Onder de titel 'Secularisatie kan niet afgedwongen worden', verscheen enkele dagen geleden in de Nederlandse 'De Volkskrant' een commentaarstuk, waarin, weliswaar vanuit een nogal denigrerende invalshoek, gepleit werd voor tolerantie ten aanzien van 'sommige medeburgers die ideeën hebben (versta: religieuze), die ver van de liberale hoofdstroom verwijderd zijn.
Daarop kwamen heel wat reacties, waaruit nog maar eens te lezen viel (de situatie in Vlaanderen is niet wezenlijk verschillend), dat de herauten van de secularisatie zich vaak laten kennen door spot en beschimping van alles wat met geloof en kerk te maken heeft.
Intolerantie wordt in Nederland en Vlaanderen veel minder door mensen met een religieuze overtuiging gemanifesteerd, zeker wanneer het christenen betreft, dan door individuen en groepen die met aplomp en niet zelden agressie, de gelovigen beschouwen als de meest achterlijke specimen van de menselijke soort.
Nogal wat agnosten en atheïsten, ook op het academische niveau, zijn klaarblijkelijk gegrepen door een 'seculariseringsaandrang', die duidelijk de kenmerken vertoont van een fundamentalistische bekeringsdrift.
Wellicht speelt bij hen in essentie hetzelfde als wat volgens R. Hawkins ('God's Delusion'), bij gelovigen het Godsbegrip doet ontstaan: de mens die vanuit zijn existentiële angst en onzekerheid op zoek is naar een houvast.
Dat Hawkins e.a., hun opvattingen sterk mede laten bepalen door antireligieuze uitgangspunten, is in dat verband veelzeggend.
Nu er na 190 dagen een (asymmetrische) interimregering zit aan te komen, een voorlopige balans. En die is uitermate triest.
Van de communautaire beloften waarmee CD&V-NVA de verkiezingen won, is niks gerealiseerd. De splitsing van BHV, die de gemoederen zo beroerde, is in de diepvriezer gestopt. De eis dat een staatshervorming deel zou uitmaken van een regeerakkoord, is opgegeven.
De sociaal-economische deelakkoorden worden door de vakbonden en het ACW in grote mate als te liberaal en antisociaal beschouwd. De massale vakbondsbetoging in Brussel sprak in dat verband boekdelen.
Op het persoonlijke vlak werden ongetwijfeld diepe wonden geslagen. Milquet werd in Vlaanderen als 'madame non' gediaboliseerd en Reynders moet uiteindelijk de PS dulden en voelt zich opzijgezet. Leterme mislukte tweemaal als formateur, moet constateren dat Verhofstadt hem in populariteit voorbijsteekt en vooral dat zijn grote concurrent nu door vriend en vijand als 'redder des vaderlands' wordt opgevoerd.
Ten slotte: niets laat voorzien dat in maart of later, wanneer Leterme opnieuw de ring wordt ingestuurd, het bereiken van een communautair en sociaal-economisch regeerakkoord zeker zal lukken.
Het is een verdienste van Caroline Genez ervoor te zorgen dat voor het eerst in weken de aandacht getrokken wordt op inhoud. Zoals het ook al lang geleden is dat Yves Leterme positief in beeld komt door zich open op te stellen voor een belangrijke medespeler op het politieke veld.
De sociale voorwaarden die de SP-A-voorzitster stelt voor regeringsdeelname, zijn belangrijk en niet onrealistisch, zoals door de liberalen wordt verkondigd (heb je Somers al ooit iets horen zeggen over onrealistische topsalarissen en winstmarges?).
Ietwat christendemocraat, die naam waardig, moet voor dergelijke sociale bekommernissen, op zijn minst oor hebben. Leterme heeft dat klaarblijkelijk begrepen.
Yves Desmet stelt in 'De Morgen' dat het bij de huidige pogingen om een asymmetrische interimregering te vormen in hoofdzaak draait om persoonlijke ambities en persoonlijke vetes. Hij heeft gelijk. Het gaat inderdaad om personen en postjes.
Bekommernis om 'goed bestuur', 'de mensen', 'visie op de samenleving', is ver zoek. De formatie is een inhoudloze zoektocht, een banaal rekenspelletje geworden met als doel: hoe een tweederde meerderheid vinden.
Neem bv. de solidariteit met de zwakkeren (volgens 'Knack' leven er momenteel anderhalf miljoen Belgen, of het aantal inwoners van Brussel-Halle-Vilvoorde, onder de armoedegrens) en het behartigen van de werknemersbelangen. Dat zijn kernen, dacht ik, van de sociaaldemocratische politieke en maatschappijvisie. Hoe kunnen de zgn. 'linkse' partijen die visie op een consistente manier verdedigen met de PS in de regering en de SP-A in de oppositie?
De vergelijking tussen de RTBF, die een kandidaat-premier aanvalt, en Radio Mille Collines, die opriep tot genocide, kan alleen maar ontstaan in de overspannen geest van een superambitieuze politicus, die zich graag een martelaarsrol toebedeelt.
Alle verhoudingen zijn zoek in de vergelijking en ze kan terecht geïnterpreteerd worden als een provocerende minimalisering en bagatellisering van de gruweldaden die in Rwanda plaatsvonden.
Een kandidaat-premier doet dat niet en ik ben ervan overtuigd dat deze uitspraak Leterme, mocht hij eerste-minister worden, in de internationale media en op het politieke werelforum, zal blijven achtervolgen.
Daarnaast zijn er enkele onbegrijpelijk kneuterige en puberale elementen in deze zaak. Leterme bekent namelijk dat hij de laatste reportage van RTBF, die -op basis waarvan?- een CdH-zender genoemd wordt, niet gezien had maar dat hij op de hoogte werd gebracht van een en ander door sluwe vos Reynders, de aartsvijand van Milquet. Of hoe de diabolisering van de RTBF zowel door Leterme als door Reynders geëxploiteerd wordt voor nog maar eens een rondje Milquet-bashing.
"Kom jij ook naar mijn klasje?", vraagt mijn kleinzoon.
Dinsdag is 'collegadag': wandelen en bij een stevig glas, herinneringen ophalen, de toestand in de wereld bespreken, onze naasten de revue laten passeren.
Ik antwoord dus: "Oma zal er zijn, jongen, en zaterdag kom ik naar het voetbal."
Hij speelt namelijk vol overgave bij de 'duiveltjes': massaal aanvallen en massaal verdedigen, is hun tactiek.
Ongeveer zoals bij de Rode Duivels, stel ik me voor.
Dat CD&V de koning over de hekel haalt omdat hij, na de tweede mislukking van Leterme, de premier te hulp roept, is onbegrijpelijk.
Het is precies het onvermogen van Leterme om een regering te vormen, dat het Staatshoofd er telkens weer toe dwingt, initiatieven te nemen om het formatietreintje opnieuw op de rails te krijgen.
Ik kan me voorstellen dat Albert II op zijn leeftijd wel interessantere tijdpasseringen kent dan oplossingen te bedenken voor ruziënde politici.
In een nieuw document van het Vaticaan wordt gesteld dat de katholieke scholen hun katholiciteit duidelijker moeten tonen en beleven.
Eigenlijk is deze vraag of opdracht de logica zelve. Wil het katholiek onderwijs zich 'katholiek' noemen, dan mag er verwacht worden dat deze vlag ook de lading dekt.
Slagen de scholen daar helemaal niet in of laat het ze volkomen onverschillig, dan doen ze er beter aan en is het eerlijker naar leerlingen en ouders toe, het etiket 'katholiek' in de prullenmand te gooien.
Omwille van de wervende kracht de naam 'katholieke school' blijven behouden zonder veel inhoud te geven aan het etiket, is hypocriet en schijnheiligheid zou in de opvoeding van jonge mensen toch zeker vermeden moeten worden.