Waregem krijgt ‘Museum of Museums’

Conceptueel
kunstenaar en Waregems ereburger Johan Van Geluwe besliste in het voorjaar van
2012 om zijn volledige kunstcollectie en zijn eigen archief aan het Waregemse
stadsarchief te schenken. Om deze kostbare en indrukwekkende verzameling
kunstvoorwerpen op een verantwoorde manier op te kunnen slaan, heeft het
stadsarchief een geheel nieuw depot ingericht. Dit depot werd Mom gedoopt, naar analogie met Van
Geluwes Museum of Museums. Krijgt
Waregem terug een voor het publiek toegankelijk wereldvermaard museum ?

Johan Van Geluwe is naast inwoner / ereburger van onze stad ook hoogleraar aan het Sint-Lukasinstituut in Gent, internationaal gepromoveerd conceptueel kunstenaar en ARTchitect. Hij heeft een uitgesproken, maar afkeurende visie op de commercialisering en banalisering van de kunsten. Daarom verkocht hij ook nooit zijn werken. Het stadsarchief bekomt met deze schenking dan ook bijzonder unieke stukken. Hieronder bevinden zich onder meer veel opbouwstukken van verscheidene installaties die in nationale en internationale cultuurhuizen en musea werden ingericht.
Cultuurschepen
Pietro Iacopucci : “Museum of Museums
is een fictief museum en een conceptueel werk dat van Geluwe in 1969 bedacht.
Het principe van dergelijke fictieve instellingen is een rode draad doorheen
zijn latere kunstinstallaties. Zo is de kunstenaar tevens uitvinder van het
A.R.T. (Art Recycling Terminal) en het M.A.O. (Multinational Art Office). Het
stadsbestuur is zeer verheugd met de schenking van deze collectie. Het
stadsarchief werkt momenteel aan een basisinventarisatie om een overzicht op de
bijzonder omvangrijke collectie te krijgen.”
Johan Van Geluwe
De veelzijdige kunstzinnige activiteiten van Johan Van Geluwe kwamen hier in e-Waregem al meermaals aan bod. We melden ondermeer zijn inbreng bij twee tentoonstellingen in Be-pART in 2007 en 2009. Luc Verbeke noemt hem in zijn boeiend poëzieblog “Een kunstenaar die een vooraanstaande plaats verdient in de rij van onze bekende Waregemse en Vlaamse figuren.” Johan Van Geluwe is een conceptueel kunstenaar die verzamelen en ordenen beschouwt als een volwaardige artistieke praktijk. Hij werd geboren in 1929 te Waregem, waar hij nog steeds woont. In 1953 studeerde hij af als architect aan het Sint-Lucasinstituut te Gent. Van 1974 tot 1994 was hij lesgever aan de Sint-Lucashogeschool voor Kunst en Architectuur te Gent. Maar het is vooral als beeldend kunstenaar dat hij bekend is.
Van de tentoonstelling in 2007 herinneren we ons de projectie van de merkwaardige collectie “Hofjes van Eden” met dia’s van merkwaardige volkstuintjes, die Johan Van Geluwe vanaf 1973 opspoorde langs Vlaanderens wegen. In de jaren 1977-1979 werden de ‘Hofjes’ al tentoongesteld in museale ruimten en de provincie zorgde dat de kunstige collectie in een voor het nageslacht te bewaren formaat werd gerestaureerd.
Uit 2009 melden we ondermeer zijn tentoonstelling bizarre kunst in het Arentshuis in Brugge en zijn grote tentoonstelling in het provinciaal museum Be-pART, langs de Westerlaan. Deze laatste was voor de Waregemnaar een ideale gelegenheid om met hem kennis te maken. Hij vormde de zalen van BE-PART om tot een imaginair ‘Van-Geluwe-museum’, een verder zetten van zijn ‘Museum of Museums’. Hij koppelt kunstobjecten los uit hun originele context en creëert een bevreemdende omgeving. De museale functie wordt hiermee in vraag gesteld, evenals de relatie kunstenaar-object-toeschouwer.
Dat Van Geluwe is opgeleid als architect, blijft ook in zijn beeldend oeuvre duidelijk voelbaar. Men zou zijn kunst dan ook het best kunnen benoemen met de term ‘ARTchitecture’. Bovendien wordt zijn werk geschraagd door een zeer kritische houding tegenover kunst, politiek en maatschappij. Dit blijkt bijvoorbeeld uit zijn mail-art, waarmee hij verschillende werelden op elkaar wil betrekken, en uit de institutionele kritiek die hij al sinds de jaren tachtig heeft geuit. Van Geluwe houdt de beschouwer op ironische wijze een spiegel voor en wil zo kunst, architectuur en taal losmaken uit hun stabiel gewaande fundamenten.
Johan van Geluwe creëert een geheel eigen conceptuele kunst met ’The Museum of Museums’, waarvan hijzelf de zogenaamde directeur is, en aan vrienden, bekenden, kunstenaars en museumdirecteurs zijn werk bekend maakt, ondermeer via zijn bekende stempelafdrukken op brieven en documenten. ‘The Museum of Museums’ verwierf grote bekendheid in Vlaanderen, Nederland en Duitsland. De kunstenaar streeft naar een coherent systeem, dat aantoont hoe kunstwerken vervreemden van hun eigen omgeving. De kunst moet volgens Van Geluwe opnieuw worden ingeschakeld in het dagelijkse leven.
Van Geluwe's kunstbeleving bestaat uit
het relativeren en ironiseren van de bestaande kunstwereld, het 'kunstobject'
en de 'clichématige' benadering van kunst. Zo bouwt hij een samenhangende
ideeënwereld op, waarin imaginaire kunstinstellingen centraal staan, en hem
toelaten ingrepen op bepaalde kunstsituaties door te voeren. De inhoud plaatst
hij in een nieuwe context, en het geheel krijgt zo een totaal verschillende,
relativerende betekenis. De architect evolueerde tot een 'ARTchitect', zoals hij zichzelf ging noemen, met zijn creaties
waarin hij niet enkel zijn eigen vakgebied, maar de hele wereld van
kunstenaars, critici, verzamelaars en de musea zelf - met hun directeuren en
curatoren - kritisch-ironisch ging bekijken.
Johan Van Geluwe ontving in 1991 de Staatsprijs voor Beeldende Kunst en bekleedt een bijzondere plaats in het eigentijds kunstgebeuren. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat de kunstenaar een eigenzinnige opvatting huldigt, die erin bestaat dat hij zijn werk resoluut buiten het commerciële circuit wenst te houden en het geen voorwerp van speculatie wil laten worden. Hij werd gelauwerd voor zijn originaliteit, spitsvondigheid ( ook taalkundig: gebruik van woorden en zinnen met een dubbele bodem ) en zijn "ludieke kunst". In Waregem werd hij ondermeer gehuldigd met de ‘medaille van de Cultuurraad’ en een tentoonstelling van zijn belangrijkste kunstwerken.
Omstreeks de eeuwwisseling werd de Stichting Johan Van Geluwe opgericht omdat het gevaar bestaat dat zijn oeuvre, dat op dit ogenblik nog ten dele in zijn bezit is, op een bepaald ogenblik zou verspreid kunnen worden en verloren gaan. Als maatschappelijke zetel werd Waregem gekozen, tevens de woonplaats van de kunstenaar. Een deel van het oeuvre is voor het publiek toegankelijk in verschillende musea. Zo bevindt zich de installatie “Het kabinet van de conservator” in het bekende Ernst Osthausmuseum in Hagen (Duitsland). Hetzelfde museum bezit een deel van het oeuvre van het kunstenaarsmuseum. Een groot deel van het grafische werk wordt bewaard in het museum in de stad Minden. In samenwerking met deze musea werden reeds een aantal catalogi uitgegeven. Zijn rijk geïllustreerd kunstboek onder de titel " The Museum of Museums "(Ludion Gent / Amsterdam, 159 p.) met bijdragen uit bekende publicisten uit binnen - en buitenland werd in september 2005 bekroond als het beste kunstboek van Vlaanderen. Na het verschijnen ervan publiceerde Ludo Bekkers in "Ons Erfdeel ", 2004, nr 5, pp. 699 - 706, een boeiende bijdrage met tal van illustraties gekozen uit zijn werken en voorts over zijn tentoonstellingen en acties om …"de kunst, de kunstenaar, de musea en hun directeuren een geweten te schoppen."
De schenking aan het stadsarchief is een volgende stap in de bewaring van zijn “Museum of Museums”.
https://blog.seniorennet.be/wareber2/archief.php?ID=579999
https://blog.seniorennet.be/wareber2/archief.php?ID=418930
https://blog.seniorennet.be/lucenmaria/archief.php?startdatum=1274214810&stopdatum=1274223210




































