Het is de periode van de jaar- én de decenniumoverzichten in de media. Belangrijk of sensationeel geachte foto's, nieuwsfeiten, trends.
Mij is het opgevallen dat de Vlaamse journalistiek zo goed als geen aandacht over heeft voor de heiligverklaring van pater Damiaan, nog maar enkele maanden geleden.
Maar ook tijdens eucharistievieringen hoor je zijn naam in het daarvoor passende gebed nog nauwelijks vermelden.
Alleen de koning sprak in zijn kersttoespraak zijn bewondering uit voor de persoon en het werk van pater Damiaan en legde terecht het verband met de inzet van de mensen die zich in deze tijd overal ter wereld inzetten voor de armen en verstotenen.
Onze (meestal) goedlachse vorst heeft zelfs overschot van gelijk.
In zijn kersttoespraak handelde hij o.a. over de Europese eenmaking en feliciteerde hij Herman Van Rompuy met zijn aanstelling tot eerste Europese 'president'.
Maar, voegde Albert eraan toe, enerzijds grote voorstander zijn van die eenmaking en terecht fier zijn met de hoge Europese posities van een aantal landgenoten, en anderzijds er niet in slagen de geschillen in eigen land op te lossen, zou onze geloofwaardigheid sterk aantasten.
Natuurlijk een waarheid als een koe. Blijven bekvechten over communautaire onderwerpen en tegelijk de grote Europeaan willen uithangen, is uitermate ridicuul.
President Obama heeft opnieuw een belangrijke horde genomen op de weg naar een betaalbare gezondheidszorg voor miljoenen Amerikanen.
Wanneer de wet waarschijnlijk in januari 2010 wordt goedgekeurd, kan er, althans voor de VS, sprake zijn van een historische beslissing. Wat de Clintons jaren geleden niet lukte, zal Obama nu voor elkaar krijgen.
Vergeleken met ons systeem van ziekteverzekering, hinkt Amerika, ook na deze hervorming, nog flink achterop. En velen van ons konden niet begrijpen dat er in de VS zoveel tegenstand was en is, om iedere inwoner het recht te geven op betaalbare basisgezondheidszorg. Hardvochtigheid troef in het machtigste land ter wereld.
Dat 30 miljoen Amerikanen, die tot nu toe verstoken bleven van gezondheidszorg, voortaan kunnen genieten van een ziekteverzekering, kan ons alleen maar verheugen.
Het is zonder meer verheugend nieuws dat past in deze kersttijd. Veel gepaster dan de berichten over de nieuwe records in het geldverkeer voor de kerstshopping. Die kregen in de journaals al evenveel aandacht als de beslissing van de Amerikaanse senaat.
De mondiale klimaatconferentie in de Deense hoofdstad sleept zich met veel geruzie naar haar einde.
Ongetwijfeld zullen een aantal akkoorden en afspraken uit de bus komen. Akkoorden met een hoog technisch gehalte, afspraken over financiële hulp van rijke aan arme landen.
Ik wil het belang daarvan niet ontkennen. Maar ik betwijfel of allerlei technische maatregelen de opwarming van het klimaat, en in een ruimer verband, de verloedering van het milieu, op de lange termijn afdoende kunnen stoppen.
Echt herstel, afdoende bescherming van het milieu, zijn maar mogelijk wanneer de economisch sterkst ontwikkelde landen, fundamenteel 'anders' gaan leven. Dat 'anders' kan niets anders zijn dan productie, consumentisme en winstbejag resoluut inperken. Pater Versteylen zag dat enkele tientallen jaren geleden al scherp in toen hij de beweging 'Anders gaan leven' opstartte, waaruit later de politieke partij AGALEV (de voorloper van Groen!) groeide.
In Kopenhagen hoedt men er zich voor dat (kapitalistische) economische systeem van productie, verbruik, winst) ernstig in vraag te stellen. Althans in de vergaderzalen. Als het toch gebeurt, dan is het op straat. Door actievoerders van allerlei pluimage.
Geen grenzen stellen aan dat systeem en de daarmee samenhangende way of life, ze integendeel het liefst ingang te zien vinden in de hele wereld, dat leidt volgens mij op den duur naar een mondiale milieucatastrofe. Dat kan ons aardbolletje niet aan.
De financiële, economische, politieke grootmachten van ons planeetje zullen hun systeem niet grondig veranderen. Ook omdat zij weten dat het overgrote deel van de bevolking verslaafd is gemaakt/geraakt aan een nog steeds maar groeiende consumptiedrang.
Kopenhagen zal het dus moeten stellen met een korf deelmaatregelen waarvan de toepassing en de effecten de eerstvolgende jaren voer voor discussie en geruzie zullen zijn.
Tot de volgende topconferentie. Wetenschappers zullen dan in hun rapporten erop wijzen dat het milieu op diverse fronten weer zware klappen gekregen heeft.
Sinds 1985 was Jos Geuens gedeputeerde in het Antwerpse provinciebestuur. Nu legt hij zijn ambt neer.
Deze Balenaar heeft in die kwarteeuw een erg actieve en stimulerende rol gespeeld in diverse sectoren van het provinciale beleid.
In het bijzonder wat het toerisme en de landschapszorg in de Kempen betreft, was Jos Geuens prominent aanwezig met ideeën en daadkracht.
Gedeputeerde Geuens zorgde ervoor dat het Prinsenpark kon groeien in oppervlakte en goed beheerd werd. Hij lag aan de oorsprong van het toeristische samenwerkingsverband tussen de gemeenten Balen, Dessel, Mol en Retie. Het kanaaltoerisme werd geconcretiseerd door de organisatie van vaartochten met 'De Zander'. Samen met de gemeentebesturen van Retie en Dessel ijverde hij voor het behoud en het gepaste beheer van de Collateur. Jos Geuens, zijn collega Ludo Helsen en een aantal Kempense gemeentebesturen stampten 'Het Kempense Landschap' uit de grond. De organisatie heeft sinds haar ontstaan al enkele honderden ha landschappelijk waardevolle eigendom verworven.
Deze greep uit het ruime beleidsdomein waarover gedeputeerde Geuens ging, toont zijn grote belangstelling voor en sterke verbondenheid met onze streek.
Voor wat mede dankzij Jos Geuens mogelijk was en gerealiseerd werd, past een gemeend 'dank u wel!'
Schande. Schande dat de armoede in een van de welstellendste landen sterker en sterker aangroeit en dat de steden er niet in (willen?) slagen, ook niet in deze vrieskou, autochtone daklozen, allochtone asielzoekers, uitgestoten Roma, een behoorlijk onderkomen te bieden.
Schande. Schande dat de hoofdstad van Europa haar afval al een aantal dagen zonder zuivering loost in de Zenne en dus ook de Rupel en Schelde vervuild worden.
Bestaat de hemel dan nog?, titelt Pam zijn stukje in de Volkskrant. Een vakantie op het paradijselijke Hawaï bracht de columnist ertoe ontboezemingen en bedenkingen te schrijven over hemel, aarde, hemels op aarde, en godbetert, over God. 'De hemel steekt langzaam weer zijn kopje op', vertrouwt Pam aan het Volkskrantpapier toe en hij heeft reeds een visioen van kat en muis, vos en kip, die met elkaar overweg kunnen.
Graag wil ik Pam bevestigen in zijn hoopvolle verwachting. Natuurlijk bestaat de hemel Pam. Je hebt er een stukje van gezien. In Hawaï. Wat weerhoudt je er overigens van daar te blijven staan, zitten, liggen, surfen? Misschien toch even overvliegen naar Nederland om je huisbijbel op te halen. Terug naar de Hawaïaanse stranden. Met je bijbel. Je comfortabel installeren. Jesaja 11, 6-9, opzoeken. En rustig lezen.
De wolf en het lam wonen samen, de panter vlijt zich neer naast het bokje, het kalf en de leeuw weiden samen: een kleine jongen (Pam toen hij nog een kleine jongen was?) kan ze hoeden. De koe en de berin sluiten vriendschap, hun jongen liggen bijeen. De leeuwin eet haksel als het rund, de zuigeling speelt bij het hol vna de adder, het kind strekt zijn hand uit naar het nest van de slang. Niemand doet nog kwaad of handelt nog verderfelijk op heel mijn heilige berg (makkelijk te vervangen door 'mijn heilig strand'); want de kennis van Jahwe vervult het hele land, zoals het water heel de bodem van de zee bedekt.
Er heilig van overtuigd dat de 'kennis van Jahwe', daar op dat schitterende Hawaïaanse strand, ook heel even Pam vervulde. Heel even en dus beperkt nog maar. Maar als Pam daar blijft, natuurlijk voor altijd en intens. Nu zit hij nog in het stadium van de kat en de muis, de vos en de kip. Hollandse proporties. Nog een immense afstand (van hier tot Hawaï) naar het fresco van Jesaja. Maar toch, Pam, toch duidelijk bijbels. Jij bent op de goede, heilige weg. Ik benijd je.
Misschien heb je 'Phara' van enkele dagen geleden gezien. Een van de thema's was de milieuproblematiek. Ik nodig je uit de tussenkomsten van moraalfilosoof Etienne Vermeersch eens goed opnieuw te beluisteren. Hoe ouder deze man wordt, hoe geëxalteerder hij het primaat van de rede in de benadering van om het even wat, uitschreeuwt.
‘Het fundamentele ecologische probleem, zit hem in de overbevolking!’, schreeuwde BV Vermeersch. ‘Dus minder kinderen, maximum 1,5 per koppel.’, decreteerde Etienne. Het was niet duidelijk of hij in dat voorschrift ook voldoende rekening hield met de kinderwens van homokoppels.
Toen Phara hem er droogjes op wees, dat zij met haar 4 kinderen, een ecologische misdaad begaan had, vulde Vermeersch de rest van de hem toegemeten tijd met verontschuldigingen.
Nee, het was niet zijn bedoeling mensen met kinderen een schuldgevoel te bezorgen. Nee, hij kwam niet tussen in individuele beslissingen. Nee, je mocht zijn kreet ‘Minder kinderen!’ niet individualiseren.
Uit dat alles bleek voor de zoveelste keer hoe de obsessionele en exclusieve adoratie van de ratio, Vermeersch uiteindelijk stekeblind en ontoegankelijk gemaakt heeft voor al die andere capaciteiten en kenmerken, die een mens maken tot wat hij in essentie is.
Iets anders viel ook op, en evenmin voor de eerste keer in Vermeersch’ tv-carrière. Wanneer het in des professors kraam past, bepleit hij het absolute zelfbeschikkingsrecht van het individu. Hier kwam het hem beter uit, nadat Phara hem met haar zelfbeschikkingsrecht omtrent haar kindertal geconfronteerd had, de generaliserende toer op te gaan.
Maar beseft moraalfilosoof Vermeersch niet (meer) dat generaliseren met betrekking tot de demografie een zeer gevaarlijke methode is? Dat het doorheen de geschiedenis dé methode van gewetenloze machthebbers geweest is om bepaalde bevolkingsgroepen te decimeren, te verplaatsen, uit te roeien? Geen individuele benadering van een jood, een zigeuner, een zwarte, een kind, een consument. Veel moeilijker. Maar wel dé oplossing van hét jodenprobleem, dé overbevolking, dé klimaatverandering.
Tot slot. Een vraag aan de VRT-programmamakers. Vermeersch is nu al zo lang de ‘huisfilosoof’ van de omroep. Ik spreek me niet uit over zijn boeken, maar op het scherm heeft hij zich al meer dan eens eerder een toogfilosoof getoond. Wordt het geen tijd eens andere (moraal)filosofen een kans te gunnen. Er moeten in Vlaanderen toch onderlegde en genuanceerd denkende -geen rationele extremisten-, filosofen te vinden zijn. Of willen die niet op het tv-scherm verschijnen?
De bisschop van Den Bosch zegende vorige week honderd jongeren die op elektrische scooters naar de klimaattop in Kopenhagen vertrokken.
Dat fait divers is voor columnist Giesen in De Volkskrant de uiterst geschikte aanleiding om nog maar eens de onverzoenbare tegenstelling wetenschap-geloof, zeker in het klimaatdebat, in het licht te stellen. 'Geen klimaatgeloof graag!' titelt Peter Giesen.
Giesen behoort tot die soort van mensen die met zulke verschroeiende hartstocht zo dicht bij de 'koele wetenschappelijke feiten' blijven, dat hun geloof in de wetenschap fundamentalistische kenmerken vertoont. Voor hen is er geen ruimte en begrip voor een religieus geïnspireerd geloof en in de benadering ervan gedragen ze zich als zich superieur wanende intellectuelen.
In hun grotegelijkgevoel verwaarlozen deze koelewetenschapfans de deugden, die volgens hen bij religieus gelovigen en kerk al te zeer ontbreken: bescheidenheid en openheid. Telkens als de kans zich voordoet, -hoe onbenullig, goedbedoeld, anekdotisch de aanleiding ook mag zijn, voelen ze de onweerstaanbare drang om andersgelovigen te ridiculiseren.
Als Giesen wat meer informatie inwon over wetenschappelijke theorieën en onderzoek, over fouten en mislukkingen,zou hij wellicht zowel over de zgn. wetenschap als over de zgn. niet-wetenschap, hopelijk heel wat genuanceerder oordelen.
En wellicht zou zijn adoratie van de zgn. wetenschap, tot wat normalere proporties worden teruggebracht, als hij zich verdiepte in het wetenschappelijk onderzoek en de toepassing ervan, in functie van politieke, militaire, economische en financiële machten.
Dat een gerechtelijk onderzoek 13 jaar duurt is een schande. Dat het proces al wordt stopgezet vooraleer het goed en wel begonnen is, begrijpt de gewone burger niet. En dat een aantal topmensen van het vroegere KB-Lux, die van grootschalige fiscale fraude verdacht worden, vrijuit gaan, wegens fouten in het onderzoek, botst met het rechtvaardigheidsgevoel van heel veel mensen.
Natuurlijk moeten in een rechtsstaat de regels van het onderzoek gevolgd worden. Als er overtredingen zijn, dan moeten de schuldigen gestraft worden.
Maar de ene overtreding heft een mogelijk ander misdrijf niet op. Dat is nochtans, wat gebeurd is. Fouten in het onderzoek, dus geen verdere procesvoering tegen de hoofdverdachten in het gigantische KB-Luxfraudedossier.
Wat dan zeker nog meer tegen de borst stuit, is de manier waarop de hoofdverdachten zich gedragen: als de glorierijke overwinnaars. Ze zouden zich beter heel bescheiden opstellen en zich erg gedeisd houden.
Die houding zou ook advocaat Verstraeten beter gepast hebben. In plaats van te orakelen over 'een overwinning van ons rechtssysteem', had hij beter gezwegen. Geen overwinning is het, meneer Verstraeten. Wel een schandelijke nederlaag voor Justitia.
Deze man blijkt ook hoogleraar strafrecht aan de KUL te zijn. Ik hoop hartgrondig dat hij alle morele gezag bij zijn studenten verloren heeft.
Retienaar Herman Stessens houdt op dinsdag 8 december om 20 uur in de Burcht (boven de bibliotheek), Nederstraat, een lezing over Oost-Timor en de genocide. Het is een organisatie van DF-Retie.
Toen het kleine Oost-Timor in 1975 onafhankelijk werd van Portugal, werd het onmiddellijk bezet door Indonesië, dat minimaal 40 % van de bevolking uitmoordde.
Herman Stessens licht niet alleen de feiten toe maar plaatst ze ook in het ruimere kader van mensenrechten, de rol van de Verenigde Naties en andere internationale organisaties, oorlog en vrede.
Onder de titel 'Wat onder de mijter moest blijven', somt Max Pam in de Volkskrant een hele reeks misdrijven op, gepleegd door priesters. De seksuele misbruiken staan daarbij op de voorgrond.
Maar het is duidelijk dat het niet Pams hoofdbedoeling is deze afschuwelijke misdaden aan de kaak te stellen. Nee, Pam behoort tot dat soort journalisten, -een gevaarlijke, bewust indoctrinerende soort overigens-, die de misstappen en misdrijven van individu's, gebruiken/misbruiken om een hele bevolkingsgroep of beroepsklasse, het hele kerkinstituut, de hele religie, verdacht te maken of te stigmatiseren.
Het is doorheen de geschiedenis een steeds maar weer opduikende tactiek. Gebruikt door dictatoriale machthebbers, heeft hij herhaaldelijk geleid tot de meest afschuwelijke pogroms en genocides.
Het is de 'Pams' van deze tijd niet in de eerste plaats te doen is om het scherp veroordelen van al die verwerpelijke misdrijven en misbruiken, maar wel om operatie beschadiging van kerk en religie.
Dat heeft nog weinig te maken met journalistieke deontologie.
Om de twee weken schrijft Rik Torfs een column in De Standaard. Ik raad je de lezing van de laatste onder de titel 'Ramses' ten zeerste aan.
Een heerlijke column. En mooi geschreven. Zo mooi dat ik de Hineininterpretierungen er graag bij neem. Want die zijn er. Torfs herinnert zich dat hij als 9-jarige, in 1966, bij een bezoek aan het Tongerlose Torenhof een muurschildering van een 'matig begaafde artiest' zag. Het enorme fresco in het Torenhof was inderdaad van een bedenkelijke kwaliteit maar heeft een negenjarige daar zicht op? Pater Kallist Fimmers was de schilder en deze Tongerlose norbertijn kon op de artiestenzolder in de abdij alleszins bezielend en boeiend spreken over kunst en esthetica in het algemeen.
Een ander voorbeeld. Het kind Rik Torfs kijkt in de speeltuin van het Torenhof bewonderend naar twee schommelende meisjes. 'En nu komt het', schrijft Torfs, 'het zachte geluid der op en neer gaande schommels werd continu overstemd door een nagelnieuw nummer van Ramses Shaffy. Uitdagend tartte het elke vorm van vergankelijkheid.' En hij wijdt nog enkele hooggestemde zinnen aan de verpletterende indruk die Shaffy toen op hem maakte. Met permissie. Ook al was kleine Rik een wonderkind, deze indrukken en beschouwingen zijn toch wel te hoog gegrepen voor een kwajongen van negen. Nee, het zijn de indrukken van en mooi verpakt door een 52-jarige .
Maar scherpzinnig en naar mijn aanvoelen accuraat, is de vergelijking tussen Ramses en Cees. Shaffy: de lef, de openheid, de overmoed, de zelfvergetelheid. Nooteboom: de zich superieur wanende intellectueel, de zelfportrettist, de voorzichtige beschouwer, de zelfaanbidder, de navelstaarder.
En dan drong de vraag zich onweerstaanbaar op: met wie van de twee heeft de geëerde en beroemde columnist de meeste affiniteit? Ik dacht, na met veel genoegen de column herhaaldelijk gelezen te hebben: van in zijn kindertijd is Torfs, zo blijkt, gepakt, beroerd door Ramses. Maar als BV, laat hij zich vooral kennen als Cees.
Burgemeester Somers van Mechelen kondigde met veel poeha aan dat de stad zelf een abortuscentrum ging oprichten. Want , aldus VLD'er Somers, de Mechelse vrouwen kunnen zich niet laten aborteren in het katholieke AZ van de stad.
Onstuimige Somers kreeg direct heel wat tegenwind. Een eigen abortuscentrum voor Mechelen? Niet nodig, vonden de verantwoordelijken van de Vlaamse abortuscentra. Ongenuanceerd, zeiden anderen. En vooral, een brutale bagatellisering van een levensbelangrijke kwestie.
Hoe dan ook, het thema 'abortus' of eufemistischer 'zwangerschapsonderbreking', verscheen weer in de media. Sommige journalisten haalden op de reeds bekende manier uit tegen de 'katholieken', die in 'hun' ziekenhuizen weigeren abortus uit te voeren, wat toch, aldus de media, een hoogstpersoonlijk recht van de vrouw in kwestie is.
Dat is het natuurlijk nooit geweest. Abortus of euthanasie (naast nog andere kwesties) is geen volledig persoonlijke keuze van de moeder of van de mens die zijn leven wil beëindigen. Als dat zo was, hoefde er geen wettelijk kader daarvoor te zijn. Nochtans wordt het zo vaak in de media nogal plompverloren voorgesteld.
Abortus, euthanasie, genetische manipulatie, enz. zullen altijd voorwerp zijn van ideologische, religieuze, maatschappelijke, politieke discussie, standpunten en regelgeving. Dat is maar goed ook. Zij overstijgen namelijk in hun belang, impact en complexiteit de individuele mens. Het gaat om een mens- en maatschappijbeeld dat vorm krijgt en verder evolueert in een bepaalde culturele, ideologische, religieuze, politieke constellatie.
Het is overigens merkwaardig en contradictorisch dat de voorstanders van het absolute zelfbeschikkingsrecht omtrent leven en dood, wel van de gemeenschap eisen dat een wettelijk instrumentarium en allerlei faciliteiten op hun maat, ter beschikking worden gesteld.
Nog onbegrijpelijker is dat instellingen die vanuit hun religieuze of ideologische identiteit weigeren om mee te stappen in een soort abortus- of euthanasieconsumptiemaatschappij, allerlei scherpe verwijten te slikken krijgen. Dat is pas een gevaarlijke vorm van fundamentalisme.
Voorzitter Valkeniers mag beweren wat hij wil, maar het is voor iedereen overduidelijk: de schermutselingen tussen Marie-Rose Morel en Filip Dewinter zijn uitgegroeid tot een regelrechte oorlog.
En het ziet ernaaruit dat bullebak Dewinter het zal halen van (ex-)schoonheidskoningin Morel.
De liquidatie van Morel betekent ook een nederlaag voor Valkeniers. Want de voorzitter wil van het VB een 'beschaafdere' partij maken. En een beleidspartij. Morel was in die pogingen zijn grote medestander.
Het is duidelijk: hard-liners Annemans en vooral Dewinter zullen het ook in de toekomst voor het zeggen hebben. Brutaal en ongenuanceerd, 'want wij spreken de taal van het volk'. Wat een grove belediging voor de Vlamingen!
Valkeniers mag verder aan Dewinters handje lopen. Hij staat duidelijk niet sterk genoeg in zijn partij om zichzelf te ontworstelen aan ijzeren greep van Dewinter. Ook al beseft Valkeniers dat de weg die Dewinter hem en het VB dwingt te gaan, leidt naar de verdere verschrompeling van het VB.
Je kan het zo gek niet bedenken of het is mogelijk in België. Zeker wanneer het gaat om de communautaire jungle.
Na Koninklijk Begeleider Martens (73), wordt nu het Brabantse 'trekpaard' Dehaene (bijna 70) van stal gehaald als Koninklijk Opdrachthouder.
Op die manier wordt Leterme (49), die morgen de eed als premier zal afleggen, nog enkele maanden buiten de dossiers BHV en staatshervorming gehouden. En daar is het hem in essentie in de nieuwe regering allemaal om te doen.
Het is het zoveelste bewijs van het wantrouwen dat de regeringspartijen, inclusief CD&V, hebben ten aanzien van Leterme. Twee bejaarde Ministers van Staat die de weg moeten effenen voor de premier van wie ze de vader zouden kunnen zijn. Schoonmoeders worden ze al genoemd. Politieke schoonmoeders van een man die eerste minister mag/moet hij worden.
Hoe lang zal Yves Leterme die vernederingen nog slikken? Of wordt het feit dat hij dat allemaal incasseert, beschouwd als een bewijs van zijn karakteriële mutatie?
Nog voor hij als premier wordt aangesteld, moet Yves Leterme de ene vernedering na de andere slikken en wordt alles deskundig in gereedheid gebracht om hem in het communautaire moeras te trekken en hem, wanneer dat nodig wordt geacht, af te schieten.
De aanstelling van de 73-jarige Martens als koninklijk begeleider, kan niet anders geïnterpreteerd als een uiting van wantrouwen in de persoonlijkheid en de politieke stielkennis van Leterme. Dat gebrek aan vertrouwen komt nota bene van zijn eigen partij. Die heeft natuurlijk aan het staatshoofd die suggestie gedaan. Wie anders, dacht u.
CD&V bestaat het bovendien aan te sturen op een scenario waarin de toekomstige premier buiten de communautaire onderhandelingen en de BHV-discussie wordt gehouden. Ook dat is een blaam voor Leterme en voor het premierschap in het algemeen. Het is bovendien een tactische blunder van formaat. Gefundenes Fressen voor de andere partijen, ook de regeringspartijen. Natuurlijk zingen zij nu in koor dat de premier vanaf het begin zijn functie volwaardig moet uitoefenen. En daar horen ook BHV en de staatshervorming bij.
Ondertussen blijkt dat Wilfried Martens al serieuze moeilijkheden ondervindt bij het uittekenen van een werkmethode voor de aanpak van BHV en de staatshervorming. Wat moet het dan worden wanneer het, met of onder leiding van premier Leterme, over de concrete inhoud zal gaan.
Leterme mag eerste minister worden. Van alle regeringspartijen. Maar zonder enthousiasme en echt vertrouwen van zijn eigen CD&V. De andere regeringspartners wachten af tot Leterme wegzinkt in de BHV-modder, verstrikt raakt in de frontaal met elkaar botsende eisen en verwachtingen, die nu al gretig verspreid worden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de Vlaamse oppositiepartijen, die elke Vlaamse toegeving ongenadig zullen uitvergroten en veroordelen.
En de krachtigste uitsmijter zal altijd zijn: 'Vijf minuten politieke moed volstaan om BHV te splitsen.' Dat zinnetje zal Leterme achtervolgen tot het einde van zijn politieke dagen.
Phara had Tine en Eric Van Rompuy, minister Vanhengel en Europajournalist Paul Goossens uitgenodigd om na te praten over de verkiezing van Herman Van Rompuy tot Europese president.
Geen probleem ermee dat broer Eric zo fier is als een Vlaamse gieter, dat Vanhengel de obligate felicitaties van een andere partij uitspreekt en dat journalist Goossens kritische kanttekeningen plaatst bij de verkiezingsprocedure en bij de politieke (on)macht van de Europese ‘president’.
Maar geen van allen, en zeker de bekende politici niet, heeft ook maar iets gezegd over het politieke project Europa.
De enige die dat wel aandurfde, en het veroorzaakte duidelijk onwennigheid bij de gesprekspartners zowel als bij Phara en Lieven, was zus Tine Van Rompuy.
Zij wees erop dat de Europese Unie niet op mensenmaat functioneert en dat het alleen nog gaat over concurrentie en commercie. Het kapitalisme verkoopt volgens haar speculatieve zeepbellen. De gewone mensen worden afgedankt. De elektriciteitsmarkt wordt opengegooid en alles is alleen maar duurder geworden. En de energiereuzen maken miljarden winst.
Zij pleitte ook voor een Europese miljonairstaks. Dat wil zeggen, aldus de zus van de Europese president, dat 2 procent van de bevolking, de rijksten der rijken, gemiddeld 2 procent belast wordt op hun vermogen, opdat er geld zou zijn voor een Europa van de mensen, in plaats van een Europa van de rendementen van een handvol aandeelhouders.
Je hoeft het niet eens te zijn met de maatschappijvisie en de standpunten van de PVDA, waarvan Tine Van Rompuy lid is, om bewondering te hebben voor het feit dat zij, ondanks de familiale vreugde, toch oog blijft hebben voor de inhoud van dat Europese project. Want daar gaat het uiteindelijk om.
In de media was zo goed als niks terug te vinden over die inhoudelijke tussenkomsten van Tine Van Rompuy. Wellicht omdat ze te ‘links’ waren en het gejubel om de verkiezing van broer Herman konden verstoren.
Herman Van Rompuy is ongetwijfeld een verstandige politicus. Hij manifesteert zich als een intellectueel en straalt een zekere filosofische sereniteit uit.
Heeft hij zijn verkiezing tot Europese president daaraan te danken? Ik denk het niet. De regeringsleiders wilden iemand die in hun ogen een onopvallend imago had, geen uitgesproken charisma, geen duidelijke politieke opvattingen over de toekomst van Europa.
En ik geef het je op een schaaltje. Morgen zullen de kranten nog grotendeels gevuld zijn met Van Rompuy-nieuws. Maar daarna zal alle aandacht gaan naar zijn opvolging. En dat wordt een ander paar mouwen.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Het is zaterdagvoormiddag en we bezoeken het Kloster zum heiligen Kreuz. De gebouwen op zichzelf (het kloosterpand, de vroegere refter, de zolder) zijn al de moeite. De museumverzameling is boeiend. Ook hier wordt de museumbewaking waargenomen door oudere vrouwen. We geraken aan de babbel met een dame van wie een oom tijdens de 1ste wereldoorlog in Ieper sneuvelde, van wie de man tijdens de 2de wereldoorlog op de Krim het leven liet. Ze heeft gehoord dat in Vlaanderen de soldatenkerkhoven zo netjes onderhouden worden en ze fulmineert tegen de Russen, die de militaire begraafplaatsen in de DDR altijd sterk verwaarloosd hebben.
In de namiddag is het heerlijk genieten van zon, zand en zee op het strand van Warnemünde. Maar het is ook reeds afscheid nemen. Afscheid ook van de Promenade met de vuurtoren, het Neptunhotel, de Teepott. Vaarwel ook vissershaventje en (gewezen) vissershuisjes en het gezellige heemkundige museum met de Platduitse spreuken.
In het reusachtige amfitheater wonen we 's avonds de proclamatie en slotmanifestatie van de Musikantentreff bij. Brassband De Lindegalm behaalt de 1ste prijs, voor orkesten uit Denemarken en Finland. Wij juichen en in de Rostocker avond weerklinkt de Vlaamse Leeuw.
Het is 8.10 uur zondagmorgen wanneer we de Warnowallee verlaten en koers zetten naar Retie. Er is ook nu weer, reeds een file bij de Tankstelle langs de stadsexpressweg. De tocht naar Wismar verloopt vlot. Het idyllische beeld van een ooievaarsgezin hoog op een schoorsteen van een oude boerderij langs de weg van Rostock naar Wismar in Mecklenburg-Vorpommern, DDR, blijft ons bij. Maar we merken ook verscheidene geïmproviseerde verkoopplaatsen van West-Duitse tweedehandsauto's. Het Westen rukt op. Is het maar een indruk of realiteit dat het verkeer dat ons tegemoet komt reeds in meerderheid Westers is, dat de Trabantjes en Wartburgs al in de minderheid zijn?
Zonder problemen bereiken we de snelweg in Lübeck. We verlaten een land dat nog enkele maanden zal bestaan. Een land met 17 miljoen mensen die meer dan 40 jaar onder een communistisch, dictatoriaal regime hebben moeten leven. Nu zijn de muren neergehaald. De inwoners van de DDR smaken de vrijheid en zien de verschillen. De smaak is bitterzoet. Vrije mensen zijn zij nu, die met angst en hoop een onzekere toekomst tegemoet zien.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Voor de middag wandelen we nog eens door de straten en over de wallen van het oude Rostock. Bij de Universitätsplatz ontdekken we als het ware het Kloster zum heiligen Kreuz, een mooi gebouwencomplex tegen de stadswallen gelegen, waarin het cultuurhistorische museum gevestigd is.
's Namiddags staat een bezoek aan Güstrow, een stadje op zo'n 40 kilometer van Rostock, op het programma. Er zijn vele mooie, oude huizen en het ruime marktplein wordt beheerst door het witte stadhuis en de rode bakstenen kerk. Het interieur van de kerk is fraai. Het pronkstuk is een houten retabel van een Brusselse houtsnijmeester. Merkwaardig is de metalen torenbol waarin eeuwenlang een bijbel werd bewaard. Bij de restauratie werd een nieuwe bol met daarin een nieuwe bijbel op de toren geplaatst.
Even buiten het centrum staat een renaissancekasteel, het eigenlijke doel van onze tocht naar Güstrow. Het kasteel en het museum dat er in gevestigd is, zijn de moeite waard. Ook hier is het meest gekoesterde bezit Vlaams van oorsprong: een prachtig wandtapijt. De vrouwelijke museumbewaker straalt wanneer ze de kans krijgt aan Vlaamse bezoekers, de eerste in haar reeds lange loopbaa, toelichting te geven bij enkele merkwaardige stukken.
We wandelen door de straten van Güstrow terug naar het parkeerterrein. Het stadje oogt minder welvarend dan Rostock. Ook de mensen zijn er duidelijk sjofeler gekleed. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat zij ons, Westerse toeristen, een beetje als indringers en voyeurs bekijken. En we hebben enigszins het gevoel dat we dat ook zijn.
's Avonds is er in het imposante en luxueus uitgeruste sportcomplex van Rostock, een concert en een show met alle deelnemende groepen aan de Musikantentreff.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Na het vrijdagmorgenontbijt willen we, zoals gewoonlijk, inkopen gaan doen in de Kaufhalle. We geraken echter niet binnen. 'Warnstreik' van een uur. De talrijke winkelgangers zijn verontwaardigd en luchten scheldend op de winkelbedienden, hun ongenoegen. We vragen uitleg aan twee vrouwen. Vol emotie geven ze hun kijk op de zaak: er zouden onderhandelingen aan de gang zijn om de Kaufhallen te verkopen aan West-Duitse firma's. Vele personeelsleden vrezen in dat geval hun job te verliezen, vandaar de waarschuwingsstaking. Maar er ligt nog wat anders op hun hart. Het leven wordt alsmaar duurder, de werkloosheid groeit met de dag. De in Oost-Duitsland geproduceerde basisproducten (brood, melk, groenten, enz.) zijn soms van bedenkelijke kwaliteit, hun presentatie laat te wensen over en ze stijgen in prijs. Ze kunnen het onmogelijk opnemen tegen de fraai ogende West-Duitse koekjes, fris- en zuiveldranken, die tegen dumpingprijzen meer en meer rekken vullen.
Dat alles illustreert overduidelijk de immense problematiek waarmee dit land nu al worstelt. Ja, de mensen voelen zich bevrijd, ze kunnen voor het eerst in 40 jaar hun mening zeggen en ze doen dat met hartstocht. Maar de euforie over de opening der grenzen is reeds voorbij. De onrust en de onzekerheid over de toekomst nemen bezit van de geesten. In vele gesprekken was dat te horen. Enkele miljoenen werklozen zullen er zijn in een overgangsperiode (en dat in een land dat de voorbije vier decennia officieel geen werkloosheid kende). En de minst weerbaren zullen de eerste slachtoffers zijn van het nieuwe systeem.
Rostock DDR -vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Het is donderdag 12 juli en er staat een bezoek aan Berlijn op het programma. Over de goede snelweg volgen we in de CX de autobus naar de vroegere Duitse rijkshoofdstad. Op de pechstrook zien we geregeld ontregelde Trabantjes. We rijden door een uitloper van de Mecklenburger Schweiz: het landschap is er lieflijk. In de velden langs de Autobahn zien we op een korte afstand vier, vijf ooievaars.
Aan het Hauptbahnhof in Oost-Berlijn stapt een gids op de bus voor een geleide rondrit. We halen heksentoeren uit om de autocar door het drukke verkeer te volgen. Het historische hart van Berlijn met het Marx-Engels Forum en Unter den Linden. We zien de aflossing van de wacht bij het gedenkteken voor de slachtoffers van militarisme en fascisme. De strak gedisciplineerde soldaten in ganzenpas zijn een toeristische attractie geworden.
Naar West-Berlijn nu. Het verschil is enorm. In Oost-Berlijn de charme van oude, historische gebouwen. In West-Berlijn de uitdaging van beton, glas en staal. Maar er is ook de voortrazende drukte, de oase van Charlottenburg en de Schlossgarten. We bezoeken de goldene Saal. Op onze wat gespeelde uitlating 'So viel Gold haben wir in Flandern nicht', reageert de zaalwachter met een mengeling van trots en ironie: 'Wir Deutsche haben so viel Gold, dass wir die ganze Welt kaufen können'. Over de Kurfürstendamm rijden we langzaam richting Zoologischer Garten. Het is kort na de middag en op de brede trottoirs van deze riante allee zijn vooralsnog niet zoveel voetgangers. Opmerkelijk zijn de politieagenten met de mitraillette in de aanslag. Des te drukker is het autoverkeer. We parkeren de auto in de buurt van de dierentuin en nemen eens stadsbus naar de Brandenburger Tor en de Reichstag. De onverschilligheid van de West-Duitse chauffeur is al even erg als de onvriendelijkheid van zijn Oost-Duitse collega bij het station in Oost-Berlijn. Die schold ons enkele uren voordien de huid vol toen we de auto even in de buurt van het stationsgebouw parkeerden.
Eindstation van de lijn is de Reichstag. We zetten voet op historische grond. Hier is een belangrijk stuk van de 20ste-eeuwse geschiedenis in bloed en tranen geschreven,. In dit enorme gebouw zal amper drie maanden na ons bezoek opnieuw geschiedenis gemaakt worden: het parlement van het herenigde Duitsland zal er vergaderen. Even verder is er de Brandenburger Tor in de steigers. Richting Checkpoint Charlie staat er nog een deel van de muur overeind. Tientallen mannen, vrouwen, kinderen zijn vol ijver bezig stukjes beton eraf te bikken. In de buurt lijkt het wel een (Vlaamse) kermis. IJs- en hot-dogkraampjes, oosterlingen die militaire en oorlogssouvenirs (medailles, uniformstukken) en vooral voor echt verklaarde stukjes Berlijnse muur aan de man proberen te brengen, zigeunerkinderen, die lopen te bedelen.
Vlak bij al die commerciële en toeristische drukte, staat een kruis dat herinnert aan het laatste slachtoffer van de muur: een jonge man neergekogeld door Oost-Duitse grenswachten bij zijn vluchtpoging naar het Westen. Het gebeurde slechts enkele maanden voordien.
Door de uitgestrekte en mooie Tiergarten, wandelen we terug naar de auto. We passeren de Siegessäule op de Strasse des 17. Juni. Het vergt heel wat tijd om uit het overdrukke Berlijn weg te geraken. Dicht bij de snelweg geraken we in de problemen. De weg die vroeger langs de grenspost tussen West-Berlijn en de DDR liep, wordt hersteld. Een vriendelijke Oost-Duitser gidst ons via kleinere wegen en landelijke dorpjes naar de oprit van de Autobahn naar Rostock.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Maandagvoormiddag trekken we naar het Traditionsschiff, dat in Lütten-Klein op de Warnow ligt. Het wordt een boeiend bezoek aan het scheepvaartmuseum. We raken in gesprek met een Oost-Duitse lerares en West-Duitse pensionhouders uit het Sauerland. De Oost-Duitse bezit een vakantiehuisje op Fischland en ze geeft ons de tip die streek te bezoeken. 's Namiddags concerteert de Lindegalm op de Hafenmarkt. Over de wallen van de oude stad wandelen we en na het avondeten maakt het mansvolk een ritje langs de kust van de Oostzee tot Bad Doberan met de in een mooi park gelegen architectonisch belangrijke bakstenen kerk.
Het is dinsdagvoormiddag en winderig, regenachtig weer. Prima geschikt om de raad van onze Oost-Duitse gesprekspartner op te volgen en per auto, Fischland te gaan verkennen. Het wordt een boeiende rit rond het schiereiland tussen Oostzee en de Saaler Bodden. Het is een laaggelegen gebied met veel rietvelden en alom tegenwoordig het water van de Oostzee en de Saaler Bodden. We passeren schilderachtige dorpjes. Boerderijtjes met gelijkende rieten daken. De windveren steken boven de nok uit in de vorm van twee elkaar kruisende paardenkoppen. In Ahrenshoop lopen we even het strand op. De wind waait krachtig en het water beukt op de golfbrekers.
Het weer verbetert zienderogen zodat het orkest 's namiddags op de promenade bij de vuurtoren kan concerteren, de kinderen het water van de Oostzee proeven en wij Warnemünde al wandelend verkennen. 's Avonds zoeken we de Bierbar op. De aanwezigheid van kinderen is klaarblijkelijk streng verboden, de baas gaat aan het mopperen maar de vrouw sust hem door te zeggen: 'Es sind Ausländer.'
Woensdag 11 juli, 11 uur. Voor het Neptunhotel musiceert het Retiese koperensemble. Het is zomers en we genieten van een wandeling over de promenade van Warnemünde. Het is druk aan de eetstalletjes en het personeel, ook al is het jong, is niet erg vriendelijk. 'Wenn Sie freundlich sind, sind Sie noch viel schöner' tovert toch een lachje op het gezicht van een stevige Oost-Duitse.
's Namiddags is het prachtig weer. We schepen in voor een tocht over de Warnow, door de haven, langs de scheepstimmerwerven. En we varen ook een eind de Oostzee op. De meeste schepen komen uit de Oostbloklanden. We zien ook Cubaanse en heel wat Indische Oceaanreuzen.
Op het grote plein bij het Fischerbastion heeft 's avonds het Europakonzert met 750 muzikanten plaats. Samen met vele honderden toeschouwers genieten we van muziek, dans, show. Nadien praten en drinken we na op de Hafenmarkt. Buiten de verkopers zijn er op een bepaald moment alleen nog maar Vlamingen, op 11 juli, op de Hafenmarkt, in de oude Hansestadt Rostock, in de DDR.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een Reisverslag
Het is zondag 8 juli en vandaag hebben in de grote zaal van de Kulturhalle van de Neptunwerft, de 'Wertungskonzerte' plaats. Het Retiese koperensemble maakt grote indruk. Het is duidelijk dat ze muzikaal tot de beste groepen behoren. Dineren gebeurt in de zelfbedieningseetzaal van het gebouwencomplex. Bij het aanschuiven een gesprekje met enkele Noorse en Finse jongeren. Ze spreken een behoorlijk mondje Engels. Het Duits zijn ze minder goed machtig.
Na de middag bezoek aan de zoo van Rostock. Het is een pretentieloze, gezelllige dierentuin in een mooi park gelegen. Schattig zijn de uilenjongen en prettig om te zien is hoe een lynx telkens opnieuw haar stoute jong bij het nekvel pakt en het terug de kooi in draagt. Die zondag is er tot laat in de nacht lawaai en gezang van (dronken) Duitsers die het behalen van de wereldvoetbalbeker vieren.
We beginnen ons al goed te voelen in het dagritme dat ons met de maaltijden wordt opgelegd. Tegen 7.30 uur of 8 uur de wandeling van het Arbeiterwohnheim naar 'restaurant' Szczecin voor het ontbijt: brood, boter, verschillende soorten vlees (vooral worst), gezoete kruidenthee. Koffie kan extra gekocht worden. Filters worden niet gebruikt. Wanneer het kopje leeg is, zie je de laag koffiedik op de bodem. Het middagmaal is sober: bijna nooit soep, weinig groenten (behalve komkommers),voldoende vlees maar vaak van bedenkelijke kwaliteit, weinig of geen fruit, wel ijs of frisco als dessert. Ook het avondeten bezit weinig culinaire verfijning.
Na het ontbijt lopen we meestal de Kaufhalle aan de overkant van de straat binnen. Het warenhuis opent verrassend vroeg zijndeuren en het is er onmiddellijk een grote drukte. Het is een somber, groezelig magazijn met vooral basisproducten. Fruit en groenten zijn in heel beperkte mate aanwezig. Appels helemaal niet. Wanneer een vrachtlading bananen binnenkomt -ze worden gewoonweg op een stapel in een hoek gekieperd-, is er onmiddellijk een lange rij kandidaat-kopers. In de rekken toch ook al enkele West-Duitse producten. Ze vallen op door hun luxueuze verpakking. De winkelkarretjes zijn klein, oud en beperkt in aantal. Wanneer ze allemaal in gebruik zijn, wachten de andere klanten rustig voor het draaihekken tot ze weer beschikbaar zijn. Alle klanten hebben een meestal zelfgemaakte, eerder kleine linnen of jute boodschappentas bij zich. Plastiekzakken worden niet meegegeven. Naast de basisvoedsel- en schoonmaakproducten, wordt vooral bier gekocht. Buiten op de stoep verkopen enkele mensen bloemen of groenten uit eigen tuin.
Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een reisverslag
Het giet water wanneer we stoppen bij wat het cultuurcentrum van Lütten-Klein blijkt te zijn. Het is 19 uur. De stemming is eerder bedrukt. Dit is vooralsnog een totaal vreemde, bevreemdende wereld. Gelukkig is onze gids van vlees en bloed. De charmante, jonge vrouw loodst ons naar ons 'restaurant', een grote ongezellige eetruimte, die de Poolse naam 'Szczecin' (Stettin) op de voorgevel draagt. Daar verorberen we ons eerste sobere eetmaal.
Daarna naar een van de Arbeiterwohnheime langs de Warnowallee. Blokken van 10, 12 hoog, hoofdzakelijk bestemd voor arbeiders tijdens hun werkweek in de haven en op de scheepstimmerwerven van Rostock. Nu is het vakantie, de arbeiders zijn naar huis, hun kamers zullen onze onderkomens zijn voor de eerstvolgende dagen. De toewijzing der kamers in deze woonkazernes loopt niet van een leien dakje. Uiteindelijk kan dan toch het hele gezelschap in hetzelfde gebouw logeren. Erg comfortabel en netjes zijn de kamers niet. Maar we zitten onderdak. En we zijn in Oost-Duitsland, in Rostock aan de Oostzee, 800 kilometer van Retie, en we voelen het nu al aan: dit wordt een verblijf rijk aan nieuwe en boeiende ervaringen.
Zaterdagvoormiddag 7 juli: we verkennen in fris, winderig weer het oude Rostock. We wandelen over de brede trottoirs van de Lange Strasse (druk auto-, bus- en tramverkeer), kopen Ansichtskarten, komen in DE winkelwandelstraat van Rostock terecht: Kröpelinerstrasse. Tussen de Kröpeliner Tor en de Neuer Markt beweegt zich een dichte stroom voetgangers. Voor de warenhuizen staan files geduldig wachtende klanten. In de uitstalramen worden 'verlockende Angebote' getoond. We beklimmen de 207 torentrappen van de Marienkirche, die met haar kopergroen dak de oude stad beheerst. In de felle wind, die vrij spel heeft in de galmgaten, kijken we uit over de Hansestad, het land van Rostock, de Warnow, de Oostzee aan de einder.
's Namiddags rijden we naar Warnemünde. De parkeerterreinen zijn vol. Een vriendelijke toezichter laat toe dat we even verder op de privéparking van wat achteraf het partijhotel blijkt te zijn, de auto stallen. Wie weet, is dat voor die man niet een genoegdoening gevende, subversieve daad tegen een ineenstuikend regime. Het weer is zachter en zonniger geworden. De promenade is mooi en erg netjes. Rechts in de verte zien we hotel Neptun (wit, rank, luxueus), het vlinderdak van de Teepott, de oude lichttoren.
De Oostzee is geen getijdenzee. Weinig of geen schelpen worden aangevoerd. Het is een strand van keien en zand. Er staan veel strandkorven, typisch voor het strandtoerisme aan de Oostzee. We hebben onze laarzen aangetrokken voor een stevige wandeling. Maar we voelen ons al vlug onbehoorlijk gekleed. Want tot onze niet geringe verbazing bemerken we een aantal totaal blote mannetjes en vrouwtjes van alle leeftijden tussen de andere badgasten. Gekruide commentaar blijft niet uit. Terug bij de auto zien we dat op de achterruit van een trabantje, een sticker met het ironische 'Sachsenporsche' is aangebracht.
's Avonds wonen we met zijn allen het inleidend concert van brassband De Lindegalm en de parade van alle deelnemende groepen aan de Musikantentreff bij. Honderden jongeren uit België, Nederland, West- en Oost-Duitsland, IJsland, Noorwegen, Denemarken, Finland, Tsjechoslowakije en Polen, musiceren op de Neuer Markt bij het Rathaus, dat een voorgevel heeft met gotische, renaissance- en barokkenmerken.
Rostock (DDR) vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990
Een reisverslag
Twintig jaar geleden viel de muur. Dat wordt terecht uitgebreid herdacht en gevierd. Acht maanden na die memorabele 9de november 1989 en slechts enkele maanden voor de Wiedervereinigung, verbleven mijn vrouw, ik, onze kinderen en een groep Retienaars tien dagen in de hanzestad Rostock aan de Oostzee. In oktober 1990 schreef ik een reisverslag.
Vrijdagmorgen 6 juli 1990. Het Retiese marktplein, kil weer. De dubbeldekker met bar, tv, toilet is er. Maar ook de Citroënbestelwagen en de CX, alsook hun passagiers, zijn startklaar voor hun grote avontuur van de vakantie 1990: een tiendaags verblijf in het Oost-Duitse Rostock aan de Oostzee. We volgen brassband 'De Lindegalm' en onze kinderen naar de Rostocker Sommerfesttage, de Musikantentreff.
De E34 op, naar Venlo, door het Ruhrgebied ( een spinnenweb van snelwegen), en dan naar het noorden. Eerste halte: Hamburg. We maken een ommetje, vlak bij de drukte van de Autobahn: een korenveldje. In de verte zien we de pijlers van de Köhlbrandbrücke over de Elbe. Even voorbij Lübeck verlaten we de snelweg en belanden we bijna onmiddellijk in een file. We naderen de grens met Oost-Duitsland. Er is enige nervositeit: reispas en visum bij de hand, zal de controle veel tijd in beslag nemen? Maar niets van dat alles. De grensovergang is verlaten, de stenen pilasters voor de slagbomen zijn opzij en omver geduwd om meer ruimte te maken, rechts zien we honderden meters ver ijzeren hekwerk: een stuk van het 'ijzeren gordijn'.
We zijn in Oost-Duitsland, we rijden op Oost-Duitse wegen. De E65 is hier een weg tussen bomen, te vergelijken met de gewestweg Retie-Kasterlee. Het verkeer is echter erg druk en zit voortdurend in de knoop. We vorderen langzaam, richting Wismar. Het landschap vertoont enige gelijkenis met onze streek. De huizen langs de weg, de dorpjes en stadjes zijn echter grauw, onverzorgd, verloederd. Hier heeft de tijd stilgestaan. Of beter: hier heeft de tand des tijds gewerkt.
Wismar is de eerste grotere stad. Ook hier verloedering alom. Langs de hoofdstraat staan Jugendstilherenhuizen, die ooit deze boulevard tot een architectonisch juweeltje moeten hebben gemaakt. Nu is het verval algemeen. De afgetakelde grandeur heeft iets griezeligs, iets unheimlich. Even voorbij het centrum rijden we stapvoets langs een reusachtige Sovjetkazerne. Russische soldaten te voet, in camions. De uniformen zijn sjofel, de voertuigen verouderd. Links glinstert even het watervlak van de Oostzee. Door een uitgestrekt loofbomengebied naderen we Rostock. Aan een grote rotonde regelt Volkspolizei het verkeer. Druk verkeer van vooral Trabantjes (Dafklein, helle kleuren, tweetaktlawaaierig, (anders) stinkend). Niet naar de oude stad maar richting Warnemünde rijden we over een stadsexpressweg. Links en rechts: stadsgedeelten met woonkazernes. In een ervan moeten we zijn: Lütten-Klein.
Interessant gesprek enkele dagen geleden op Canvas. Daar niet van. Maar toch. De Wever, actieve politicus, voorzitter van een regeringspartij, trad op als een historicus, een beschouwer van het politieke bedrijf. En dat wrong. Bracke deed ook niet echt moeite om De Wevers analyse -op de keper beschouwd vooral Brackes ontleding van 'de toestand'-, te toetsen aan De Wevers politieke praxis. Zo kon de NVA-voorzitter lekker in de luwte blijven en zich opwerpen als de wijze wetenschapper.
De Wever heeft tijdens gans het gesprek eigenlijk niet veel anders gedaan dan de elementen bevestigd, die het negatieve imago van de politicus bepalen en door de interviewer op tafel werden gebracht. Vergoedingsaberraties, cumulatie, belangenvermenging, benoemingspolitiek, kloof tussen woorden en daden... De Wever bevestigde en relativeerde:zaken die des mensen en van alle tijden zijn. Eerlijk gezegd, allemaal nogal clichématige, te verwachten reacties, die elke ietwat historicus of politicoloog zo uit zijn mouw kan schudden. En vooral voorzichtige replieken ook.
Met het 'nieuw' uit De Wevers partijnaam waarschijnlijk in mijn achterhoofd, zat ik te wachten op duidelijke, nieuwe, verfrissende standpunten, statements van de partijvoorzitter omtrent bv. vergoeding of belangenvermenging, maar die kwamen er niet.
En dat viel des te scherper en pijnlijker op toen op het einde van het gesprek, De Wever er zich op liet voorstaan dat hij in hoge mate 'tegendraadse gedachten' koesterten 'creëer iets nieuws' zijn geliefde mantra is.
Daarvan had ik in 'De toestand' helemaal niks, maar dan ook niks, gemerkt
Onder de titel 'Gods zaad over Gods akker', schrijft ene Rik Smits, taalkundige en schrijver, in de Volkskrant een stukje over de snelle aangroei van de wereldbevolking. Die is volgens hem de oorzaak van alle mogelijke rampen en kwalen.
Natuurlijk is een evenwichtige demografische ontwikkeling erg belangrijk, maar de manier waarop Smits zijn ei kwijt wil, doet toch wel de wenkbrauwen fronsen.
Met kwajongensachtige branie schreeuwt en schopt hij wild om zich heen. Hij heeft het over 'een heksenketel vol mensenvlees, de productie van mensenvlees, fokpremies, het vrome gekwezel over geredde levens en verlaging van kindersterfte'. En, als er de heilige vrijheid is om zelf je kindertal te bepalen, dan moet er ook het recht zijn om erop los te aborteren. Zo eenvoudig is dat.
Het enige zinvolle dat Smits schrijft, zit in de laatste zinnetjes van zijn stukje: En, belangrijker nog, er zou moeten gewerkt worden aan datgene wat de geboortecijfers het beste en snelste doet dalen: welvaart en zekerheid. Dat betekent bijvoorbeeld eindelijk eens echt de markten openstellen voor de derde wereld, en keihard werken aan een gegarandeerde basispensioenvoorziening voor iedereen. Aan een simpele maar geloofwaardige, wereldwijde AOW.
Maar hij beseft wellicht niet dat bij toepassing, er een aantal kilo's van zijn westerse vlees- en spekmassa zullen moeten weggesneden worden. Als dat inzicht er wel is, des te beter. Maar waarom hij zich dan in de rest van zijn column opstelt als een puber, die woorden uit de kast haalt waarvan hij denkt dat ze provocerend zijn (ook de paus mag natuurlijk in deze context niet ontbreken, Gods zaad over Gods akker nietwaar), is me een raadsel.
Tegenover de beperking van de mensenvleesproductie, die Smits als DE oplossing ziet, kan evengoed een serieuze inkrimping van het recht op schrijven van onzin à la Smits, geëist worden.
En ik kan niet aan de aanvechting weerstaan om me af te vragen of de fokpremie, die, wie weet, ook een rol gespeeld heeft in de productie van de heer Smits, die met ondraaglijke licht(zinnig)heid schrijft over 'mensenvlees' en de beperking of liquidatie ervan, wel een goed besteed bedragje was.
Onder het motto '10 jaar kooractiviteit in een notendop' heeft op zaterdag 7 november om 20 uur het jubileumconcert van '4-tune' plaats. De algemene leiding is in handen van Bert Verdonck. Organist is Koen Wellens en aan de piano zit Frank Vercruysse.
Op 6 november 1999 vond de eerste repetitie van '4-tune' plaats. Initiatiefnemer was Bert Verdonck. Het koor heeft ondertussen een hele weg afgelegd. Het telt momenteel 27 zangers (15 vrouwen, 12 mannen). Ze zijn niet alleen afkomstig uit Retie, maar komen uit de ruimere Kempense regio.
Dirigent Bert Verdonck legt de lat hoog. Niet verwonderlijk dus dat het koor tot de tien beste van de provincie behoort. '4-tune' heeft al heel wat prijzen behaald en wordt geregeld uitgenodigd om een concert te verzorgen.
Het concert in de kerk van het Zwaneven staat volledig in het teken van het tienjarig bestaan. Het koor brengt naast een volledig nieuw nummer, het beste werk uit elk jaar van zijn bestaan. Na het concert is er een receptie in het jeugdheem tegenover de kerk.
Info: -Kerk Zwaneven, Oud-Turnhout -zaterdag 7 november 20 uur -kaarten: vvk 11 euro, kassa 13 euro, -14 jaar: gratis bij de leden of via www.4-tune-koor.be of telefonisch 0497-584514
Hoe en wat men ook over Vankrunkelsven denkt, Knack en in het bijzonder directeur Van Cauwelaert, maakten de voorbije dagen een allesbehalve goede beurt.
Er was eerst het ‘Van de redactie’ in Knack van 28 oktober. Serene, goed onderbouwde journalistiek kan je dat stuk bezwaarlijk noemen. Het druipt van het misprijzen voor de politicus én de mens Vankrunkelsven. De politieke loopbaan van de senator wordt geridiculiseerd en als volkomen irrelevant voorgesteld. Dat is een loopje nemen met de werkelijkheid en getuigt van een extreme negatieve vooringenomenheid.
Dan was er het bericht over stalkingaanklachten: het bewust te grabbel gooien van het privéleven van de senator, op het moment dat er nog geen veroordeling is en doen uitschijnen dat de schuld vaststaat.
Het ergste was te zien en te horen in ‘Phara’. Het optreden van de Knackdirecteur, in woord en lichaamstaal, lag helemaal in het verlengde van zijn commentaar: neerbuigend, agressief, Vankrunkelsven moest geliquideerd worden. Het werd echt gênant. En ik denk dat vele kijkers dat ook zo hebben aangevoeld. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat alle journalisten en personeelsleden van Knack akkoord gaan met deze op de persoon zelf gerichte vernietigingscampagne.
DE vraag is: waarom pakt een zgn. kwaliteitsweekblad als Knack, met op kop de directeur himself, de bijna ex-politicus Vankrunkelsven, persoonlijk op zulke agressieve, onredelijke, verachtende, scheldende manier aan? Vecht Van Cauwelaert een hoogstpersoonlijke vete met Vankrunkelsven uit op het publieke forum?
In ieder geval, het was een beschamende vertoning. Beschamend voor Knack en in het bijzonder voor zijn directeur.
Laten we het ook eens hebben over de transfers IN Vlaanderen...
Geregeld duikt de gevoelsgeladen maatschappelijke en politieke discussie over de transfers van Vlaanderen naar Wallonië weer op. Zonder problemen kan dat debat evenwel ook getransfereerd worden naar de binnen-Vlaamse situatie.
Wanneer wordt eindelijk ook serieuze politieke aandacht geschonken aan de verschillen tussen de regio’s en zelfs de gemeenten in Vlaanderen? Aan de geldstromen tussen platteland en stad, tussen achterstandswijken in de Vlaamse steden en de villawijken bv. in de Antwerpse groene rand, in de Kempen of aan de kust? Aan de belabberde fysieke, mentale en materiële situatie van vele vierdewereld-Vlamingen in het 'rijke Vlaanderen'?
Vlaamse politici en talloze inwoners van dit minilandje, blijven zich wat graag blindstaren op de Vlaamse (!?) miljarden (hoe ‘Vlaams’ die miljarden zijn, heeft de bankencrisis ons recent geleerd) die naar die profiterende Walen stromen. Precies alsof het stopzetten of verminderen van de transfers een einde zal maken aan de ongelijkheid en de discriminatie in Vlaanderen wat betreft de sociale en medische zorg, de huisvesting, de studie- en jobkansen, en noem maar op.
Die politici en het financieel-economische establishment in Vlaanderen weten dat maar al te goed. Maar door de schijnwerper steeds maar weer te richten op Wallonië en de Walen voor te stellen als profiteurs en luieriken, ontstaat er op den duur bij de goegemeente een extern vijandbeeld. Bovendien wordt de indruk gewekt dat in Vlaanderen de hemel op aarde zal worden bereikt, wanneer die vervloekte transfers Vlaanderen-Wallonië ophouden te bestaan.
Als je het mij vraagt, een gevaarlijke, asociale en demagogische evolutie.
In een column in De Standaard heeft Bart Dewever een stevige greep in de Griekse geschiedenis nodig om te stellen dat je in Vlaanderen bij een volksraadpleging over een werk van openbaar nut, systematisch nul op het rekest krijgt.
Want in Vlaanderen, doceert historicus en politicus Dewever, ontbreekt het aan politieke leiders van niveau en aan een positieve betrokkenheid op het algemeen belang. Voorwaar een serieuze sneer naar zichzelf, zijn collega's en de Vlamingen.
Tweede bedoeling van de NV-A-voorzitter: de Antwerpse nee-stem relativeren.Niet helemaal de hogere wiskunde van Van Peel maar Bart komt toch aardig in de buurt.
Waarop Dewever steunt om te beweren dat het TYPISCH is voor een volksraadpleging , dat er een alternatief plan opduikt dat achteraf geruisloos weer verdwijnt, is me een raadsel. Tenzij Dewever meent dat wat in Antwerpen gebeurt, maar typisch moet zijn voor de rest van de wereld.
Of speelden in zijn onderbewuste de eis en het plan om BHV te splitsen nog mee? Na de verkiezingen nog veel over gehoord uit de mond van Bart?
Professor Kerkelijk Recht Torfs is de laatste dagen niet uit het nieuws weg te branden. Hij broedt op een nieuwe politieke beweging. In 'Phara' kreeg hij de kans ten overstaan van Huyse, Gennez en de rest van Vlaanderen, een en ander te verduidelijken.
Ik spitste hoopvol de oren want wellicht zou een politiek orakel te horen zijn, dat een stralend licht zou doen schijnen in de politieke duisternis van dit landje.
Gaandeweg des professors uiteenzetting, verzonk ik in somberheid. Verdieping van het politieke debat, andere methode van nadenken, brug tussen denken en actieve politiek…allemaal dingen die ik in de vele jaren van mijn politieke bewustzijn reeds tientallen keren gehoord of gelezen had en waarmee duizenden mensen van allerlei slag en scholing ook vandaag bezig zijn.
Het werd er niet beter op toen Phara de professor uitnodigde om wat concreter te zijn, en dacht hij er misschien aan om aan de volgende verkiezingen deel te nemen, en was het mogelijk om enkele namen van mededenkers te noemen.
Dat laatste was niet mogelijk. Wel waren het verstandige mensen, zei Torfs. En ook al beschouwde hij Phara als een verstandige vrouw, zij mocht er niet bij komen. Waarbij ik me afvroeg: hoe meet de professor altijd met zoveel zelfzekerheid de graad van verstand en domheid in alle lagen van de bevolking.
Van het denken overgaan naar de actieve politiek? Zou kunnen maar niks was zeker, aldus Torfs. Zijn bewegingsdenken onderdeel van een persoonlijke carrièreplanning? Geenszins. Dat professor Huyse hem dat voor de voeten wierp, ontstemde Torfs zeer. Later in de uitzending zette hij het die waarschijnlijk tot de niet-verstandige academici behorende Huyse, dubbel en dik betaald. Huyse: een schijnpoliticus. Een venijnige niet-professorale trap tussen de benen.
Bij pogingen tot concretisering van de Nieuwe-Politieke-Beweginggedachten, ging het behoorlijk fout. De professor was aangewezen op achtervolgen en recupereren. SP-A-voorzitster Gennez, die door Torfs amicaal ‘Caroline’ werd genoemd, gaf hem een lesje in wat ‘dieper denken’ over pensionering is. En het voorbeeld van de oppervlakkigheid der partijen, de mantra ‘wij zijn voor de mensen’, oppervlakkig ‘want iedereen is natuurlijk voor de mensen’, aldus de professor, liep flinke averij op door de opmerking van Gennez dat het VB tegen de allochtonen is, en dat zijn ook mensen.
Kortom, ‘Phara’ was weer een niet onaangename tijdpassering. En professor Torfs zal ongetwijfeld verder werken aan de verdieping van zijn politieke denken. Dat er een nieuwe, stralende ster binnenkort aan het Vlaamse en/of Belgische politieke firmament zal schitteren, valt na ‘Phara’ toch wel te betwijfelen. Maar je weet maar nooit.
In een column in de Volkskrant onder de titel 'De prins snapt het niet' -klaarblijkelijk is er bij onze noorderburen een soort Filipprobleem aan het groeien-, wordt nog eens verwijtend teruggekomen op de uitspraak van prinses Maxima dat DE Nederlander niet bestaat.
Maxima heeft natuurlijk overschot van gelijk: DE Nederlander bestaat niet. Zoals ook DE Belg, DE Vlaming, DE Duitser niet bestaat.
Beweren dat DE... wel bestaat is lomp, misleidend en gevaarlijk. Politici die het deontologisch niet zo nauw nemen, misbruiken het DE-etiket voor een populistisch, nationalistisch, racistisch discours.
De ergste ontsporing van de verabsolutering van de 'eigen volksaard', die in aanduidingen als 'DE-om heteven welke nationaliteit', verscholen zit, hebben we ervaren in nazi-Duitsland. Iedereen die niet aan het waanbeeld van DE DUITSER voldeed, moest geliquideerd worden.
Op zondag 25 oktober om 15 uur, wordt Jos Daems (44) door de bisschop van Antwerpen, Johan Bonny, aangesteld tot nieuwe deken van het dekenaat Kempen.
Jos Daems volgt in die functie Wim Selderslaghs op, die tot vicaris werd benoemd.
De feestviering waarop bisschop Bonny, vicaris Selderslaghs en het dekenale team, iedereen van harte uitnodigen, heeft plaats in de Sint-Martinuskerk van Retie.
De Antwerpse volksraadpleging over de Lange Wapper is achter de rug. De wettelijk geregelde stembusgang is correct verlopen. De uitslag is overduidelijk: nee aan het voorliggende tracé van de Oosterweelverbinding.
De reactie van schepen Van Peel op het resultaat was evenwel onthutsend. Had de havenschepen plots de kolder in de kop gekregen? Te veel 'bollekens' naar binnen geslagen? I
In ieder geval, de hogere wiskunde en de hautaine toon van schoolmeester-schepen Van Peel waren verbijsterend. Wat hij de Antwerpenaar en de rest van Vlaanderen voorrekende, had overduidelijk de bedoeling een duidelijke nederlaag van de Lange Wappervoorstanders voor te stellen als een soort van overwinning. En dus hoefde je met die volksraadpleging maar amper rekening te houden. Met wat retouches kon dus het huidige plan gerealiseerd worden.
Een ontstellend gebrek aan democratische ingesteldheid en respect voor een wettelijk geregelde volksraadpleging kwamen aan de oppervlakte. Van Peel bleek een van de weinigen te zijn, ook bij de voorstanders van het BAM-project, die zo overduidelijk de trappers kwijt was.
De dichter Bert Decorte werd op 2 juli 1915 in Retie geboren. Hij deed zijn middelbare studies aan het Klein Seminarie van Hoogstraten en het Sint-Jan Berchmanscollege van Mol. Hij overleed in Strijtem-Roosdaal op 13 oktober 2009.
Hij debuteerde als dichter in 1937 met de dichtbundel 'Germinal', die door de kritiek enthousiast werd onthaald.
Decorte ontving in 1946 de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie. Tot 1995 publiceerde hij zowat jaarlijks een bundel. Onder meer 'Een stillere dag', 'Aards gebedenboek' en 'Kruis of munt' zijn van zijn hand.
Uit 'Een stillere dag' het volgende gedicht:
Ik ben geworden als de winterbeek, de witte, gans met ijslaag overwelfde, geheel gedempte -en toch is zij dezelfde die levensader in het landschap leek
bij lentedag. Nu ligt het lijf, dat vrij en vrolijk buitelde doorheen de weiden of aan een vlakland zich in vijvers vlijde, goed ingedektonder de blanke sprei.
Maar ergens aan een bocht, waar het verval wat groter is, waar 't ijs niet heel en al de bedding dekt en nog het water huivert,
hoort hij, die hare lente heeft bemind en blij was om de weelde van dit kind, het oud geluid verinnigd en gezuiverd.
Behalve gedichten schreef Decorte ook poëtische reisverhalen en essays. Ook werken van onder meer de Franse dichters Baudelaire, Villon, Rimbaud vertaalde hij.
Voor het in 2002 door heemkring 'Zeven Neten' uitgegeven fotoboek 'Reties Album', schreef Bert Decorte nog een aantal kwatrijnen als inleiding op de verschillende hoofdstukken. Een ervan luidt als volgt:
Wie 't allenkant gezocht heeft en gezeten daar hij iets van de wereld wilde weten, beseft, eens oud, maar pas, hoe goed het was te leven in de tuin van Zevenneten. Bert Decorte was erelid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
'Van Rompuy in de oppositie, zou van deze begroting brandhout maken', las ik in een krant. Als algemene beoordeling kan dat tellen en eigenlijk volstaan.
Toch nog enkele opvallende dingen eraan toevoegen. De banken moeten tegen 2011, 890 miljoen betalen voor de bescherming die ze van overheidswege genoten heeft . Zo betaalt de financiële sector de crisis die ze zelf veroorzaakt heeft, werd gespierd verklaard. Dag Jan! Wat blijkt namelijk: de banken krijgen 600 miljoen terug uit een oud fonds. En nu al wordt voor zeker aangenomen dat de banken de factuur zullen doorschuiven naar de spaarder.
Idem dito voor Electrabel dat beloofd heeft al vanaf 2010 een deel van de extrawinst die het vanaf 2015 zal maken door het langer openblijven van de kerncentrales, af te staan aan de schatkist. Maar door de dominante positie van Electrabel, kan de holding de prijs zetten en dreigt ook hier de consument de dupe te worden.
En dan is er natuurlijk het opvallende stilzwijgen over de staatshervorming en B-H-V. Je weet wel de thema's waarmee nog niet zo lang geleden CD&V en NV-A de verkiezingen wonnen. Geen woord. Ook niet uit de mond van NV-A'ers. Dewever houdt zich in de luwte en mag in De Standaard onder de titel 'Twee heiligen uit Hawai' een badinerende column schrijven over Damiaan en Obama.
Ondertussen wordt er in de media veel meer en volgehouden aandacht geschonken aan de tragische dood van VDB, aan de perikelen rond die andere VDB , het geruzie in het SP-A- en LDD-huishouden, het aanslepende oorlogje Dewinter-Morel, het verbijsterende gekronkel en gekonkel in de Lange Wapper-soap, enz.
Terloops wordt tussen neus en lippen de opmerking de wereld ingestuurd dat de Vleesgeworden Saaiheid bij ons regeert. Zowel in België als in Vlaanderen. Velen zijn evenwel van mening dat er helemaal niet geregeerd wordt. Zeker niet op het federale niveau.
Het aanhoudende gedoe rond de zgn. defenestratie van Frank Vandenbroucke en de gelekte (brute) mails daaromtrent, heeft niets meer te maken met bekommernis om het goed en decent functioneren van ons partijensysteem. Het heeft de vorm en de kenmerken van een door sommige SP-a-leden zelf en door de media, in het bijzonder de zelf verklaarde kwaliteitskrant 'De Standaard', goed georkestreerde hetze tegen voorzitster Gennez.
Zonder al te veel moeite kunnen journalisten in alle partijen dumping van topfiguren vaststellen en de niet altijd fraaie correspondente daarover. Het nauwkeurig uitspitten van alles wat er bv. rond de herhaalde defenestratie van Erik Van Rompuy reeds gebeurd is, zou interessante krantenlectuur kunnen opleveren.
Dat bijna uitsluitend en zo uitgebreid aandacht gegeven wordt aan de perikelen bij de socialisten, doet vermoeden dat een operatie beschadiging Sp-a aan de gang is.
In De Standaard hekelt Hans Geybels, de woordvoerder van kardinaal Danneels, de Panoramareportage van vorige zondag, waarin uitsluitend aandacht besteed wordt aan de mirakels op voorspraak van Damiaan en er vraagtekens geplaatst worden bij de procedures, die door het Vaticaan gevolgd werden.
Geybels maakt nog eens duidelijk wat een mirakel eigenlijk is en dat er strikt genomen geen mirakels nodig zijn voor een heiligverklaring. Hij betreurt terecht dat er in de reportage geen plaats was voor het (heilige) leven en werk van pater Damiaan.
Hans Geybels heeft overschot van gelijk dat hij op deze manier reageert en helder formuleert waar het bij de heiligverklaring van pater Damiaan op aan komt.
Hij verwoordt daarmee ook, weliswaar op een diplomatische manier, wat vele kijkers al vlug doorhadden. Het was er de programmamakers in de eerste plaats om te doen de heiligverklaring te relativeren, ze zelfs verdacht te laten overkomen, een domper te zetten op de feestvreugde en ontroering bij zovele mensen in binnen- en buitenland. Dat de reportage uitgezonden werd op de dag van de feestviering in Tremelo, Damiaans geboortedorp, maakt het allemaal nog opzettelijker en cynischer.
De reportagemakers zouden er goed aan doen zich professioneel en objectief te verdiepen in het onderwerp en zich te laten adviseren. Maar nee, ze gedragen zich als kwajongens, als pubers, als branieschoppers, die opgewonden geraken bij de gedachte: wij durven toch nogal tegen de haren instrijken.
Overigens verdenk ik de opdrachtgevers voor de reportage en degenen die verantwoordelijk zijn voor het programmaschema, ervan een verborgen agenda en bedoeling te hebben. Operatie beschadiging Damiaan en via Damiaan, beschadiging kerk. Daar kicken velen op.
Elke dag om 18 uur begint in het nog gedeeltelijk romaanse kerkje van de Postelse norbertijnerabdij het avondgebed waaraan iedereen kan deelnemen.
Het duurt niet langer dan een half uurtje, verloopt helemaal in het Nederlands en volgens een vast stramien. Een inleidende hymne wordt gezongen gevolgd door psalmen. Er is een lezing en een stiltemoment. Het magnificat is een vast onderdeel van de gebedsdienst. Enkele gebedsintenties gaan vooraf aan een zegenlied en een afsluitend Marialied.
Die dertig minuten bekoren door hun eenvoud, schenken rust, nodigen uit tot bezinning. Het halfdonkere stemmige kerkje , de norbertijnen in het gestoelte, het afwisselend gezang van voorzanger en gemeenschap, het met name in herinnering brengen van de broeders die doorheen de eeuwen op die bepaalde dag gestorven zijn... het zijn allemaal elementen die het effect en de sfeer van de avonddienst, de vespers, bepalen.
Ik ben ervan overtuigd dat zowel voor gelovigen als niet-gelovigen het avondgebed in de Postelse abdij, een deugddoende en verrijkende ervaring kan zijn.
Hôrewajt open betekent zo ver open als de scharnieren bv.van een deur toelaten, zo ver mogelijk. Een har, herre is een scharnier. Wanneer je binnenshuis een deur liet openstaan, kon je te horen krijgen: ik zal es nen hôk (haak)ôn ew gat mô?en of gaj zè gewoewen óm no de kérk te gôn zee?er (gij zijt gewoon om naar de kerk te gaan zeker). Kerkdeuren hoefden niet dichtgedaan te worden omdat ze voorzien waren van een deurveer ofwel omdat er een stroom kerkgangers was. Een vrek, gierigaard is en girrege pin. In het huishouden van dergelijke persoon is het natuurlijk pinne?endun (gierig, schraapzuchtig,schraal).Pin (puntig uitsteeksel, scherp uiteinde) wordt hier overdrachtelijk gebruikt, denk ook aan scherp concurreren, scherp inkopen. Blak betekent vlak, effen maar ook blank, onder water (da veld stô blak). Om dreigend, speculerend, verwachtingsvol aan te duiden dat een geheim, een schandaal, geknoei nog wel bekend zal worden, kan je zeggen : da komt nog wél ten blakke.
Harén?elen (haarenkelen) is de enkels kwetsen door ze bij het gaan tegen elkaar te stoten. Het eerste deel (har, haar) is de stam van het werkwoord haren (scherpen). De klanknabootsing goêzen duidt in het bijzonder het geluid bij hevige wind of regen aan: het rêgert datet goesjt Eieren uit vogelnesten roven, ze uitblazen en aan een twijg rijgen was tot in de jaren vijftig van vorige eeuw voor vele kinderen een hobby. De minder “waardevolle” eieren werden opgeofferd aan het bléndaweren (blindeieren): een spel dat erin bestond geblinddoekt en gewapend met een stok eieren kapot te slaan.
En pits, ne pitser is een persoon die weinig, kieskeurig, met lange tanden eet. Ook het werkwoord pitsen kan in deze betekeniscontext gebruikt worden (wa zitte dowe weer te pitsen). Wellicht hebben deze woorden verband met het Duitse bisschen (weinig) . Pitsen heeft in onze streek ook de betekenis knijpen en een prikkelend gevoel veroorzaken, steken :die troj (trui) pitst.Deze betekenissen gaan terug op het Franse pincer. Nen dùrschieter (doorschieter) duidt een jonge, magere, lange persoonaan. Het woord is een overdrachtelijk gebruikte afleiding van de landbouwterm doorschieten: sterk en snel langer worden van de stengel. En zotte trul of troela is de weinig vleiende benaming voor een (te?) levenslustige, sensuele vrouw. Troela is een verlenging van troel, Engels: trull (slet), Duits: Trulle (wijf; dik,grof mens). Mètmannen (marktmannen) is de gewone aanduiding van marktkramers. Wanneer je benenonder aan de voeten dik en gezwollen zijn, heb je mokbiejenen. Mok behoort bij meuk, muik, Middelnederlands muken (zacht, murw worden) en is een huidontsteking aan de achterzijde van de koot bij paarden. De geslachtsopening, in het bijzonder bij een koe of een merrie, wordt de klink genoemd. Het woord gaat terug op het Middelnederlandse clingen (kleven) en de betekenisontwikkeling is de volgende: kleven – vastmaken – naad – reet – geslachtsopening. Knoezel(s) betekent niet alleen enkel(s) maar ook gewrichten bij het vee. Aan de oorsprong ervan liggen de Middelnederlandse woorden cnoesel dat een verkleiningsvorm is van cnoes (kraakbeen) en cnoest, cnu(u)st (uitwas aan boom, vooruitspringend voorwerp). In ons dialect betekent knèùst zowel harde, ruwe uitwas aan een boom, kwast als knobbel, gewrichtshoofd, kneukel (ook knokkel).
Op 28 september overleed Prof. Dr. Gust Keersmaekers. Hij werd in Retie geboren op 26 oktober 1920. Hij behaalde een doctoraat in de Germaanse Filologie in 1952 en was emeritus hoogleraar sinds 1986. In de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, waarvan hij sinds 1978 lid was, bekleedde hij diverse bestuursfuncties.
Gust Keersmaekers publiceerde vooral over auteurs van de zeventiende eeuw in Noord en Zuid: Hooft, Bredero, Vondel, Huygens en over de Nederlandse Letterkunde van de negentiende en de twintigste eeuw (Conscience, Gezelle, Multatuli, Couperus, Streuvels, Claes, Timmermans, Van Hemeldonck ( Beeld van de Kempen in de literatuur na Conscience/Snieders).
In 1968 ontdekte hij een zestigtal onbekende (uit het Frans vertaalde) gedichten van Bredero, uitgegeven in 1981 in de reeks van De Werken van G.A.Bredero. Daardoor veranderde het Bredero-beeld en de gangbare interpretatie van vele van zijn amoureuze gedichten grondig.
Zijn werk over Consciences De Boerenkryg (1967-1971) bracht een vernieuwing in de Conscience-studie. Hij stond in voor de tekstverzorging van het volledig creatief proza- en dichtwerk van Felix Timmermans (Leuven, Davidsfonds 1989-1994, 25 delen). Het Geluk van een Schrijver is een uitgave van alle bewaarde handschriftelijke teksten van Timmermans' Pallieter, met een inleidende studie, bekroond met de Provinciale (Antwerpen, 2003) en de Interprovinciale Prijs voor Monografie (2003/2004). Hij verzorgde tevens verschillende uitgaven van het Ernest Claesgenootschap, o.a. De Witte (1995) en in 2006 een tekstkritische uitgaven van het gevangenisdagboek van Claes onder de titel 'Drie maanden gevangenis.. Gust Keersmaekers werkte ook mee aan verschillende tijdschriften.
Hij heeft niet alleen veel geschreven maar hij was ook een gepassioneerd boekenverzamelaar. Zijn grote huis in Duffel was een gigantische bibliotheek, een schatkamer van taalkundige en literaire werken. Gust Keersmaekers zelf schatte het aantal op zo'n 20.000.
Gust Keersmaekers woonde sinds 1963 in Duffel maar tot voor enkele jaren bezocht hij geregeld familie en vrienden in Retie en Arendonk en woonde hij graag samen met zijn vrouw liturgische vieringen in de Postelse abdijkerk bij.
Prof. Dr. Keersmaekers wordt op zaterdag 3 oktober om 11.30 uur in Duffel begraven.
Merkwaardige reacties van de Duitse christendemocraten na de Bondsdagverkiezingen.
Ze verliezen (kartelpartner, het Beierse CSU vrij zwaar) maar juichen ongeremd omdat het liberale FDP zo fors vooruitgaat. Want voor Angela Merkel en haar christendemocratische aanhang, blijkt het een orgastisch genoegen te zijn, de sociaaldemocraten uit de regering te kunnen zwieren.
Daar ga je je toch vragen bij stellen. Hoe verklaar je die afkeer van CDU/CSU voor de socialisten en het opvrijen van de liberalen? Als Merkel en co. het label 'christelijk' serieus nemen, dan verwacht je eerder dat er, zeker wat de sociaal-economische visies betreft, meer overeenkomst zou zijn tussen christenen en socialisten.
Of is ook in Duitsland, de 'C' in CDU/CSU, een nog altijd electoraal interessant vlaggetje, dat de lading helemaal niet hoeft te dekken?
Geschreven door Gust Adriaensen om 10:10
Woensdag 23 september 2009
Zammelsbroek, juni.
Nooit méér Kempen ervaren: zon, wolken en wind, windingen van de Nete, grassen, veldbloemen, kleuren.
Kempen van vroeger,
waardoorheen de laatste tocht, naar het ‘Laak van toen’.
Vreugde om het samenzijn,
weemoed om de snelle tijd.
Prachtig Trichelbroek. Libellen en ijsvogels boven het water.