Mensen van morgen
Mensen van morgen
Ons huis staat leeg:
de straat is een steeg.
Mijn kinderen zijn weg
en horen niet wat ik zeg.
De kast is leeggeroofd:
Niets wordt nog geloofd.
Er is geen brood op de plank,
elk gesprek loopt mank.
De zon schijnt op de bergen, de bossen en de daken
je hoort de gletsjers, de takken en de balken kraken.
Ik voel de warmte van bedorven voedsel in de mand
en ruik de gassen van motoren aan de overkant.
Het puin wordt geruimd en in de diepste zee gestort,
en nog is er hulp, aandacht en dankbaarheid te kort.
Op de oprit groeit een bloem
die verwelkt zoals de roem.
Uit de kerk weergalmt geruis;
op de toren staat geen kruis
De trein staat nog in 't station
te roesten bij een leeg perron.
Op de wissel speelt een kind
benieuwd wat het daar nog vindt.
10/06/2026



1 reactie op dit bericht
Mensen van morgen