de verloren verte
ik zie mijn verloren verte
in schemer gehuld
en droom van gazellen,
rank en gracieus,
door lichte nevel omhuld
zij springen tussen
struiken van liefde
luisterend naar
een vlijende tederheid
die hen als vanzelf
kwetsbaar voorwaarts begeleidt
ik wil hun dorst laven
met zachte zuchten;
kom maar, lijk ik te zeggen
jullie zijn mij van harte nabij
er is niets te duchten
ook fluister ik met gesloten lippen
hun vragende ogen tegemoet
als dan hun pas omzichtig verstilt
toont de natuur haar overvloed





