Dinsdag 28 november 2006
hoe ziet u zichzelf
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00
hoe ziet u zichzelf
deugen
de snarendans
verbeelding
sterfelijkheid
zachte klanken
windstreken
|
de oostenwind
wuifde naar mij in zwoele vlagen hij vertelde over het jonge kind ik had toen nog niet tot tien geteld, laat staan dat ik zware stenen kon dragen de wind sprak over die jongen die slenterend over straat zocht naar vrienden tussen die massa; de zienden het alleen zijn bleek al veel eerder geboren niet wetend dat het tot een zoekende toekomst zou behoren wees niet bevreesd fluisterde hij me toe ook voor mij leek het begin een sobere reis ik zag slechts het oosten later bleek dat ik familie had uit het westen, zuiden en het noorden zij toonden mij andere kanten; van genegenheid, delen en troosten
| |
het meisjeop zo'n moment
blijk ik weer een aards wezen
en vorm mij een idee,
hoe zij in werkelijkheid zal zijn
slechts door haar letters te lezen
ik weet niet hoe het u vergaat
slaat uw fantasie dan op hol
of is een zwart gat uw deel
wel, ik kijk rustig voor mij uit
en ben me even bewust
dat ik mij niet verveel
het meisje als cryptogram
een niet alledaags gebeuren
het gaat derhalve boven mijn pet
en als zo vaak,
bij uitblijvend resultaat,
begin ik dan toch ontevreden
de lege vakjes in te kleuren
o ja, ze telt veertien lentes
en houdt mij voor een ander
dat blijkt geen echte stimulans
voor deze vergrijsde heer
maar ze schrijft wel verzen
en die zeggen mij veel meer
tijdelijk sterven
de staatshoed
over horden van woordende rust is weergekeerd
dat je er bent
een voorbode
het dauwt
onzichtbaar
de weide van mijn jeugd
zonder titelzijn stoel was leeg het was nog zo pas dat hij daar in zeeg in zijn wereld met het zijden kussen; tot op de draad toe versleten en aftands met zijn zetel nog slechts verbonden door twee lussen zacht met verloren glans ik voel, hij is niet weg ruik de geur van zijn huid zijn ongewassen haren deel het verdriet van zijn verloren bruid de tranen door de jaren ik zie nog zijn lach geschilderd op zijn gelaat lippen ondeugend krullend, woorden gevormd soms in stilte doorgepraat hij is er nog ja toch? |
tijdloos momentsoms wordt licht als enige straal glansrijk verlicht zonder een letter van taal in het tegenlicht van engelengeduld gebundeld, wel duizendmaal het voelt voor mij als wezenlijk bovennatuurlijk het draagt in mij onschatbare gebaren ik ervaar datgene dat ik als mens wil vasthouden, bewaren nu telt, zegt morgen tegen mij wees niet bevreesd voor het nog ongeschapene onderga onbaatzuchtig en zeker niet bedeesd jouw verloren maar toekomend deel dat zo plots daar is het doet je in tijdloze momenten diep voelen ja, zeg ik, ik ben heel |
wat ik je wensik zou je willen geven het kleine van het bestaan het echte beleven zonder visioenen van de onbereikbare doodse maan ik zou je willen geven het grootse van het bestaan omvangrijk in bloemen gehuld maar ook het azuurblauwe zilte water van de oceaan of de dauwige weidevelden door dieren begraasd en alles met onvoorwaardelijke liefde gevuld ik zou je willen schenken het wonder in jezelf onaantastbaar, niet te krenken ga dan je weg van milde stilte zonder gedachten te denken |
omscheppingik laat mijzelf vloeien over een huid van gedachten het streelt de lijnen van het zachte verwachten naar hopende mildheid die de zuiverheid verfijnen ik laat mij glijden over brandende zuchten verlos de hitte van zuigende verliezen om de immer resterende as te mijden niet meer te duchten ik zweef over dromen die van overdag het geeft genoegen van lichte tinteling ze mogen er komen scheppen allengs bij mij een beeldige verwondering |