




verliezen
zonder inhoud
blom blom
hoe ziet u zichzelf
deugen
de snarendans
verbeelding
sterfelijkheid
zachte klanken
windstreken
|
de oostenwind
wuifde naar mij in zwoele vlagen hij vertelde over het jonge kind ik had toen nog niet tot tien geteld, laat staan dat ik zware stenen kon dragen de wind sprak over die jongen die slenterend over straat zocht naar vrienden tussen die massa; de zienden het alleen zijn bleek al veel eerder geboren niet wetend dat het tot een zoekende toekomst zou behoren wees niet bevreesd fluisterde hij me toe ook voor mij leek het begin een sobere reis ik zag slechts het oosten later bleek dat ik familie had uit het westen, zuiden en het noorden zij toonden mij andere kanten; van genegenheid, delen en troosten
| |
het meisjeop zo'n moment
blijk ik weer een aards wezen
en vorm mij een idee,
hoe zij in werkelijkheid zal zijn
slechts door haar letters te lezen
ik weet niet hoe het u vergaat
slaat uw fantasie dan op hol
of is een zwart gat uw deel
wel, ik kijk rustig voor mij uit
en ben me even bewust
dat ik mij niet verveel
het meisje als cryptogram
een niet alledaags gebeuren
het gaat derhalve boven mijn pet
en als zo vaak,
bij uitblijvend resultaat,
begin ik dan toch ontevreden
de lege vakjes in te kleuren
o ja, ze telt veertien lentes
en houdt mij voor een ander
dat blijkt geen echte stimulans
voor deze vergrijsde heer
maar ze schrijft wel verzen
en die zeggen mij veel meer
tijdelijk sterven
de staatshoed
over horden van woordende rust is weergekeerd
dat je er bent
een voorbode
het dauwt
onzichtbaar
de weide van mijn jeugd