Donderdag 24 augustus 2006
oostenwind
de oostenwind
wuifde naar mij
in zwoele vlagen
hij vertelde over
het jonge kind
ik had toen nog niet tot
tien geteld, laat staan
dat ik zware stenen
kon dragen
de wind sprak
over die jongen
die slenterend over straat
zocht naar vrienden
tussen die massa;
de ziende
het alleenzijn bleek
al veel eerder geboren
niet wetend dat het
tot een zoekende toekomst
zou behoren
wees niet bevreesd
fluisterde hij me toe
ook voor mij leek
het begin een sobere reis
ik zag slechts het oosten
later bleek
dat ik familie had
uit het westen, zuiden
en noorden
zij toonden mij andere kanten;
van genegenheid, delen
en troosten
een naald scherp van aard vindt mijn huid; ruig behaard en teer van vel dat klein steekwapen glijdt dus geruisloos naar binnen, ongevraagd, …
een naald
scherp van aard
vindt mijn huid;
ruig behaard
en teer van vel
dat klein steekwapen
glijdt dus geruisloos
naar binnen,
ongevraagd,
dat wel
een rode bel
lijkt geblazen
het duurt nog geen tel
of in colonne
stromen tallozen
naar buiten
en zijn niet te tellen
het is duidelijk
ze willen muiten
met een pleister
als wapen
tracht ik
het slagveld
te beperken
het is niet
voor het eerst
dat ik vecht
tegen die vlerken
bloei ik in rijzende halmen als niets ontbreekt waar zon en water mij overgieten met stralen bloei ik bij jou als mens wanneer jij mij roept…
bloei ik
in rijzende
halmen
als niets
ontbreekt
waar zon en water
mij overgieten
met stralen
bloei ik
bij jou
als mens
wanneer jij
mij roept
en ik in jou
mag verdwalen
als ik maar weet dat als de avond valt toch de dagen lengen ook al voel ik de zuchtende zon zakken en de eindeloze regen plengen licht zal d…
als ik maar weet
dat als de avond valt
toch de dagen lengen
ook al voel ik
de zuchtende zon zakken
en de eindeloze regen plengen
licht zal doorgaans schijnen
ook al zal dat niet snel
mijn wachten doen zengen
schor schreeuwde mijn keel de laatste kreet ver weg was ze al haar haren door de wind gespreid en op een fiets naar ver geleid zij wilde nie…
schor schreeuwde
mijn keel
de laatste kreet
ver weg was ze al
haar haren
door de wind gespreid
en op een fiets
naar ver geleid
zij wilde
niet meer keren
en zien
hoe zij mij
in het zeer
liet teren
mijn nagels schraapten je huid even, maar wel overdacht totdat ik met schrik in onwetendheid werd gedreven het was onverwacht toen met een k…
mijn nagels schraapten je huid
even, maar wel overdacht
totdat ik met schrik
in onwetendheid werd gedreven
het was onverwacht
toen met een krijsend geluid
woede aan mijn woorden
ging kleven
door een duistere macht bezeten
braakte ik zurig gal
in horten en stoten
mijn hart leek gereten
het lijf gehakt
in wezensvreemde moten
het bracht mij aan de rand
van verdrongen pijn
wist niet meer
wat te doen
ik was overgeleverd
aan een verborgen mijn
denk niet aan mij als je ruikt aan bloesem na een malse bui vergeet mij als je hooi ruikt in zon of wind op het veld gedroogd ik ben een men…
denk niet aan mij
als je ruikt
aan bloesem
na een malse bui
vergeet mij
als je hooi ruikt
in zon of wind
op het veld gedroogd
ik ben een mens in de rui
al even door
de aanstormende
ouderdom gedoogd
zie mij als gerijpte vrucht .
zoet, zuur of beurs.
als bon-vivant of kneus
of het bruine loof
van oude eiken
mag ook een grijze wolk zijn
wegdrijvend in de lucht
aan u de keus
het maakt niet zo uit
als u toch het nakijken heeft
ik zit in een
voortdenderende trein
gratis en voor niets
ja, wel tweede klas
ik wilde nog uitstappen
de weg verder afleggen
op mijn oude fiets
langs menig terras
Donderdag 17 augustus 2006
indien ik mij slechts ken als schaduw van de dood geen weet heb van een levend ven of gedesemd brood en mijn armen niet kunnen reiken naar d…
indien ik mij slechts ken
als schaduw van de dood
geen weet heb
van een levend ven
of gedesemd brood
en mijn armen
niet kunnen reiken
naar de hoop
van een nabije oase
dan zwem ik
in troebel water
of vecht mij uit
een zuigend moeras
er is dan geen later
of nieuw groen gras
de ander is mij vreemd
met telkens weer
die angstige dromen
ik ben dan weer,
als vroeger,
van gevoel ontheemd,
de adem ontnomen
Donderdag 17 augustus 2006
en verder kom ik niet als de enige deur zich sluit zoals jij mij aanziet over je schouder en het nu naar het verleden duidt je snijdende bli…
en verder kom ik niet
als de enige deur zich sluit
zoals jij mij aanziet
over je schouder
en het nu
naar het verleden duidt
je snijdende blik
geladen met een
vernietigend gewicht
omrandt mijn stokkend lijf
het versteent de aderen
mijn oogleden sluiten bezwaard
ik keer terug naar binnen
waar de stilte wordt bewaard
in een eenzaam verblijf
Donderdag 17 augustus 2006
op mijn schoot draag ik jouw gedachten over thuis voelen, dromen van eeuwige zachtheid en immens verwachten als mijn hand jouw haren streelt…
op mijn schoot
draag ik jouw gedachten
over thuis voelen, dromen
van eeuwige zachtheid
en immens verwachten
als mijn hand
jouw haren streelt
langzaam en voorspelbaar
zie ik je gaaf gezicht
die met een lach
mijn beweging deelt
en je zwaarte even oplicht
ik raak je wangen
in een strelend gebaar
voor even zijn ze ontspannen
althans zo neem ik het waar
voel toch mijn ogen waken
om de buitenwereld
uit te bannen
je kan dan,
als je wilt,
in mij geraken
mijn vingers glijden zacht over orgeltoetsen speel in gedachten met vragende borsten die bij iedere toon aanzwellen; naar nog meer aanraking…
mijn vingers glijden zacht
over orgeltoetsen
speel in gedachten met
vragende borsten
die bij iedere toon
aanzwellen;
naar nog meer
aanraking dorsten
mijn tenen strelen
de houten pedalen
alsof zij jouw voeten
willen zoeken
en jou op mijn
liefde willen verhalen
mijn lijf speelt
een onvoltooide serenade
gezeten op een kussen
zo kwetsbaar als jouw buik
ik speel al lang
niet meer de partituur
dat blijkt slechts een façade
jij droomt nu in mijn open veld van bomen en struiken zo heb je mij verteld en ogen geopend als luiken naar het verlichte donker waar de gro…
jij droomt nu
in mijn open veld
van bomen en struiken
zo heb je mij verteld
en ogen geopend als luiken
naar het verlichte donker
waar de grond nog voelt
als draagbaar van gras
het laat je voelen
zo de mens is bedoeld
daar waar rust doet zwijgen
en stiltes naar je neigen
bind ik de ruimte
aan sterrenpaden;
een brug naar jouw gedachten
langzaam valt de zwoele duisternis
over de heide van verwachten
het is de roep van verre uilen
die mijn hartslag verraden
ik verhaal van taal tonen en toetsen van rustige rijm uit pennenvrucht een pagina poetsen een wuivende wevende hand schept in een scheve let…
ik verhaal van taal
tonen en toetsen
van rustige rijm
uit pennenvrucht
een pagina poetsen
een wuivende wevende hand
schept in een scheve letter
door kille kool geholpen
een prille parade op blank blad,
nog onbeholpen
een gretige geest
vreet vroege verzen
waar woorden worden,
spichtig of sproeiend,
tot wat u nu leest
o zonneke mijn met straalkes fijn je glans doet plezieren ranken druifkes vieren o zonneke mijn maakt harten zo rein bloemkes rechten hun st…
o zonneke mijn
met straalkes fijn
je glans doet plezieren
ranken druifkes vieren
o zonneke mijn
maakt harten zo rein
bloemkes rechten hun steel
tonen hun blaadjes geheel
o zonneke mijn
je verlicht onzichtbare pijn
ontwaakt pret in de ogen
bij een ander mededogen
o zonneke mijn
mijn hemelse baldakijn
over azuren luchten
en bevrijdende zuchten
wil jij mij treffen als mijn dorp aan jou voorbij schuift zie je dan mijn arm die haast schuw naar jouw ijzeren ros wuift of is de blik enke…
wil jij mij treffen
als mijn dorp
aan jou voorbij schuift
zie je dan mijn arm
die haast schuw naar
jouw ijzeren ros wuift
of is de blik
enkel voorwaarts gericht
tussen wanden van geluid
waartussen witte strepen
voorwaarts flitsen
en asfalt de toekomst duidt
wil jij me treffen
en de stoet van wielen
voor even verlaten
of eist de verte
dat ze zo min mogelijk
alleen wordt gelaten
ik zal het gordijn
even lichten
op een ingeschat moment
en zwaai naar wat vliegen
totdat ik denk
daar gaat ze;
je bent mij voorbij gerend
fluiten fluiten fluitenkruid gij speelt rondom en woekert met uw bruid in welig bloeiende weiden ik zie uw pracht de zon begeleiden en mij ,…
fluiten fluiten fluitenkruid
gij speelt rondom en
woekert met uw bruid
in welig bloeiende weiden
ik zie uw pracht
de zon begeleiden
en mij , de schouwende mens
met gelukzaligheid verblijden
fluiten fluiten fluitenkruid
gij zingt van vreugde
met kleurrijk blad
ik zou u willen plukken,
stelen uit het veld
doch laat u onberoerd
geen stengel zal ik knakken
of aan wortel rukken
ik ben zo op u gesteld
verlaat ontsnapt de dolende zwerver aan het straffe land van tegenwind gelijk elk die anders oogt vaak niet wordt bemind en verwordt teneind…
verlaat ontsnapt
de dolende zwerver
aan het straffe land
van tegenwind
gelijk elk die anders oogt
vaak niet wordt bemind
en verwordt teneinde
tot zijn eigen delver
hij gaat zijn weg
onbekend met enige verte
zijn blik raakt de grond
immers die draagt zijn benen
waarom verder zien
of de toekomst lenen
als slechts honger spreekt
uit een verdroogde mond
aan mijn zijde loop jij mee de afstand is groot naar jouw gevoel zo diep en ogenschijnlijk ongenaakbaar schraal in uitdrukking zelfs koel ee…
aan mijn zijde
loop jij mee
de afstand is groot
naar jouw gevoel
zo diep en ogenschijnlijk
ongenaakbaar
schraal in uitdrukking
zelfs koel
een breekijzer zou ik
willen hanteren
jouw verstild hart
bevrijden
och, wie ben ik
om jou te bezeren
overmoed wat dat ook is, wordt vaak gemeten langs de meetlat van de ander ik heb dat nooit geweten totdat ik iemand zag die zei ik ben je me…
overmoed
wat dat ook is,
wordt vaak gemeten
langs de meetlat
van de ander
ik heb dat nooit geweten
totdat ik iemand zag
die zei
ik ben je
medestander
een wereld ging
voor mij open
en sloot mijn ogen
stillekes, buiten zicht
moest ik een traantje
drogen
bescheidenheid, wat dat ook is, wordt vaak gemeten langs de meetlat van de ander ik heb dat nooit geweten totdat ik iemand zag die zei ik be…
bescheidenheid,
wat dat ook is,
wordt vaak gemeten
langs de meetlat
van de ander
ik heb dat nooit geweten
totdat ik iemand zag
die zei
ik ben je
tegenstander
een wereld ging
voor mij open
en sloot mijn ogen
stillekes, buiten zicht
moest ik een traantje
drogen