NIEUW: Blog reclamevrij maken?
'PATATI PATATA
Een ontroerend verhaal over een liefdevolle relatie tussen dochter en haar dementerende moeder

The Breast Cancer Site
Klik deze site elke dag aan en help borstonderzoek betaalbaar houden

Archief per maand
  • 04-2010
  • 12-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 02-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2008
  • 04-2008
  • 03-2008
  • 02-2008


    Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

    05-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ontredderde zoon en begripvolle vader.
    Wellustelingen....

    episode...

    104...


    Het gepaste moment echter om Vloesberghe nu te bellen. Het zou de spanning bij Francis breken. Ik toestte het nummer in. Een slaperige stem vertelde dat Vloesberghe in Holland zat. Nee, het privénummer van de inspecteur mocht niet worden doorgegeven. Morgen zou meneer Vloesberghe er om halftien vast en zeker zijn. Er was verder niemand van de recherche aanwezig.

    De telefoonstem ontwaakte en werd beroepsmatig nieuwsgierig:

    ‘Waarover gaat het eigenlijk, meneer? Kan ik helpen?’

    ‘De zaak Gerda Vanbesien. Ik ben Max Cijnens,  haar ...weduwenaar.’

    ‘Juist, de misdaad in de Begonialaan. U bent de meneer van de krant, nietwaar?’

    ‘Wil alstublieft dringend inspecteur Vloesberghe contacteren. Vraag hem mij ten spoedigste terug te bellen, zelfs deze nacht. Ik heb zeer belangrijke, vitale informatie aangaande de…dood van  mijn echtgenote. Zorg alstublieft dat hij me nog  bereikt. Ja, hij heeft mijn nummer, maar noteert u het toch maar, veiligheidshalve. Ik reken beslist op u.’

     

    Ik gaf mijn nummer door en ging bij mijn zoon in zijn werkkamer.

    Hij stond bij het raam. Ik zag hem in profiel. Zijn handen steunend op de vensterbank. Nerveuze trekkingen aan het kaaksgewricht. De typische Cijnens-tic bij stress of ingehouden woede.

    ‘Vloesberghe is momenteel niet te bereiken. Ze trachten hem op te roepen. Ik verwacht een telefoontje van hem, nog vannacht.’

     

    Mijn zoon draaide zich om. Door zijn reactie wist ik dat mijn woorden niet tot hem  waren doorgedrongen:

    ‘Mooi zo, bon. We zien dan wel.’

    ‘Francis, ik denk dat ik beter doorga.’

    ‘Wat is er precies aan de hand met Vloesberghe, pa?’

    Ik herhaalde mijn kort gesprek van daareven. Bewust van het feit dat elke vorm van communicatie eenrichtingsverkeer was. Ik wachtte op een wederwoord, een teken van hem. Hij zweeg. Ik ook. Francis nam zijn bril af, wreef over de ogen en schraapte de keel:

    ‘Kan je nog even blijven , pa?’

    ‘Zolang je wil, jongen’, antwoordde ik rustig.

    ‘Er is een en ander gaande tussen Pat en mij. Beter gezegd, het gaat helemaal niet meer. Vanavond was het nog…rustig, tot ma ter sprake kwam. Sedert de…gebeurtenissen met ma, is het hek compleet van de dam. Voortdurend die… hatelijke opmerkingen over jou, nu over ma…Ik pik dat niet meer. Er zijn grenzen, pa… Pat heeft die vanavond opnieuw overschreden. Bewust overschreden. Ik vind het verschrikkelijk… zeker ongepast om je daar uitgerekend  nu mee te vervelen. Sorry, pa, echt waar.’

     

    Eindelijk, de eerste zinnen van het gesprek waar ik jarenlang had op gewacht. De oprechte, maar trieste confidenties van een ontredderde, zoon aan zijn begrijpende vader. Plots was Serge bijzaak, Vloesberghe zeker, alleen mijn zoon telde.

    ‘Geen sorry, jongen, dit is je vader, hoor! Ik ben er altijd voor jou. Tot mijn laatste snik.


    Wordt vervolgd


    Reageer (0)

    04-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Backhands en forehands
    Wellustelingen....

    episode...

    103...


    Mijn mobieltje ging. Marianne wou weten of ik nog lang in Keerbergen bleef. Ze was moe en wou slapen. De tafel stond gedekt.

     ‘Niet te laat, hé schat. Maak me gerust wakker. Ik wil weten hoe Francis reageerde! Voorzichtig op de baan want het blijft maar regenen. Kiss you, love you. Doei!’

     

    Kermit was blijkbaar uitgerust met bionische oren. Haar nasale stem verbrak de stilte:

    ‘Wie weet met hoeveel hij er vandoor is! Staat dat nergens in die dagboeken? Je kunt maar zien dat je een goeie advocaat neemt!. Er moet toch nog iets te recupereren zijn, zeker?’

    Francis bleef ijzig kalm. Kroop uit de ongemakkelijke zetel recht. Wou ons gesprek ongestoord in zijn werkkamer verderzetten.

    ‘Ben ik weeral te veel? De geheimen van de Cijnensen zeker? Achter gesloten deuren! Is het zo erg wat die twee samen hebben uitgespookt! Ik val van niets meer achterover. Zeker niet van pastoors en gelovige trezebezen. Stille waters en de rest, als je het me vraagt!’

    ‘Jou wordt absoluut niets gevraagd, bemoeial. Geen woord meer over mijn moeder! Begrepen! Kom, pa’.



    Wordt vervolgd


     

    Kom, pa! Gemakkelijker gezegd dan gedaan op zo’n laag-bij-de-grond- zitje. Francis greep me bij de handen en trok me op. Kermit versperde de deur naar de hal.

    ‘Ik nog zwijgen? Lees wat moeder-overste over je vrouw uitkraamt. Madam deed bedevaarten omdat ze een kleinkind wou. Maar madam zou haar hart vasthouden met zo’n schoondochter als moeder. Met mijn lange nagels kon ik nog geen pop treffelijk aankleden. Zo schrijft ze dat. Plezant! Het enige dat zij goed kon vasthouden was haar paternoster, verdomme. Heeft dat mens op mijn kap gezeten, zeg! ‘t Staat hier. Over haar zoon geen woord! Hoe zou ze! Ik had beter de vrucht-van-haar- lichaam zijn boekje opgedaan! Meneer-nooit-geen-zin! Maar ja, mijn kind schoon kind. En zeggen dat ik elke dinsdag naar haar stomme prietpraat moest luisteren! Zwierig tegen mijn goesting. Daarvoor waren mijn nagels niet te lang, hé! Allemaal dank zij je charmante pa dààr!’

     

    Francis’ mond was dichtgeknepen, Zijn hand reageerde wel. Met Gerda’s schriftje nog wel. Eerst backhand dan forehand tegen Pats oren. Ze bedwong haar tranen en stormde naar boven.

    Francis ging naar zijn werkkamer. Ik stond in beraad: vlug afscheid nemen en naar huis gaan of doorpraten met mijn zoon na zo’n scène. In dit gezin was er meer dan één kink in de kabel.

    Reageer (1)

    03-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De verloren zoon is terug
    Wellustelingen....

    episode...

    102...


    Mijn bezoek aan Francis viel heel wat langer uit dan voorzien.

    Ze zaten beiden aan tafel in hun mortuarium. De enig mogelijke omschrijving voor de fameuze hi-tec keuken van Pat. Muisgrijs afgewisseld met zwart. Anthracietkleurige gefumeerde glazen als kastdeuren. Een lijkschouwerstafel van drie op twee in grijsblauwige harde steen, het blad met ingewerkte alu-ruitenblad.Waarom willen vrouwen, die nooit of zelden aan de kookpot staan, persé zo’n superuitgeruste, grote keuken? Die werktafel moet een fortuin gekost hebben! Ruimte zat om vier beehouwersgasten karkassen te laten uitbenen. Van trompe l’oeil gesproken! Boven een uiteinde ervan, een logge grootkeuken-afzuigbak. Ook grijs en verankerd in het zilvergrijze plafond. Geen spatje zonnige  kleur, geen gele banaan, geen groene appel, geen noot muziek. Monotonie troef. Lachneutraliserende design. Neurotiserend tafelen.

     

    Francis sprong meteen op en gaf me een zoen. Terug van weggeweest, mijn zoon. Zelden had zijn begroeting me zo’n deugd gedaan.

    Pat zat anderhalve meter verder aan de overzijde. Toon-in-toon met het interieur. Crèmekleurige homedress met donkergrijs monogram op de borst. Een heel vage hoofdknik kreeg ik. Ze prikte in haar bord en las ondertussen een magazine.

     

    ‘Al gegeten, pa? Kom schuif bij. Er is hier altijd méér dan voldoende!’

    ‘Nee, echt niet, ik heb geen honger. Vandaag toch niet.’

    Waarom legde Francis de nadruk op de laatste zin? Een onweerswolk nu al en hij was pas een uurtje terug uit Parijs? Pat reageerde niet. Ze geeuwde en at automatisch verder. Francis had plots geen trek meer. Nam zijn bord. Zocht een keukenrol. Trok aan een deur en een deksel vloog omhoog. Hij veegde het bord schoon en kieperde het papier met de restant in een immens grote alu-afvalbak.

     ‘Ik krijg die troep evenmin door mijn keel. Waar komt die rotzooi nu weeral vandaan, Pat?’

    ‘Een trendy Thai in de Vlaanderenstraat. Voedzaam en gezond!’

    ‘Kom, pa. Heb je de nieuwe zithoek van Pat al gezien. Rechtstreeks uit Milano. Eentje met blijf-liever-zitten-elementen. Eens erin raak je er echt niet meer uit. Glaasje wijn? Een Pomerol, nog altijd Frans!’

     

    Ik herkende mijn zoon bijna niet. Nooit zo’n spottende toon gehoord tegenover zijn vrouw. In dit huis hing geen overdrijvend onweer. Dit was als leven op het scherp van de snede. Zelfs Serge interesseerde hem ogenschijnlijk niet zo intens. 

    Ik vertelde hem de kern van de ganse zaak.

    Op het moment dat ik de dagboeken uithaalde, kwam Pat binnengesloft. Ze nam, nee, ze rukte de twee schriftjes uit mijn handen. Wierp er een naar Francis. Installeerde zich aan de tafel van de eetkamer en begon in het andere te lezen.

     

    ‘Eén dagboek ontbreekt, Francis. Het derde boekje waarin je moeder op een bijzonder pijnlijke manier haar laatste dagen beschreef. Indien nodig zal ik het aan Vloesberghe overhandigen. Doch liever niet. De bekentenis van Serge moet volstaan.’

    ‘Pa, ik heb ma …haar lichaam gevonden. Jij niet. Ik heb haar zien liggen. Erger kan niet!’

    ‘Precies, jongen. Alleen daarom hoef je niet te lezen hoe Serge haar geld aftroggelde om zijn speelschulden te vereffenen. Hoe hij haar religiositeit misbruikte. De boete die hij haar oplegde zodat zij mijn relatie nog meer traumatiseerde, me nog meer  beschimpte en verfoeide.  De pijn die zij…’

     

    ‘Wat zou je gewild hebben, hé? Dat ze applaudiseerde omdat je haar bedroog?’

    De bitsige opmerking van Pat miste haar effect niet op Francis. Ze werd kort verzocht verder geen commentaar te leveren. Nog beter was het naar haar kamer te gaan. Zijn vader praatte met hem, niet met haar.

    ‘Je had het over de pijn van ma. Ik wil alles weten pa, alles!’

    Hij stond moeizaam op en kwam naast mij zitten. In deze band van intimiteit was geen plaats voor Pat. We praatten zacht verder. Ik vertelde hem veel, maar niet alles. Repte geen woord over de slaafse onderwerping van zijn moeder, evenmin over extreme perversiteiten in de sacristie. Wel over de slagen met de palmtakken en finaal met de paterskoorden. Over Serge’s sjoemelende transacties op de Zavel en het geld dat Gerda hem overgemaakt had. Francis zat er even geschokt bij als ik. We zwegen beiden. Door te veel overmand.



    Wordt vervolgd



    Reageer (0)

    02-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gerechtigheid!
    Wellustelingen....

    episode...

    101...


    Mijn mobieltje was me voor. De brabançonne en het nummer van Francis op de display.

    ‘Ja, baas?’

    ‘Hé, Pa, moet je horen…’

    ‘Francis, ik weet nu...’

    ‘Pa, goed, luister eerst. Heb je de kranten gezien? Ben pas terug van Parijs en heb een blad meegegraaid uit de Thalys. De regionale pagina’s van de editie Brabant. Een jongerenbende is geklist. Verschillende inbraken in jouw gemeente en aanrandingen op oudere dames. Ze vermoedden dat ze ma ook op hun kerfstok hebben. Vloesberghe onderhoort hen morgen. Pa, hoor je mij. Ze zijn geklist! Eindelijk!’

    ‘Francis, de snotneuzen hebben met je moeder niks te zien. De dader heeft mij vandaag alles bekend. Serge! Jawel, jongen Serge! Ik stond net op het punt de politie te bellen.’

    ‘Waar zit die dan?’

    ‘In zijn huis of in zijn kerk, weet ik veel!’

    ‘Ben je gek?  Jij laat die zomaar achter?’

    ‘Geen nood, jongen, ik kom het je uitleggen. Over een halfuurtje ben ik bij jou. Alles staat in de dagboeken van je moeder, jongen, alles. Te veel als je het mij vraagt. Ik kom eraan.’

    Marianne was verwonderd dat ik nu nog naar Keerbergen wou. Ik beloofde haar niet te lang weg te blijven. Hooguit anderhalf uurtje. Eten kon ik nadien. Af en toe zijn microwaves  een zegen.

     

    Ik kuste haar. Trok mijn regenjas aan en ging weg. Ze riep me terug:

    ‘Max, je bent toch niet wrevelig over die notaris-affaire. Het had niets, maar hoegenaamd niets te betekenen. Emotioneel bedoel ik. Puur financiële noodzaak, lieveling. Ik ben altijd zo oprecht met jou geweest. Ik had te veel schaamte. Angst om je kwijt te raken, snap je? Kon ik de klok maar terugdraaien! We hadden beslist Gerda kunnen redden! Jij toch. Of je zoon. Je had hem gerust over Serge’s bezoek…’

    ‘Stil, lieveling, gedane zaken, weet je.’

    Zwijgen bleek voor een keer geen goud. Ook voor mij!

    ‘Morgen is er een nieuw begin. Over één zaak moet je echter nog je hoofdje breken, liefst vanavond. Morgen komen ze mee.’

    ‘Wie komt er mee?’

    ‘Stan en Laurel! Hun huis, hun voeder en hun gekakel maar….ook de eitjes. Think about it, baby! Kusje? Eentje, een vluggertje.’

     

    Ik verdween in de auto. Naar Francis. Plots weer met een zwaar gemoed, dat deze keer toch geen kwellende leegte liet. Gerechtigheid zou geschieden.
     

    Wirdt vervolgd




     

    Reageer (0)

    01-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verzinsels
    Wellustelingen....

    episode...

    100...


    Ik vloekte. Haar woorden snoerden mij de keel. Ik dacht aan wat hij mij op de mouw had gespeld. De ellende, de vragen, de twijfels van toen, het meesmuilen van Francis, de verwijten van Pat, de dagelijkse portie getier van Gerda. Alles kwam terug. Zeker het verdriet in de ogen van mijn vrouw, toen ze dacht dat ik …

     

    Ik deed haar heel kort mijn verhaal over Serge. Alles wat hij mij en Gerda had wijsgemaakt. Het gezicht van Marianne werd nog witter.

    ‘En jij geloofde die verzinsels, Max? Die loeder! Ik zweer je op het hoofd van mijn vader, dat ik buiten die ouwe geilaard geen andere man dan jij heb gehad. Jij bent mijn eerste en echte liefde, zoetje. Zoiets voel je toch. Vriendjes bij de vleet, eendagsvliegjes, met een kusje hier een een kneepje daar. Ook een drietal mannen. Voorbijgangers eigenlijk. Etentje en bioscoop. Meer niet. Nooit. Vorig jaar kwam dat stuk ongeluk opnieuw aan de deur.’

     

    ‘Serge? Hier opnieuw? Wanneer?’

    ‘Precies weet ik het niet meer. Een poos na je fameuze onthullingen aan je zoon. Vader was juist in bed. Er werd gebeld. Hij stond daar, de monnik in wolvenvel. Hij wou me dringend spreken. Over jou, zijn beste vriend. Ja, hij had ook atheïsten onder zijn kennissen. Jij was er een van. Ik was verkeerd bezig. Ik moest weten dat zijn vriend nooit zijn vrouw in steek zou laten voor mij. Je was immers financieel van haar afhankelijk. Kinderen hoefde ik ook niet te verwachten. Zou Max nooit willen. Zijn zoon was alles voor hem. Er was in zijn leven geen plaats voor anderen, zeker niet voor een bastaardje. Een mooie, jonge vrouw was geschapen door God voor het moederschap. Die vreugde zou ik ontberen door bij jou te blijven. Ik was mijn leven aan het vergooien en eens zou ik daarvoor een hoge prijs betalen. Ik wist toch dat hij over bewijzen beschikte van mijn chantage bij notaris Van der Veecken? Interessant materiaal voor de politie, zei hij, zelfs na jaren. En ja, hij wou me nog een laatste kans geven. Weet je wat die laatste kans was?’

     

    Ze schonk zich nog een glas cognac in. Ze nipte niet zoals gewoonlijk. Ze slokte gulzig het vocht naar binnen. Ik trachtte intussen Vloesberghe te bereiken.

    ‘Max, luister je? Die laatste kans! Twee briefjes van honderd. Voor jou, pak aan, zei hij. Mijn kloten staan opgezwollen van verlangen, ik moet je hebben. Wat hij heeft, wil ik ook. Hier, vooruit op tafel. Ik betaal. Trek je slipje uit en toon je tieten. Wil je dat ik op je buik kwak. Geen probleem. Het is zo voorbij en we spreken er niet meer over. Ik wil Max zijn, sluit je ogen en roep zijn naam.’

    ‘De smeerlap, dat loeder!’

    Marianne snikte klagend:

    ‘Max, hoe kun je dan nog enig vertrouwen in die vent hebben? Je moet Vloesberghe nu meteen bellen. Laat hem toch aanhouden! Tegen morgen zit hij misschien al ergens in Spanje’ ,besloot ze in radeloze paniek.

    ‘Je hebt gelijk, ik bel meteen!’


    Wordt vervolgd


    Reageer (0)

    31-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Smeulend vuur in oudere mannen!


    Wellustelingen....

    episode...

    99...


    Voor het eerst hoorde ik een andere stem. Een afzijdige, zonderling ijzige stem. Alsuit een grafkelder:

    ‘Wegens de ziekte van vader, regelde mama al geruime tijd alle financiële zaken. Bij de overname van de bierhandel zou zij de opbrengst beleggen. Vader had alle vertrouwen in haar. Toen zij ons in steek liet, ontdekten wij dat ze het merendeel van de overname had geïnd. Niks had ze belegd. Er bleef amper een half miljoen oude franken over. Vader was radeloos. Hij had wettelijke bijstand nodig. De notaris bezocht ons enkele keren thuis of liet ons ophalen. Een oudere dorpsnotaris. Hij wist alles van onze problemen af. Na mijn studies stelde hij me voor om in zijn kantoor aan de slag te gaan. Elke bron van inkomen was meer dan welgekomen. Vader wou het huis verkopen. Ik wilde dit niet. Dus moest ik geld verdienen. De echtscheiding heeft daarenboven heel lang aangesleept. Eerst wou vader niet. Moeder bleek overal en nergens te wonen. De notaris ontfermde zich echt over ons.

     

    Op kantoor speciaal over mij. Hij begeleidde me wanneer hij kon. Wou absoluut dat ik na een tweetal jaren verder zou studeren. Hij zou me helpen. Zelfs een lening toestaan. Zou er met vader over spreken. Eens een degelijke job kon alles geregulariseerd worden. Ik hoefde me echt geen zorgen te maken. Ik was amper twintig, Max, zo onervaren als wat.


    De notaris was meer dan een steun voor vader. Ik zat de godganse dag in dat muffig kantoor. Samen met twee ongehuwde zussen. Oude vrijsters, in de ware zin van het woord. Ik was de vreemde eend in de bijt. Ze dulden me niet. Pestten me op alle mogelijke manieren. Lieten me met archiefdozen sleuren van de zolder naar de kelder en omgekeerd. Ik moest zwijgen. Ik had dat karig maandloon meer dan nodig.’

     

    ‘Toen …begon je een relatie met hem, nietwaar?’ merkte ik droogjes op.

    Marianne keek me dof aan. Traanden haar ogen opeens? Haar stem klonk onvaster, als ondergedompeld in pijn:

    ‘Onderbreek me niet en luister. Een relatie! Hij sprong financieel bij. Ik wou een voorschot op mijn maandloon. Vader lag in Melsbroek. Een korte lening, zonder intrest. Later volgden enkele milde giften. Maar ik compenseerde die met overuren, hoor. Veel overuren. Te veel eigenlijk. Op zo’n avond, toen hij me naar huis voerde, liet hij me verstaan, dat ik makkelijk meer en véél van hem kon krijgen. Zonder overuren. Zelfs met een halve dag betaald verlof per week.  Ik moest me van de twee ouwe taarten niets aantrekken. Hij zou hen wel onder handen nemen. Geen gesleur meer voor mij. Alleen typewerk in zijn werkkamer en telefoon beantwoorden. Een beetje bereidwilligheid dat wenste hij.  Gewoon het saaie leven van een ouder wordende man af en toe opvrolijken. Het smeulend vuur in hem oplaaien. Meer niet.’

     

    Marianne zweeg even. Een korte pauze vol pijnvragen voor mij. Haalde daarop diep adem en vervolgde fluisteren, vol schaamte:

    ‘Ja, ik werd zijn lief, Max. Uit noodzaak. Jij kan dat niet begrijpen.  Heb jij ooit moeten tellen en hertellen om de maand rond te krijgen. Nee, hé. Ik wel. Jij huwde Gerda omwille van haar vermogen. Ik neukte die geilaard om vader de beste zorgen te geven. Geen excuus, hoor. Maar de waarheid.’

    ‘…je ging met hem bij Céline, ja?’


    ‘Ze was klant bij hem. Bovendien een schat van een vrouw. Terwijl hij lag te snurken, kleedde ik me aan, ging bij haar koffie drinken en wat praten. Mijn hart uitstorten. Je kent haar toch. Ze heeft me geweldig opgevangen, telkens weer. Door haar discrete tussenkomst kwam ik bij Darcy terecht.’

    ‘Wat liep er dan mis met die ouwe?’

    ‘Ik werd misselijk van hem. Hij was zo impotent als wat. Hij wou verhaaltjes horen. Stel je voor! Sneeuwitje die alle kabouters voortdurend over zich heen liet gaan. Of Hansje en Grietje die peperkoek vraten en mekaar bepotelden. Nadien was hij een baby, die moest gezoogd worden. Of ik was de baby en zijn onooglijk ding mijn fopspeen. Gewoonlijk viel hij dan in slaap. Bracht me nadien stijfdeftig thuis, maar kwam vader eerst begroeten.Die hypocriet! Je kent de spreuk van Alana Trump: ‘Don’t get mad, get everything’. Ik wou all of it en werd veeleisend. De ploert zwom immers in het geld.  Als ik dan toch het hoertje moest spelen, oké, haal er dan alles uit, meid, dacht ik. Ik werd wraakzuchtig. Geneerde me voor niets of niemand. Blafte tegen hem op kantoor zodat de twee zussen het allemaal hoorden en hij zou dokken. Ik dreigde zijn vrouw alles te vertellen.Een dwaas, hebzuchtig, maar vooral een radeloos en wanhopig  kind was ik. Toen kreeg ik de job bij Darcy en dumpte hem. Vader kon ditmaal niets aanmerken, want ik verdiende officieel stukken meer met betere kansen, interessanter werk. Je hebt er geen weet van hoe hoog vader opliep met die ouwe knar. In het begin heeft hij enorm veel

     gedaan. Via zijn connecties bezorgde hij ons in een mum van tijd fondsen en faciliteiten, waarop je normaliter drie jaar of  meer moet wachten. Dus eiste ik een miljoen oude franken. En zou pas nadien mijn ontslag indienen. Wat deed dan die brave, rechtgeaarde, zo schijnheilige burgervader? De politie erbij halen met het risico dat ik zijn vuil wasgoed  zou buitenhangen? Nee, hoor. Meneerke ging een biechtvader opzoeken in een naburig dorp. Pastoor Serge, nota bene! Weet je hoe die kwal reageerde? Hij beloofde de notaris met mij te komen praten. Vader lag toen voor de zoveelste keer in Melsbroek. De schoft wist dus  dat ik ’s avonds alleen was. Pastoors brengen altijd mensen tot rede, zei hij. Eerst was hij beleefd, onderdanig op het kruiperige af. Dan dreigde en siste hij dat hij me zou breken.’


    Wordt vervolgd


    Reageer (0)

    29-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een nieuwe onthulling
    Wellustelingen....

    episode...

    98...


    Ik reed naar huis, naar Marianne. Leek een gewicht van honderd kilo te torsen. De schoft zou er toch niet tussenuit knijpen?

     

    Instinctief voelde ik dat dit niet zou gebeuren. Vraag me niet waarom, beste lezer. Ik vertrouwde hem. Goed gek? Echt niet, eerder een alles overheersende zekerheid, terwijl mijn hoofd tolde. De hele ontzettende waarheid. Had Gerda mij toch maar een teken gegeven!  

    Doodgeslagen! Met een van haar eigen kruisbeelden, nog wel! Om haar geld, om zijn speelschulden. Het was zo absuurd. Wat een schoelje was die zogezegd devote hond toch! Ik had er geen woorden voor.

    En jij een idioot, die zo’n uitschot vertrouwt, antwoordde denkduiveltje. Ik wou dat hij morgenvroeg ribbedebie was. Vloesberghe zal je dan meer dan één sigaar laten roken, vriend, en  terecht.

    Had ik moeten schieten? Zonder pardon? Hem doorzeven en zien creperen? Zijn verdiende loon dat wel, maar wat met Marianne?

     

     

     

    Ik had nauwelijks de sleutel in het slot of ze liep me reeds tegemoet.

    ‘Venteke, hoe jij eruit ziet?’ riep ze ontdaan.

    Die geweldige vrouw van mij en haar bezorgdheid. Seffens zou ik met haar aan tafel zitten, altijd weer een hoogtepunt van de dag. Ondanks de troubles, ondanks Serge, ondanks de gebeurtenissen die me morgen te wachten stonden. Bij haar gleden alle zorgen meteen van mij af.

    Ik kreeg mijn kalmte terug. Stak haar de tas met dagboeken toe.

    ‘Lieveling, nu weet ik alles. Het is Serge. Hij heeft haar…hij heeft nog bekend ook. Onmenselijke, beeestachtige dingen heeft hij gedaan. Het staat hier zwart op wit.’


    Ze huiverde. Verbleekte. Kreeg het plots zo ongemakkelijk koud. Stond als radeloos te trillen. Hapte naar lucht. Haar stem sloeg over:

    ‘Hij was toch haar raadsman, haar vertrouweling, Wat is daar gebeurd, Max?’

    ‘Ga zitten, liefje. Schenk mij ook een cognac in. Gerda’s dagboeken, lees je beter morgen. Eerst alles laten bezinken. Het is te gruwelijk. ‘

    Ik leidde haar naar de woonkamer en begon te vertellen.  Marianne onderbrak me niet. Ik zag haar mooi gezichtje versomberen. Verstrakken. Vergrauwen. Alsof zij meer met Serge worstelde dan ik. Alsof de almaar groeiende afschuw om zijn handelingen haar nog smartelijker doorkerfde dan mij.

    Dan in paniek.

    ‘Neem direct contact met Vloesberghe, Max, nu meteen. Die schoft is tot alles in staat. Wacht niet tot morgen. Bel nu, alstublief?’

    ‘Seffens. Geen nood. Morgenmiddag wordt hij gearresteerd.’

    ‘En jij vertrouwt dat stuk ongeluk op zijn woord?’

    ‘Hij kan geen kanten op. Je had hem moeten zien. Meer dan een slappe vod. Totaal verloren.Het enige wat hij kan doen is zich verhangen en dan nog!

    Maar hij doet dat niet.  Die trouw gaat door. Zijn allerlaatste mis.’

    Marianne keek me doordringend aan.

    ‘Max, ik heb ook met die schoft te maken gehad. Ik heb het bewust verzwegen omdat ik je temperament ken.’


    Wordt vervolgd


    Reageer (3)

    28-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zeurende wijven.
    Wellustelingen....

    episode...

    97...


    Serge luisterde geduldig, was vol medeleven. Antwoordde niets. Die wijven bleven maar zeuren. Over de liesbreuk van vader, over zijn prostaat dat ze drie jaar geleden hadden moeten laten afpellen. De specialist had hem eerst medicamenten voorgeschreven, maar de ziekenbond kwam daar niet tussen. Dat is toch een schande, meneer, als je ziet hoe er overal met geld wordt gesmeten.

    Oeroud had iets vernomen van een school, twaalf jaar geleden nieuw gebouwd en nog niet in gebruik. Of meneer zich dat kon voorstellen! Om te zwijgen van al het geld dat ze aan die vreemdelingen hangen. Dat komt hier toe en wordt geholpen. Dat spreekt geen woord Vlaams, maar kent de juiste weg, nietwaar meneer. Oeroud had gehoord dat in 2011 de uitbetaling van de pensioenen in gevaar zou zijn. Ze sliep er nu al niet meer van.

     

    Allemaal de fout van die asielzoekers, maar ook van de mannen met veel te hoge pensioenen. Zoals rechters en hoge pieten op de ministeries, beaamde halfoud. Politiekers, meneer, allemaal potjeslikkers. Beroepsprofiteurs, nietwaar meneer pastoor? Neem de burgemeester en zijn familie. Aangetrouwde nichten en kozijns, allemaal hun postje bij de gemeente, het OCMW of de RVA. Eigen volk eerst, wist stokoud, met of zonder diploma.

     

    ‘Max’, zei Serge stroef, onzeker, ‘het is beter dat we onze zaak morgen afhandelen. Mijn parochianen moeten geholpen worden, zoals je ziet.’

    ‘Ik wacht wel!’

    ‘Morgen is er de huwelijksplechtigheid van Laurien en Sam. Ik heb vanavond nog wat voorbereiding voor de boeg.’

    ‘Mijn zaak is belangrijker, veel belangrijker!’

    De twee vrouwen staarden ons niet begrijpend aan. Halfoud wou weten wanneer de begrafenis feitelijk kon doorgaan. Die meneer daar, moest toch inzien dat het geen zottigheid is om met een lijk in huis te zitten. Het weer kon van de ene op de andere dag omslaan. Of we vader daar al zagen liggen bij tweeëndertig graden hitte! In hun familie ging er niemand in een frigo, die begrafenisonernemer maakt misbruik van de mensen hun verdriet daarom bleven teergeliefde doden bleven  beter tot de laatste minuut in hun eigen huis. Vader zou niets anders willen! 

     

    Serge trok me aarzelend wat terzijde. Ging verder op fluistertoon:

    ‘Luister, Max, ik regel die begrafenisplechtigheid nu liever met Bette en haar dochter. Zo niet roesten ze hier vast. Die twee wijken voor niets en niemand. Laat me alsjeblief ook het sacrament van het huwelijk aan Laurien en haar verloofde toedienen. Zij is mijn buurmeisje. Deze jonge mensen hebben recht op een heuglijke dag. Ze kijken er al zolang naar uit. Mijn misdaad mag dit voor hen en hun familie niet dwarsbomen. Ze komen vanavond de muziekinstallatie testen en de versieringen aanbrengen. Wees gerust, ik ben hier dan ook.  Ik ga niet lopen, Max. Ik vraag alleen de toelating om morgen om elf uur mijn allerlaatste sacrament te mogen toedienen. Indien je Vloesberghe nu haalt, kan dit niet. Doe het niet voor mij, doe het voor die jonge mensen. Mag ik rekenen op je vertrouwen, hoe moeilijk dit ook voor jou is?’

    ‘Ik sta hier morgen om elf  uur met Vloesberghe of met iemand van de politie. Ik verwittig hen nu reeds.’

    Reageer (0)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leven of Sporten!!??



    “Iedereen vraagt zich af wat er met de Belgische topsport moet gebeuren” beweert Hans Vandeweghe in De Morgen.

     

    Iedereen, meneer Vandeweghe? Jij allicht,  ik ferm niet. Mio marito zeker niet,. mijn kinderen nog minder, mijn slager helemaal niet, misschien mijn krantenman omwille van de mogelijke tijdelijke meerverkoop aan gazetten. En jij, beste lezer, vraag jij je af wat er in de cenakels van het BOIC en BLOSO feitelijk allemaal gebeurt? Ik lig wakker, nou ja wakker bij wijze van spreken, van andere zaken: de gevoelige verhoging van de voorschotten op verbruik van kraantjeswater- en mijn energiefactuur, de 84 euro toeslag op mijn brandverzekering bijvoorbeeld.

     

    Neen, Hans Vandeweghe overdrijft. Typisch voor journalisten, papiervolschrijvers en als iemand dit kan weten, dan Titipoes hier. Natuurlijk zal er stront aan de knikker zijn in onze hogere sportregionen. De Belgische sport is jaren gepolitiseerd, totaal versnipperd en dat is niet van gisteren. Wie politiek zegt, zegt gesjoemel, achterkamergefoefel en vriendjespolitiek.

     

    Bij de vraag waarom Nederlanders het zoveel beter doen dan wij op de Spelen, gaf Mart Smeets, het enige juiste antwoord”: “Omdat wij sporten en jullie leven!” Daarmee is alles gezegd. Een waarheid als een koe. En Mart Smeets kan het weten: sportkenner beroepshalve  en lievensgenieter bij uitstek, 125 kg bonhomie achter de micro.

    Trouwens mocht mijn kleinzoon later ooit voor de keuze staan topsport of waardevol diploma, dan weet ik nu al in welke richting mijn dochter hem zal pousseren. Voor het leven of op korte termijn? Voor het leven, tiens, met een lichaam zoals dat van zijn grootje dat op leeftijd nog heel wat aankan en niet vol vijzen en opgelapte stukken steekt op zijn vijfendertigste.

     

    Hoor ik Wilfried Meert, organisator van de Van Damme Memorial, met een zweem van dédain leuteren over het gebrek aan inzet  en zelfdiscipline bij de jongeren, dan gier ik het uit. Wilfried was namelijk een schoolgenoot van mij en op Titipoes na, de meest houterige en sportongeschikte student op school. Bij mijn weten  en voor zover ik mij nog kan herinneren, heeft hij ooit even gebaltrapt in en rond zijn dorp, is dan onmiddellijk als student nog overgeschakeld op vijf lijnen  lokale sportverslaggeving. Want Wilfried bezat één groot talent, toen al: zijn pen en dat wist hij meer dan aardig te versieren. En ja, met de loop der jaren, mits heel wat vallen en opstaan en doorzettingsvermogen bekwaamde hij zich uiteindelijk toch in een bijzonder sport. Een lichamelijke prestatie zonder dewelke je blijkbaar nooit kan doorstoten tot de hoogste ladder in alle geledingen in onze maatschappij, natuurlijk met uitzondering van de zonen of dochters van… of absolute topbrains: de discipline elleboogstoten.

     

    Hoe dan ook: chapeau Wilfried old –Mercurianboy. En voor al onze sportieve deelnemers aan de Spelen, wat hun uitslag ook moge zijn, proficiat. Hebben we weinig medailles, we hebben toch een goed leven!
    Nog iets. Sport ja, topsport de pot op!


    Reageer (3)

    27-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oeroud en halfoud.


    Wellustelingen....

    episode...

    96...


    In het portaal stonden wij plots tegenover twee vrouwen. Moeder en dochter zo te zien. Dezelfde haartooi, dezelfde gebogen houding, dezelfde harde mond, dezelfde sloffen aan de voeten en dezelfde vinnige, onderzoekende blikken.

    Ze kwamen bij meneer pastoor de begrafenis bespreken. Negen uur was al goed, zei oeroud. Vader zat dood in zijn zetel vanmorgen, vervolledige halfoud. Tweeenzeventig jaar en heel zijn leven hard gewerkt. ’t Was toch te jong. Ze wisten dat er morgen een trouw was in de kerk en in de namiddag een doop. Daarom waren ze nu gekomen. Halfoud moest volgende week geopereerd worden aan haar tenniselleboog. Ze had nog nooit een raket in de hand gehad. Wat een mens toch allemaal krijgt, nietwaar meneer. Veel volk zou er niet komen, maar het moest toch een schone begrafenis zijn. Ja, ze waren al naar het met het briefje van de dokter naar het gemeentehuis geweest. Kort na de middag. Overlijdensbewijzen voor de bank en voor de pensioenkas.

     

    Moet meneer pastoor nog andere papieren hebben? Morgen ging halfoud naar de ziekenbond. Ze wist dat ze recht hadden op een rouwpremie. Het was wel niet veel, maar toch iets, nietwaar meneer? Ze vertrouwden de begrafenisondernemer niet helemaal. Wat ze zelf konden, deden ze liever zelf en beter. Als je de prijs ziet van de kisten, meneer. Ze waren er echt niet goed van. Daarom hadden ze eerst in beraad gestaan het lichaam van vader aan de geneeskunde te schenken. Oeroud vreesde voor de praatjes in het dorp. Dus liever niet. Later, als halfoud de elleboog kon bewegen, zouden ze terugkomen om vijf namissen te bespreken. Elke maand een en de goedkoopste. De vroegmissen dus, Gerda’s missen. Een gebed om zeven uur is evengoed als een om elf uur, nietwaar? Of meneer pastoor nog vandaag de sacramenten van de doden kon komen geven?

     

    Meneer daar was toch niet de man van die mevrouw uit de villa? Of ze hem al hadden? De moordenaar, meneer. De dag van vandaag gebeurde er toch wel wat. Als halfoud boodschappen moest doen was oeroud altijd ongerust. Vandaar dat ze al hun groenten zelf kweekten. Ze hadden ook kippen en konijnen. Als meneer een konijn moest hebben, hoefde hij maar te spreken. Goed, mals vlees, tja hun dieren werden niet opgejaagd en voor hem aan de helft van de prijs van bij de marchand.



    Wordt vervolgd



     

    Reageer (0)

    26-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het genadeschot


    Wellustelingen....

    episode...

    94...


    ‘Max,  ik vind het vreselijk. Verschrikkelijk. Mijn boete zal immens zijn. Is dit nu al. Ik begrijp het nog steeds niet. Ik wou dit niet. Hij alleen wou het, dat duivels monster in mij. Hij heeft Gerda de genadeslag toegebracht. Totale zinsverbijstering en onmiddellijke ontnuchtering… Jij begrijpt dit toch, Max?  Je wou haar toch ook dood, die avond na de reünie, met de wagen. Was er bij jou eveneens een duistere macht die je leidde? Kan de liefde voor een vrouw, een verstandig man tot misdaad aanzetten? Ja, jij hebt het ervaren. Geef toe, Max, alleen God hoort ons…’

    ‘Bullshit, smeerlap, dit pakt bij mij niet…’

     

    Opnieuw zijn vaderlijk zalvende stem, als een in het verweer gedrongen wraakzuchtige die een nieuwe kans ziet:

    ‘Peccare nemini licet, Max, zondigen staat niemand vrij! Jawel, Max, bij jou pakte het goed uit. Slechts een fractie van een seconde maakt dat jij vrijuit gaat en ik…levenslang zal krijgen. Een fractie van een seconde! Is er echt een verschil tussen jou en mij, Max? Tussen jouw verslaving aan die mooie vrouw en de mijne aan de goktafels? Jouw handen hunkeren naar haar borsten, de mijne naar de speelkaarten. Uitzinnige passie ontspoort altijd. Omne nimium nocet. Elk teveel is schadelijk. Ik zal, biddend in de cel, de zware last van je schuld helpen dragen.’

     

    ‘Wat!? Je wou met je manoeuvers, mij ten slotte jouw wandaad in de schoenen schuiven. Je hebt Gerda dolgedraaid. Mij overal beklad. Marianne een duister verleden toegeschreven. Geld geïnd in naam van Gerda, terwijl zij opgebaard in je kerk lag. Mij nu nog de les spellen op de koop toe!’

     

    Serge reageerde, opeens weer kalm en doortastend. Bij momenten toch nog de gladde aal blijvend in het vangnet van schuld, vrees en herwonnen zelfwaarde:

    ‘Je stond je vrouw naar het leven, Max. Gerda vertelde me altijd alles. Was je haat zo vreselijk, man? Ik spreek de waarheid. En wat Marianne betreft, vraag het haar. Misschien zie ik het anders. Ben ik verkeerd en is het niet alleen om geld te doen. Ik hoop het voor jou. Zoniet is je moordpoging een maat voor niets geweest.’

    ‘Vloesberghe moet meteen komen. Sta recht!’

     

    Mijn stem beefde. Zou hij iets van onzekerheid in mijn ogen bespeuren?

    ‘Vooraleer hij komt, weet dat mijn lippen tijdens zijn ondervraging, verzegeld waren over je intenties. Ik heb bewust gezwegen. Ja, Max, zo ben ik ook! Jij blijkbaar niet.’

    Hij verschrompelde weer. De kameleon van alle markten thuis. Zijn brede schouders leken te bezwijken onder de verpletterende last van zijn moordbesef. Hij bracht gesmoord, onderdanig stamelend uit:

    ‘Je hebt gelijk, Max, ik ben een gewetenloze smeerlap, een onwaardige. Mijn schuld is niet meer in te lossen…Geen cel, geen boete, zelfs niet het brandend kastijden in de diepste der hellen kan me nog bevrijden…Moet dit echt, Max, moeten onze daden openbaar gemaakt worden? Denk aan de wantoestanden, vooral in Amerika, de knapenschennis aldaar en het gezichtsverlies dat Rome erdoor lijdt. Denk vooral aan je zoon, Max! Door mijn ziekelijke obsessie ziet hij nog jarenlang het verminkte lichaam van zijn moeder voor ogen. Het allerergste zal hij evenwel luidop vernemen in de rechtbank, als jij gedwongen wordt je dodelijke intenties prijs te geven!’


    Wordt vervolgd



    Reageer (0)

    25-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Serge, de baarlijke duivel!

    Wellustelingen....

    episode...

    93...


    Serge verloor plots weer zijn schijnbare kalmte en zelfverzekerdheid. Jammerde opnieuw, haast in een rochelend gesmeek:

    ‘Max, ik wou het niet…het was een…ongeval, puur ongeval… Je moet me geloven.’

    ‘Gerda opzettelijk de schedel inslaan is puur ongeval? Waarmee heb je het gedaan? Waarmee en hoe?’

    Hij richtte zich moeizaam half op. Zijn natte, uitdrukkingsloze ogen, als doffe stenen naar binnen gedraaid, leken holten geworden. Hij beefde nu van kop tot teen. Gebroken was hij. Mijn waarheid had hem eindelijk hulpeloos op de knieën gekregen.

     

    Hij wees, mompelde mat, voorgoed verloren:

    ‘Daar…op het altaar …die bronzen crucifix. Stond bovenop haar kamer…’

    ‘Met een kruisbeeld van Gerda!?’

    Serge knikte. Grijnsde opnieuw. Of was het duivels geveinsd huilen? Net een waanzinnige. Schokkend. Volkomen los van de realiteit. Een man in nood. Daardoor amoreel. Zonder besef van eigen verlies.

    ‘Ja, daarmee, Max, met de vlag van God. Zijn standaard. Ze nam me de pentekening van Sint Maarten af. Zeventiendeeuws. Op de Zavel hebben ze daar kopers voor. Kon zeker tweeduizend of nog meer opbrengen. Gerda kwam haar belofte niet na. Ik greep een kruisbeeld en schreeuwde haar toe, in naam van Christus. Ze moest en zou absoluut haar belofte nakomen. God  verdraagt het niet dat je me aan mijn lot overlaat, riep ik.  Hij zal je verdoemen, de demonen keren terug in jou.’

     

    Hij lette niet meer op mij. Sprak lispelend voort, nu in trance zelfs:

    ‘Ze liep de kamer uit. Ik volgde smekend en biddend. Ik was een baarlijke duivel, gilde ze. Ze dacht dat ik haar alleen kwaad wou. Ik had haar bezoedeld, besmet onteerd, geslagen, belogen en vernederd. Ze zou iedereen vertellen wat  haar was aangedaan. Vooral aan jou. We stonden bovenaan de trap. Ze spuwde op mij. Stampvoetend mepte ze daarom zichzelf in het gezicht, met beide handen. Trok zich de haren uit. Hysterisch werd ze. Ik wou haar kalmeren. Toen moet ze gestruikeld zijn…Ze kermde, onderaan de trap, bewoog bijna niet meer. Ik wou helpen, de ambulance bellen.  Ik weet nog altijd niet wat mij toen bezielde...Ze had mij misleid en de crucifix was in de handen van satan…  Het bloed spatte tegen de muur. Ze kermde minder en minder…’

    ‘Zwijg! Ik bel Vloesberghe.’

    Reageer (0)

    24-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Problemen, problemen!


    Met de P van penarie en potvernondenogaantoe…

     

    Vooral de P van pendelaars, pendelbussen, pendelarbeid, pendelbazen, pendellucht, pendelraket, pendelen dus. Heen en weer. Gaan en keren. Klokvast als het moet, flexibel als het even kan vooral als er kleine mannen bij betrokken zijn.

     

    Nieuw woord in de reeks : pendelpeuter. Ik spreek eerder van een versleur-uk, een soort C&A kid come & away. De kleintjes worden immers versleurd van hot naar her. Een dag bij tante Nellie, een dag bij Oma Sophie, twee dagen in de minicrèche en een dag bij Omi. Lukt dit een keertje niet dan nemen paps of mams beurtelings een dagje verlof. Tracht als kind dan ergens behoorlijk wortel te schieten in dit systeem!

    Komt daarbij dat gewijzigde gezinssamenstellingen, zo’n situaties niet rooskleuriger maken. Om de veertien dagen is er so wie so de wettelijke uitwisseling tussen vaders en moeders. Vakantieperiodes worden soms netjes, soms krijsend ingedeeld. De kinderen, gedomicilieerd bij hun moeder gaan naar hun vader en de kinderen bij de vader gaan bij hun moeder. In mijn straat zie ik merkwaardige toestanden ontstaan: vast inwonende kinderen gaan soms twee tot drie verschillende richtingen uit. Anderen die ik nauwelijks zie dus haast niet ken, komen in hun plaats.

     

    Volgens een journalist van De Standaard ziet de agenda van almaar meer kleuters er inderdaad zo uit. Valt dan de minicrèche weg wegens plotse sluiting dan is het hek van de dam. Paniek in alle regionen, want kinderopvang is een noodlijdende sector. Economische rentabiliteit is voor een thuiswerkende onthaalouder een lachertje naar het schijnt. Door het wegvallen van stabiliteit in de georganiseerde kinderopvang zitten vele jonge ouders met de gebakken peren. Voeg daarbij de alleenstaande ouder, zij met bescheiden inkomen, miserie dubbelop!

     

    Anderzijds de alles opvangende en steeds bereidwillige (groot)ouders behoren langzaam maar zeker tot het uitstervend ras. Dit ras van grootmoeders wordt grandioos beschreven op het blogje van Bojako. Vaak hilarisch, soms met een traan. Mijn buurvrouw links, Anita, krijgt er dagelijks er vier over de vloer. De oudste is twaalf de jongste pas zes. Buurvrouw rechts heeft er een en eind november komt nummer twee erbij. Kleinzoon is eveneens bij ons geweest van zondag- tot vrijdagavond, acht jaar lang. Dag en nacht. Sedert de verhuis van zijn ouders is er een en ander gewijzigd. Twee tot driemaal per week blijft hij nog overnachten. Maar elke dag komt hij langs, een enkele keer blijft hij slechts vijf minuten. Kusje, hop and away. Meestal duurt het heel wat langer tot zijn mama belt en… van haar oortjes maakt. Half november, bij leven en welzijn, krijgen we er een kleindochter bij. Is er behoefte aan opvang, geen probleem. Het zal wat wennen worden maar mio marito en meme staan opnieuw paraat, if need be, dag en nacht.

     

    Probleem is dat de grootouderlichting van de hedendaagse baby en peuter tot de babyboomgeneratie behoort. Oma’s zijn carrièrevrouwen of het soort van vrouwen dat financieel verplicht wordt tot het uiterste in hun loopbaan te gaan. De zorgen om hun latere pensioen, weet je. Komt daarbij dat sommigen vaak één, uitzonderlijk twee failliete huwelijken of relaties achter de rug hebben. Intriestige toestanden met zware repercussies op je banksaldo. Als je dan als vrouw tot je zestigste of nog langer uit werken wenst of moet gaan, dan heb je wel al je deel gehad. Wil je ook eens een keertje ongebonden zijn, vrij ademen want eindelijk verlost van de jarenlange dagelijkse huis-werkplaats-huissleur. Dan wil je reisjes doen in alle rust en vrede, buiten het toeristische seizoen. Dan wil je een concert of workshop meepikken en toetreden tot club waar je voordien nooit de tijd voor had. Experimenteren met de mogelijkheden die je vrouwzijn behaaglijker, voller en rijker maken. Opportuniteiten zat, gewoon de damesmagazines en lifestyle-uitzendingen volgen.

     

    Kortom je wil genieten, tijd voor jezelf nemen terwijl het nog kan. Natuurlijk zijn kleinkinderen welkom, gewoonlijk ’s zondagmiddags op de koffie met een stuk taart of een gezamenlijk etentje nu en dan buitenhuis. Opvang kan doch alleen bij hoog, hoogdringendheid, liefst niet té lang. Wel, beste lezer, ik begrijp best die vrouwen en wie ben ik om hen met de vinger te wijzen. Alleen de Bojako’s, de Anita’s, de Agnessen en Lutgardes die ik ken, wij vrouwen zestigplussers, tja zie wij zitten zo niet in mekaar. Mentaliteitswijziging of de beschavingsclash der oma’s? Ik zou het echt niet weten.

     

    Zo zat een van mijn jonge buurvrouwen drie weken geleden in zak en as. Het tweede kindje wordt verwacht eind oktober. De driejarige gaat volgende week voor het eerst naar school, die zit dus veilig de ganse dag. De reservatie bij een onthaalmoeder vlakbij werd al van bij de tweede zwangerschapstest vastgelegd, no problem alles kits. Tot de bom in de brievenbus viel: de onthaalmoeder sluit haar boetiek eind dit jaar. Ze kreeg eindelijk een beter betaalde baan in de verzorgingssector plus vakantiegeld, plus twaalfde maand en vooral vaste arbeidsuren. Dat is wat anders dan een hongerloon tussen de 15 en 20 euro per kind met ouders waarvan je nooit met zekerheid weet of ze op tijd hun kroost ophalen.

     

    Kortom de zoveelste jonge moeder diep in de rats. En haar ouders dan? Die komen niet in vraag. Ma hangt al een poos aan de fles want want pa zit meestal bij zijn minnares. Haar schoonouders hebben liefst zeven kinderen en met de kleinkinderen zijn ze de tel kwijtgeraakt. Dus gaan we depanneren, Agnes en ik. Zij een dag, ik twee. De ouders kunnen met de vernieuwde wetgeving geruime tijd  wel wat versieren b ij hun werkgever. Een soort gefaseerd “ouderschapsverlof” opnemen, weet ik veel. Ze zitten beiden in overheidsdienst en volgens de ingewonnen informatie moet dat lukken. Als jonge ouders zorgen voor ons pensioen, vinden wij het maar normaal dat wij als thuiszittende “grootjes” een tegenprestatie doen. Enfin, half februari valt pas het verdict. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat het hen lukt tegen die tijd een verzekerde, vaste opvang te vinden. Lukt het niet, dan staan wij klaar. Waar een wil is, is een weg en elk kind is dit overwaard.

    Reageer (2)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nosce te ipsum!
    Wellustelingen....

    episode...

    92...


    Er keerde iets om in mijn binnenste. Even dacht ik terug aan vroeger. Aan het absolute gebrek aan intimiteit tussen Gerda en mij. Nu zag ik haar echter niet zo. Niet als een koele echtgenote, niet eens als iemand met wie ik onder hetzelfde dak had gewoond. Wel als een vrouw-in-het-algemeen, een moeder, een vrouw op leeftijd, zwak, goedgelovig, simplistisch en zo kwetsbaar. Levend in eigen specifieke cocoon, plots doorboord, pijnlijk vleselijk doorboord door een schurftige schoelie van een priester, die naam niet waardig. Voor wie levenslange cel of opsluiting in een psychiatrische instelling nog te mild was. Die tot zijn laatste snik alleen martelende dwangarbeid verdiende, in de galeien geslagen, aangevreten door ongedierte, uitgehongerd, gekastijd.

     

    Ik vermande me. Zijn lispelende biechtstem ging verder:

    ‘Max, geloof me, ik wou het eerst niet… De duivel leek in haar… in mij… in ons gevaren. Ik… ik was me niet meer bewust van mijn handelen…Geloof me, het was geen genot…’

    ‘Gerda heeft nooit beseft was seksueel genot was’, siste ik hem toe ‘Haar onderlichaam beschouwde ze als een soort relikwie. Ze ontving een man alleen om te kunnen baren. Dat was haar plicht’.

     

    Serge trachtte even geforceerd te grijnzen. Voor het eerst leek hij een beetje zelfverzekerder. Hij reageerde heel voorzichting:

    ‘En toch schonk het haar een bepaalde voldoening. De boete werd voor haar na een tijdje een vorm van bevrediging. Wat ze met jou nooit heeft meegemaakt! Ze zong zelfs. Ze plukte de dag als nooit tevoren. Geef toe, Max, ondanks alles moet je dat toch zijn opgevallen? Nooit bij stilgestaan? Nosce te ipsum! Ken u zelf, man!’

     

    Neen, het was mij niet opgevallen. Niets aan Gerda viel me de laatste jaren nog op. Totale apathie, desinteresse tot en met, zelfs van in den beginne. Daardoor was het me nooit gelukt. Hem wel! Mijn onvermogen door de fysieke afkeer voor Gerda wierp die ploert me met wellust voor de voeten. Ik stond heel even perplex, Serge heel even triomferend.

    ‘Je gaf geen moer om haar. Je ging tot het uiterste, met slechts  één doel voor ogen: haar geld. Een simpele vrouw tot lichamelijke onderwerping brengen en dan aftroggelen!’

    ‘Best mogelijk…Ik zag nog uitsluitend hoe ze mij uit het slop kon helpen. Voor wat hoort nu eenmaal wat, vandaar… een luttel bedrag, twee à drieduizend euro wou ik. Peanuts voor haar. Maar zij wou niet.’

    ‘Voor enkele briefjes van duizend pleeg jij een afschuwelijke misdaad. Ze moest je zelfs betalen voor de smeerlapperijen die je haar aandeed!’


    Wordt vervolgd


    Reageer (1)

    23-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hulpbehoevende evenaaste
    Wellustelingen....

    episode...

    91...


    De browning beefde niet in mijn hand. Ik was zelfs zelden zo kalm geweest. Hij bleek almaar meer van streek. Zijn voorhoofd glom.

    ‘Haar dagboeken zijn de beste bewijsstuken. Er was niet alleen dat seksueel misbruik. Eens zij naar jouw pijpen danste, heb je haar bestolen op de koop toe. Om haar geld was het je te doen, geef toe! Uitsluitend om haar geld!’

    ‘Geld? Welk geld, man?’

     

    Het loeder deed een vergeefse poging om verbaasd-spottend te glimlachen. In werkelijkheid zag hij er afschuwelijk uit.

    ‘Niet de restjes van haar huishoudgeld, noch de halfjaarlijkse intresten van haar beleggingen bij Francis. Dat waren habbekratsen voor jou, jij gore havik. Je wilde alles tot de laatste cent!’

    Instinctief voelde ik aan, dat hij zich meer en meer rekenschap gaf van het feit dat ik perfect op de hoogte was en mijn beschuldigingen geen ijle lucht waren. Vooral de browning en mijn zelfverzekerdheid brokkelden hem af.

    ‘Je rekende erop dat een naïef mens als Gerda in de val zou trappen. Als die hoerenloper van haar man aan een prostituee zijn geld hing, was het maar meer dan billijk dat jij, afgezant van de heer, het beetje vermogen van die religiewaanzinnige zou krijgen.

    Maar je was aan het verkeerde adres, nietwaar! Gerda loste niets. Francis zou het trouwens wel verhinderd hebben!’

    ‘Max, ik had Gerda een eerlijk voorstel willen doen... ik had…’

    ‘Hou je smoel, ik verwittig nu de politie.’

    ‘Ik heb je vrouw niet…’

    ‘Wat, smerige leugenaar!?’

    Toen deed ik het onbewust. Van een revolver wist ik alleen dat je de veiligheidspal gesloten moet houden. Ik had er niet op gelet bij het laden ervan. Ik haalde nu blind de trekker over.

    De kogel blafte langs Serge’s gezicht ergens tegen de voorkant van het altaar en kaatste verder terug. Een knal, met tientallen echo’s, die tussen ons een snoer van wrede angst legde.

    Serge klappertande. Mijn benen trilden. Ik schreeuwde mijn speeksel tegen zijn glimmend voorhoofd.

     

    ‘Nu ga je bekennen. Nu, of …’

    Hij zakte voorover. Verborg het hoofd in de handen. Huilde rauw. Stootte gebroken uit:

    ‘Ik wou het niet… Nooit de bedoeling gehad… Ik begrijp nog niet wat mij bezielde. Al die demonen van haar… zitten in mij… Ik werd een monster… Een monster zonder geweten, zonder hart. Ik …’

    ‘De feiten, verdomme, de feiten!’

    Hij jammerde, klein, verloren, totaal gebroken en op:

    ‘Ruzie, wij hadden ruzie… het geld. Gerda wou niet. Ik nam de pentekening  mee… op de Zavel is een opkoper… Gerda  had mij dat geld beloofd.  Vast beloofd. Toen…  niets.  Ze hebben mij bedreigd…de datum was al drie dagen verstreken… Ik moest die schuld…’

    ‘Schuld? Welke schuld?’

    De geslagen hond keek smekend op. Fluisterde toonloos:

    “Speelschulden…in Antwerpen, het milieu aldaar…Ik gok, Max, al jaren…  Grof geld.’

     

    Hij schreide.  Zelfs uit zijn trillende handen  leken tranen te druppelen. Zielig die kloot.

    Als ik nu schoot, dwars door zijn verdorven brein. Hem hier, in zijn eigen godshuis, afmaakte, vertrappelde, van de grond veegde als een giftige adder. Eén seconde. Amper één luttele beweging en het was voorbij. Nee, die straf was te mild voor hem. Duizendvoudig moest hij boeten voor zijn misdaden. Duizendvoudig sterven aan zijn eigen schuldkruisen. Tot zelfs zijn naakte botten nog bloed bekenden.

    Zijn stem kwam schor, nauwelijks hoorbaar, uit een verre diepte terug:

    “Ik wist dat zij einde maand een deel van de intresten zou ontvangen. Met de lening erbij…ze wou niet… Ik moest betalen, Minstens drieduizend euro…onmiddellijk. Die kerels zijn gewetenloos, die…je hebt er geen idee van, Max…’

     

    ‘Jij verslaafde parasiet, je wou alles van Gerda!’

    ‘Nee, Max, echt niet. Ik wou alleen die lening. Ik zou haar later teugbetalen samen met de intresten. Geloof me toch!’

    Hij hijgde huilerig-klagend:

    ‘Max, je moet me geloven. Het is de waarheid. Ik sta voor een berg schulden. Een kleine veertigduizend euro. Op verschillende plaatsen. Ik kan nergens meer heen. Ik wou geld lenen bij de dames, maar durfde niet.  Alleen Gerda heeft geholpen. Eveneens twee kleine stukken uit de kerk. Heb ik stiekem verkocht. Maar Adrienne ziet alles en zou de politie erbij halen. Daarom was ik zo blij dat Gerda er was, echt waar. Zij is zo ontvankelijk voor een hulpbehoevende evennaaste…’

    ‘Voor een plas drek, ja, niet een evennaaste. Wat is religie voor jou anders dan commercie. Een middel, een masker om je smerige handel te verbergen. Niet alleen dat gokken, maar ook bestiale perversiteiten. Je hebt Gerda keer op keer verkracht!’

    ‘ Dat was het niet’, mompelde hij met een vertwijfeld hoofdschudden, ‘Neen, geen verkrachting. Ze vroeg er zelf om.’

    ‘Wat!? Verdomde oerleugenaar. Alles gebeurde tegen haar wil. Ze was bang voor jou. Je bracht haar in een soort trance. Ze schrijft het en Gerda liegt niet. Ze besefte niet eens wat je met haar uitspookte!’

    Hij steunde, in een laffe vorm van schuldbekentenis:

    ‘Ik heb haar nooit vooraan gepenetreerd. Het waren rituelen. Zelfs verboden genot… dat zogezegde genot… kan een zware straf zijn. Jij, Max, jij begrijpt dat niet.’

    ‘Jij, jij verzuipt in  eigen leugens. Hoe zei je het ook weer?  Een gebied waar alleen geesten huizen! Je sacristie behoort daar ook toe? Middeleeuwse boetedoening! Ze raakte er zelfs bewusteloos bij, smeerlap!’

    Reageer (0)

    22-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De confrontatie


    Wellustelingen....

    episode...

    90...


    Het motregende nog steeds. De vage schemering kroop mistig uit de aarde. Ik leek heel alleen op een zwarte plek.

    Ik stopte bij de vervallen pastorij in het dorp. Belde aan. Geen reactie. Ik wachtte nog een minuutje en liep toen naar de kerk. De zijdeur stond op een kier.

    Serge zat op een van de voorste stoelen bij het altaar. In jeans en hemdsmouwen. Een kwajongen op z’n zondags. Hij keek op. Een bleek verbaasd en toch uitnodigend sereen gezicht. Alsof hij me verwachtte en bij voorbaat wist wat ik hem te zeggen had:

    ‘Ha, de Max!’

    Ik bleef wijdbeens voor hem staan, de rechterhand rond de revolver in mijn zak. Nog niets zeggend. Tegen vette varkens spreekt men niet. Die keelt men.

    ‘Tempori parce’, monkelde hij. ‘Wees zuinig met de tijd. Wat kan ik voor jou doen?’

     

    Ik reageerde niet. Hij bekeek me scherper. Argwanend. Dan weer zijn vaderlijke beroepstoon van zielenherder:

    ‘Max, kerel, hoe jij eruit ziet, zeg! Wat voor spoken heb jij ontmoet! Kom, ik heb nog een halve fles uitstekende Saint Estephe.’

    ‘Blijf waar je bent!’ siste ik giftig. ‘Verroer verdomme niet of ik plak je hersenen aan je altaar!’

    ‘Potius mori ’, begon hij onzeker te stamelen, opeens erg bang lijkend.

    ‘Hou op met je gezever. Je weet verdomd heel goed waarom ik hier ben!’

    ‘Neen, Max, ik weet het echt niet.’

     

    ‘Jij hebt Gerda omgebracht, jij zwijn, en je rekent erop mij of wie dan ook die moord in de schoenen te schuiven.’

    ‘Max, ik …wat is dat voor larie…ik..’

    Hij wou opstaan, Schijnbaar diep verontwaardigd. Verblekend ineenkrimpend. Ik stoote hem brutaal terug.

    ‘Jij hebt Gerda van de trap geduwd en haar met een zwaar voorwerp de schedel verbrijzeld. Beken, smeerlap, geef toe dat jij het hebt gedaan!’

    ‘Waar haal je dat allemaal vandaan, Max?  Ik heb met die vreselijke zaak niets, hoegenaamd niets te maken. God is mijn getuige…’

    ‘Loop met je god naar de kloten. Of nee, roep liever zijn hulp in, nu je hem broodnodig hebt.’

     

    Serge’s lippen bewogen schichtig. Hij bad, de huichelaar. Smeekte zijn god om steun. Gesmoord bracht hij uit:

    ‘Max, ik begrijp niet wat er met jou aan de hand is. Je draait door, man. Waar haal je toch al die onzin, die leugens vandaan? Ik herken je niet meer!’

    ‘’Ik heb haar dagboeken gevonden!’

    ‘Welke dagboeken? De politie heeft toch alles doorzocht en…!’

    ‘De politie heeft helemaal niks. Ik doorzie het nu allemaal. Jij en niemand anders heeft het gedaan. Jij! Jij!’

    ‘Nee, Max!’

    ‘Ja, smeerlap, ja!’

    Zijn adem ging sneller op en neer. Hij deed opnieuw een poging om op te staan, keek nu wit geschrokken in de loop van de browning.

    ‘Vooruit, schoft, de waarheid!’

    ‘Max, ik zweer je…’

    ‘Hoe heb je haar vermoord!’

    ‘Ik heb echt niet…’

    ‘Uit haar schriften heb ik opgemaakt hoe je haar behekst hebt met je demonische vertelsels, hoe je haar gestraft hebt eerst met paedicatio-aanrandingen …’

    ‘Wat!??’

    ‘Dat is, monster dat je bent, het uitvoeren met geweld van anale coïtus op een volwassen persoon, om een medisch gerechtelijke term te gebruiken. Knoop dit in je hoofd, je zal hem nog vaker horen. Nadien heb je haar vaginaal gepenetreerd, haar goedgelovigheid en naïviteit schandalig misbruikt  en tenslotte heb je haar omgebracht,  jij verdorven rotzak.’


    Hij staarde me eerst verwilderd aan, daarna vertwijfeld, hatelijk en duivels wraakzuchtig. Een in het nauw gedreven roofdier, dat bloed rook en zich uit behoudsnood zelfs op zijn eigen schaduw zou storten.

    ‘Max, blijf redelijk. Doe die revolver weg.’

    ‘Jij bekent nu en dan ga ik met jou naar de politie!’


    Wordt vervolgd


     

    Reageer (0)

    21-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Noblesse oblige.


    Portefeuilledwang!

     

    “Waar halen ze het lef vandaan?” dat is de vraag die ik me al wekenlang stel tussen Terzake en het Weerbericht in. Komt door die rode curvelijn en de stem die vraagt hoe warm mijn zomer is? Fortis-sponsoring.

     

    Als je denkt schaamtelozer kan niet, wel het kan wel. Vorige maandag, in Amsterdam. Tweehonderd “kleine” overbezorgde Hollandse aandeelhouders mochten vragen stellen aan de Fortis top zijnde: een geparachuteerde socialist ex-ASLK, nieuwbakken CEO  en het Fortis-icoon, burggraaf Lippens Maurice himself. Historische infosessie volgens de kranten. Burggraaf Lippens sloeg mea culpa. Ik zag hem in het journaal zowaar nederig het hoofd buigen en met vooraf ingestudeerde brok in de keel en goed getimde stemvibraties beweren dat hij alle begrip had voor de ontgoocheling van de aandeelhouders. Hij wist dat de pijn niet alleen ging over het feit dat hun dividend niet cash werd uitbetaald. Hij vroeg hun vertrouwen , smeekte om hun geloof want het ging hem aan het hart.

     

    Het kleinste kind weet dat hypocrisie altijd het sterkste punt van de adel is geweest, maar dit slaat alle records. Deze ganzenlevervreter in maatpak, ritselaar met woekerwinsten nu één groot deemoedig vat? Komt op hetzelfde neer als een De Winter die plots een vurig pleidooi houdt pro SP-a. Zou hij aan de leugendetector durven hangen, de burggraaf? Beseft hij hoeveel afgerukte ledematen hij op het geweten heeft door zijn kredietfaciliteiten aan de wapenboeren? De schofterige ijdeltuit! Jammer dat er geen openlijke tuchtiging daar in Amsterdam is gekomen. Ik hoop op een krachtig kabaalprotest tijdens de volgende sessies in ons land. IJdele hoop, ook alhier zal er weinig van in huis komen en Lippens zal gaan zoals hij gekomen is: ondroordringbaar zoals zijn Fortiskluizen.

     

    En ondertussen zitten heel wat mensen dik in de nesten. Jonge mensen door de verhoogde woonkredieten, starters die rekenen op bedrijfskredieten en een verhoging van verzekeringspremies is op komst. De oorzaak? Wat banken aan de ene kant verliezen, plukken ze aan de andere zijde, te weten de onooglijke vruchtjes van onze spaarzaamheid: spaarboekjes en –varkentjes. Wat jaren onmogelijk was, kan plots wel. Basisrenten stijgen, verhoging van groei- en getrouwheidspremies, stimuli bij onlinesparen, garanties tot 2010 zonder minimuminleg en zonder kosten enfin het kan niet meer op. De kranten staan de voorbije dagen vol van advertenties. Banken en filialen waarvan die ik voordien nooit heb gehoord schieten als paddestoelen uit de grond. Alleen Test-Aankoop raadt aan de kleine lettertjes te lezen .

     

    Tja, oplichters floreren vaak in de hoogste kringen. Volgende week zijn de Wetstraatezen  er opnieuw bij. Benieuwd wat het wordt. BHV of mazout? Ik tip op verkiezingen. De zoveelste…

    Reageer (3)

    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Woede en haat
    Wellustelingen....

    episode...

    89...


     

    Ik sloot het laatste dagboek, stopte het met de twee andere in een uitgerafelde tas uit de muurkast en bleef roerloos op de trap zitten.

    Met stijf dichtgeknepen ogen. Niet willend dat al die obscene beelden van mijn eega, honds parend met een priester, als jodelende kwelgeesten naar mij toedoken. Het was te veel ontzetting. Ik verdroeg het niet.

     

    Maar die beelden vermengd met haar vreemde, onzinnige, bange en schokkende woorden, met dat hele chaotische gebeuren, bestookten me feller en feller. Met hun ongeloof. Hun hoon. Hun waarheid vooral. Die me beetje bij beetje veel méér openbaarden.

    Gerda! Ik wist het nu! Verdomd ik wist het allemaal! De waarheid stond hier in dit schriftje, als in een gruwel van bloedletters gekerfd. Die bonsden en dreunden in mijn hoofd.

    Die waarheid. Ze maakte me ijskoud. Deed me kermen en blazen van afgrijzen, opstandigheid, woede, machteloosheid en onbegrip. Dat varken van een pastoor had Gerda het hoofd ingeslagen.

    Hij en niemand anders. Hij was haar moordenaar.

    Hij. Hij. Hij!

     

    Ik had daar nog uren kunnen zitten.

    Ik deed het niet. Ik had een opdracht. Serge rekenschap vragen. Hem doen boeten. Hem laten inrekenen. Eerst en vooral Vloesberghe opbellen. Hem in een notedop vertellen wat ik wist. Hem meteen tot onmiddellijk ingrijpen aanporren. Neen, wacht. Die eer gunde ik mij. In de allereerste plaats.

    Dit was de rekening, die ik vooraf met zo’n smeerlap had te klaren. Met die godverdomde schurk, die mij allicht de moord op Gerda in de schoenen had willen schuiven.

     

    Die demonische slijmerd van een ploert was beter lid geworden van de Spaanse Karmelieten van het Heilig Gelaat. Die dubieuze kring van afvallige paters in dat godverloren dorp El Palmar de Troya, net onder Sevilla, waar de anti-paus Clemente Dominguez Gomez als een halfgare blinde mol had geregeerd.

    Duistere praktijken met vrouwen en kinderen waren schering en inslag geweest in die zogezegd door de ware godheid geheiligde gemeenschap. Tot een tiental geestelijken dringend naar een ziekenhuis in Sevilla werden afgevoerd: hun penis doorboord met een ring, rug en buik rooddoorstreept en bloederig opengeslagen met bespijkerde stokken. In de naam van hun god kende zelfs het walgelijk ongeoorloofde geen grenzen meer.

     

    Ik stond recht. Mijn lichaam voelde aan als een stuiptrekking.Een plots oude man was ik. Met stramme loden armen en een zware sleur van andere ledematen en organen. Doch ook een man, die heel goed wist wat hem te doen stond. Dat zegde de browning in mijn regenjaszak.

    Ik haalde hem eruit, liet enkele kogels gedachtenloos in mijn handpalm rollen. Stopte ze even mechanisch in de lader. Hield de revolver rustig mikkend voor mij, Grijnsde breed-verachtelijk, alsof ik een Al Capone trawant was geworden. Liet de revolver weer in mijn zak glijden. Nam de tas met de schriften. Sloot de buitendeuren af en reed weg.


    Wordt vervolgd


    Reageer (0)

    20-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kiekekot brengt heil
    Wellustelingen....

    episode...

    88...


    Delen van volgende passages zijn moeilijk leesbaar, vooral de introductie. Uit het gewirwar van lettertekens en halve zinnen heb ik uiteindelijk onderstaande gedistilleerd.

     

    21 juni - Bestolen heeft hij de schurk. Mijn twee kristallen kandelaars en de parels van mijn moeder zaliger. Ik dacht mijn laatste uur gekomen. Ik kan met moeite voet bewegen. En mijn hart blijft bonzen. Het houdt niet op en Serge is een uur weg. Hij is zot geworden! De zwarte vlekken voor mijn ogen verminderen. Slagen op mijn hoofd. Ik ben mijn nieuwe bril kwijt, afgevallen.

     

    Moeite om mijn stylo vast te houden. Mijn vingeren beven. Mijn handen, ikk kan dat niet bedwingen. Serge is een beul en een verkrachter. Een bedrieger van de smerigste soort. Heb vlakaf gezegd dat Adrienne en Florence donderdag alles zullen weten. Ik zwijg niet meer, voor niemand.

    Hij vloekte en maar schelden. Serge zei woorden die ik  niet kon verstaan maar ik wilde dat niet verstaan hoor. Dat ik een sloerie en een loopse teef was. Ik moest zwijgen, anders zou iedereen weten dat ik hem verleid heb. Door met mijn bloot achterste voor hem te waggelen.

    Serge weet dat hij naar zijn geld kan fluiten.

     

    Zijn klauwen gingen naar omhoog. Ik vreesde dat hij mijn keel zou toeknijpen. Een slag op mijn hoofd en ik flauw te vallen. Ik greep de stoel goed vast. Viel niet flauw.

    De sleutels van mijn kamer vond hij niet. Ze zaten in mijn zak. Hij hoorde ze zeker en vast rammelen. Over mijn lijk smerige dief, heb ik geroepen. Riskeer het niet om nog één vinger naar mij uit te steken. Als er met mij iets ergs gebeurt, zult ge groen lachen, dat zweer ik op het hoofd van mijn zoon.

     

    Hij spuwde in mijn gezicht. Hij weet dat ik al zijn beestige streken in mijn dagboeken heb staan. Die liggen sedert vrijdag bij mijn notaris, zei ik. Als er iets voorvalt krijgt Max die. Heb gelogen om geen slaag meer te krijgen, alle baten helpen. Maar ik ga dat toch doen, nog deze week. De stoel weggetrokken, ik viel. Serge bleef schoppen,  Mijn staartbeen brandt in mijn rug. Hij heeft de schuiven opengetrokken. Ik kroop weg naar de tuin.

    Heb zeker een halfuur achter het kiekekot gezeten. Was hij gekomen, dan kon ik roepen op de mannen, die in de nieuwe straat aan het bouwen zijn. Die zouden me wel gehoord hebben. Hij mag niet meer in mijn buurt komen. Zoals hij nu is, is hij tot alles in staat. Zal ik toch naar de politie gaan? Ik moet zien dat ik mij bescherm. Die pastoor is een monster!

     

     

     

    Wordt vervolgd

    Reageer (0)

    19-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vacature geldig tot 24/08/2008

    Analfabeet én slechtziend?

    Word taxichauffeur in Beijing!

     

     

    Dit is een tip van Wieneke van Vucht, een jonge redactrice die in opdracht van het Nederlandse praatprograma Pauw & Witteman momenteel in Peking zit. Het schaap nam al enkele keren een taxi en is er een minuut later gewoon uitgebonjourd.

    Waarom? Communicatieproblemen, de chauffeur sprak geen Engels en zij geen Chinees. Op zich nog geen probleem want het kind heeft een voorraad hotelkaartjes mee in het Chinees. Doch wat als de taximan niet kan lezen? Of wat als hij kan lezen maar slechtziende is? Wieneke heeft er al meer dan een met een vergrootglas bezig gezien. Een chauffeur met de neus tegen de voorruit geplakt is er echt geen uitzondering.

    For every problem there is a solution, dacht Wieneke. Haar zouden ze niet langer liggen hebben, dus als de donder geoefend om de straatnaam en hotelnaam plus minus verstaanbaar te leren uitspreken. Gegarandeerd succes? Elders wel in Beijing niet. De chauffeurs beginnen te ratelen dat oren en zien vergaan. Tracht het kind met alle mogelijke gebaren hen bij te brengen dat ze er geen moer van snapt, dan maken de chauffeurs gewoon een wegwerpgebaar. Op dat moment is het opschieten geblazen zoniet krijgt de hulpeloze passagier nog een sliert Chinese verwensingen mee.

     

    Nochtans de organisatoren hebben aan alles en nog wat gedacht, zeker voor dit soort van perikelen. Zo is er een speciaal nummer dat de taximan kan bellen als hij, figuurlijk dan, de pedalen kwijtraakt. Andere chauffeurs hebben ook een soort meertalige folder in de auto liggen. Daarop staan twintig belangrijke zinnen in het Engels, Frans en Chinees. Een handige taxichauffeur pakt meteen deze kaart, de passagier wijst aan en klaar is Kees.

     

    Inmiddels kent Wieneke de weg naar haar hotel al vrij goed; doch dat de ene weg 34 yuan kost en de andere 70 maakt haar soms boos. Niets aan te doen, de meertalige folder vermeldt heel wat doch de zinnen “ Niet omrijden hoor. Er is een kortere weg“  uitgerekend die staan niet vermeld. In de achteruitkijkspiegel ziet ze hem gremelen, ze weet wat hij denkt: “ Met al de Chinezen, maar dit met deze!”.


    Reageer (2)

    Inhoud blog
  • Zomaar
  • Liefst van hetzelfde laken een broek !
  • Kinderen of beestjes?
  • De duivel zit erop!
  • De nakomelingen van Boer Bavo
  • NJET
  • Ontmoetingen na bijna een halve eeuw
  • Olala
  • Op de vooravond van 21 juli...
  • 20-07-2009
  • 't Bakkerietje
  • Hilarische realiteit
  • Jammeren
  • A final curtain
  • Kamwielpaniek
  • Moederdagen
  • Impossible mais vrai!
  • Een zaterdagochtend
  • Omtrent Sarah en DeeDee.
  • Met de E van evolutie
  • In de nasleep van WO-lessen...
  • Mijn gedacht
  • Voor en spellen!
  • Smoelentrekkers
  • Titi is boos!
  • 't Groot Zot
  • Ik zie, ik zie...
  • Valentijn
  • Viva Leterme!
  • 18/12/2008
  • Voilà...
  • Sintje Merten in het land van Aalst
  • Vorstelijk eten.
  • Achtergesteld!
  • Voor mama

    Laatste commentaren
  • zeeppoeier-reclame (maart)
        op Wellustelingen 2
  • WO-16/05/2018 wordt het verhaal hernomen (maart)
        op Wellustelingen 1
  • sterk geschreven (maart)
        op Valentijn
  • paf (maart)
        op For every problem there's a solution...
  • Op wandel (Myette)
        op Zomaar
  • Levensverhalen (Joël)
        op Theomanistenclubje
  • kus (miekemuis en maatje)
        op Zomaar
  • Hoeraa... (ERnst)
        op Zomaar
  • Finalemente !!!!! (Chris (lilac))
        op Zomaar
  • Nogmaals ... (ERnst )
        op Liefst van hetzelfde laken een broek !
  • ....kus (miekemuis en maatje)
        op Liefst van hetzelfde laken een broek !
  • Jou ook... (jacqueline)
        op Liefst van hetzelfde laken een broek !
  • ? (miekemuis en maatje)
        op Kinderen of beestjes?
  • hallo titi, (redpoppy54)
        op Kinderen of beestjes?
  • Weet je Titi (thea)
        op Kinderen of beestjes?
  • Ja, (ERnst)
        op Kinderen of beestjes?
  • Grrrrr (Titi)
        op Kinderen of beestjes?
  • Hoi Titi (thea)
        op Kinderen of beestjes?
  • knuffel (miekemuis en maatje)
        op Kinderen of beestjes?
  • En ja... (ERnst)
        op De duivel zit erop!
  • dat mont er van (hercule)
        op De duivel zit erop!
  • weg en verdwenen (miekemuis en maatje)
        op De duivel zit erop!
  • varen ??? (Chris)
        op NJET
  • de slager (Chris)
        op 't Bakkerietje
  • Vele groetjes uit Zonhoven (sloefke)
        op De nakomelingen van Boer Bavo


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!