Vrijdag 28 maart 2008
L'alternative française.
Wanneer de weersomstandigheden ons tegenzitten, gaan we misschien naar 't land van Sarkozy en Bruni. Neen, niet omdat we er beiden zo'n fan van zijn, maar wind en golven spelen op 't grote water een rol. Een vignet van het VNF (voies navigables de france) kost in de uitvoering "vacance" voor ons schip, net geen 40m² de ronde som van € 55,40. Daarvoor mag je 14 opeenvolgende dagen in 't land van mooie Carla verblijven. De toer die we voor ogen hebben is 509,3 km en telt 32 sluizen.
Vanaf ons vertrekpunt Spanjeveer gaat het de eerste dag over Gent naar Oudenaarde, en de tweede dag van Oudenaarde over Doornik naar Antoing. We zijn dan dicht tegen de Franse grens.
De derde dag varen we door een industrierijk gedeelte van Frankrijk. Immers deze regio is met zijn overslaghavens Valenciennes, Denain en Douai de bevoorrading voor de ganse regio.
We passeren Valenciennes, gaan richting Douai waar we hopen in de jachthaven een plaatsje te vinden. De volgende dag varen we naar Pont a Vendin, waar we de "port de plaisance la Gare d'Eau"aandoen. Vanaf deze jachthaven gaan we de volgende dag naar La Houlle, een plaatsje waar we beiden een beetje verliefd op zijn, met een rustige ligplaats en een schitterend restaurant. La Houlle ligt in de Audomarois, een streek waar vroeger alles, en nu nog zeer veel per bootje gebeurd. We zagen er onder andere de facteur zijn ronde doen en ook de bouwondernemer kwam met een zeer lange soort prouw aangevaren met bakstenen en cement. Achteraan stond de man te wrikken.* In de 3km-vaart naar La Houle ligt er een stoombootje "le petit beigneur", een begrip voor iedere Louis de Funès liefhebber. De dag er op varen we het smalle kanaaltje uit en begeven ons richting Calais. De oude Vlaamse stad Kales ligt in het département Nord Pas-de-Calais, rechtover Dover, de Engelse aanloophaven bij uitstek. We verblijven er zeker een dagje. Veerdiensten, Hovercrafts, en de ingang van de Franse kant van de "chunnel" nabij Sangette zullen we zeker bezoeken. Maar ook de oude ingang van een vroegere poging om een tunnel te graven, wil ik zeker zien.. 75.000 inwoners telt Calais en jaarlijks vertrekken er meer dan tien miljoen mensen richting "The British Isles" .
We bevinden ons volop in Vlaanderen en varen van Kales naar Broekburg, ofwel van Calais naar Bourbourg, de Franse benamingen.In de stedelijke jachthaven kan men rustig liggen op een boogscheut van het kleine ingedommelde dorpje. De volgende dag varen we aan de achterkant van de haven van Duinkerken ofte Dunkerque. Namen zoals Spyker, Grande en Petite Synthe zijn deelhavens van de noordelijkste haven van de Atlantische Oceaan. Nog noordelijker begint immers Het Kanaal.
Via een kanaaltje gaan we in Ghyvelde de grens over naar België. We varen voor Veurne, geboortestad van Arthur Blanckaert ofwel Will Tura. Zeer mooie markt met prachtige gebouwen. Kortom een mooi stadje, een bezoek waard. Oudenburg, op het kanaal van Plassendale , is de volgende overnachtingsplaats. We gaan, telkens we hier komen, eten in de mooi gerestaureerde middeleeuwse hoeve. De ligplaats en de elektriciteit zijn hier gratis. 'k Weet trouwens weinig steden of dorpen die zoveel doen om aan de pleziervaart iets aan te bieden. Bedankt, zou'k zeggen.
We gaan nu naar het einde van onze reis en gaan op het kanaal Gent -Oostende, Beernem voorbij, de meest onvriendelijke en dure jachthaven die ik ken. We varen naar Nieuwenrode (Eeklo), passeren de Schipdonksluis, met een immer lachende, vriendelijke en behulpzame crew van sasseniers. Aan de windmolen kan je rechts op het kanaaltje van Eeklo, maar wij gaan richting Balgerhoeke en komen bij de nieuwe club waar vrienden van ons liggen met hun bootje.
Het kanaal van Balgerhoeke en het Leopoldkanaal, vaste lezers van mijn blog herinneren zich misschien nog het verhaal van de Blinker en de Stinker zoals de bijnamen van deze kanalen. Hier broeit ook het plan om een duwvaartkanaal in deze bedding te maken, richting Zeebrugge. Maar vermits een zekere mijnheer Lippens iets zei van : "over mijn lijk", ben ik er tamelijk gerust in.
De laatste dag is aangebroken, schone liedjes duren immers nooit lang. Langs de mooie Blinker, met zijn prachtige Bomen-kathedraal varen we rustig de Schipdonksluis tegemoet, bakboord uit voor Evergem sluis met daarna het kanaal Gent - Terneuzen, waar we aan de koeltoren stuurboord uitvaren om op onze vertrouwde Moervaart te komen. Spanjeveer, we're back !
* wrikken = met één roeispaan achteraan de boot, duwend en trekkend, terwijl draaiend met het roeispaan die in het wrikgat blijft zitten. Vroeger werden alle werkbootjes zo voortbewogen. Nu kunnen nog zeer weinig mensen goed wrikken. 't Is trouwens ook zware arbeid. Men kan het vergelijken met de gondeliers in Venetië, al doen die een andere beweging.
Vanaf ons vertrekpunt Spanjeveer gaat het de eerste dag over Gent naar Oudenaarde, en de tweede dag van Oudenaarde over Doornik naar Antoing. We zijn dan dicht tegen de Franse grens.
De derde dag varen we door een industrierijk gedeelte van Frankrijk. Immers deze regio is met zijn overslaghavens Valenciennes, Denain en Douai de bevoorrading voor de ganse regio.
We passeren Valenciennes, gaan richting Douai waar we hopen in de jachthaven een plaatsje te vinden. De volgende dag varen we naar Pont a Vendin, waar we de "port de plaisance la Gare d'Eau"aandoen. Vanaf deze jachthaven gaan we de volgende dag naar La Houlle, een plaatsje waar we beiden een beetje verliefd op zijn, met een rustige ligplaats en een schitterend restaurant. La Houlle ligt in de Audomarois, een streek waar vroeger alles, en nu nog zeer veel per bootje gebeurd. We zagen er onder andere de facteur zijn ronde doen en ook de bouwondernemer kwam met een zeer lange soort prouw aangevaren met bakstenen en cement. Achteraan stond de man te wrikken.* In de 3km-vaart naar La Houle ligt er een stoombootje "le petit beigneur", een begrip voor iedere Louis de Funès liefhebber. De dag er op varen we het smalle kanaaltje uit en begeven ons richting Calais. De oude Vlaamse stad Kales ligt in het département Nord Pas-de-Calais, rechtover Dover, de Engelse aanloophaven bij uitstek. We verblijven er zeker een dagje. Veerdiensten, Hovercrafts, en de ingang van de Franse kant van de "chunnel" nabij Sangette zullen we zeker bezoeken. Maar ook de oude ingang van een vroegere poging om een tunnel te graven, wil ik zeker zien.. 75.000 inwoners telt Calais en jaarlijks vertrekken er meer dan tien miljoen mensen richting "The British Isles" .
We bevinden ons volop in Vlaanderen en varen van Kales naar Broekburg, ofwel van Calais naar Bourbourg, de Franse benamingen.In de stedelijke jachthaven kan men rustig liggen op een boogscheut van het kleine ingedommelde dorpje. De volgende dag varen we aan de achterkant van de haven van Duinkerken ofte Dunkerque. Namen zoals Spyker, Grande en Petite Synthe zijn deelhavens van de noordelijkste haven van de Atlantische Oceaan. Nog noordelijker begint immers Het Kanaal.
Via een kanaaltje gaan we in Ghyvelde de grens over naar België. We varen voor Veurne, geboortestad van Arthur Blanckaert ofwel Will Tura. Zeer mooie markt met prachtige gebouwen. Kortom een mooi stadje, een bezoek waard. Oudenburg, op het kanaal van Plassendale , is de volgende overnachtingsplaats. We gaan, telkens we hier komen, eten in de mooi gerestaureerde middeleeuwse hoeve. De ligplaats en de elektriciteit zijn hier gratis. 'k Weet trouwens weinig steden of dorpen die zoveel doen om aan de pleziervaart iets aan te bieden. Bedankt, zou'k zeggen.
We gaan nu naar het einde van onze reis en gaan op het kanaal Gent -Oostende, Beernem voorbij, de meest onvriendelijke en dure jachthaven die ik ken. We varen naar Nieuwenrode (Eeklo), passeren de Schipdonksluis, met een immer lachende, vriendelijke en behulpzame crew van sasseniers. Aan de windmolen kan je rechts op het kanaaltje van Eeklo, maar wij gaan richting Balgerhoeke en komen bij de nieuwe club waar vrienden van ons liggen met hun bootje.
Het kanaal van Balgerhoeke en het Leopoldkanaal, vaste lezers van mijn blog herinneren zich misschien nog het verhaal van de Blinker en de Stinker zoals de bijnamen van deze kanalen. Hier broeit ook het plan om een duwvaartkanaal in deze bedding te maken, richting Zeebrugge. Maar vermits een zekere mijnheer Lippens iets zei van : "over mijn lijk", ben ik er tamelijk gerust in.
De laatste dag is aangebroken, schone liedjes duren immers nooit lang. Langs de mooie Blinker, met zijn prachtige Bomen-kathedraal varen we rustig de Schipdonksluis tegemoet, bakboord uit voor Evergem sluis met daarna het kanaal Gent - Terneuzen, waar we aan de koeltoren stuurboord uitvaren om op onze vertrouwde Moervaart te komen. Spanjeveer, we're back !
* wrikken = met één roeispaan achteraan de boot, duwend en trekkend, terwijl draaiend met het roeispaan die in het wrikgat blijft zitten. Vroeger werden alle werkbootjes zo voortbewogen. Nu kunnen nog zeer weinig mensen goed wrikken. 't Is trouwens ook zware arbeid. Men kan het vergelijken met de gondeliers in Venetië, al doen die een andere beweging.
Geschreven door oostvaarder om 18:13
Reageer op dit bericht




