Naar de inhoud

J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 3

seniorennet.beseniorennet.be

peilloos

ik houw een standbeeld 
uit vruchtbare gedachten 
ingegeven door mijn hart
vorm het met slanke lijnen
woorden die het stenen
leven kunnen verzachten
 
ik geef het kleur met grootse tinten
zoals de natuur ons aldoor schenkt
het is mooier dan alleen het naakte
omdat echtheid uitsluitend
weet heeft van schoonheid en niet
aan enige duisternis is gewend
 
maar hoe ik ook het beeld
tot puurheid wil verfijnen
met tederheid vergulden
na elke aanraking lijkt het goud
in een peilloze diepte te verdwijnen
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de verloren verte

 

ik zie mijn verloren verte
in schemer gehuld
en droom van gazellen,
rank en gracieus,
door lichte nevel omhuld

zij springen tussen
struiken van liefde
luisterend naar
een vlijende tederheid
die hen als vanzelf
kwetsbaar voorwaarts begeleidt

ik wil hun dorst laven
met zachte zuchten;
kom maar, lijk ik te zeggen
jullie zijn mij van harte nabij
er is niets te duchten

ook fluister ik met gesloten lippen
hun vragende ogen tegemoet
als dan hun pas omzichtig verstilt
toont de natuur haar overvloed








Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 02:56

de afstand nabij




anders dan
ik
blijf jij de leegte
bevaren

om maar niet
de afstand naar nu
te hoeven verklaren

drijven wil je enkel
naar een vederlichte diepte
niet in staat, zo denk ik,
af te stemmen
op de golven van mijn strand

je bent geenszins bereid
de zucht naar verblind zicht,
al was het maar voor even,
te ruilen voor een open venster

zodat wat schaars licht kan schijnen
op mijn laatste uitgestoken hand,

ik vrees dat hij voor de schaduw zwicht
die dan, uiteindelijk, mijn zwijgen bemant





Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 22:51

uitzien naar morgen





ik schrijf over morgen
ben dat niet gewend
veelal passeert het verleden,
kort gelee of wat langer,
het gaat ook vaak over heden
 
doorgaans in gedachteloze woorden;
wat in mij bruist heb ik zelden gemeden
 
maar nu dan het ongewisse
het uitschuiven van mijn voelende hengel
of het in optima forma doen gissen
helaas dan ook wat ik na een
nachtje slapen zal missen
 
een ding weet ik zeker
het daglicht wordt opnieuw geboren
al gaat dat wellicht aan mij voorbij
en verstrooidheid zal mij storen
 
daarom denk ik nu maar vooruit
en zie het verleden zich herhalen
 
ja, zonder enige fantasie gaat alles verloren




Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

het gewillige riet





duik maar niet in het diepe
roep ik binnensmonds naar haar
bewijs slechts eer aan oppervlakkigheid
het is een loos gebaar
dat weet ik goed
immers tot meer is zij niet bereid
 
het is haar lach die mij overdondert
en zij heeft weet hoe naar lippen te praten
ook de bevallige heupen die haar verschijning
lijken te omhullen ontgaan mij niet
nee, de aantrekkingskracht is zeker niet gelaten
eerlijk gezegd, met verblinde ogen om te smullen
 
ik duik ook maar in het diepe, tussen het gewillige riet




 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de pruim

 

 

heden verhaal ik van een vrucht
vaak niet door mensen gedoogd
ook ik ontloop haar gaarne
wil niet door haar kwijlen
ook niet voor even, worden afgedroogd
of in nabijheid verwijlen

zij bloeit in alle seizoenen
tot zover is de mens in staat
ze kent de vormen van meloenen
met een kracht die nimmer vergaat
daar zij behoort tot de onuitroeibare oenen

ja, ik doe kond van een schepping
die niet groeit aan een boom
maar welig tiert, kent nimmer enig verzuim
ik spreek over mijn buurvrouw
oh, verder niets geen kwaad
maar ontkom niet aan het gegeven
zij is en blijft een onuitstaanbare zuurpruim


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

jouw blanke vlees

 

 

jouw rondingen dragen
van boven naar onder,
het sap met een zoete smaak

in al jouw begeerlijke lagen
ontwikkelt zich, al rijpend,
een aantrekkelijk wonder

ook al dijen je gewillige heupen
allengs uit tot schilderachtige vormen
en je topje wat minder navenant

aan jou zuig ik naar eigen normen
verlies de omgeving als ik
jou grijp met zachte hand

gretig hap ik in jouw blanke vlees
en zie voorbij aan je vel
het duurt derhalve maar kort;
het blijkt een gelopen race

of zal ik grijpen naar nog meer
nee, de schaal is leeg

op de zure appel na


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 22:17

la cerise rouge






la cerise rouge
 
is die kers rijp vraag ik
en zij kijkt mij met grote ogen aan
ik zie haar verbaasd denken
 
nou ja, die gedachte meet ik me even aan
ik heb er kennelijk belang bij om weet
te hebben van de onzekere status
van dit bollig rood verschijnsel
 
la cerise rouge
 
niet dat er reeds speeksel over mijn
lippen druipt of een hebzucht zich
langzamerhand van mij meester maakt
 
alhoewel deze vorm niet ontbloot
is van enige erotische zuigkracht
en ik daarvoor, kennelijk, een gevoeligheid
heb ontwikkeld
zo is mij in de loop der tijd toegedicht
 
la cerise rouge
 
ziet u niet dat deze nog in een pril
stadium van ontwikkeling verkeert
zijn haar eerste en tevens laatste woorden
 
en veroorzaken een soort ontastbare knock-out
blijkbaar straal ik een meervoudige interesse uit
opgemerkt door haar onzichtbare antenne
 
 
ja, deze kers is rijp
goed geaard en zit stevig in haar vel
 
la femme blanche
 
 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

mij ontbreekt niets

 



klaag ik als jij kijkt in de spiegel
van verwachting en gemiste dromen
en jouw leed wordt vergroot
door overdadig op mij in te zoomen
 
o zeker, mij ontbreekt niets
in ogen van honger en dorst
ook de massa om mij heen is paraat
maar zie je ook wat het kost
dat ik mij vooral op de ziel verlaat
 
mijn horizon blijkt jouw kim niet te kruisen
waar bergen van mist en gestolde stenen
het uitzicht lijken te versmallen;
mijn leven tot jouw gedachte te kuisen
en mijn gevoel buiten de wereld te stallen
 
je hoort mij niet klagen, immers het is
niet anders dan voorheen
ik verlaat me op een verworven gelatenheid
of tòch op de wezenlijke kracht in mijzelf
waar rijkdom de bloem draagt van mijn bestaan
altijd tot hoop en bloeien bereid
en pas op een einde tot dode stof zal vergaan




 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

een grijze oase



als de woestijn alleen de hitte verdraagt
van dorheid en struiken met stekels
kan ik nog zo hard worden uitgedaagd
en roepen uit een nabije verte
ik zou geen enkele voet kunnen verzetten
of woorden vormen tot vruchtbaar zaad
jouw zinderend zwart zal het beletten
 
 
in de schaduw van een grijze oase speel ik
een lied op de gitaar zonder snaren
het kent geen ritme of herkenbare noten
ik zing dan over onttroonde mazen 
of stervende bomen zonder loten 
 
in mijn borst galmen slechts
de slagen van mijn hart
niemand zal ze horen,
dus ook jou niet toebehoren



Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de bus naar Nice





mocht het zo zijn dat op de dag na mijn vertrek
al een leegte ontstaat in jouw warrig brein
en het onzichtbaar innerlijk vreten zich dan bij
jou al openbaart, wat zal ik dan grijnzen in mijn
mogelijk bevrijd hoofd en de ogen nog wijder
doen openen naar de wereld om mij heen,

opdat ik opgelucht en diepademend
mijn vleugels weer opnieuw uitspreid
naar ongekende nieuwe werelden

de bezwaarde donkere kamer met gevaarlijke
stutten dreunt nog door in mijn lijf
zo lang bleef het onbeweegbare in stand
en nog langer vertoefde mijn hart in de vriezer
waar ijs ieder gevoel of beweging uitbande,
de deksel onaantastbaar bleek

en dat al na enkele jaren van vruchteloos zweven
in dromen van verwachtingsvol streven naar
naar ja, naar wat, blijkt nu de genadeloze vraag


de bus naar Nice vertrekt gelukkig op tijd
niet dat ik daar zo mee bezig ben immers
hoe kan men als verstard de tijd bewaken
of omzien naar alles wat buiten mij loopt
en het straattoneel met zijn figuranten die
tezamen een haast gesloten doek vormen en mij,
zelfs al zou ik het willen de pas afsnijden

naar alles wat meer is dan ik en in mij
jouw bevroren ik, als versteend, in mijn
nacht gekluisterd, een cel zonder sleutel

ja, enkele reis Nice....


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 16:50

Beatrix





waar zij eerst nog onvervaard
ons de weg wees naar vreemde oorden
daar is nu onze majesteit in de loop
der voorbije jaren verzakt naar ene kant
 
waar zij eerst nog helderblauw gekleed ging
met felwitte ogen, blijkt zij nu door de aanslag
van de tijd tot grauw en mos bekeerd
 
och, wat keek ik naar haar op
haar verschijning zo standvastig
bij nacht en ontij
trotseerde weer en wind
deed geen landgenoot te kort
nu met een droevig gezicht
kijk ik naar het overjarig
straatnamenbord


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

in het aanschijn




in het aanschijn van
een reeds te vroege geboorte
groeien tussen nagelaten generfde blaren
van een voorgaand najaarssterven
knoppen aan mijn bomen en
zie ogen naar een gemiste winter staren
 
 
niet dat mijn gemoed
eerder zal opfleuren in dromen
of dat ik eerder het licht zal erven
 
de schaduw lijkt dat nog te bewaren
wat niet is zal zeker komen
is de hoop die ik wil verwerven
ook om de droogte in mijzelf te verklaren



Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de harpiste




speel met mij nog eenmaal aan het hout,
met snaren getralied van aarde naar hemel,

schenk ons,

jullie met de stem van engelen die
zingen doorheen het geluid van trompetten,
violen en hun kompanen,

waar ik in mijn late lente de vingers nog
eenmaal jullie zal doen beroeren
en mijn boezem het raam,
als eeuwig monument, wil stuwen
naar bevallige diepten en hemelse einders
opdat wederom het ongeschapene
door klank geboren wordt

ik strek mijn vingers, waar zij eerst
en wel door vele jaren heen, nog
als vanzelf aan jullie deden kleven
maar nu de geestkracht mij teneinde moet sturen

speel met mij nog eenmaal in mijn late lente
dan zal ik sterven bij dode snaren








Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

opgelegde stilte (in trein)



ik sta tussen wegkijkend volk
allen hangend of steunend
een enkel zwevend in de mensenkolk
ogenschijnlijk tegen elkander leunend
 
niets wordt gezegd
althans niet over de lippen
deze stilte lijkt wel opgelegd
monddood om het gedrang
maar niet aan te hoeven stippen
 
van nabij de gesloten deuren
bereikt mij een bescheiden blik
zonder woorden in te kleuren
geef ik in dit schuivend wachtlokaal
een wat ongemakkelijke knik


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Meer van J.V.E. Dreyfsandt zu Schlamm: Gedichten 3

↑ Terug naar de berichten