mentor en Administrator van de Seniorennet Photoshop Mailgroep.

Voor sommigen Seniorennetters, vooral die van de fotografische strekking, zijn

ze wellicht beter gekend onder de pseudoniemen Lila en Gaviota.

 

De gids - we zullen hem Frederik noemen – staat rechts, en dan komen Gaviota

en Lila respectievelijk. Ze lijken wat scheef te hangen, maar dat komt door de vloer.

Hoog boven Lila torent een Nederlander (uit Breda), die we Wim zullen noemen.

We hadden ook de eer om met Wim en zijn dame achteraf internationaal te tafelen.

 

 

deze foto is gemaakt door Mick 

 

Momenteel loopt er in het museum een interessante fototentoonstelling, onder de

 sprekende titel:

Vrouwentongen (let wel: in één woord) en mannenpraat - Volkscafés

in Vlaanderen.

 

Met vrouwentongen bedoelt men natuurlijk de Sanseveria’s, die eeuwenlang de

 raamdorpels van de volkscafé’s bevolkten.

De ludieke foto’s gaan over droge worsten, filterkoffie’s, kickertafels, lelijke

stenen vloeren, buitentoiletten, enz.

Door hun alledaagse en ongedwongen karakter maken volkscafés

onlosmakelijk deel uit van ons cultureel erfgoed.

De originele kleurbeelden geven getrouw de

levendigheid van het volkscafé weer.

Daarbij kunnen de nodige relativering en een vleugje

humor niet ontbreken. Met een knipoog dus.

 

 

 

 

Terloops gezegd, over Frederik heb ik toch mijn twijfels.

Je moet eens goed kijken: in zijn lichtjes omhoog gaande rechterhand

past geen klein borrelglaasje, maar wel een stevige pint. Het lijkt er op

alsof Frederik geen jeneverfanaat, maar eerder een fervente bierdrinker is.

Waarschijnlijk hebben we hier te maken met een gecamoufleerde biergids

(uit brouwerij Alken)?.

Het resultaat van jenever of bier drinken achteraf (in volume) is natuurlijk

niet hetzelfde, wat gedemonstreerd wordt op de foto rechts onderaan.

 

 

 

 

Of dit bezoek al dan niet de goede kant opgaat, kom je te weten tijdens een van

de volgende dagen.

 

Come and see…voor de nieuwe avonturen van Lila en Gaviota!!

 

Als je zolang niet kan wachten, en ook voor  echte interessante informatie

kan je via de volgende link:

 

www.jenevermuseum.be

 

 

Geschreven door grob om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht Stuur door

KOKENETEN: sommige kappers kunnen er groen uitzien

 

 

 

Er zijn verschillende soorten kappers. Voornamelijk twee soorten: de eetbare soort

en de minder eetbare, hoewel ik de laatste nog niet echt geprobeerd heb.

 

De eerste soort zijn de groenachtige bloemknopjes van de kappertjesplant.

Van de andere kappers, de tweede soort, zijnde de haarklievers, heb ik er zelf ook

 nog twee verschillende (soorten): Filip in Knokke-Heist, waarover ik zeer tevreden ben.

Hij doet enkel de mannen, bij manier van spreken.

Filip is een authentieke Knokkenaar, maar dat stoort me niet.

En met zijn één meter tachtig is hij ook niet echt een kappertje.

 

Mijn tweede kapper, kapster eigenlijk, is Amanda. Zij is afkomstig uit Londen,

spreekt mooi Engels, woont tegen Marbella en doet aan uniseks.

Dat laatste is trouwens volkomen eervol, en betekent alleen maar dat ze het

 hoofdhaar van zowel mannen als vrouwen verzorgt.

Van Amanda ben ik ook heel tevreden.

Vanaf hier zal ik het verder uitsluitend over kappers hebben, met groene kleur.

 

 

 

 

 

 

 In België is er een zeer grote consumptie van kappertjes door het gebruik in

 keukenklassiekers zoals “filet américain préparé”, en uiteraard de onvolprezen

 rogvleugel met kappertjes. Het wordt ook regelmatig gebruikt in sauzen,

eiergerechten, op broodjes gerookte zalm, bij visgerechten en op pizza's.

Dit sterke verbruik is niet zomaar te verklaren want de kappertjesplant komt

helemaal niet voor in onze contreien.

Men vindt de groene bolletjes in overvloed in de alle voedingswinkels, meestal

verpakt in glazen potjes of soms in blikjes.

Men ziet ook steeds meer verschillende groottes van kappertjes.
De kleine kappertjes zijn eenvoudigweg ongeopende bloemknopjes

van de kappertjesplant.

 

 

 

 

Dat is een struikvormige plant met breed uitgroeiende takken tot één meter wijd.

In het wild komt deze plant veel voor in het gehele Middellandse Zeegebied,

waar hij met zijn mooie grote (tot 5cm) witte bloemen de aandacht van de vogels

 trekt tussen de rotsen waar hij het best gedijt. Het eilandje Pantelleria

(tussen Sicilië en Tunesië) schijnt de beste kappertjes te herbergen.

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kappertjes worden geklasseerd volgens grootte, en men gebruikt

daarvoor de meest poëtische Franse namen.

Ik ga die nu niet allemaal opsommen, maar qua reputatie staan

de “nonpareilles” op het hoogste schavotje. Dat is de kleinste variant.

Sinds enkele jaren zien we in de delicatessenwinkels een grotere

soort met een steeltje eraan opduiken.

Misschien heb je die ook al gezien.

In Spanje zijn ze courant te koop in elke supermarkt.

 

Let wel, dit is geen ongeopende bloemknop maar de onrijp

geplukte vrucht van dezelfde kappertjesplant,

doorgaans noemt men dit de cornichon de câpres,

of de kappertjesaugurk. Meestal laat men het steeltje er aan.

Dit zijn de allergrootste, met een steeltje en ze zitten vol met zaadjes.

De kleine kappertjes zijn wel het duurst, en het meest gewaardeerd.

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kappertjes zijn dus gesloten bloemknopjes.

Vers gegeten is er eigenlijk weinig aan.

Ze bezitten caprinezuur, dat op volle sterkte onaangenaam

naar bok ruikt.

Waar staat de bok, ma? Ik kan hem al tot hier ruiken.

 

In combinatie met de ingrediënten voor de opleg komt de echte smaak

wel vrij. Kappertjes hebben dan een blauwgroene kleur en een

frisse, zurige smaak.

Net als olijven moeten ze geconserveerd worden, anders zijn ze

te bitter om te eten.

Ze worden meestal eerst wat gedroogd en daarna ingelegd

in vaten met grof zout of gepekeld en in wijnazijn ingelegd,

soms zelfs in olijfolie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kappertjes bewaren is geen enkel probleem zolang je er maar voor zorgt dat

ze steeds onder de vloeistof blijven, zodat ze niet uitdrogen.

Voeg nooit azijn of iets dergelijks toe aan de pot want dan vermindert

de smaak zienderogen.

De cultuur van kappertjes en de vruchten is een zeer arbeidsintensieve en fragiele

 onderneming. Er wordt in het begin van de zomer dagelijks ’s morgens voor dag

en dauw geplukt en gesorteerd, alles met de hand.

De bloemknoppen worden geplukt en dan in de zon te drogen gelegd

(vandaar dat ze in België niet geteeld worden).

 

Daarna kan men ze dan inmaken in pekel met azijn of in zout.

De kappertjes in zout zijn perfect houdbaar buiten de koelkast.

 

 

 

 

Op die manier kunnen ze ten minste een jaar op kamertemperatuur worden bewaard.

Bereid je een saus die een lange kooktijd nodig heeft, dan hoef je geen zout toe te voegen,

het zout van de kappers is ruim voldoende.

Jullie weten nu ongeveer alles over kappers en kappertjes.

Kan er iemand, na al deze uitleg, zeggen waarbij kappertjes behoren?

Zijn het groenten, fruit, kruiden, specerijen of nog iets anders?

Als je het zeker weet, wil het me dan doorsturen aub (via reactie onderaan rechts).

Hoog tijd om het passende gerechtje te bereiden: baars met kappertjes.

Gemakkelijk en heel snel klaar. Zuiders lekker.

 

 

Ingrediënten voor 2

bereiding

400g visfilet: kabeljauw, baars

schik de vis in een diep bord en kruid met peper

peper

Giet de wijn over de vis en dek af

10 cl witte wijn (of Spaanse cider)

Zet de schotel in de microwave, 2’ niet te hard

olijfolie

Mix intussen de kappers, gesneden olijven,

2 el kappers

ansjovis, olie, roer tot een dikke saus

2 el olijven zonder pit

Doe de gesneden peterselie erbij

2 el ansjovisfilets

Haal de vis uit de microwave, doe bereiding erbij

1 el verse platte peterselie

zet schotel terug in de microwave voor nog 2’

1 el dille

Strooi de gesnipperde dille erover

1 citroen, in schijfjes

Garneer met schijfjes citroen

look

 

 

 

In de keuken wordt de voorverwarmde vis en de mix van de andere ingrediënten 

samengebracht op een bord.

 

 

 

Na de tweede opwarming, met de Mediterrane mix erbij, mag het op de tafel.

 

 

 

Ondertussen is er een superlekker Huysentruyt sausje bijgemaakt,

met hoofdzakelijk gelijkaardige bestanddelen: tomatensaus met kappertjes.

 

 

ingrediënten voor 2

bereiding

2 tomaten

tomaten in blokjes snijden

olijfolie

olie in een diepe pan doen

1 ui

snipper de ui en fruit hem in de olie

2 lookteentjes

voeg er de gesnipperde look aan toe

zwarte olijven (zonder pit)

doe de tomatenstukjes erbij

pezo

voeg de gesneden olijven toe

ansjovis in olie uit een blikje

kruiden met pezo

kappertjes

snij de ansjovissen in kleine stukjes, voeg ze toe

scheutje witte wijn of Spaanse cider

doe de kappertjes in de pan en roer goed

beetje tapenade

voeg een scheutje wijn toe, (en de tapenade)

(zie tomaten-komkommersla)

als de tomaten gaar zijn, doe de saus op borden

eventueel  een lekje basilicumolie

leg er de rest bovenop (stuk vis of vlees)

 

nog decoratiepeper à la vie d’artiste en serveer

 

 

De saus maakt het gerecht compleet. Zuiders en lekker.

Met platte peterselie uit de plantenbak.

 

 

 

Bereid in Spanje en licht gebaseerd op een recept uit “Toeren en Tafelen in Spanje”, pag. 84

Het tomatensausje gemaakt naar Piet H. uit het Tv-programma “De Perfecte Keuken”

 

Geschreven door grob om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

En de Priorij komt als laatste in de rij

 

Na enkele dagen hard labeur voelen we ons herboren, en zo licht als een pluimpje.

Dan is de tijd gekomen, om verder noordwaarts te trekken, op zoek naar Betty.

En dat is voor zeer binnenkort…

 

Zo eindigt mijn vorig stukje.

Welnu, Betty uit Leuven hebben we  gevonden, in de buurt van Vierzon.

 

Maar vooraleer we zover zijn, worden we op een parking nog eerst gecontroleerd

 op verboden alcoholbezit door de Texas Rangers uit Dallas.

 

 

 

Betty is te vinden niet ver van de autoweg, in een rustige buurt. Haar Bed&Breakfast

is een gewezen Priorij, vandaar de benaming “Le Prieuré” natuurlijk.  

 

 

Even voorzichtig het vetplantje manipuleren, dat ik gekocht heb in Quillan,

en we kunnen het gebied van Betty betreden.

 

 

De parking ligt aan de zijkant van het gebouw. Twee merkwaardige deuren

doorstaan hier de tand des tijds, om het eens traditioneel te zeggen.

 

 

 

Als je de linkerdeur opentrekt sta je in een merkwaardig historisch kapelletje

van de priorij, waar vroeger de paters zich terugtrokken. Om te bidden waarschijnlijk.

 

 

 

De deur aan de rechterkant leidt van de parking naar het hoofdgebouw,

en loopt doorheen het vroegere koetshuis,

waar nog voertuigen en oud landbouwgereedschap

van hun pensioen genieten.

 

 

 

 

Als je het koetshuis verlaat sta je tegenover het hoofdgebouw, aan het einde

van een mooi stuk tuin.

Greta heeft al dadelijk de ingang gevonden, de pientere meid!

 

 

 

De zon, die stilaan ondergaat, doet de kleuren van dit tafereeltje bijzonder goed uitkomen.

 

 

 

Als je van de ingangsdeur kijkt naar de andere kant, zie je achter de tuin

de eigenlijke toegang, met daarachter een straat.

Aan de overkant van de straat staan nog gebouwen die toebehoorden aan de Priorij.

Toen hier nog bruine of witte paters rondliepen, was de rust volledig.

Achteraf trok men een straat dwars door het domein.

 

 

 

Aan de rechterkant situeren zich enkele kamers van de B&B.

 

 

 

Slechts twee andere bezoekers logeren hier.

Ze zijn niet erg spraakzaam, maar wel grappig

 

 

 

Wat je hier ziet is een ongelukkig mens. Waarom, zul je denken?

Wel, hij heeft de kans nog niet gekregen te logeren bij Betty uit Leuven.

 

 

 

Eens binnenhuis, ziet het er allemaal zo oud niet uit.

We voelen ons onmiddellijk thuis. Zo zijn we.

 

 

 

 

We hadden vooraf, bij de reservering, gevraagd om een

licht dineetje, wat voor de gastvrouw geen probleem is.

Greta kijkt er al naar uit.

 

 

 

 

Betty is zeer verlegen, en wil geen foto laten nemen,

terwijl ze het eten opdient.

Om mijn verhaal kompleet te maken heb ik dan maar

een robotfoto samengesteld.

De gelijkenis is wel treffend moet ik nu zelf toegeven.

 

 

 

 

Betty heeft het schitterend gedaan.

Enkel de hoofdmaaltijd, en dan dit kleine dessertje toe.

Ik heb blijkbaar te veel van de wijn gedronken, want mijn

gevoel voor evenwicht is me aan het verlaten.

Greta heeft het in de mot trouwens.

 

 

 

Na de welverdiende nachtrust verlaten we het dorpje.

De naam is trouwens merkwaardig: Vatan.

Wie een mondjevol Frans kent, weet wat dit betekent.

Daarom heeft het gemeentebestuur er prompt aan toegevoegd: “tu reviendras…”.

Zoiets moeten ze ons geen twee keer zeggen.

 In een later stadium van onze avonturen komen we inderdaad terug.

Met foto van Betty inclusief, deze keer.

Voor de trouwe lezers, come and see…

 

 

 

En zo loopt onze terugkeer uit Spanje ten einde.

We gaan verder noordwaarts, voorlopig…

 

 

Geschreven door grob om 10:44 1 reactie Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van dit is de fameuze en mysterieuzeneuze GroB blog

↑ Terug naar de berichten