Rostock (DDR) juli 1990 (2)

Rostock DDR vrijdag 6 juli 1990-zondag 15 juli 1990Een reisverslag
Het giet water wanneer we stoppen bij wat het cultuurcentrum van Lütten-Klein blijkt te zijn. Het is 19 uur. De stemming is eerder bedrukt. Dit is vooralsnog een totaal vreemde, bevreemdende wereld. Gelukkig is onze gids van vlees en bloed. De charmante, jonge vrouw loodst ons naar ons 'restaurant', een grote ongezellige eetruimte, die de Poolse naam 'Szczecin' (Stettin) op de voorgevel draagt. Daar verorberen we ons eerste sobere eetmaal.
Daarna naar een van de Arbeiterwohnheime langs de Warnowallee. Blokken van 10, 12 hoog, hoofdzakelijk bestemd voor arbeiders tijdens hun werkweek in de haven en op de scheepstimmerwerven van Rostock. Nu is het vakantie, de arbeiders zijn naar huis, hun kamers zullen onze onderkomens zijn voor de eerstvolgende dagen. De toewijzing der kamers in deze woonkazernes loopt niet van een leien dakje. Uiteindelijk kan dan toch het hele gezelschap in hetzelfde gebouw logeren. Erg comfortabel en netjes zijn de kamers niet. Maar we zitten onderdak. En we zijn in Oost-Duitsland, in Rostock aan de Oostzee, 800 kilometer van Retie, en we voelen het nu al aan: dit wordt een verblijf rijk aan nieuwe en boeiende ervaringen.
Zaterdagvoormiddag 7 juli: we verkennen in fris, winderig weer het oude Rostock. We wandelen over de brede trottoirs van de Lange Strasse (druk auto-, bus- en tramverkeer), kopen Ansichtskarten, komen in DE winkelwandelstraat van Rostock terecht: Kröpelinerstrasse. Tussen de Kröpeliner Tor en de Neuer Markt beweegt zich een dichte stroom voetgangers. Voor de warenhuizen staan files geduldig wachtende klanten. In de uitstalramen worden 'verlockende Angebote' getoond. We beklimmen de 207 torentrappen van de Marienkirche, die met haar kopergroen dak de oude stad beheerst. In de felle wind, die vrij spel heeft in de galmgaten, kijken we uit over de Hansestad, het land van Rostock, de Warnow, de Oostzee aan de einder.
's Namiddags rijden we naar Warnemünde. De parkeerterreinen zijn vol. Een vriendelijke toezichter laat toe dat we even verder op de privéparking van wat achteraf het partijhotel blijkt te zijn, de auto stallen. Wie weet, is dat voor die man niet een genoegdoening gevende, subversieve daad tegen een ineenstuikend regime. Het weer is zachter en zonniger geworden. De promenade is mooi en erg netjes. Rechts in de verte zien we hotel Neptun (wit, rank, luxueus), het vlinderdak van de Teepott, de oude lichttoren.
De Oostzee is geen getijdenzee. Weinig of geen schelpen worden aangevoerd. Het is een strand van keien en zand. Er staan veel strandkorven, typisch voor het strandtoerisme aan de Oostzee. We hebben onze laarzen aangetrokken voor een stevige wandeling. Maar we voelen ons al vlug onbehoorlijk gekleed. Want tot onze niet geringe verbazing bemerken we een aantal totaal blote mannetjes en vrouwtjes van alle leeftijden tussen de andere badgasten. Gekruide commentaar blijft niet uit. Terug bij de auto zien we dat op de achterruit van een trabantje, een sticker met het ironische 'Sachsenporsche' is aangebracht.
's Avonds wonen we met zijn allen het inleidend concert van brassband De Lindegalm en de parade van alle deelnemende groepen aan de Musikantentreff bij. Honderden jongeren uit België, Nederland, West- en Oost-Duitsland, IJsland, Noorwegen, Denemarken, Finland, Tsjechoslowakije en Polen, musiceren op de Neuer Markt bij het Rathaus, dat een voorgevel heeft met gotische, renaissance- en barokkenmerken.










