Polenta met Spaanse pepers
Voor 4 personen;
2 sjalotjes, 1 groene paprika, 2 groene Spaanse pepertjes,
2 eetlepels olijfolie, 1 liter groentebouillon,
1 koffielepel gehakte rozemarijn, 250g maïsgriesmeel,
6 eetlepels geraspte parmezaan, 1 eetlepel gehakte peterselie,
2 eetlepels boter, zout en peper van de molen.
Bereiding:
1. Schil de sjalotten en hak ze fijn. Was de paprika en de Spaanse pepers, snijd ze in tweeën en haal er de zaadjes en de witte membranen uit. Snijd het vlees in kleine blokjes of schijfjes.
2. Verwarm 2 eetlepels olijfolie in een kookpot en laat de sjalotjes even zweten. Giet er de bouillon bij, breng aan de kook en voeg de paprika, de groene pepers en de gehakte rozemarijn toe.
3. Strooi er het griesmeel over, terwijl u zonder ophouden blijft roeren. Laat zachtjes koken gedurende 1 à 2 minuten tot het griesmeel begint te zwellen. Haal van het vuur, dek af en laat nog zwellen gedurende 10 minuten. Zet de kookpot opnieuw op het vuur terwijl u 4 koffielepels parmezaan toevoegt, de gehakte peterselie, 2 eetlepels olijfolie en de boter. Kruid met peper en zout. Roer goed, om een romige massa te bekomen.
4. Olie een ovenplaat in. Spreidt daar de polenta over uit en strijk effen met een spatel. Besprenkel met wat olijfolie. Laat eerst gedurende een uur op kamertemperatuur afkoelen en daarna 4 à 5 uur in de koelkast.
5. Maak rondjes van 6-7 cm met een uitsteekvormpje. Leg ze op een ingeoliede braadslee en bestrooi ze met de rest van de parmezaan. Laat ze 5 tot 8 minuten gratineren in een voorverwarmde oven op 180°. Dien op.
Tip; kan niet worden ingevroren