Ons moe hare voorschoot
Dit gedicht dat ik onder ogen kreeg riep zoveel herinneringen op dat ik de herkenbaarste stukken wil delen met hen die haar mochten kennen.
Ons moe droeg een voorschoot
Een bonte voor de week,
een zwarte voor als ’t zondag was
die zo wat deftig leek
Die weekse was maar van katoen
ze droeg hem alle dagen
dat was zo haren doen
Ons moe hare voorschoot
daar kroop ik graag onder
Vooral als ik verlegen was
of bang van bliksem en donder.
Met ons moe hare voorschoot
onderaan met de rechtse tip,
poetste ze onze oren
veegde stroop van onze lip
hij was altijd bij de hand,
wij veegde er onze neus mee,
wij waren vaste klant.
Ons moe hare voorschoot
daarop werd koffie fijngemalen.
En werden vanuit het kippenhok
de eieren opgehaald.
Wat ik nog niet heb verteld,
daar werden petatten in gescheld
en bonen in gepeld
Onder ons moe hare voorschoot
zaten niet de duurste kleren
Maar er klopte een hart van goud
waar wij van konden leren.











