Zondag 26 maart 2006
arme grond
wortels, droog bevrucht
in de eerste lente
houden op arme grond
hebben geen weet
van de eeuwige liefdesstroom
maar van een koude mond
waar de tong verkrampt
tot angstige droom
die in herhalende
verlatingsvlucht
langs mijn leven schampt
in alle ogen zie ik
mijn zogende moeder
en snijdt de droge melk
door mijn keel
pijn is geworden
tot leidende hoeder
eindeloos op zoek
naar een ongrijpbaar geheel
toen, op de grens van eeuwige jeugd en dreigende ontmaagding leunde ik, de jongeling zelve, tegen de ijzeren paal van verlichting zocht steu…
toen,
op de grens
van eeuwige jeugd
en dreigende
ontmaagding
leunde ik,
de jongeling zelve,
tegen de ijzeren paal
van verlichting
zocht steun tegen de
eenzaamheid
onder puberale gewelven
nu,
ingewijd,
op het laatste sterven na,
in nagenoeg al het aardse,
moet ik erkennen
nimmer van de pijn
der hemelse scheiding
te zijn bevrijd
alhoewel hardnekkig gezocht
en ik afstanden heb moeten rennen
het heeft echter niet tot
de ware verlichting geleid
of,
het moet zo zijn
als hier beschreven
ja, dan heb ik even
boven het stof mogen zweven
om het gebroken bestaan
in alle volheid te beseffen
en juist de onvolmaaktheid
als het werkelijke menszijn
te verstaan
aangeslagen zien dat wil ik niet meer verblijven in kassen als cellen van de ziel met een verkrampte atmosfeer en oogleden als verkreukte ja…
aangeslagen zien
dat wil ik niet meer
verblijven in kassen
als cellen van de ziel
met een verkrampte
atmosfeer
en oogleden
als verkreukte jassen
nee, zo zet ik mijzelf
voortaan niet neer
ik heb de engel in mij
te lang bereden
de rimpels langszij mijn ogen plooien zich bij iedere lach zij vormen als vanzelf warme zonnestralen die mijn blik begeleiden naar de vraag …
de rimpels langszij mijn ogen
plooien zich bij iedere lach
zij vormen als vanzelf
warme zonnestralen
die mijn blik begeleiden
naar de vraag die ik
in je verlegen ogen zag
geen weg is zo kort
naar jou, naar binnen
alleen een doods gevoel
zou zich bezinnen
en afvragen wat ik bedoel
mijn beider wangen
door lengende
lippen gebold
tonen de volheid
van ingetogen
schenkende vreugde
in die aanblik
van sprakeloze taal
is al veel droefenis gestold
soms dan ben ik zo ondraaglijk weids waar mijn vlees als afhankelijke wees zuigt aan borsten doch mijn ziel de God verzoekt diepte niet te k…
soms dan ben ik zo
ondraaglijk weids
waar mijn vlees
als afhankelijke wees
zuigt aan borsten
doch mijn ziel
de God verzoekt
diepte niet te korsten
zo ben ik van
nature geschapen
als een menselijke zot
ik, die nauwelijks
mijzelf ken
en voortdurend
mijn duizend loten
bij elkaar moet rapen
ja, ik ben een aardse vlinder
lichtzinnig van stof
vlieg door hemelse wolken
totdat het zaad mij dwingt
de zwaartekracht
opnieuw te vertolken
prijs met mij de dag dat alleen zien ons horen en zeggen is dat ik niets hoef te duiden en jij aanvoelt zonder dat ik met aardse woorden kla…
prijs met mij de dag
dat alleen zien
ons horen en zeggen is
dat ik niets hoef te duiden
en jij aanvoelt
zonder dat ik met
aardse woorden
klanken moet luiden
waarop onze
genegenheid stoelt
aanbid met mij de nacht
waarin mijn hand
jouw huid vereert
dat ook mijn ogen
niets hoeven te vertellen
als ik door
het onbeschrijflijke
word overmand
verbleekt het heden is verleden nieuwe woorden bleken slotakkoorden ik stierf in schoonheid het verbleekte toen de pijn zich losweekte ik we…
verbleekt
het heden
is verleden
nieuwe woorden
bleken
slotakkoorden
ik stierf
in schoonheid
het
verbleekte
toen
de pijn zich
losweekte
ik werd wakker
en zag
dat
het vandaag was
leegte ik kwam vandaag tot niets maakt u zich geen zorgen het zal waarachtig wel weer gaan morgen er zijn zo van die dagen heden meer dan vr…
leegte
ik kwam vandaag tot niets
maakt u zich geen zorgen
het zal waarachtig
wel weer gaan morgen
er zijn zo van die dagen
heden meer dan vroeger
die geen antwoord vragen
en mij maken tot een
nutteloze zwoeger
de moed zinkt mij
in de schoenen
een verslagen martelaar
van geestdodend bestaan
broeit hier dan
toch nog het leed
waarover ik morgen
kan schrijven
maar dat nu nog
aan mij vreet
een daverende stilte geleidt mijn oog naar jouw schaduw het gordijn vlekt het toneel als was je menselijk schuw of zomaar te veel een schijn…
een daverende stilte
geleidt mijn oog
naar jouw schaduw
het gordijn vlekt
het toneel
als was je menselijk schuw
of zomaar te veel
een schijnwerper
snijdt cirkels,
vangt jou
als jij eens,
onverhoopt,
vluchten zou
ik heb een poentootje een rode met twee deuren het is zo'n blikken autootje waarmee ik door mijn dorp over drempels kan scheuren soms neem i…
ik heb een poentootje
een rode met twee deuren
het is zo'n blikken autootje
waarmee ik door mijn dorp
over drempels kan scheuren
soms neem ik een slalom
langs bakken met
verdorde bloemen
als ik dan met 8o km
op mijn gaspedaal ga hakken
hoor ik mijn geweten stillekes
over een bekeuring zoemen
oei, daar is weer
een cirkelzaag
brm brm brm brm
ik draai mijn rondjes
op die rotondes zo graag
soms ga ik dan over de scheef
als ik te dicht rijd
tegen die dameskontjes
o ja, dan nog die keien
met dat bonk bonk bonk geluid
als ik door de hoofdstraat sprint
dan zijn er momenten
dat ik even, let wel even denk
houdt mijn knalpijp het nog uit
voor mijn fiat aan de
volgende hindernis begint
uw banden zijn versleten
en de schokbrekers deugen niet meer
go, had ik dat maar geweten
smaalde ik naar de aapeekaa-meneer
droom met mij, wees niet bang verlaat je tere zijden kleed toon mij jouw zachte huid een lied van enkel fluistertonen zacht trillend verschu…
droom met mij, wees niet bang
verlaat je tere zijden kleed
toon mij jouw zachte huid
een lied van enkel fluistertonen
zacht trillend verschuivend zand
verspreidt zich over gladde wegen
van maagdelijke tronen
droom met mij, ga toch mee
raak mijn verlangende vingers
omring ze met jouw bloesem,
geurend naar een witte orchidee
ik droom in jou, jij in mij
in een zuivere stralenkrans
open je zachte krachten
ik schenk mijn geliefde glans
nog even, dacht ik dan zal ik gaan niet dat aan mij de keus wordt gelaten ik ga niet staan in de wijsheid van het lot noch dat ik het ongewi…
nog even, dacht ik
dan zal ik gaan
niet dat aan mij
de keus wordt gelaten
ik ga niet staan
in de wijsheid
van het lot
noch dat ik
het ongewisse
zal aanpraten
nee, ik zie
het verleden komen
nog zonder om het
duister te vragen
ergens sluit het net
dat moet haast wel
ik voel de horizon al dagen
dan vertrek ik maar en zie niet meer om je wacht niet daar of roept: blijf nog even, kom! ik ga weer verder op de tast over een weg die jij …
dan vertrek ik maar
en zie niet meer om
je wacht niet daar
of roept:
blijf nog even, kom!
ik ga weer verder
op de tast
over een weg
die jij voorvoelde
maar ik nog niet ken
ook al draag ik
een schemerlast
en verlies jij
die ik ben
een twee drie vier vijf zes zeven negen tien als u tot zover heeft kunnen tellen acht ik het voor gezien
een
twee drie
vier vijf
zes zeven
negen tien
als u tot zover heeft
kunnen tellen
acht ik het voor
gezien
je ogen lijken de vruchten al te dragen die zon en regen veel later pas mogen behagen langs de lokken van je haar zie ik de akker volmaakt h…
je ogen lijken
de vruchten
al te dragen
die zon en regen
veel later pas
mogen behagen
langs de lokken
van je haar
zie ik de akker
volmaakt
het voorjaar juichen
ik laat de winter
achter in tederheid
als jouw lippen
zich over mijn
tranen buigen
mijn gedachten zijn zo vaak door verwachten bevangen als of jij of jij nog zal komen waarom toch blijft mijn ziel zo aldoor naar het ideaal …
mijn gedachten zijn zo vaak
door verwachten bevangen
als of jij of jij nog zal komen
waarom toch blijft mijn ziel
zo aldoor naar het ideaal verlangen
waarom blijf ik, mens, dromen
wil ik zo graag vergeten
aldoor dat was
en door mijn verdriet
al vele malen is opgegeten
opdat ik vlucht voor wat is geweest
en mij slechts hoop doet aanmeten?
ik leef de droom van Eden
bron van stromende liefde
het maakt mij zwevend in het heden
zie de onmiskenbare schoonheid
kom, ga met me mee
naar de glimlachende blijheid
het is de laatse keer als ik traag voortga over de ijzeren brug voel heel sterk verdoofde blikken in mijn verstijfde rug het lukt mij niet o…
het is de laatse keer
als ik traag voortga
over de ijzeren brug
voel heel sterk
verdoofde blikken
in mijn verstijfde rug
het lukt mij niet
om terug zien
mijn lijf verbiedt
te keren
mijn hoop wil
alleen op
toekomst teren
naarmate ik verder schrij
spant de licht gebogen brug
mij tot pijl van verwarring
een hand aan de overkant
strekt zich naar mij uit
de liefde achter mij
weigert een dode verstarring
trommel met mij de letters uit jouw boek luister naar de volle klank die nog galmt tussen de dode kaften het is jouw bezieling waarnaar ik z…
trommel met mij
de letters uit jouw boek
luister naar de volle klank
die nog galmt
tussen de dode kaften
het is jouw bezieling
waarnaar ik zoek
laten we de gevallen woorden
stapelen als orgelpijpen
en een eigen muzikaal verhaal
tot een ouverture rijpen
waarin mijn hart en jouw lijf
versmelten tot één taal
van wiegende noten
waarop ik met jou
de liefde bedrijf
en de toetsen van klavieren
ons dragen als deinende boten
in de muren van mijn tuin zijn zichtbare penanten als waren zij de lijsten van stenen beelden uitpuilend aan weerskanten tussen deze staande…
in de muren van mijn tuin
zijn zichtbare penanten
als waren zij de lijsten
van stenen beelden
uitpuilend aan weerskanten
tussen deze staande pilaren
uit bakstenen opgetrokken
zie ik strakke ogen staren
uit groen verweerde
betonnen koppen
elk hun eigen wereld verklaren
het verre oosten en mijn westen
zijn er te vinden
bezinning en expressie
zoek ik in mijn wereld
van bloemen en planten
door gezichten aan
elkander te willen binden
in de winter schraal huizend
als geplakt op een vlak veld
lijken zij in de zomerdag,
omhuld door bloeiende struiken
wat zachter ogend ingesteld
althans dat schijnt mij toe
wellicht een eigen behoefte
dit te zoeken op deze plek
ach, ik schep een verbeelding,
beschilder toch zelf deze droom?
ja, het is daar goed toeven
onder de oude eikenboom
Donderdag 9 februari 2006
bij de vijver zat een kikker
hij kwakte een mooi liedje
over zeven dikke muggen
die vreeën in een rietje
de vissen raakten opgewonden…
bij de vijver zat een kikker
hij kwakte een mooi liedje
over zeven dikke muggen
die vreeën in een rietje
de vissen raakten opgewonden
dit was nog eens een pretje
als wij dat zouden kunnen
hadden wij een leuk verzetje
nee, zo riep de kikker bekakt
jullie kunnen niet op het droge
want eer jullie zijn begonnen
heeft Miep de poes je al gepakt