Woensdag 17 mei 2006
simpel
klein is
mijn gedicht
in alle eenvoud
zonder gewicht
immers wat
men schrijft
of maakt
slechts
het uiterlijk
van het wezen
wordt aangeraakt
een woord vermoord een zin vergaat het verhaal staakt er is geen regel die overleeft deze leegte is gemaakt voor dromen, visioenen hoe je he…
een woord vermoord
een zin vergaat
het verhaal staakt
er is geen regel
die overleeft
deze leegte is gemaakt
voor dromen, visioenen
hoe je het beleeft
en de illusie doorzeeft
een hoofdstuk zonder hoofd
onzichtbare punten
mijn pennenvuur uitgedoofd
de gevulde leegte
vol van niets
ruim van ruimte
vol van gedachten
over iets
ik ben de dichter
van iets over niets
dan wel niets over iets
het maakt mij lichter
zonder licht heb ik dit
in uw schaduw verricht
manco en blanco
uitgestrekt,
van zieltogend
naar zielloos onbeperkt
is iets in niets uitgerekt
op gelieke hogte sie icke um mie hinne is da wa icke sogte dun grotste ende diepste sinne skonner ende errug himmels gemaeckt nee, geschaepe…
op gelieke hogte
sie icke um mie hinne
is da wa icke sogte
dun grotste ende
diepste sinne
skonner ende
errug himmels
gemaeckt
nee, geschaepe
mien hande rieke
naer oe, maer
jie kiek allene naor
folmaeckte knaepe
och
icke kenne mieselfe
in toekomede maete
ende ontdeckte immer
mere kaese gaete
overgave mooi doch zwaar aan het ritme van het leven kent geen maar slechts beleven als ik daar op kan vertrouwen en niet door de waan word …
overgave
mooi
doch zwaar
aan het ritme
van het leven
kent geen maar
slechts beleven
als ik daar op
kan vertrouwen
en niet
door de waan
word bestoven
pas dan
ben ik in staat
te geloven
dit, nu nog klein van stuk, dit vers groeit woord voor woord tot iets moois totdat het aanzwelt tot een afdalend zinnentrapje een afgang van…
dit,
nu nog
klein van
stuk, dit vers
groeit woord voor
woord tot iets moois
totdat het aanzwelt tot
een afdalend zinnentrapje
een afgang van wel tien treden;
nu zijn we toch echt wel beneden
nog nimmer zag ik het onzienlijke nimmer de diepte van uw grootsheid het oneindige is uw deel wat is de mens min en slechts een schamel deel…
nog nimmer
zag ik het onzienlijke
nimmer de diepte
van uw grootsheid
het oneindige
is uw deel
wat is de mens
min en slechts een
schamel deel
en daarvan
slechts een stip
omdat nog kleiner
niet zichtbaar is
in de naaste
zou u zijn
in de bloem zou u zijn
in leed
in verdriet
in sterven
zou u zijn
geen woorden
voor uw aanwezigheid
geen beeld van u
raakt mij
ja slechts fantasie
is ons deel.
verstaan,
omvatten
zijn mensenwoorden
toch blijkt u
in alles en iets
zoekend naar
uw zelf en niets
niets is alles,
blijkt ook nog
alom en durend
te zijn
hoe kennen wij
dan uw zijnde,
vaak vertwijfeld
bij ons einde
liefde
zou u zijn,
dragend zou u zijn
bij onze pijn
ik , mens, die
erken,
zeggenschap heb ik niet:
de zogenaamde vrijheid?
die mij verleidt
zo zie ik de scheppende
zonder te zien,
hoor hem
zonder te horen,
voel hem
zonder te voelen
maar ervaar
zonder te kennen,
niet wetend hoe het heet,
dat moet ik erkennen,
dat het IS
al voel ik vaak het gemis
als ik fiets door de straat op mijn eigen houtje dan fluit ik op snaakse wijze naar elk zichtbaar vrouwtje intens geniet ik dan: aandacht ge…
als ik fiets door de straat
op mijn eigen houtje
dan fluit ik op snaakse wijze
naar elk zichtbaar vrouwtje
intens geniet ik dan:
aandacht geven is een lust
geen mens die dat onkent
voor mij een echte must
ik dwaal van hoek tot hoek
en aanschouw het lokaal toneel
niets ervan wil ik missen
noch het schoons in het bordeel
mijn fluit is dan op volle kracht
want een publieke vrouw leeft geïsoleerd
achter ramen van dubbel glas
soms roept er een: is je fluit gesmeerd?
zo tuf ik door mijn dagen
laan in, straat uit en rotonde rond
wie doet me wat denk ik vaak
met zo'n prachtig geluid in mijn mond
rust in mij gij oude mens verlaat u op mijn dragende troost voel mijn warme hand het verzacht uw pijn door scheiden overmand houdt mij nog e…
rust in mij
gij oude mens
verlaat u op
mijn dragende troost
voel mijn warme hand
het verzacht uw pijn
door scheiden overmand
houdt mij nog even vast
dicht mij uw gedachten toe
ze worden nog enkel gedragen
als een angstige last
ga nog even mee
langs mooie levenslanen
ik weet u bent stervensmoe
doch laten wij nog even dralen
en ons in de hof van Eden wanen
de zachte bries
teder wervelend alom
draagt u en mij
over bloemenvelden
hier ervaren wij nog even
de tedere momenten
van genegenheid
die wij met hartslagen telden
tot aan de eeuwige lente
ook bij mij verzakt onder de ogen het vel tot wallen alsof daar zichtbare jaarringen de ouderdom willen tonen als beelden van sterfelijke de…
ook bij mij
verzakt
onder de ogen
het vel tot wallen
alsof daar
zichtbare jaarringen
de ouderdom willen tonen
als beelden van
sterfelijke demonen
er wordt lucht
in bogen onder
mijn bril gezogen
waar de huid
te vroeg
door het leven
is bedrogen
als mijn schaduw slaapt, als het ware en mijn ziel opgaat in het onbestemde nee, niet in de alom eeuwige rust, dan drijf ik af, weg van de b…
als mijn schaduw slaapt, als het ware
en mijn ziel opgaat in het onbestemde
nee, niet in de alom eeuwige rust,
dan drijf ik af, weg van de bewuste vaste wal
dan wordt mijn heden, wat dat ook moge zijn,
met het verleden in schemerland gesust
of haalt de geest de prikkels van stal
die doorheen de dag, bij ogenschijnlijk licht
hetzij van liefde, hetzij van pijn of anderszins
zich gedragen als een waterval
en worden zij ongeremd en onvoorwaardelijk
aan het vonnis van het grijze gerecht gericht
zo zal het gaan, ach wat weet ik er van
langs al die ellenlange wegen in het brein
God, wat heb ik nog te zeggen
ik ben onderdanig overgeleverd
aan de immer voortdenderende nachttrein
ik zie een knoopje op de grond zo een van blik en blinkend voorzichtig kijk ik rond verloren door een rijke stinkerd? o, daar loopt er een m…
ik zie een knoopje op de grond
zo een van blik en blinkend
voorzichtig kijk ik rond
verloren door een rijke stinkerd?
o, daar loopt er een
met een houten wandelstok
er naast een schrale vrouw
in een overjarige rok
is dit kleinood van u?
roep ik hen van verre toe
ja, verdikkeme
wat fijn dat u het ons meldt
dat is van de eerste bustehouder
gedragen door mijn oude grotemoe
mijn opa was directeur
die snoeper fabriceerde
fijne lingerie
zij droeg derhalve een directoire
en was ongevraagd
zijn mannequin
voor de notabele fine fleur
dag en nacht stond ze
voor hen klaar
ik zing hoog en laag ochtend gestemd schor en traag rokerig geremd kort is mijn woordje gooi het vandaag op een accoordje ik heb mij verlaag…
ik zing hoog en laag
ochtend gestemd
schor en traag
rokerig geremd
kort is mijn woordje
gooi het vandaag
op een accoordje
ik heb mij verlaagd
het is nu het gemak
dat mij behaagt
doe toch mee
in dit streven
al was het maar
voor even
vaak loop ik achter mijn gedachten aan alsof dat de wereld is waarin ik leef het is niet als een geestelijk bestaan daarvoor zijn mijn herse…
vaak loop ik achter
mijn gedachten aan
alsof dat de wereld is
waarin ik leef
het is niet als een
geestelijk bestaan
daarvoor zijn mijn hersenen ,
voor zover aanwezig,
te veel op dreef
ja, wel is het zo
dat ik door al dat denken
er soms uitzie als een geest
verbleekt turend achter mijn bril
maar ik heb nog nooit
een engel zien wenken
die iets spiritueels met me wil
met een ogenschijnlijk argeloos gebaar wordt een beeltenis mij geschonken alsof ergens in stilte en eenvoud een verbintenis mag worden beklo…
met een
ogenschijnlijk
argeloos gebaar
wordt een beeltenis
mij geschonken
alsof ergens
in stilte en eenvoud
een verbintenis
mag worden
beklonken
ik ontvang
haar weesgegroet
in mijn hand
voel de eeuwige moeder
in tinnen kleed gehuld
als opnieuw
in mijn palm geland
zij is in God
die de pijn
in haar hart
omhult
wie ben ik, met vele grote dichterlijke woorden met vermeende kracht van geest als jij het zuivere toont gehuld in stilte van bemoedigende b…
wie ben ik,
met vele grote
dichterlijke woorden
met vermeende
kracht van geest
als jij het zuivere toont
gehuld in stilte van
bemoedigende blikken;
waar ben ik aldoor geweest
hovaardig heb ik
mijzelf beloond
maar jij maakt mij nu bedeesd
en laat mij zijn die ik ben
ik leek als verweesd
ik was als een
wilde struik gegroeid
nu, laat jij mij ervaren
hoe wijsheid werkelijk
zich met leven bemoeit
het regent ik lepel tranen van nieuw geluk spreid ze uit als geurig balsem over je gekwetste huid van wonderdadige zachte klei vorm ik nieuw…
het regent
ik lepel tranen
van nieuw geluk
spreid ze uit
als geurig balsem
over je
gekwetste huid
van wonderdadige
zachte klei
vorm ik nieuwe
lichte deuren
zonder sloten
en sleutels
met verroeste
verleden kleuren
je kan weer kijken
en langzaam voelen
alsof het was verholen
je hoeft niet meer
in je labyrint te dolen
zie het kostbaar goud
ervaar de warmte
het is niet overal
meer zo koud
er zijn zo van die momenten ik ken er meer dan een die mijn wortels doen vervagen in een reeds gestorven lente het zijn van die dagen van sc…
er zijn zo van die momenten
ik ken er meer dan een
die mijn wortels doen vervagen
in een reeds gestorven lente
het zijn van die dagen
van schrijnend onvervuld verlangen
dagen van verloren licht
mij splijtend in verwarrende lagen
waar zwarte beelden ter mijner eer
moeiteloos worden opgericht
en ik haast radeloos
mijn zielenlast weet te dragen
in een amorfe sfeer
het voelt als een levende dood
verlaten in massaal gedrang
luid schreeuwend
met opgeheven armen
hoor en voel toch mijn nood
bevrijd mij uit mijn
geestelijk gevang
verjaagd is dan mijn geduld
en wordt mijn kostbare graal
met zwartgalligheid gevuld
mijn hart verstilt
en wordt koud als staal
wie kent dit niet
zo denk ik dan
nee, het is niemand
die dat ziet
de pijn van het leven
heeft mij in de ban
nee, een hoofdrol wil ik niet, zweven in letterhoofden in een wereld die slechts jullie behoort; een zelf geschapen egodroom waar jullie mij…
nee, een hoofdrol
wil ik niet,
zweven in
letterhoofden
in een wereld die
slechts jullie behoort;
een zelf geschapen
egodroom
waar jullie mij,
heimelijk,
zonder enige schroom
met de kop van Jut
bestoofden
achter het
gesloten doek
van fictie
souffleer
ik mijn eigen
vertrek
en hoor de
auditoren roepen:
wie is hier nu de gek
door de muziek van het hart, de "ouverture" van de ziel, waarbij zinnesnaren trillen. en ik ver weg kan zien heb ik niet te willen als een d…
door de muziek van het hart,
de "ouverture" van de ziel,
waarbij zinnesnaren trillen.
en ik ver weg kan zien
heb ik niet te willen
als een draaiend wiel
met zoemende tonen
en zilverglanzende spaken
ga ik door het heelal
zonder van mijn plaats te geraken
begeleid door schone klanken
van een engelen partituur
raakt dit het wonderlijke leven
aan zijn zuivere flanken
een rilling van gelukzaligheid
in de eeuwigheid van even
ik slenter langs de diepe gracht aanschouw al wat mij ontmoet niet alles komt dan binnen zo ik graag zou willen de werkelijkheid heeft ingeb…
ik slenter langs de diepe gracht
aanschouw al wat mij ontmoet
niet alles komt dan binnen
zo ik graag zou willen
de werkelijkheid heeft ingeboet
het grootse zou mij zwaar doen tillen
zo ga ik vaak hier mijn weg
soms verdwaald in gedachten
een plek van overpeinzing
van denkbeeldige krachten
die mij doen verwonderen
over het palet van water,
groen en keiensteen
hier overdadig aanwezig
en mijn gemoed doen verzachten
tot vrucht van genegenheid
voor mijzelf en menigeen
in het water weerspiegelt mijn wereld
eindeloos blauw met lichte schaduw
doorkruist door luie eenden
die wegdrijven naar de stuw
zo, denk ik maar
ook ik voer mee met het water
een intens levensgebaar
waarin ik word meegezogen
nu, morgen of later