Woensdag 17 mei 2006
het gemak
ik zing hoog en laag
ochtend gestemd
schor en traag
rokerig geremd
kort is mijn woordje
gooi het vandaag
op een accoordje
ik heb mij verlaagd
het is nu het gemak
dat mij behaagt
doe toch mee
in dit streven
al was het maar
voor even
vaak loop ik achter mijn gedachten aan alsof dat de wereld is waarin ik leef het is niet als een geestelijk bestaan daarvoor zijn mijn herse…
vaak loop ik achter
mijn gedachten aan
alsof dat de wereld is
waarin ik leef
het is niet als een
geestelijk bestaan
daarvoor zijn mijn hersenen ,
voor zover aanwezig,
te veel op dreef
ja, wel is het zo
dat ik door al dat denken
er soms uitzie als een geest
verbleekt turend achter mijn bril
maar ik heb nog nooit
een engel zien wenken
die iets spiritueels met me wil
met een ogenschijnlijk argeloos gebaar wordt een beeltenis mij geschonken alsof ergens in stilte en eenvoud een verbintenis mag worden beklo…
met een
ogenschijnlijk
argeloos gebaar
wordt een beeltenis
mij geschonken
alsof ergens
in stilte en eenvoud
een verbintenis
mag worden
beklonken
ik ontvang
haar weesgegroet
in mijn hand
voel de eeuwige moeder
in tinnen kleed gehuld
als opnieuw
in mijn palm geland
zij is in God
die de pijn
in haar hart
omhult
wie ben ik, met vele grote dichterlijke woorden met vermeende kracht van geest als jij het zuivere toont gehuld in stilte van bemoedigende b…
wie ben ik,
met vele grote
dichterlijke woorden
met vermeende
kracht van geest
als jij het zuivere toont
gehuld in stilte van
bemoedigende blikken;
waar ben ik aldoor geweest
hovaardig heb ik
mijzelf beloond
maar jij maakt mij nu bedeesd
en laat mij zijn die ik ben
ik leek als verweesd
ik was als een
wilde struik gegroeid
nu, laat jij mij ervaren
hoe wijsheid werkelijk
zich met leven bemoeit
het regent ik lepel tranen van nieuw geluk spreid ze uit als geurig balsem over je gekwetste huid van wonderdadige zachte klei vorm ik nieuw…
het regent
ik lepel tranen
van nieuw geluk
spreid ze uit
als geurig balsem
over je
gekwetste huid
van wonderdadige
zachte klei
vorm ik nieuwe
lichte deuren
zonder sloten
en sleutels
met verroeste
verleden kleuren
je kan weer kijken
en langzaam voelen
alsof het was verholen
je hoeft niet meer
in je labyrint te dolen
zie het kostbaar goud
ervaar de warmte
het is niet overal
meer zo koud
er zijn zo van die momenten ik ken er meer dan een die mijn wortels doen vervagen in een reeds gestorven lente het zijn van die dagen van sc…
er zijn zo van die momenten
ik ken er meer dan een
die mijn wortels doen vervagen
in een reeds gestorven lente
het zijn van die dagen
van schrijnend onvervuld verlangen
dagen van verloren licht
mij splijtend in verwarrende lagen
waar zwarte beelden ter mijner eer
moeiteloos worden opgericht
en ik haast radeloos
mijn zielenlast weet te dragen
in een amorfe sfeer
het voelt als een levende dood
verlaten in massaal gedrang
luid schreeuwend
met opgeheven armen
hoor en voel toch mijn nood
bevrijd mij uit mijn
geestelijk gevang
verjaagd is dan mijn geduld
en wordt mijn kostbare graal
met zwartgalligheid gevuld
mijn hart verstilt
en wordt koud als staal
wie kent dit niet
zo denk ik dan
nee, het is niemand
die dat ziet
de pijn van het leven
heeft mij in de ban
nee, een hoofdrol wil ik niet, zweven in letterhoofden in een wereld die slechts jullie behoort; een zelf geschapen egodroom waar jullie mij…
nee, een hoofdrol
wil ik niet,
zweven in
letterhoofden
in een wereld die
slechts jullie behoort;
een zelf geschapen
egodroom
waar jullie mij,
heimelijk,
zonder enige schroom
met de kop van Jut
bestoofden
achter het
gesloten doek
van fictie
souffleer
ik mijn eigen
vertrek
en hoor de
auditoren roepen:
wie is hier nu de gek
door de muziek van het hart, de "ouverture" van de ziel, waarbij zinnesnaren trillen. en ik ver weg kan zien heb ik niet te willen als een d…
door de muziek van het hart,
de "ouverture" van de ziel,
waarbij zinnesnaren trillen.
en ik ver weg kan zien
heb ik niet te willen
als een draaiend wiel
met zoemende tonen
en zilverglanzende spaken
ga ik door het heelal
zonder van mijn plaats te geraken
begeleid door schone klanken
van een engelen partituur
raakt dit het wonderlijke leven
aan zijn zuivere flanken
een rilling van gelukzaligheid
in de eeuwigheid van even
ik slenter langs de diepe gracht aanschouw al wat mij ontmoet niet alles komt dan binnen zo ik graag zou willen de werkelijkheid heeft ingeb…
ik slenter langs de diepe gracht
aanschouw al wat mij ontmoet
niet alles komt dan binnen
zo ik graag zou willen
de werkelijkheid heeft ingeboet
het grootse zou mij zwaar doen tillen
zo ga ik vaak hier mijn weg
soms verdwaald in gedachten
een plek van overpeinzing
van denkbeeldige krachten
die mij doen verwonderen
over het palet van water,
groen en keiensteen
hier overdadig aanwezig
en mijn gemoed doen verzachten
tot vrucht van genegenheid
voor mijzelf en menigeen
in het water weerspiegelt mijn wereld
eindeloos blauw met lichte schaduw
doorkruist door luie eenden
die wegdrijven naar de stuw
zo, denk ik maar
ook ik voer mee met het water
een intens levensgebaar
waarin ik word meegezogen
nu, morgen of later
kijk toch om je heen en zie mijn geest dralen en verdwalen hij gaat en komt en laat je verhalen van verborgen schoonheid van lucht en licht …
kijk toch om je heen
en zie mijn geest
dralen en verdwalen
hij gaat en komt
en laat je verhalen
van verborgen schoonheid
van lucht en licht
van lach
van zucht en zicht
hij neemt je mee
naar hoge toppen
geregeld naar
onbekende floppen
maar meestijds
naar warmte en lief
zo diep en graag
in zuiver gerief
zweef mee, mijn mens
drijf mee in de wolken
wie kent niet die wens
van genot te kolken
hij leidt je aan de hand
mijn geest mist er geen
o, door heerlijkheid overmand
vertoeven wij met menigeen
ik dacht ik dicht wat zal het worden maak het licht vandaag niet dat diep geraas nee, ik wil dansen met jou en jou en... ach, ik doe maar wa…
ik dacht ik dicht
wat zal het worden
maak het licht vandaag
niet dat diep geraas
nee, ik wil dansen
met jou en jou en...
ach, ik doe maar wat
volg mij, pak mijn hand
ik maak je weer gelukkig
verlies je eigenwijs verstand
nee, vluchten doe ik niet
ik spring weer over hekjes
die daar in het groene veld
of huppel langs de vliet
alles kan ik bedenken
ik ben zo vrolijk vandaag
en wil niemand krenken
ik zing over de witte wolken
de vogels in de lucht
o, wat ben ik tevreden
voel het van binnen kolken
ik ren de longen uit mijn lijf
heb inmiddels wel
duizend paarden bereden
dat maakt mij heel berucht
in dorpen en steden
ik lijk wel verliefd
ja dat moet het zijn
fluitend, lachend en zo veel meer
mijn stramme benen en oude kop
ze doen het toch maar weer
rozen gooi ik naar kinderen
en roep naar jonge meiden
hee, zien jullie mij nog
deze grijze duif
deze oude heer
ik huil jouw tranen langs oude muren van kruisende paden waar wilde klimop oud en haast vergroeid jouw pijn verraden het lang gedoofd vuur a…
ik huil jouw tranen
langs oude muren
van kruisende paden
waar wilde klimop
oud en haast vergroeid
jouw pijn verraden
het lang gedoofd vuur
al tot as geworden
in een veel te vroeg uur
haalt aldoor het heden in
resteert een leeg gedicht
op een liggende zerk
een onherkenbaar gezicht
op een verdord perk
ik huil met jou de tranen
zij verzachten de groeven
in mijn vragende hand
laat ze onbevreesd vloeien
in het warme zand
strak strekken naakte lijven rug aan rug en hemel gericht om zich traag tastend als tot heelheid te beklijven zacht zingend in het zicht van…
strak strekken naakte lijven
rug aan rug en hemel gericht
om zich traag tastend
als tot heelheid te beklijven
zacht zingend
in het zicht van de stervende zon
die oplost in een stille avondzee
waar de dag zich verliest
en hun verschijning begon
elkaars armen strak
dragend naar opzij
hechtend als zijnde één
voelen zij elkanders bloot
ervaren zij zich als gemeen
in voelbare spanning
van zuigende emotie
tasten zij elkaar de wangen
het opstuivend zand
bekoelt een prille passie
een baken van twee mensen
in geest en hart vereend
veredelt het strand met wensen
zo als dat wezenlijk schaars
door de schepping wordt verleend
een toorts van samengebalde
klevende trillende spieren
vuurt en vlamt een groots licht
alsof deze bezwete fakkel
de gebonden vrijheid wil vieren
in de schijn van elkanders gezicht
in de schaduw ben jij voor mij geschapen zie uit naar jouw vragend licht dat ontwaakt mij uit levend slapen op herademen gericht het duurde …
in de schaduw
ben jij voor mij
geschapen
zie uit
naar jouw
vragend licht
dat ontwaakt mij
uit levend slapen
op herademen
gericht
het duurde maar even
de nacht brak aan
ik droomde verder
op de verduisterde maan
mijn hand weerspiegelt mijn ziel en raakt heel even die mens de blik in haar ogen laat mij zien: ja, dit was mijn laatste wens
mijn hand weerspiegelt
mijn ziel
en raakt heel even
die mens
de blik in haar ogen
laat mij zien:
ja, dit was mijn
laatste wens
ik wandel door het park ontmoet hier mijn wereld reis zo door jou en mij naar ver en diep van eindig en onbekend over dwaalwegen en uitzicht…
ik wandel door het park
ontmoet hier mijn wereld
reis zo door jou en mij
naar ver en diep
van eindig en onbekend
over dwaalwegen en uitzicht
het heelal wordt hier verkend
een zwaan drijft voort
ogend naar haar kroost
overziet dat wat moet
omdat het zo hoort
ik heb weet van verre landen
zie daar de mens
ontmoet hem in zijn tuin
vraag naar zijn diepe wens
zwijgend lopen wij rond
de stilte geeft antwoord
in de serene ochtendstond
in een houten goot
daalt een duif neer
spartelt in wat water
fladdert heen en weer
als het licht in de ochtend zich ontworstelt aan mijn duisternis en het zicht niet verder oogt dan mijn gemoed drijf ik slechts voort op het…
als het licht
in de ochtend
zich ontworstelt
aan mijn duisternis
en het zicht
niet verder oogt
dan mijn gemoed
drijf ik slechts voort
op het morgenrood
het zijn zo
die momenten
waar mijn gevoel
dichter staat
bij de kille dood
en eenzaamheid knaagt
aan mijn verstild
aanwezig zijn
wachtend totdat
het ongekende daagt
in een troostrijk refrein
de gelauwerde vaderlandse schrijver ziet geen brood in het afscheid van Reve hij is maar hoogmoedig thuisgebleven en denkt: ik ben de ware a…
de gelauwerde vaderlandse schrijver
ziet geen brood in het afscheid van Reve
hij is maar hoogmoedig thuisgebleven
en denkt: ik ben de ware achterblijver
Claus, een groot dichter uit het Vlaamse land
toonde echte klasse in de kerkbank
soms voel je zover weg als ik je bij me draag de woorden die ik zeg blijken dan zo vaag hoe kan geluk groeien als pijn zo overheerst wanneer…
soms voel je zover weg
als ik je bij me draag
de woorden die ik zeg
blijken dan zo vaag
hoe kan geluk groeien
als pijn zo overheerst
wanneer kunnen rode
gladiolen bloeien
als angst jou beheerst
aanvaarden wie je bent
is jezelf kennen
vertrouwen op het goede
is je echtheid erkennen
laat maar gebeuren
wat hoort
de Geest doet zijn werk
al wil je nog zo vechten
het gaat vanzelf
als je de eigen weg niet
verstoort
er was eens een torretje en een dik lief knorretje die gingen op reis, samen naar het wulpse Parijs in een vliegertuigje op weg raakten zij …
er was eens een torretje
en een dik lief knorretje
die gingen op reis,
samen naar het wulpse Parijs
in een vliegertuigje op weg
raakten zij van de leg
ja dat kunnen niet alleen kippen
het komt ook door luchtwippen
in een Frans hotelletje
zagen ze al een delletje
een gans met weinig veren
mooi voor dierlijke heren
een mooi begin dacht knorretje
wauw, puf, zei het torretje
dit is echt snoepen
hoor, we worden al geroepen
op een kleurrijk toneel
hing aan een bezemsteel
een naakte ooievaar te lonken
ieder begon te stampen, te bonken
dat was nog eens klasse
ons op een hoogtepunt te verrassen
de nacht duurde oneindig lang
met opzwepend brullend gezang
knorretje dacht dit is een groot genot
torretje zei, hier ben ik op verzot
afgemat reisden ze naar huis
(moeder was niet thuis)
dat was een groot geluk
knor knor puf puf ze waren stuk
aan Parijs wordt niet meer gedacht
knorretje werd daarna geslacht
torretje is later netjes gehuwd
en door zijn vrouwtje in een holletje geduwd