als het licht in de ochtend zich ontworstelt aan mijn duisternis en het zicht niet verder oogt dan mijn gemoed drijf ik slechts voort op het…
als het licht
in de ochtend
zich ontworstelt
aan mijn duisternis
en het zicht
niet verder oogt
dan mijn gemoed
drijf ik slechts voort
op het morgenrood
het zijn zo
die momenten
waar mijn gevoel
dichter staat
bij de kille dood
en eenzaamheid knaagt
aan mijn verstild
aanwezig zijn
wachtend totdat
het ongekende daagt
in een troostrijk refrein
de gelauwerde vaderlandse schrijver ziet geen brood in het afscheid van Reve hij is maar hoogmoedig thuisgebleven en denkt: ik ben de ware a…
de gelauwerde vaderlandse schrijver
ziet geen brood in het afscheid van Reve
hij is maar hoogmoedig thuisgebleven
en denkt: ik ben de ware achterblijver
Claus, een groot dichter uit het Vlaamse land
toonde echte klasse in de kerkbank
soms voel je zover weg als ik je bij me draag de woorden die ik zeg blijken dan zo vaag hoe kan geluk groeien als pijn zo overheerst wanneer…
soms voel je zover weg
als ik je bij me draag
de woorden die ik zeg
blijken dan zo vaag
hoe kan geluk groeien
als pijn zo overheerst
wanneer kunnen rode
gladiolen bloeien
als angst jou beheerst
aanvaarden wie je bent
is jezelf kennen
vertrouwen op het goede
is je echtheid erkennen
laat maar gebeuren
wat hoort
de Geest doet zijn werk
al wil je nog zo vechten
het gaat vanzelf
als je de eigen weg niet
verstoort
er was eens een torretje en een dik lief knorretje die gingen op reis, samen naar het wulpse Parijs in een vliegertuigje op weg raakten zij …
er was eens een torretje
en een dik lief knorretje
die gingen op reis,
samen naar het wulpse Parijs
in een vliegertuigje op weg
raakten zij van de leg
ja dat kunnen niet alleen kippen
het komt ook door luchtwippen
in een Frans hotelletje
zagen ze al een delletje
een gans met weinig veren
mooi voor dierlijke heren
een mooi begin dacht knorretje
wauw, puf, zei het torretje
dit is echt snoepen
hoor, we worden al geroepen
op een kleurrijk toneel
hing aan een bezemsteel
een naakte ooievaar te lonken
ieder begon te stampen, te bonken
dat was nog eens klasse
ons op een hoogtepunt te verrassen
de nacht duurde oneindig lang
met opzwepend brullend gezang
knorretje dacht dit is een groot genot
torretje zei, hier ben ik op verzot
afgemat reisden ze naar huis
(moeder was niet thuis)
dat was een groot geluk
knor knor puf puf ze waren stuk
aan Parijs wordt niet meer gedacht
knorretje werd daarna geslacht
torretje is later netjes gehuwd
en door zijn vrouwtje in een holletje geduwd
handen als deuren bedekken haar gelaat zoekt in beslotenheid de verloren draad kluwen van vergetelheid in tranen gewaad
handen
als deuren
bedekken
haar gelaat
zoekt
in
beslotenheid
de verloren
draad
kluwen
van
vergetelheid
in tranen
gewaad
ik praat vandaag met jou, ja jij, hier die dit leest had je het goed vandaag ben je omringd geweest met goedgezinden of trof je weer het bee…
ik praat vandaag met jou,
ja jij, hier die dit leest
had je het goed vandaag
ben je omringd geweest
met goedgezinden
of trof je weer het beest
in hen die je beminde
brak je hart opnieuw
vluchtte je weer in
nietszeggende woorden
waarbij je gevoel
een betonnen muur optrok
zodat de pijn jou niet doorboorde
of trof je het wervelend geluk
in schoonheid of een lekker stuk
snoepte je van de slagroom
een hele spuitbus leeg
kwam je klaar op eenzame hoogte
bracht het gelukzakigheid teweeg
wil jij dat hier met mij delen
of laat jij je gemoed niet bestelen
door een aanmatigend mens
die hier zit te vissen
naar jouw diepste geheim
kom, recht je rug en vertel
ik wil jouw verhaal niet missen
ben ik jou wel waard als je ogen mij zoeken was toch onuitgesproken gebaard in reeds vervuilde doeken wat zie je toch in mij met je zachte o…
ben ik jou wel waard
als je ogen mij zoeken
was toch onuitgesproken
gebaard
in reeds vervuilde doeken
wat zie je toch in mij
met je zachte ogen
wie staat er niet voor
jou in de rij
alsof ze naar je toe
worden gezogen
mijn voelen heet denken
in onbewaakte ogenblikken
maar jij hoort stille wenken
achter mijn lach van snikken
je schenkt rust
in een som van tellen
mijn demomen zijn
dan gesust
en voel mijzelf,
even bevrijd,
in zuiver licht opwellen
mijn mildheid zal groeien als ik om mijn beperktheid lach en me niet teveel met het Grotere werk wil bemoeien ik word aardig voor mezelf dat…
mijn mildheid zal groeien
als ik om mijn beperktheid lach
en me niet teveel met
het Grotere werk wil bemoeien
ik word aardig voor mezelf
dat zijn anderen ook voor mij
ben toch zeker wel
hier neergezet
om af en toe te denken
goh, wat ben ik blij
koud is de kleur die mij nu nog bedekt het raakt soms zo diep die blik van staal maakte mij zo klein toen ik je riep met mijn ogentaal o, ik…
koud is de kleur
die mij nu nog bedekt
het raakt soms zo diep
die blik van staal
maakte mij zo klein
toen ik je riep
met mijn ogentaal
o, ik heb weet
van mijn dromerig
verlangen
woorden slijten
dan droog de lippen
jij hoort niet mijn
liefdesgezangen
wilde zo intens graag
dat je mij ongevraagd begreep
maar mijn duiden is traag
in verlegen onschuld
verscholen
of ik het ooit nog waag
ligt in mijn onzekerheid
stil verholen
ik mag er zijn voor jou als water voor bloemen of als een bloeiende struik voor de mooiste vlinder door jouw naam te noemen open ik een luik…
ik mag er zijn voor jou
als water voor bloemen
of als een bloeiende struik
voor de mooiste vlinder
door jouw naam te noemen
open ik een luik
om adem met je te delen
en in gedachten
jouw levenspad te strelen
je hand zal ik pakken
en jou op mijn schouder dragen
maar ook wijzen
naar anderen, zo velen
die jou met warmte willen behagen
soms is de zon even onder
dan mag je bij me komen
ik zal het licht helpen zoeken
en samen over het goede dromen