Speelse jongeren in Borgerhout
Verkiezingsverhalen, mevrouw, mijnheer, ze zijn als visserslatijn : ze worden bij voorkeur verteld onder militanten, ze zijn eentonig, zelden grappig maar er wordt hard om gelachen. Want er is steeds overtuiging en emotie mee gemoeid en onder eensgezinden is die ontlading electriciteit.
In de onverdachte jaren was uit plakken gaan zeer avontuurlijk : het gebeurde altijd in het donker en na tien uur, want het was verboden. Er waren nauwelijks officiële plakborden en iedereen geloofde in de kracht van slordige, kris-kras door mekaar aangebrachte affiches die uitsluitend het straatbeeld ontsierden en de militanten die al overtuigd waren nog meer overtuigden. De eerste vijand was de politie, de tweede waren de socialisten en de cvp-ers. Liberalen waren er nauwelijks. En die van de Volksunie hadden de reputatie meesters van de straat te zijn. Enkelen stonden op uitkijk, anderen papten in en kleefden en de chauffeur zat achter het stuur te wachten. Als er gevaar dreigde klonk het wachtwoord "Jules", behalve als er een Jules in het gezelschap was, want die wilde dat niet. Soms ontmoetten twee plakkersploegen mekaar en dan werd er luid geroepen, gescholden en gedreigd. Meestal bleef het daarbij. Achteraf kwamen alle ploegen bij mekaar met hun fantastische verhalen in café Tyrol of café Tijl. En de laatste avonden trokken alle individuele groepjes er samen op uit als een donkere autokaravaan doorheen de straten. Dan kon het wel spannend worden bij een ontmoeting van een andere karavaan "wakers".
Nu worden affiches overdag op door de gemeente ter beschikking gestelde borden geplakt door partijmilitanten en er gebeurt niets clandestiens. Als rivaliserende militanten mekaar op het lijf lopen, wordt er meestal fatsoenlijk overlegd en misschien achteraf wat afgescheurd, ja dat kan.
In Borgerhout (waar het VB normaal de grootste partij zou zijn die 60% van de oorspronkelijke bewoners bereikt, volgens een studie van de UIA, mochten er geen allochtonen wonen) werd gisteren een eigen-volk-eerst plakploeg het leven zuur gemaakt door Marokkaanse hangjongeren. Als je de dag van vandaag een woord durft zeggen over het crapuleuze en hatelijke optreden van deze categorie, ben je een racist. Op haar blog heeft Janice Laureyssens het over die gebeurtenis.
Het onderstreept nog maar eens welke toekomst wij tegemoet gaan met deze ontwortelde jeugd. Ik weet het, wij jonge Vlamingen waren ook rebels, ontevreden, wij zetten ons ook af maar wij koesterden idealen en velen van ons hadden een behoorlijke opvoeding en opleiding. We kunnen enkel hopen dat in de komende jaren zo spoedig mogelijk onze grenzen en die van onze buurlanden gesloten worden voor verdere inwijkelingen.
Laten we in ieders belang proberen dat de huidigen zich aanpassen en integreren. En als dat gebeurd is, mogen ze bij toekomstige verkiezingen met kennis van oordeel een discussie aangaan met de militanten van om het even welke partij.
Ray















