Perovskia atriplicifolia ''Blue Spire'', of soms ook 'blauwspirea' of 'Russische Salie' genoemd, is een opmerkelijke, bladverliezende heester. Deze halfheesters komen van nature voor in de steppen en bergachtige streken van centraal Azië. Ze groeien daar op droge, zonnige en kalkrijke bodem waar het 's winters serieus koud kan worden en 's zomers droog en bloedheet. Dit jaar doen ze het dan ook heel goed, veel warmte en droogte zoals ze het graag hebben. Sproeien is niet nodig en doet meer kwaad dan goed. De planten hebben namelijk de neiging uiteen te vallen na een fikse regenbui of sproeibeurt. Opbinden is dan meestal ook een "must". Dit jaar echter (tot nu toe) nog niet. De prachtige, lavendelkleurige tot blauwe bloemen bestaan uit smalle aren van buisvormige bloemetjes. De bladeren zijn grijsgroen, grof getand en geuren indien ze gekneusd worden. Ze ruiken een beetje lavendel- of anijsachtig. Perovskia staat dus graag zonnig in een pH neutrale tot kalkrijke, goed doorlatende grond. Dat betekent hier dus extra kalk geven, dat gebeurt in het voorjaar na het snoeien. Dat snoeien is heel simpel, met de haagschaar 10cm boven de grond alles eraf en klaar! Op vochtige plaatsen is wat winterbescherming aan te raden maar op onze Kempense zandgrond is dat niet echt nodig.

|