
Keukenweetjes van Willemijn
Witte wijn serveert men het best koel, maar niet te koud. Dus vanuit de kelder en niet direkt uit de koelkast! Zo komt het fijne bouquêt tot zijn recht en de smaak tot ontplooiïng.
Warme wijn serveert men voor de gezelligheid! Het best verwarmt men in een geëmailleerde of roestvrijstalen pan ( dus niet van aluminium!). De wijn wordt flink heet gemaakt maar mag niet worden gekookt. Serveer in hittebestendige glazen met een zilveren lepeltje of op een vochtige doek!
Een 'staartje wijn' kan gebruikt worden voor een marinade of als smaakmaker van soep, suddergerecht of saus. Ook kan wijn ingevroren worden in een ijsblokjes-laatje.
Champagne of Sekt, die niet koel genoeg is, spuit na opening van de fles met kracht naar buiten! Leg de fles derhalve tijdig op een koele plaats. Een champagnefles ontkurken geeft vaak beschadigingen aan pleisterwerk! De kurk moet voorzichtig worden verwijderd met een zacht 'plof-geluid'. Gebruik hiervoor eens een goede notenkraker. Klem de 'bek' stevig om de kurk en wrik deze vervolgens voorzichtig omhoog. Houd een glas in de buurt van de fles om direkt met inschenken te kunnen beginnen!

|