zonder titel
zijn stoel was leeg het was nog zo pas dat hij daar in zeeg in zijn wereld met het zijden kussen; tot op de draad toe versleten en aftands met zijn zetel nog slechts verbonden door twee lussen zacht met verloren glans ik voel, hij is niet weg ruik de geur van zijn huid zijn ongewassen haren deel het verdriet van zijn verloren bruid de tranen door de jaren ik zie nog zijn lach geschilderd op zijn gelaat lippen ondeugend krullend, woorden gevormd soms in stilte doorgepraat hij is er nog ja toch? |

