de zachte kracht
de rimpels langszij mijn ogen plooien zich bij iedere lach zij vormen als vanzelf warme zonnestralen die mijn blik begeleiden naar de vraag die ik in je verlegen ogen zag geen weg is zo kort naar jou, naar binnen alleen een doods gevoel zou zich bezinnen en afvragen wat ik bedoel mijn beider wangen door lengende lippen gebold tonen de volheid van ingetogen schenkende vreugde in die aanblik van sprakeloze taal is al veel droefenis gestold |

