Sint-Oedenrode (rooi)
slenterend langs de korenvelden ruik ik de zwoele zomerlucht gedragen door het Brabants land, over zandpaden, tot stof geworden en wilde bloemen aan elke kant waar het kruid van sint-jan nog steeds ongewild getuigt van een natuurlijke orde ik ontwaar in de nabije verte stram en fier de toren met de knop al eeuwen wakend over Roois gebied alware God immer aanwezig en tot op heden ons dorp overziet waar donkere klokken beieren over markt en oude smalle straten waar mensen met elkaar zijn betrokken en vrijmoedig praten om oprecht in de harten de aard en ziel van deze plek te bewaren waar men elkaar nog kent en wuivend groet dat hoort bij de Rooise mens alleen hij kan dat verklaren |



