Standaardtaal? Tussentaal? Streektaal?
Er is heel wat commotie ontstaan rond het boek De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams, onder redactie van tallkundigen Kevin Absillis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof. Sommige critici zijn van mening dat de auteurs vragen dat de zgn. 'tussentaal' of 'Verkavelingsvlaams' de norm wordt in het onderwijs. Jef Verschueren, gewoon hoogleraar taalkunde aan de Universiteit Antwerpen, ontkent dat dan weer.
Verschueren heeft overschot van gelijk wanneer hij stelt dat er altijd afwijkingen van de standaardtaal bestaan of ontstaan en ook die standaardtaal is voortdurend in evolutie. Maar er is toch duidelijk een trend om de 'tussentaal' op een schavotje te plaatsen en ze als evenwaardige, alternatieve norm naast de standaardtaal te beschouwen. En die trend wordt ook gevoed niet alleen door populistische politici maar ook door taalkundigen.
Ik kan me bovendien niet van de indruk ontdoen dat er nogal wat pleitbezorgers van de 'tussentaal' rondlopen, die de standaardtaal afwijzen of het belang ervan minimaliseren, omwille van hun eigen onvermogen of gemakzucht. Ook taalwetenschappers en leerkrachten horen daarbij.
En is het weer niet opvallend dat deze boeiende discussie zijn oorsprong vindt in het universitaire milieu van Antwerpen? En Antwerpenaars van hoog tot laag, het is geweten, vertikken het hun tongval te 'normeren'.






