
Wanneer we willen vertekken, merken we dat er al iemand voor en achter ons vaart. Dit kan alleen maar makkelijker zijn aan de sluis, die we vandaag zelf zullen moeten bedienen.Gek nochtans, want ieder jacht beaald zijn sticker precies om de loonkosten te helpen dekken voor het sluisperoneel.
We varen terug het doodlopende kanaal van Balgerhoeke af en ik verwonder mij er telkens over hoe diep het hier wel is. Meer dan drie meter. Zeer diep, voor een kanaal dat enkel nog door jachtjes bevaren wordt. Vroeger was er in Balgeroeke een silo en heb ik nog spitsen bevracht die granen en zaden aanleverden, zelfs vanuit Duitsland en Frankrijk. Waarschijnlijk kon de man goedkoper gesteld raken bij de graanreuzen in Gent en Antwerpen. Allemaal nostalgie en verleden tijd.
Terug naar onze toervaart ! De mooi bebloemde bruggetjes waar we onderdoor varen zijn bijna achter de rug en stilaan komen de kranen van de nederlandse werkschepen in zicht. 'k Vraag mij nog altijd af waarom het altijd nederlanders moeten zijn, die hier onze openbare waterwerken komen doen. België is top in de wereld en heeft Nederland reeds lang voorbijgestoken op gebied van waterwerken. De sluis is in een mum van tijd gedraaid en we vaen alle drie dezelfde richting.
We zijn nu terug op het kanaal van Gent naar Brugge. We komen diverse Engelse jachten tegen. In regel zeer beleefde en gedienstige mensen en één en al fair-play, ook op het water.
Maar er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen. Net toen ik een ander jacht aan het oplopen was, komt er in de verte iemand af over de helft van het vaarwater. Ik denk, die heeft mij niet gezien en duw op de scheepshoorn een paar maal kort, teken van gevaar. De man doet of zijn neus bloedt en vervolgd gewoon zijn weg. Ik geef gas bij, om zeker voorbij de twee nederlandse jachtjes te geraken.Net voorbij ga ik direct rechtsaf zo dicht mogelijk bij de kant. De Engelsman vlamt gewoon door en iedereen klaagt over zoveel onsportiviteit. Hij laat grote golven achter.Zo iemand hoort zeker niet op het water. Ondertussen komen we in de nabijheid van Beernem. De havenmeester duidt ons en plaats aan en wij varen in een lege box. Echter niet voor lang, want de mensen die achter ons waren en nu in de verte afkomen, meren naast ons aan. Het bootje staat te koop, merk ik. Bij navraag verteld de man mij, dat hij wil vergroten. Liefst ca. 15m, daar zou hij dan op gaan wonen.Nadat we ons havengeld betaald hebben, hebben we honger en gaan een stukje eten op het terras van de taverne.
Een dure jachthaven, voor hetgeen geboden wordt, vinden we. Tien euro havengeld plus drie euro electriciteit. Beernem is daar mee bij de duurste havens.Lidkaart VPF, probeer ik nog. Trekken we ons niets van aan, merkt de havenmeester op.
Het eten in de taverne is ook maar gewoontjes, maar goed onze magen zijn gevuld.
We gaan wandelen en halen in een automaat een brood en halen daarna wat geld af via bankcontact. Wat is ons leven toch geautomatiseerd, merk ik op.
Bij terugkomst praten we nog wat met de buren over de verlofplannen. Na het avondeten doen we er nog een wandelingetje bij, en gaan langs het beboste jaagpad een stukje van het kanaal af. Bij een open plek in het bos, waar het kruid ongeveer één meer hoog staat, springt er plots een nest verstoorde vossen omhoog. Twee jongen kruipen direct onder het loof en de moeder wipt hoog over het gras. We zijn beide danig van slag en zijn verwonderd dat deze dieren hier nog voorkomen. We blijven nog een poos staan en horen beestjes lopen in het hoge gras, maar zien verder niets meer.
Na de wandeling, nog een bordje aardbeien, wat luisteren naar muziek en t' bedje in.
We slapen zalig in, en genieten telkens weer van dat stille, die rusige waterkant.